Kupers’ eerste reis naar de Oost
Dat is één voorbeeld van positieve betrokkenheid. Een ander blijk van meer dan gewone belangstelling, misschien zelfs wel sympathie, voor de nationalistische beweging in Indonesië en met name het vakbondselement daarin, is zeker ook de driemans-missie die het NVV in 1931 naar de kolonie stuurde. Kupers maakte die reis samen met Piet Moltmakers, voorzitter van de Bond van Spoor- en Tramwegpersoneel, en Peter Danz, voorzitter van de Metaalarbeiders. Ze bleven zes maanden weg en bezochten in de archipel ”inlandse” vakbonden op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Ook een aantal “gemengde” en “Europese” bonden die hen wilden spreken, relevante instellingen, bestuurders, overheidsfunctionarissen. Werkgevers ook (we gaan ze niet uit de weg maar nodigen onszelf niet uit), onder andere in de tabak op Sumatra. Daar hadden ze een appeltje te schillen, tenslotte.
Maar ze gaan dus vooral, ze zeggen het keer op keer in Nederland en ook in de kolonie, omdat ze de “inlandse” vakbeweging willen leren kennen en zich, omgekeerd, ook door deze willen laten kennen. Wat ze verder nog tegenkomen is bijvangst.
Bij de Gouverneur-Generaal
De heren werden twee keer ontvangen door gouverneur-generaal De Graeff. Daarvan maakten ze gebruik om gratie te vragen voor de in Bandung opgesloten zittende Sukarno, die ze eerder op hun reis tweemaal in de gevangenis bezocht hadden. Het verzoek werd korte tijd later ingewilligd. Het was zo ongeveer het laatste besluit dat de G-G nam voor het einde van zijn ambtstermijn en Sukarno was voor het eind van het jaar vrij. Een deel van de koloniale pers was geïrriteerd over de belangstelling van de delegatie voor Sukarno. Die was immers ‘geen politieke gevangene maar een gewone misdadiger.’ En: ‘Perioden van onrust volgen altijd op of komen voort uit bezoeken van bemoeizuchtige SDAP’ers of NVV’ers’, werd er ook gebromd.
Ja, dit bezoek wekte gemengde gevoelens. In Nederland werden ze weggehoond door de CPH: stelletje arbeidersaristocraten op een luxe zonvakantie. En in de kolonie was lang niet iedereen gediend van het bezoek van “die Rooien”, keurige heren natuurlijk, leden van de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal, daar niet van, maar toch…, een minder slag hoor! De eigenaar van een bekend hotel in Bandung weigerde hen in zijn etablissement te laten overnachten.
Wat het NVV nog kon doen
Bij terugkeer in Nederland hadden ze een lijstje bij zich met afspraken die ze met Indonesische collega’s gemaakt hadden met het oog op het pleiten, hier te lande, voor de goede zaak van de nationalisten. En er stonden gedane beloften op: als we wat voor jullie kunnen doen, dan proberen we dat voor elkaar te krijgen.
Ik heb wel een enkele aanduiding gevonden van hulp die op Indonesisch verzoek door het NVV verleend is, maar ik heb geen idee wat er in de jaren tot het begin van de oorlog door de bonden daar gevraagd zou kunnen zijn en hoe daarop precies gereageerd is. Zo stellen zij de Indonesiërs voor om twee vooraanstaande ”inheemse” vakbondsmensen naar het NVV-kantoor in Amsterdam te halen om daar verder te worden “ingewijd en opgeleid” in de organisatie van het vakbondswerk zoals dat in Nederland gebeurde.
Op eigen initiatief doet het NVV dan ook wel eens wat ter ondersteuning van de onafhankelijkheidsstrijd in de kolonie. In februari 1932 neemt de politie in Batavia een zending brochures in beslag waarin een door het NVV gemaakte Nederlandse vertaling van Sukarno’s pleitrede voor de Landraad in Bandung, een jaar eerder; het proces waarin hij veroordeeld werd wegens “haatzaaien”. Het pakket was bestemd voor de boekhandel van de Indische Sociaal-Democratische Partij.
Duidelijk is wel dat de gelegde contacten tot 1940 regelmatig zijn bijgehouden.
Een ‘Felisitasi’ bij de Proklamasi
En tenslotte nog een derde puntje in het kader van dit onderwerp, klein maar toch niet helemaal onbetekenend onder de omstandigheden van die tijd. Onmiddellijk na de Souvereiniteitsoverdracht stuurt het NVV Sukarno een vrij uitvoerig telegram met gelukwensen. Het hoeft geen blijk te zijn geweest van sympathie, die tekst van 27 december 1949, maar hij getuigt op zijn minst toch bepaald wel van gewoon fatsoen en zeker ook van respect. Dat is niet niks, na ruim vier jaar oorlog.
Nee, wie beweert dat het NVV geen zier gaf om de koloniale verhoudingen en vóór 1940 geen respect of sympathie had voor de strijd van de nationalisten, die heeft toch echt het een en ander gemist.
Tom Etty
December 2024
Ga naar:
Deel 1 – Geen verzet, weinig begrip en sympathie
Deel 2 – “Aanhangwagentje” van de partij
Deel 3 – Boodschappen jongen van de regering
Zie ook:
Dick de Graaf, Koloniale erfenis en de vakbeweging