Hans Hubregtse kijkt terug op twaalf heftige vakbondsmaanden
Kaderleden Industriebond FNV in opstand (3)
Dit artikel is deel 3 van een ‘drieluik’. Klik hier voor de introductie- en overzichtspagina
Oktober 1980: de Ford-groep
Op initiatief van kaderleden van Ford (Amsterdam) komen in september en oktober 20 à 30 kritische kaderleden uit verschillende regio’s en bedrijven bij elkaar. Zij vinden de vakbondskoers, die wordt ingezet met ‘Doormodderen of Durven’ onrealistisch. De vraag is of een landelijk werkgelegenheidsbeleid wel te voeren valt voor een vakbond. En er heerst sterk ongeloof dat er met de werkgevers op dit niveau effectieve afspraken te maken zijn over werkgelegenheid. In de eerste bijeenkomst bespreken en delen wij vooral die visies.
In de tweede bijeenkomst in oktober, is de Beleidsraad achter de rug waarin ‘Doormodderen of Durven’ is afgewezen. Op die bijeenkomst overheerst het wantrouwen dat het hoofdbestuur langs andere wegen zal trachten zijn koers alsnog te realiseren. Afgesproken wordt om een sterke vertegenwoordiging in de verenigingsorganen na te streven, met name in de Beleidsraad (de latere Bondsraad).
| Intussen bij Howson-Algraphy… In de kadergroep van Howson-Algraphy begint het bewustzijn in te dalen dat de werkgever niet de enige tegenstander is. Ook de eigen vakbond moeten wij goed kritisch blijven volgen om geen ‘mes in de rug’ te krijgen. Het contact met de vakbondsbestuurder is maar dun. Wij merken vooral dat die bestuurder de pittige stellingnames in ons eigen ledenbulletin ‘De Knuppel’ wil afdempen ter wille van goede overlegverhoudingen met de directie. We hebben de bond nodig als actie-organisatie, niet als toegeeflijke onderhandelaar, zo is het ietwat cynische besef. |
December 1980: Kaderblad ‘Recht op werk’
Eigenlijk is het Kaderblad één grote terugblik op de discussies van 1980. Getracht wordt om (achteraf) een logica aan te brengen in de – door de ogen van kaderleden bekeken – beleidsdraai.
Opmerkelijk in het verhaal van voorzitter Groenevelt:
- de aanvankelijk stevige opstelling van de Industriebond FNV voor koopkracht memoreert hij met verwijzing naar de acties met name in maart dat jaar;
- de verliezen qua werkgelegenheid in klassieke sectoren als scheepsbouw en textiel zet hij zwaar aan zonder oog te hebben voor groeibedrijven. Het lijkt zo alleen maar ellende;
- in het hoofdstuk ‘Recht op Werk’ worden uitgebreid de positieve reacties in de pers en van werkgeversorganisatie VNO en van allerlei kranten op ‘Doormodderen of Durven’ weergegeven, alsof Groenevelt alsnog zijn gelijk wil halen;
- De wens van de Beleidsraad van de Industriebond FNV om werkgelegenheidsafspraken vooral per sector of per bedrijf te maken wordt ook door een andere bondseconoom, Dick van der
- Laan ondersteund, zo blijkt nu. Die ziet wel mogelijkheden om geloofwaardige, concrete afspraken te maken: “Over het inleveren van mensen onder modaal zou alleen gesproken kunnen worden op het niveau van bedrijfstakken en bedrijven.” Want: “De mensen met een inkomen onder modaal hebben een bestedingspatroon dat van groot belang is voor onze economie. Zij geven niet of nauwelijks uit aan buitenlandse reizen of aan andere luxe zaken die wij moeten importeren. Het aantasten van die inkomens heeft dan ook onmiddellijk gevolgen voor onze werkgelegenheid.”
- Alleen geeft Groenevelt de mening van de andere bondseconoom Van der Laan pas weer ná uitvoerig de opstelling van Piet Vos te hebben opgehemeld: die laatste heeft ‘Doormodderen of Durven’ geschreven!
- ‘Recht op werk’ heeft nog wel een aantal positieve afspraken te melden, die goed zijn voor de werkgelegenheid: invoering van de 5e ploeg in de volcontinu, soms gefaseerd bij een aantal procesindustrieën, met name na acties bij Mobil.
In een brief aan de Beleidsraad van Coördinator Arbeidsvoorwaarden van het hoofdbestuur, Jan de Jong, schetst deze de beleidsmatige lijnen voor 1981.
Ten eerste dat een rechtszaak is aangespannen tegen de voorgenomen loonmaatregel van het Kabinet om 2,5% matiging op te leggen op bestaande en nieuwe Cao’s. Verder instrueert hij de CAO-onderhandelaars hoe die 2,5% loonruimte zo goed mogelijk kan worden gebruikt voor andere maatregelen ingeval de rechtszaak faalt. Hij spreekt over een centrale rol van kaderleden om tot bedrijfsafspraken te komen. En hij kondigt kaderbijeenkomsten aan voor januari 1981 door het hele land.
| Intussen bij Howson-Algraphy… |
De positie van Arie Groenevelt
Arie Groenevelt heeft een zo dominante positie in dit verhaal, dat ik wel een poging moet ondernemen om daar enig oordeel over te geven. Ik zal trachten de verschillende factoren hierbij te wegen, om zowel de situatie als Groenevelt recht te doen.
Groenevelt is gewaardeerd door zijn onversneden stevige tegenspel richting werkgevers. Zijn dominant autoritaire houding werkte nog goed in de tweede helft jaren ’70 om een progressieve koers uit te zetten en mensen daarmee op sleeptouw te nemen. Maar in het jaar 1980 lijkt zijn karakter zwaar in de weg te zitten, twijfels over draagvlak bij leden en kaderleden lijken hem onbekend.
Maar na het wegstemmen van zijn zware inzet met ‘Doormodderen of Durven’ had hij eigenlijk de eer aan zichzelf moeten houden. Iedere vakbondsbestuurder behoort te weten dat je het draagvlak van je voorstellen bij de leden goed moet inschatten. En dat je niet ongestraft ineens het roer kunt omgooien.
Toch zijn er redenen voor hem om op zijn positie te blijven:
- de fusie met het NKV moet nog ‘rondkomen’. Een bestuurscrisis door zijn opstappen zou dat op zijn minst vertraagd of bemoeilijkt hebben;
- het ongestoord plaatsvinden van het fusiecongres in december 1980 heeft prioriteit;
- politiek gezien bevindt de bond zich in lastig vaarwater met het rechtse kabinet en de afgekondigde loonmaatregel. Een eventueel aftreden van de voorzitter van de grootste bond binnen de FNV zou ook voor de FNV-leiding (Wim Kok) het manoeuvreren bemoeilijkt hebben met de werkgevers. Want daar leeft op dat moment ook de wens om tot zaken te komen in een centraal akkoord. Wat ten slotte uitmondt in het ‘Akkoord van Wassenaar’(november 1982) waar twee jaar loonruimte wordt ingeruild voor 5% Arbeidstijdverkorting;
Toch zou een aankondiging van een bestuursverkiezing best gepast hebben aan het eind van dat fusiecongres. Hij mist blijkbaar zelf het inzicht dat zijn ‘houdbaarheidsdatum’ overschreden is.
Arie Groenevelt blijft nog dik een jaar zitten voor hij meldt dat ‘de accu leeg is’.
Enkele conclusies en lessen
- Allereerst moet je constateren dat vakbondskaderleden en -groepen in de industrie in 1980 een aanzienlijke kracht, zelfstandigheid en inhoudelijke betrokkenheid laten zien.
- De democratisering in de jaren ’70 heeft een zichtbare bewustwording teweeg gebracht onder vakbondsleden. Via de bedrijfsledengroepen(BLG’en) en OR’en krijgen zij bovendien een eigen kanaal om met de werknemers in hun onderneming te communiceren en hen als nodig te mobiliseren. Met de OR ontstaat ook een onderhandelingskanaal met de directie. Dit leidt tot een meer eigenstandig beleidsmatig denken onder kaderleden en kritisch volgen van het federatiebestuur/hoofdbestuur van de bond.
- Vanuit de brede betrokkenheid komen kaderleden ook met inhoudelijk sterke beleidsvoorstellen. Die haken echter vooral in op meer decentrale niveaus van sector, concern of bedrijf waar zij de vakbondskracht ervaren.
- Het federatiebestuur van NVV/ FNV wil vooral op landelijk niveau tot afspraken komen. Eind 1979 was dit mislukt, vooral door verdeeldheid tussen de NVV-bonden onderling. Eigenlijk wil ook het bestuur van de Industriebond nog steeds zo’n landelijk akkoord met werkgevers en overheid bereiken, en is dat mede de inzet van de omstreden nota ‘Doormodderen of Durven’.
- De voorkeur voor landelijke afspraken bij het bestuur van de Industriebond versus de wens van kaderleden voor een meer decentrale benadering gekoppeld aan vakbondskracht lijkt daarmee de eigenlijke splijtzwam te zijn geweest.
De vraag is of dat heden ten dage niet nog steeds het probleem is van de vakbeweging! - In een evaluatie van de maartacties 1980 blijkt wel dat de actiedag en ook latere poortacties geslaagd zijn, maar dat de actiebereidheid met name bij de ambtenarenbond begin april wegvalt. Hoe dat exact verlopen is, verdient nader onderzoek. Blijkbaar durfde de leiding van de Industriebond FNV niet alleen samen met de marktbonden verder politiek getinte acties te voeren. Deze keuze is echter nooit met (kader)leden gedeeld of in de z.g. ‘beleidsraad’ besproken.
- Je moet constateren dat een voor kaderleden onverwachte koerswijziging in het primaire beleid van de bond niet werkt.
- De koerswijziging van de bondsleiding na succesvolle acties heeft wantrouwen opgeroepen bij de leden en kaderleden. Je vraagt je verwonderd af of het gesprek over draagvlak bij de leden eigenlijk wel heeft plaatsgevonden, terwijl dat essentieel is in vakbondswerk.
- Vreemd is ook dat het hoofdbestuur van de Industriebond FNV zich door één (macro)econoom (Piet Vos) op sleeptouw heeft laten nemen, terwijl een andere(Dick van de Laan) pas achteraf ten tonele wordt gevoerd.
- De nota ‘Doormodderen of durven’ neemt verantwoordelijkheid voor de hele economie middels sectorstructuurbeleid, terwijl belangrijke andere partijen zoals overheid en werkgevers daar al jaren niets van willen weten. Het kabinet Van Agt-Wiegel legt zijn oor primair te luisteren bij de werkgevers, zo blijkt ook uit de herhaald opgelegde loonpauzes.
- De beleidsinzet van ‘Doormodderen of Durven’ is alleen achteraf met (kader)leden en Beleidsraad (het ‘parlement’ van de Industriebond FNV) besproken, wat erg veel oppositie heeft opgeleverd. In zijn autobiografie fietst Groenevelt om die procedurele misser heen.
- Er lijkt weinig zelfreflectie te hebben plaatsgevonden bij het hoofdbestuur van de Industrie FNV op het wegstemmen van ‘Doormodderen of Durven’. Ook als je het latere kaderblad ‘Recht op Werk’ leest.
- Verbijsterend is dat de enorme kracht van kaderleden niet wordt erkend als kwaliteit binnen de bond, en dus als grote kans om meer decentraal beleid te voeren.
- In de decembernota blijkt duidelijk dat Groenevelt werkt vanuit de aanname dat de IB FNV effectief landelijke afspraken kan (en moet!) maken over werkgelegenheid. En dat dit voornemen stukloopt op het omvangrijke verzet van kaderleden culminerend in de Beleidsraad van september 1980 waarin de inzet van ‘Doormodderen of Durven’ is weggestemd. Op dat moment wil het rechtse Kabinet Van Agt-Wiegel vooral het belang van het bedrijfsleven dienen, hierin gesteund door een Kamermeerderheid. De vakbeweging is niet werkelijk partij in de discussie over koopkracht en werkgelegenheid. Het is opmerkelijk dat het bestuur van de Industriebond FNV deze moeilijke positie heeft genegeerd.
- In de brief bij de decembernota toont hoofdbestuurder Jan de Jong (met de zware positie van coördinator arbeidsvoorwaarden) zich een realist. Niet zozeer door zijn cao-onderhandelaars te instrueren, maar vooral door kaderleden stevig te willen betrekken in vervolgbeleid. Na het gemopper in de nota van Groenevelt is die opstelling eerlijk gezegd een verademing. Eigenlijk lijkt Jan de Jong hiermee de positie van Groenevelt over te nemen. Je vraagt je af hoe de discussies binnen het hoofdbestuur werkelijk verlopen zijn, want in de verslagen van het hoofdbestuur is hierover niks terug te vinden.
Het succesvolle verzet van kaderleden in 1980 tegen de koers van ‘Doormodderen of Durven’ heeft twee kanten: 1. Tegen het macro-economisch denken, en 2. De kracht van kaderleden. Je moet constateren dat er met de duidelijke uitspraken van de Beleidsraad uit september 1980 niets is gebeurd. De FNV blijft koersen op een centraal akkoord, en een meer decentraal beleid gebaseerd op de kracht van kaderleen in de bedrijven blijft op dat moment achterwege.
Gebruikte literatuur
- Verslagen Beleidsraad Industriebond FNV uit 1980
- Verslag Bezoldigdenconferentie september 1980
- Nota ‘Durven of doormodderen’
- Nota ‘Verder Kijken’
- Kaderblad ‘Recht op Werk’
- ‘De lotgevallen van een crisiskind’, autobiografie Arie Groenevelt
- ‘Loonmaatregel en Arbeidsverhoudingen’, artikel drs. Leo Fase in Maatschappijspiegel.
Hans Hubregtse
juli 2023

Bij Howson-Algraphy in Soest zien kaderleden dat de verkoop van offsetplaten die zij produceren alsmaar stijgt. Maar ze zien ook dat hun werkgever toch wil profiteren van de economische malaise elders om de winst op te krikken. In november 1980 voert de OR een Kort Geding tegen de eigen directie: de belofte om na een maand stilstand van één productielijn (‘om voorraden weg te werken’), deze weer te starten, komt de directie niet na.