Ruud Siekerman (1944-2026), een veelzijdig mens
Bob Reinalda
September 2026
Rudolf Pieter Siekerman was een geboren Amsterdammer. Zijn leven begon op 12 april 1944. Hij is dus nog uit de oorlog en groeide op in het naoorlogse Nederland: wederopbouw, een opkomende verzorgingsstaat in de jaren zestig. Amsterdam was een stad die veel herstel nodig had. Ruud kwam op kantoor te werken en werd lid van de vakbond van handels- en kantoorbedienden Mercurius, later de Dienstenbond FNV. Hij werd kaderlid en trad toe tot het Amsterdamse afdelingsbestuur. Hij trouwde met Marianne Ramak, die in 1972 samen met Mieke Veenstra bezoldigd bestuurder bij de afdeling Amsterdam werd. Zij behoorden tot de jongere bestuurders die alles anders wilden doen. Als oppositie binnen de bond noemden zij zich BIEB: Baas in Eigen Bond, wat er na de nodige bemiddeling toe leidde dat beide vrouwen in 1974 in het afdelingsbestuur kwamen en Marianne in 1978 zelfs in het bondsbestuur.
Discussiëren over vakbondsbeleid

Ruud heb ik via Marianne leren kennen, toen ik rond 1980 voor mijn onderzoek naar de vakbeweging van handels- en kantoorbedienden bij Sandro Fogarin en Marianne de nodige documentatie kon bestuderen. Ruud volgde nauwgezet wat er binnen en met de vakbeweging gebeurde, zowel plaatselijk als landelijk, niet alleen wat er bij de Dienstenbond plaats vond maar ook binnen de vakcentrale en andere vakbondsorganisaties.
Ruud kon goed en scherp analyseren. Hij onderkende wat er gebeurde en voorzag wat er mogelijk ging gebeuren. Hij deed dit graag en discussieerde veel met Marianne en een bredere kring van vakbondsmensen en vrienden, zeker met Iske ter Haar en Lodewijk de Waal, met wie Ruud en Marianne een nauwe verstandhouding hadden. Zij hadden tegelijkertijd jonge kinderen, woonden een tijdlang dicht bij elkaar en trokken veel samen op. Tot de kring behoorden ook Mieke Veenstra, Kitty Roozemond, Tineke de Rijk, Ans van Uffelen en anderen. Tijdens zijn spoedig leidinggevende rol binnen de Dienstenbond en later de FNV, zag Lodewijk de Waal hen als een rots in de branding. Als hij met een probleem zat, kon hij altijd bij Marianne en Ruud terecht.
Beroepsopleiding’
Ruud was eerder werkloos geworden en had veel gesolliciteerd. Ook was hij gaan studeren in het hoger beroepsonderwijs. In mei 1982 deed hij examen Personeelswerk. Hij deed dit bij de POPA, de Parttime Opleiding Personeelswerk Amsterdam, een progressieve instelling waar veel vakbondsbestuurders het nodige onderwijs volgden ten behoeve van hun verdere loopbaan. Ruud, die zich graag breed oriënteerde, begeleidde er bovendien het project ‘Automatisering en de kwaliteit van de arbeid’. Hij had een baan gevonden bij boekenclub Boek en Plaat en schreef zijn scriptie over de arbeidsverhoudingen aldaar, waarvan de titel voldoende zegt, ‘De blanke slaaf of alles loopt op rolletjes’.
Parttime werken: niet vanzelfsprekend
In de zomer van 1982 wist Ruud na de nodige inspanningen bij Boek en Plaat de gelegenheid te krijgen om parttime te gaan werken, al werd zijn voorstel vanwege zijn vakbondsactiviteiten wat argwanend bekeken. Marianne wist al sinds februari dat zij bij de bond parttime kon gaan werken. Dit was destijds nog ongebruikelijk en om dit te veranderen waren heel wat argumenten en volharding nodig geweest. Dat Ruud werkelijk graag de helft van zijn werktijd bij Boek en Plaat wilde gebruiken om de kinderen op te voeden en het huishouden te doen, en slechts de helft ‘echt’ te werken, zoals men toen zei, werd destijds door velen in twijfel getrokken. Welke man deed dat nou? Dat hij geen ‘carrière’ ambieerde, vond men op zijn werk vreemd. Parttimefuncties werden doorgaans aan vrouwen gegeven, in de verwachting dat zij na hun huwelijk of de geboorte van een kind zouden ophouden met buitenshuis werken. Dit bleek bij sommige mensen binnen de bond ook voor Marianne te gelden en Boek en Plaat verwachtte dat Ruuds parttime werken niet lang zou duren.
Antiek en restaureren
Het tegendeel was het geval, al kwam aan zijn werk bij Boek en Plaat een einde. Ruud begon een nieuw leven door zich op antiek en restauratie van oude meubels te richten. Een restauratieatelier aan huis was wel zo makkelijk te combineren met de zorg voor hun opgroeiende kinderen, Pieter uit 1982 en Nienke uit 1983. Dit zorgen deed hij met veel plezier. Intussen volgde hij cursussen voor het restaureren, zoals klokken en lijsten maken, stoelenmatten met riet of biezen en stofferen. Hij bezat de nodige vaardigheden om meubels en oude voorwerpen uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten, maar steeds volgens het oorspronkelijke design. Hij had er plezier in om elk voorwerp te dateren en er van alles over te weten te komen. “Als je aandacht hebt voor oudere spullen, dan wil je ook weten hoe je ze in hun oude glorie kunt herstellen” vond hij. Ruud bleef vakbondslid en in de late jaren 1990 was hij actief bij FNV Zelfstandigen, de vakbond die Martin Spanjers voor ZZP’ers (Zelfstandigen Zonder Personeel) had opgezet.
Ook prenten hadden Ruuds belangstelling. Toen hij door een gelukkig toeval in een container op straat een aantal tekeningen vond, kwam hij – een echte onderzoeker – erachter dat die gemaakt waren door de vergeten kunstschilder Abraham (ook wel Nol) Polak. Ruud wist nog levende familieleden te achterhalen. Hij zorgde ervoor dat een tekening en een schilderij van Polak terecht kwamen bij de tentoonstelling ‘De Groten van de Marge’ in het Amsterdams Historisch Museum, waar de twee werken samen met die van onder anderen Isaac Israëls, Sal Meijer, Fré Cohen, Eli Smalhout en Paul Citroen werden getoond.
Historische publicaties

Onderzoek doen in literatuur en archieven vond Ruud spannend. Met zijn antiekrestauratie had hij altijd voldoende werk, maar ‘geregeld krijgt hij de kriebels en duikt hij de archieven in. Hij moet echt kunde en kennis afwisselen,’ aldus Marianne in 2000. Vanaf eind jaren tachtig begon Ruud ook te publiceren, zoals in het blad Antiek over donderhuisjes uit de 18e eeuw (relevant voor elektriciteit en bliksemgeleiding), in Amstelodamum over kolvenmakers in de 19e eeuw in Amsterdam (ten behoeve van het kolfspel) en in Ons Amsterdam over de Amsterdamse Palmstraat en het werk van Nol Polak.i In verschillende publicaties komt wel een Siekerman uit vroegere tijden voor. Op zoek naar die Siekermannen vond hij altijd nog meer interessante zaken.
Ruuds eerste boek betrof de geschiedenis van het ‘Boutenfonds’, een ondersteuningsfonds van het Amsterdamse Spinozalyceum. Pieter en Nienke zaten op die school en Ruud was voorzitter geweest van zowel de Ouderraad als het fonds. Het boek De erfenis van A.L.J. Bouten. 90 jaar A.L.J. Boutenfonds 1912-2002. Studiefonds en oud-leerlingenvereniging van de 2e Vijfjarige H.B.S. en het Spinoza-Lyceum te Amsterdam, werd in 2004 uitgebracht.
Ouderkerk aan de Amstel

In 2007 ontdekte Ruud via de catalogus van een veilinghuis een schilderij van Ouderkerk aan de Amstel uit de 17e eeuw. Toen hij en anderen er zeker van waren dat dit inderdaad Ouderkerk betrof, zocht hij de eigenaar op die bereid bleek het aan Ouderkerk te verkopen. Er werd een geldinzameling opgestart met als resultaat dat het schilderij naar Ouderkerk aan de Amstel kwam. Intussen ontwikkelde Ruud zich tot plaatselijk historicus en richtte hij in 2010 met Alex de Boer de Historische Vereniging Wolfgerus van Aemstel op. Deze vereniging brengt de geschiedenis van Duivendrecht, Ouderkerk aan de Amstel en de Waver in kaart. Voor dit initiatief kregen De Boer en Siekerman tien jaar later van de gemeente de zilveren erepenning. Ruud maakte ook deel uit van het bestuur van de regionale Oudheidkamer, het Historisch Museum Ouder-Amstel.
Ruud publiceerde geregeld in Speuren en Ontdekken, Historisch Nieuwsblad van Ouder-Amstel en werd daar een actief redacteur. Hij publiceerde hierin artikelen over onder meer verschillende oude boerderijen, de bewoners en hun ambachten, gebruikte vogelnamen, ijsvermaak op de Bullewijk in de 17e eeuw en over vroegere maten en gewichten: Hoe groot zijn akkeren?
Joodse inwoners van Ouder-Amstel
Ruuds magnum opus werd het boek Joodse inwoners van Ouder-Amstel, 1900-1950 uit 2019. Het boek geeft een beeld van meer dan honderd joodse families die in de eerste helft van de twintigste eeuw in Ouder-Amstel hadden geleefd. Joodse families woonden er al veel langer, maar in 1942 dwong de Duitse bezetter allen naar Amsterdam te verhuizen, waarna zij gedeporteerd werden. Verreweg de meesten werden omgebracht in de kampen van nazi-Duitsland. Dit lot voltrok zich buiten het gezichtsveld van hun voormalige buren in Ouder-Amstel. In het boek documenteert Ruud het lot van de families nauwgezet met inbegrip van foto’s van personen, huizen en handtekeningen. Dankzij dit onderzoek wist hij nog namen toe te voegen aan het Holocaust Namenmonument voordat dit in 2021 in Amsterdam werd onthuld.
De 19e-eeuwse Palmstraat in de Amsterdamse Jordaan
In 2023 publiceerde Ruud zijn derde boek: De Palmstraat in de negentiende eeuw: Gangen, huizen en bewoners in een straat in de Jordaan. Hierin kwamen opnieuw heel wat Siekermannen voor. Maar belangrijker is dat hij de geschiedenis van de Palmstraat ziet als voorbeeld van wat zich ook in veel andere straten in de Jordaan had voltrokken. Het boek geeft een boeiend en gedetailleerd beeld van de economische en sociale veranderingen van Amsterdam in de negentiende en twintigste eeuw.
* * *
Na het overlijden van Marianne in 2025 ging de gezondheid van Ruud rap achteruit. Ook al zat hij in een rolstoel, hij wist zich goed te behelpen, reed nog auto en nam zelfs redactiewerk voor Speuren en Ontdekken ter hand na het overlijden van zijn opvolger. Maar opeens ging het niet meer en kwam zijn overlijden eerder dan verwacht. Wie zijn leven bekijkt, ziet een hartelijke man en een veelzijdig mens.
Foto bovenaan de pagina: Marianne Ramak (1982)
i R. Siekerman, ‘Kunstcollectie uit vuilnis gevist. Abraham (Nol) Polak, 1905-1968’, Ons Amsterdam, 45 (1993), nr. 3, p. 58-61

