Het geheugen van de vakbeweging

Kees Marges: … . Nedlloyd had zelfs een eigen kasteel, Staverden, als locatie voor cursussen, ook voor OR-leden. Ik heb daar ook enkele dagen en nachten mogen verblijven. En aan de cursus deelgenomen natuurlijk…

Herinneringen van Kees Marges – 07

Ondernemingsraden in de koopvaardij

Belangen van werknemers en werkneemsters worden niet alleen geregeld met en vastgelegd in een cao waarover de werkgevers met vakbonden overleggen en onderhandelen. Werknemers/sters hebben ook binnen de bedrijven belangen, die niet met een cao worden geregeld. Beslissingen van een directie van een onderneming over die belangen zijn toch belangrijk voor werknemers/sters. Daarom is het belangrijk dat zij invloed op die beslissingen kunnen uitoefenen. Dat is een bij wet geregeld recht van werknemers, de Wet op de ondernemingsraden (WOR). In die wet staan de besluiten van de directie die alleen uitgevoerd kunnen worden als de ondernemingsraad er mee akkoord gaat. Op andere met name genoemde besluiten kan de OR ook invloed uitoefenen door de directie een advies te geven. En de WOR bepaalt ook dat de OR daarvoor tijdig de juiste informatie moet krijgen van de directie. Kort samengevat gaat het om medezeggenschap in bedrijven.

Zeevarenden vallen nu ook onder de WOR

De zeevarenden waren tot 1 januari 1970 uitgesloten van die medezeggenschap. Bij de invoering van een nieuwe wet op die datum vielen voortaan ook de zeevarenden onder de WOR. Zij moesten ook zitting kunnen nemen in de Ondernemingsraad, dus gekozen kunnen worden. Voor de koopvaardij was dat een hele omwenteling die veel vroeg van de directies, maar ook van de werknemers en hun vakbond. De FWZ kreeg er op dat moment een fiks aantal verplichtingen, taken en enkele rechten, maar ook veel werk bij. Maar dat wilde de bond juist in het belang van de zeevarenden. Via het NVV hadden de FWZ en de voorlopers van de FWZ, die bij het NVV waren aangesloten, aangedrongen bij de regering en de volksvertegenwoordiging om een einde te maken aan die discriminatie van de zeevarenden. Want zo werd het gevoeld. En dat ging dus gebeuren op 1 januari 1970.

De ondernemers, dus de reders als werkgevers van de zeevarenden, kregen bij wet de opdracht om ondernemingsraden te installeren, waarin zeevarenden en al het andere personeel vertegenwoordigd waren. Dus niet één OR voor kantoorpersoneel en een andere voor de zeevarenden. Dat probeerde de Rotterdamse rederij Van Ommeren nog, maar die werd terug gefloten door de bedrijfscommissie. De Sociaal Economische Raad, de SER, benoemde bedrijfscommissies per bedrijfstak en de leden van die commissies, die toezicht moesten houden op het functioneren van de OR’en. Vakbonden en werkgeversorganisaties dienden ieder de helft van het aantal leden aan te wijzen. Er kwamen twee voorzitters, één uit de werkgeversdelegatie en een uit de werknemersgroep. Zij zaten de commissie afwisselend voor.

Meestal benoemde de werkgevers een voorbereidingscommissie die samen met hem de voorbereidingen troffen voor de verkiezing van de eerste OR met zeevarenden daarin. Er moest een reglement komen, waarin onder andere bepaald moest worden hoe de werknemers kandidaat gesteld moesten worden voor de verkiezingen, volgens welk systeem gestemd werd, personen- of lijstenstelsel, hoe de uitgebrachte stemmen verdeeld werden en nog meer belangrijke zaken.

Nieuwe taak voor de vakbonden van zeevarenden

Het bestuur van de FWZ gaf mij de taak de begeleiding van onze leden in de voorbereidingscommissies en Ondernemingsraden voor mijn rekening te nemen. En ook alle andere werkzaamheden die de FWZ in het kader van de WOR moest doen. Die opdracht sprak mij wel aan. Ik ging ook meedoen in de bedrijfscommissie, waar ik na een aantal jaren werknemersvoorzitter van werd. Ik mocht ook in de reglementen-commissie gaan zitten, die als taak had de ontwerp reglementen van de OR’en met zeevarenden te beoordelen en goed of af te keuren. Als begeleider van OR’en in de koopvaardij was ik bij het schrijven van een reglement al betrokken geweest. In feite was sprake van het kopiëren van al bestaande reglementen, die elders al waren goed gekeurd. Ze moesten alleen nog aangepast worden aan de specifieke situatie in de bedrijfstak. Na enige tijd gingen we een voorbeeldreglement van onze eigen bedrijfscommissie gebruiken dat ik had geschreven, met gebruikmaking van andere reglementen.

Ik had nooit eerder zo’n klus gehad en moest mijn eigen weg zoeken, want van cursussen voor vakbondsbestuurders voor zo’n taak had ik nooit gehoord. Ik begon maar met de wet te lezen, te beginnen bij het door de regering ooit ingediende wetsontwerp, de memorie van toelichting, het verslag van de bespreking daarvan in de Tweede Kamer, de memorie van antwoord van de regering en de definitieve tekst. Op die manier leerde ik waarom een tekst in de wet stond zoals die er stond en niet anders. Dat had invloed op de betekenis er van.

OR vertegenwoordiger aan de wal

Simon van de Pol, de eerste vlootsecretaris bij NedLloyd

Uniek voor de OR’en in de koopvaardij was de vaste vertegenwoordiger van de OR die permanent aan de wal was gestationeerd, de vlootsecretaris. Varende OR-leden waren niet altijd direct beschikbaar voor overleg, alhoewel er dikwijls wel enkele net met verlof waren. Direct na de invoering van de nieuwe WOR waar ook zeevarenden onder vielen, hebben we wat stevige gesprekken met de werkgevers moeten voeren hoe we zouden regelen dat er altijd een vertegenwoordiger van de zeevarenden op het OR-secretariaat beschikbaar was. En we bedoelden niet de ambtshalve secretaris of assistent die de gekozen secretaris terzijde stond. Uiteindelijk kwamen we tot overeenstemming dat de OR uit zijn midden iemand kon aanwijzen als vlootsecretaris, die op kosten van de werkgevers gedurende een bepaalde periode elke dag op het secretariaat aanwezig zou zijn. Zonder eigen verlof op te moeten nemen natuurlijk. Die periode kon zijn een maand en daarna weer een maand een ander OR-lid, of het kon voor een langere periode zijn. Dat kon de OR zelf bepalen. Veel OR’en kozen ervoor om hun secretaris of werknemersvoorzitter, die het beraad van alleen de gekozen OR-leden altijd voorzat, daarvoor aan te wijzen. En die voor tenminste drie maanden aan de wal te houden. Bij de Nedlloyd koos de OR voor Simon van de Pol (foto) die voor een jaar aan de wal kan blijven. Hij was dus direct aanspreekbaar voor de zeevarenden die met verlof waren of vanuit het buitenland contact opnamen. Als begeleider van de OR’en vanuit de bond had ik natuurlijk erg veel contact met die vaste vertegenwoordiger aan de wal.

Scholing en training

Wim Vijg: “…oor het eerst hoorden ze een echte vakbondsbestuurder van buiten de koopvaardij. Ik vond het prachtig…

Belangrijk was ook de scholing en training van OR leden. De wet bepaalde dat de OR recht had op een nader met de directie overeen te komen hoeveelheid dagen om op cursus te gaan, individueel, maar meestal gebeurde dat collectief. In het begin hielp ik daarbij, maar uiteindelijk regelden de OR’en dat allemaal zelf. Vooral de eerste jaren maakten de OR’en op mijn advies veel gebruik van de scholingsinstituten van de vakcentrales. Later kregen die concurrentie van onafhankelijke scholingsinstituten. Ik heb zelf veel mee gedaan aan die scholing van OR-leden. Ik vond dat heel nuttig en stimulerend werk en het bracht me bovendien op mooie plaatsen in Nederland die ik nog niet kende. Nedlloyd had zelfs een eigen kasteel, Staverden, als locatie voor cursussen, ook voor OR-leden. Ik heb daar ook enkele dagen en nachten mogen verblijven. En aan de cursus deelgenomen natuurlijk. Gekscherend noemde ik dat deel van mijn werk weleens het ‘boswerk’, omdat veel van die instituten in een bosrijke omgeving stonden.

Ik heb in de loop der jaren veel met OR’en te maken gehad en heb veel goede maar ook slechte OR’en gekend. Goede OR’en laten zich niet onder druk van de ondernemer of de directie zetten. Ook al bepaalde de wet toen ik nog in dat wereldje rondliep, dat de OR zowel het belang van de onderneming als van de werknemers in acht moet nemen. Ze bepalen hun eigen koers en maken daarbij uiteraard gebruik van de informatie die de werkgever verplicht is te geven, maar gaan ook zelf op zoek naar onafhankelijke informatie. Ook kan de OR zelf een adviseur inhuren, op kosten van de werkgever (bij wet bepaald). Dat kan iemand van de vakbond zijn of een niet gebonden adviseur. Er zijn talloze mensen die zich als OR-adviseur uitgeven, maar alleen uit zijn op weer een nieuwe klant waar ze geld van kunnen vangen. Of, ze willen de OR sturen in de richting die de werkgever wenst. Bij de FWZ en het NVV wisten we de bonafide adviseurs wel te onderscheiden van de malafide. Via de vakcentrale konden we veel te weten komen.

Beste resultaten bij samenwerken OR met vakbond

Samenwerking tussen de OR en de vakbond leverde voor de werknemers de beste resultaten op, omdat door die samenwerking hun kracht en invloed groter was dan zonder die samenwerking. Samen sta je sterk. De OR en de vakbond hadden ieder hun eigen middelen en informatie, die, indien gebundeld, de positie in het overleg met de ondernemer sterker maakte. OR’en kunnen, als ze slim zijn en durven, veel bereiken.

Een neveneffect van de komst van OR’en voor de koopvaardij was dat er bij de FWZ een nieuw type kaderleden actief werd. Tot dan toe konden kernleden (de bond kende geen kaderleden zoals andere bonden die kennen) niet zoveel anders doen dan trouw de vergaderingen bijwonen als ze verlof hadden en de informatie die ze kregen aan boord, met collega’s delen. Maar deze nieuwe kaderleden, zoals we de in een OR gekozen leden toch maar gingen noemen, zaten soms lang aan de wal, volgden cursussen, moesten overleggen, onderhandelen en tijdens vergaderingen met het personeel weleens toespraakjes houden. Tegelijkertijd trok het werk van OR’en ook juist zeevarenden aan die geïnteresseerd waren in belangenbehartiging. Op vergaderingen van de VKO en AVZ, waar ze lid van waren, gingen ze, soms kritische, vragen stellen en opmerkingen maken, die eerder nooit gesteld of gemaakt werden. Kortom, er ontstond een groep leden die iets kritischer was richting bestuur en niet meer alles voor zoete koek aanvaardden. Ik had daar wel gein in.

Eerste OR voor zeevarenden bij Nigoco

De eerste OR in de koopvaardij kwam bij de Rotterdamse rederij Van Nievelt Goudriaan, Nigoco, onderdeel van de SHV. Die kon al snel aan de slag met reorganisatieplannen. (Bericht De Waarheid, 30-04-1974)

De eerste OR in de koopvaardij kwam bij de Rotterdamse rederij Van Nievelt Goudriaan, Nigoco, onderdeel van de SHV. Het was allemaal goed voorbereid door de voorbereidingscommissie in overleg met de directie en de FWZ. De Directie van Nigoco stelde er prijs op dat iemand van de vakbeweging met veel ervaring met OR’en bij de officiële installatie van de eerste OR met zeevarenden een toespraak zou houden en vroeg mij iemand daar voor te zoeken. Dat vond ik niet zo moeilijk en vroeg diezelfde dag nog aan Wim Vijg of hij daartoe bereid was. Hij was toen districtshoofd van het NVV in Rotterdam en kwam uit de Industriebond. Uiteraard wilde hij dat wel doen. Nou, dat werd een voor velen tenenkrommende toespraak. Voor het eerst hoorden ze een echte vakbondsbestuurder van buiten de koopvaardij. Ik vond het prachtig. De samenwerking tussen mij en de OR verliep overigens verder uitstekend.

Vanwege mijn werk in het kader van medezeggenschap kwam ik ook terecht in vergaderingen van de NVV-Commissie Medezeggenschap, waarin vertegenwoordigers van de NVV-bonden met elkaar overlegden over niet alleen de WOR en de uitvoering daarvan, maar ook over de gebreken ervan en de behoefte aan toch weer een betere wet. Ook dat overleg vond soms plaats in een van de scholingsoorden van de grote bonden die zelf zo’n oord konden betalen. Ergens in de tijd dat de wet nog nieuw was en veel vakbondskaderleden een cursus volgden op het instituut van de Industriebond NVV, waar wij met de NVV-Commissie Medezeggenschap toevallig ook vergaderden, zei Arie Groenevelt van de Industriebond NVV: “laten we die kaderleden die hier rondlopen, maar niet vertellen dat ook deze nieuwe wet niet deugt en dat wij alweer aan een wetswijziging werken, want dat zou ze misschien kunnen demotiveren”. De nieuwe wet was nog maar net in werking getreden en bij de NVV dachten we alweer aan de volgende verbeteringen. Vooruit denken blijft altijd nodig.

Kees Marges

Januari 2021

Kees Marges, auteur van deze reeks

Dit is het zevende  verhaal in de serie van Herinneringen van Kees Marges.
Eerdere verhalen zijn:

Zie ook Simon van de Pol – OR en vakbond bij NedLloyd