Het geheugen van de vakbeweging

Cartoon Willem Passtoors: de Edelmogende


Keurig kwiek en katholiek

Willem Passtoors (1856-1916)

 Wie zich in de oprichting (1888) en ontwikkeling  van de R.K. Volksbond verdiept kan en mag niet om de roomse context heen. Oprichter Willem Passtoors (1856-1916) werkte gedreven samen met de priester Alphons Ariëns om de omstandigheden van de werklieden te verbeteren. De werklust, ambitie en “roomse blijheid” van Passtoors werkte aanstekelijk. De R.K. Volksbond is een van de  voorlopers van de FNV. In het boek “Willem Pastoors, vakbondspionier, parlementariër en burgemeester van Ginneken en Bavel“ wordt hier uitgebreid nader op ingegaan. Dit wordt met veel beeldmateriaal ondersteund.

Hans van den Eeden, auteur van dit artikel Foto: Kees Beekmans/Verbeeld

Aanleiding van de oprichting van de R.K. Volksbond is de sociale uitsluiting van rooms-katholieke werklieden. Dit om deel te nemen aan de festiviteiten met betrekking tot het tien jarig pontificaat van de “sociale paus” Leo XIII (1810-1903). Deze paus is vooral bekend om de encycliek Rerum Novarum (1891). Hierin neemt hij stelling tegen de slechte arbeidsomstandigheden van de werkende klasse. Deze encycliek is voor Passtoors  een belangrijke inspiratiebron. Een ingezonden brief van hem over deze uitsluiting in de Volks Courant riep veel verontwaardigde reacties op. Als gevolg hiervan wordt op 26 februari 1888 een bijeenkomst in De Oude Graaf in Amsterdam gehouden. Tijdens deze vergadering  bezocht door 43 mensen, wordt de basis van de R.K. Volksbond gelegd. De betrokkenheid voor Paus Leo XIII is emotioneel en groot. Uit de persoonlijke verhalen van de aanwezigen wordt duidelijk, dat het noodzakelijk is de Roomse krachten te bundelen. Besloten wordt om vervolgbijeenkomsten te houden. Op 4 maart 1888 is de formele oprichting van de R.K. Volksbond met Willem Passtoors als voorzitter een feit. Vanaf het begin wordt door Passtoors de toon gezet.

Vagevuur

Vaandel van de RK Volksbond

Welbespraakt, weet hij bevlogen, diplomatiek en enthousiast met een Brabantse tongval snel mensen voor zich te winnen. Zowel werklieden, middenstanders als patroons kunnen lid van de R.K. Volksbond worden. Dat betekent, dat een dubbellidmaatschap van een socialistische organisatie vanzelfsprekend is uitgesloten. De bond heeft als doel: ”de samenwerking zijner leden in de geest en volgens de beginselen der Roomsch Katholieke Kerk, vooral de werkmanstand en de kleine burgerij, te beveiligen tegen de socialistische dwalingen van onze tijd”, aldus de statuten.

Na de bisschoppelijke goedkeuring van de statuten door de pauselijke nuntius wordt Paus Leo XIII persoonlijk van de oprichting op de hoogte gesteld. Dit gebeurt op 1 mei 1889 door Mgr. Bottemanne, de bisschop van Haarlem. Tijdens de audiëntie vraagt de bisschop bescheiden aan de paus op de oprichtingsdag een volle aflaat te mogen verlenen aan de leden van de R.K. Volksbond. “Niet eene maar drie volle aflaten. Namelijk op de verjaardag van Passtoors, eene op de dag van de inschrijving en eene op de dag van het Patroonsfeest van de bond”. Uit een schriftelijke bevestiging van de paus blijkt, dat deze volle aflaten “ook toepasselijk zijn op de zielen (dus de overleden leden), die in het vagevuur zijn.”

Nieuwe tijd

In 1888 telt Nederland de bisdommen: Breda, Utrecht, Haarlem en Roermond. De bisschoppen voeren een eigen zelfstandig strak bewind over hun bisdom. Duidelijk is, dat de katholieke kerk onvoldoende op de nieuwe tijd is voorbereid. Het is dezelfde periode waarin  de anarchistische predikant Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) in 1888 als eerste socialist in de Tweede Kamer wordt gekozen. Hij ontwikkelt zich voor Passtoors snel tot een gevreesde sociaalanarchist. De oprichting van de R.K Volksbond is voor de bisschoppen een geschenk uit de hemel.

De belangstelling voor met name de Amsterdamse R.K Volksbond is groot en niet meer te stuiten. Passtoors maakt als voorzitter en als president lange dagen. Snel bereikt de R.K. Volksbond het ledenaantal van zeshonderd. De Volksbond ontwikkelt zich snel en spreekt mensen van verschillende pluimage aan. Immers, het is een bond voor zowel werklieden als  patroons. Maar ook eenpitters (ZZP-ers) voelen zich tot de bond aangetrokken. “Naast opperlieden, timmerlieden, metselaars en andere vakbekwamen telt de bond onder zijn leden: priesters, advocaten, dokters, journalisten en letterkundigen”, aldus een rapportage. De Bond en Willem Passtoors komen in een flow terecht.

Op 4 maart 1889 wordt de eerste jaarvergadering gehouden. In een vlammende toespraak pleit Passtoors voor meer eigenwaarde van de katholieke werklieden. Tevens spreekt hij zich sterk uit tegen het opkomende socialisme. Het aantal leden groeit sterk. Door de enorme belangstelling voor de meetings wordt uitgeweken naar bijeenkomsten in de open lucht.

Fietstocht

Passtoors onderhoudt  goede contacten met de katholieke literator Alberdingk Thijm (1820-1889).] Deze vooraanstaande persoonlijkheid geeft hem goede adviezen. De R.K. Volksbond ontwikkelt zich snel door heel Nederland. Deze bond heeft zich ingezet pensioenen van wezen en invaliden te regelen. Op 15 mei 1893 spreekt Passtoors het eerste tweedaagse vakcongres in Rotterdam toe. Tijdens deze bijeenkomst staat de positie van de werklieden centraal. Dit congres wordt door Ruys de Beerenbrouck, de latere minister president, bijgewoond.

Duidelijk is dat de R.K. Volksbond veel sympathie voelt voor het koningshuis. Dit in tegenstelling tot de socialist Troelstra (1860-1930). Gedreven steekt Passtoors, die door het hele land actief is, vuurtjes aan. Hij ondersteunt oprichting van nieuwe afdelingen met tal van spreekbeurten. Door de industrialisatie is er veel draagvlak. Ook voor een op harmonie gerichte volksbond.

Passtoors leeft in een wereld vol maatschappelijke tegenstellingen. Hij maakt het Paling Oproer (1886) mee. Verder de beginnende strijd om het kiesrecht voor mannen en vrouwen. De oprichting van de R.K. Volksbond voor werklieden en patroons is een groot succes. Passtoors wordt hierbij geholpen door oud-zoeaven. Passtoors is de eerste “arbeider” die in 1913 in de Katholieke Tweede Kamerfractie wordt gekozen. Via het district Beverwijk komt hij in het parlement terecht. De verkiezingsstrijd wordt met de nodige heftigheid gevoerd. Als propagandastunt gaan in Beverwijk driehonderd fietsers op pad om Passtoors te ondersteunen. “Kiest Pastoors, den beschermer van de arbeiders” zijn de opschriften op de rijwielen. In de Tweede Kamer laat Passtoors duidelijk van zich horen. Hij kruist de degens met onder andere Schaepman, Domela Nieuwenhuis en Aalberse. Zijn inbreng geeft  spanningen in de fractie van de Rooms Katholieke Staatspartij (RKSP). In het parlement levert Passtoors een bijdrage aan verschillende kernproblemen.

Emancipatie

Spotprent op de roomse volksbonden:

Dat is de oprichting en de financiering van het bijzonder onderwijs. Verder de strijd om het algemeen kiesrecht.  Gezien zijn betrokkenheid geeft Passtoors een belangrijke bijdrage aan de discussie met betrekking tot de “sociale kwestie”. Het gaat hier met name om de gevolgen van de industrialisatie voor werklieden. Daardoor is er aan de onderkant van de samenleving sprake van uitbuiting, armoede en achterstand. Met name de kinder- en vrouwenarbeid, gebrekkige veiligheid in de werkomgeving, slechte arbeidsvoorwaarden, lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden schreeuwen om aandacht. Door alle politieke partijen worden deze thema’s  erkend. Maar de visie op oplossingen verschilt sterk. De katholieken zijn van mening, dat de problemen via harmonisch overleg opgelost moeten worden. Willem Passtoors zet zich tijdens zijn kamerlidmaatschap nadrukkelijk in om de sociale kwestie via wetgeving op te lossen. De katholieke leden van de Tweede Kamer worden  door de encycliek Rerum Novarum van Paus Leo XIII daartoe aangemoedigd. De praktijk is, dat de katholieke werkgevers de gewenste emancipatie tegenhouden. Dit gebeurt  onder het motto: “Hou jij ze dom. Dan hou ik ze arm”.
Van 1908 tot 1916 wordt Passtoors  burgemeester van de gemeente Ginneken en Bavel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog besteedt hij veel aandacht aan de opvang van Belgische vluchtelingen.

Roomse nalatenschap

Vast staat dat de “Roomse nalatenschap” van Willem Passtoors lang heeft doorgewerkt. Een voorbeeld is de Dag van de Arbeid. Deze dag  wordt – net als in de periode van de R.K. Volksbond- tot diep in de jaren vijftig door de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) op 19 maart gevierd. Deze feestdag van St. Joseph, als timmerman patroon van de werklieden, is voor velen een vrije dag. Zo beklimmen bijvoorbeeld KAB vakbondsbestuurders de hoge preekstoel om in een bomvolle Bredase kathedraal de leden toe te spreken. Dat gebeurt in de sfeer van Keurig, Kwiek en Katholiek.  1 mei is gereserveerd als start van de Mariamaand. Veel werkplaatsen en fabriekshallen in Zuid Nederland zijn opgesierd met beelden van St. Jozef en Maria.

Op de fiets naar Rome!

Een ander voorbeeld. Tijdens de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw is er grote jeugdwerkloosheid. Als antwoord organiseert het R.K Werklieden Verbond een grote fietstocht naar de Paus in Rome. Honderden jongeren rijden vanaf 11 september 1932 van Oost-Brabant naar Rome.  Kleine vrachtwagens rijden voor het bagagevervoer mee. Aan het begin van de dag wordt vanaf de laadbak de Mis opgedragen. Duidelijk is, dat door deze Romereis de wereld van de deelnemers groter wordt dan hun eigen stad of land. Naast bidden zijn het bemoedigende weken vol solidariteit. Deze belevenis wordt hun verdere leven meegedragen.

Voor de Tweede Wereldoorlog wil de Vlaamse “rode” arbeiderspriester Cardijn de Katholieke Arbeiders Jeugd, een arbeidersbeweging  (KAJ) in Nederland oprichten. Cardijn is van mening, dat de jonge arbeiders met meer respect behandeld moeten worden. Ook verschillende omstandigheden vragen dringend om verbetering. In België groeit de KAJ vanuit de kern uit tot een massabeweging. Cardijn is helder en duidelijk. De visie van Cardijn is: “Arbeidersjongeren maken geen revolutie, maar zijn de revolutie”. Cardijn krijgt in Nederland door tegenwerking van de roomse kerk geen poot aan de grond. Zijn tegenspeler is  Mgr. F. Frencken. (1886-1946). Dat verandert na zijn overlijden  in 1946. Een bijzondere rol is weggelegd voor Jan Mertens. Inderdaad: de latere NKV voorzitter en staatssecretaris. Deze is tijdens de oorlogsjaren via Breda naar Antwerpen gevlucht. Daar maakt hij kennis met Cardijn en zijn visie.

Van KAJ, VKAJ  naar KWJ

Mertens is meteen verkocht en ziet kansen voor de ontwikkeling van de Katholieke Arbeiders Jeugd  (KAJ) in Nederland.  Mertens geeft vanuit Breda, waar hij als KAB bestuurder algemeen werk voor het bisdom werkt, na de oorlog de Kajottersbeweging (KAJ) ruim baan. Later volgt de vrouwentak (VKAJ). Hier komt de Katholieke Werkende Jeugd (KWJ) uit voort. Bijna iedere parochie heeft een eigen afdeling. Duizenden jongeren zijn lid. Deze worden vaak bijgestaan door een geestelijk adviseur/ kapelaan. Verder door “vrijgestelden”. In de werkwijze gaan belangenbehartiging, scholing, vorming en ontmoeting hand in hand. Vanuit het Bisdom Breda ontwikkelt deze beweging zich door heel Nederland. Vastgesteld kan worden dat de KWJ veel invloed op verbetering van de positie van werkende jongeren heeft.  De  KWJ en de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen (VVDM) zijn in de jaren zeventig en tachtig de belangrijkste jongerenorganisaties in Nederland. Legendarisch is de grote 1 novemberactie van 1 november 1969 . De “K” van katholiek krijgt bij de KWJ een betekenis van “Kritisch”. Bij de oudere generatie blijft priester Cardijn diep in het geheugen gegrift in positieve zin. Wie thans aan de bar van een kroeg in Antwerpen aan een senior vraagt wie Cardijn was moet even tijd uittrekken. Het is overigens jammer, dat de unieke KWJ-beweging van werkende jongeren door de vorming van het FNV is opgeheven.

Mandement

Raam uit het voormalige katolieke verbondskantoor Huis van de Arbeid, 1940, aan de Oudenoord in Utrecht. … . het zou mooi zijn als een van de vergaderzalen van het huidige FNV kantoor naar Willem Passtoors wordt genoemd…

Op 30 mei 1954 brengen de Nederlandse bisschoppen, onder leiding van Kardinaal Johannes de Jong een belangrijk herderlijk schrijven (mandement) uit. Thema: “Rooms Katholiek in het openbare leven”. Kernpunten van het mandement: verbod van katholieken om lid te zijn van de socialistische vakbeweging, het NVV. Verder om socialistische vergaderingen bij te wonen, de socialistische pers te lezen. Verder om naar de VARA te luisteren. Tevens wordt het lidmaatschap van de PvdA ontraden. Dit mandement roept zoveel weerstand op, met name van R.K. zijde dat het wordt ingetrokken.

Het is bekend: in 1972 wordt de Bredase ENKA door de werknemers bezet. Het is de eerste bedrijfsbezetting van Nederland. Landelijk wordt door het NKV deze bezetting niet erkent. Overvallen door de situatie kijkt men de kat uit de boom. Dat verandert onmiddellijk als Huub Ernst, bisschop van het Bisdom Breda, zich achter de bezetters schaart. Ernst werkte voor zijn benoeming als bisschop bij het bedrijfspastoraat in Breda. Ook was hij als geestelijk adviseur bij de KAB en het NKV betrokken.

Lourdesreizen

De KAB en het NKV vervullen een voortrekkersrol als het gaat om structurele voorzieningen voor werknemers. Woningbouwverenigingen worden opgericht en genoemd naar: hoe kan het anders St. Jozeph. Het dagelijks bestuur wordt door vakbondsbestuurders en kaderleden gevormd. Dit geldt ook voor de oprichting van het ziekenfonds. De Onderlinge Ziektekostenverzekering (O.Z) wordt opgericht door de KAB. In het pakket is een bedevaart per trein naar Lourdes opgenomen. Velen maken daar ruim 25 jaar gebruik van. De OZ is een van de voorlopers van de ziektekostenverzekering C.Z.

Wie zich verdiept in het huidige FNV en de relatie tot de negentiende eeuw legt, kan goed bij Ton Heerts, voormalig FNV-voorzitter terecht. De “sociale kwestie” is volgens zijn opvatting, zoals deze rond 1900 speelde, in essentie niet gewijzigd. Deze heeft door veranderende omstandigheden wel een ander gezicht gekregen. Voor Heerts is het voor het FNV belangrijk te weten waar de historische wortels liggen. Willem Passtoors is voor hem een pionier die het zaad van de FNV heeft gezaaid. Ton Heerts, zelf katholiek opgevoed, bracht het in de roomse sfeer tot misdienaar en later tot acoliet. Hij noemt zichzelf een “ontworteld katholiek”. Voor hem en de FNV, afstammelingen van de R.K. Volksbond, is de “sociale kwestie”: nog lang niet opgelost. Het zou mooi zijn als een van de vergaderzalen van het FNV kantoor naar Willem Passtoors wordt genoemd.

Hans van den Eeden

Februari 2021

Verder lezen:

Hans van den Eeden,Willem Passtoors, vakbondspionier, parlementariër en burgemeester van Ginneken en Bavel. ISBN:  978-90-78108-05-4.  144 pagina’s. Het boek is verkrijgbaar voor 19,50 incl verzendkosten. Mailadres: hvdeeden@home.nl.