
Bedrijfsbezettingen in Nederland: een bijna vergeten actiemiddel
‘Verzet = Bezet’ (1972-2000)
“Zeldzaam fenomeen”, dat is de kwalificatie die bedrijfsbezettingen in de statistieken over arbeidsconflicten na 2000 krijgen. Zij vormen een uitzondering binnen de veel grotere categorie van stakingen en demonstraties. Bedrijfsbezettingen na 2000 – meestal rond bedrijfssluitingen of massaontslag – zijn inderdaad spaarzaam.
Door de zeldzaamheid van het gebruik van het actiemiddel ‘bezetting’ na 2000 zouden we bijna vergeten dat het in het laatste kwart van de vorige eeuw relatief vaak werd toegepast. Wat is er veranderd? Wat verklaart dat het aantal bezettingen na 2000, vergeleken met de hoogtijdagen in de 20e eeuw, relatief beperkt is? Heeft dat te maken met de heersende dominantie van het poldermodel en de voorkeur voor overleg?
Over deze vragen buigt Ad Knotter zich in zijn bijdrage Verzet=Bezet (1972-2000). Hij maakte een grondige analyse van het actiemiddel bedrijfsbezetting. Feitelijk en cijfermatig gaat het over de opkomst, bloei en teloorgang van dit actiemiddel. Naast de cijfers besteedt hij daarbij ook bijzondere aandacht aan de emotionele impact bij het toepassen van dit actiemiddel.
Inleiding
In 1997, bij het 25-jarig jubileum van de legendarische bezetting van Enka-Breda in 1972, ondervroeg NRC Handelsblad de inmiddels gepensioneerde vakbondsbestuurder Herman Bode (1925-2007) over het fenomeen bedrijfsbezettingen (NRC Handelsblad 19 augustus 1997). Volgens de krant waren die ‘in Nederland zeldzaam gebleven’, ‘net zoiets als een ijsbeer in de Sahara’, en Bode wist daar weinig tegenin te brengen. Hij herinnerde zich ‘iets soortgelijks uit 1970 [moet zijn 1969] bij Werkspoor’ en ‘later nog een bij Ford Amsterdam [in 1981]’, maar veel verder kwam hij niet.
In werkelijkheid was er tussen 1972 en 1997 175 keer een bedrijf bezet. De vraag waarom Bode en NRC Handelsblad zo kort van memorie waren, is moeilijk te beantwoorden. Feit is dat de bedrijfsbezetting als actievorm ten tijde van het NRC-interview niet meer tot het gangbare repertoire van de vakbeweging en actievoerende arbeiders behoorde. In de jaren 1990 kwam het verschijnsel nog enkele keren per jaar voor, maar na twee bezettingen in 1998 en 2000 leek het in Nederland uitgestorven.
De vergeetachtigheid van Bode en NRC Handelsblad paste in het vertoog over het zogenaamde poldermodel, dat in de jaren 1990 zijn grootste populariteit beleefde. Daarin werden grote spanningen en acties in de geschiedenis van de Nederlandse arbeidsverhoudingen ontkend, of op zijn minst veronachtzaamd. De bedrijfsbezettingen waren een uitingsvorm van de strijdbaarheid in arbeidsconflicten, die de Nederlandse arbeidsverhoudingen (evenzeer) kenmerkte.
Dankzij de database die Sjaak van der Velden heeft aangelegd over Stakingen in Nederland tussen 1372 en 2019 kon ik alle bezettingen na die van Enka-Breda opsporen en dateren. Met behulp van deze informatie kon vervolgens op datum naar krantenartikelen worden gezocht in de digitale krantensite Delpher. Daardoor konden de gegevens van Sjaak van der Velden worden verrijkt met informatie over aspecten als de aard van het bedrijf, de aanleiding, het doel, de deelnemers, de duur, het verloop en het resultaat van de bezetting.
Wat is een bedrijfsbezetting?
Een bedrijfsbezetting is een tijdelijke overname van het beheer van de productiemiddelen (gebouwen, terreinen, machines en overige inventaris) door alle of een deel van de werknemers van een bedrijf. De tijdelijkheid kenmerkt de bezetting als actiemiddel om iets af te dwingen. Er zijn maar weinig voorbeelden van een bezet bedrijf dat in eigen beheer werd voortgezet.
Om controle te houden over het gebouw en de productiemiddelen, verblijven de bezetters, of een ploeg namens hen, dag en nacht op het bedrijf, bewaken de toegang, en laten de directie en andere managers niet toe.
Het actiemiddel ‘bezetting’ werd in deze periode niet alleen in het bedrijfsleven toegepast, maar ook bij andere instellingen, bijvoorbeeld op universiteiten tijdens de democratiserings- en andere studentenacties aan het eind van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970. Zij waren weliswaar onderdeel van het algemene actieklimaat in deze jaren, maar toch van heel andere orde dan bedrijfsbezettingen waarbij het beheer van de productiemiddelen werd overgenomen. Bezettingen van onderwijs-, onderzoeks-, cultuur-, media-, welzijns-, gezondheidsinstellingen en woningbouwverenigingen zijn in mijn telling niet tot bedrijfsbezettingen gerekend.
Aan bezetting verwante actiemiddelen
Ook sommige andere actiemiddelen hebben bepaalde kenmerken van een bezetting en het is soms moeilijk om tot een scherpe afbakening te komen. Om een helder beeld te krijgen is het zinvol die apart te benoemen.
- Een sit-in of sit-down strike is een actievorm waarbij stakers wel op de terreinen of in de gebouwen verblijven, maar er is geen sprake van het overnemen van het beheer van een bedrijf.
- Ook poortblokkades en poortbewakingen, die gepaard gingen met ‘bezettingen’ van alleen de toegangspoort, hebben enige gelijkenis met bedrijfsbezettingen, maar zijn het in feite niet. Bij stakingen werd dit middel nogal eens toegepast om werkwilligen te weren.
In het databestand dat ik voor dit onderzoek heb gebruikt, werden enkele poortbewakingsacties als ‘bezetting’ aangemerkt, terwijl ze zich louter tot blokkades beperkten.
Ik telde 16 gevallen, meestal om te voorkomen dat het bedrijf door schuldeisers zou worden leeggehaald. Deze zijn in de becijferingen hieronder niet meegeteld. - Zeldzaam in Nederland is de séquestration de patron, die in de Franse actiecultuur met enige regelmaat werd (en wordt) toegepast: het vasthouden en ‘gijzelen’ van de directie om toezeggingen af te dwingen. In de bezettingsdatabase vond ik vier gevallen van séquestration de patron tijdens kortdurende bezettingsacties.
Verantwoording van de cijfers
Deze en andere bezettingsacties van minder dan een (werk)dag heb ik niet tot bedrijfsbezettingen in bovengenoemde zin gerekend. In het totale bestand ging het om 27 gevallen. Bezettingen waarvan de duur onbekend was heb ik het voordeel van de twijfel gegeven en zijn wel meegeteld (16 gevallen). Als een bedrijf twee keer werd bezet (dat kwam tien keer voor) zijn beide gevallen apart geteld. Bezettingen van verschillende bedrijven in één concern zijn eveneens als aparte bezettingen opgenomen.


















