Het geheugen van de vakbeweging

Opening de Volkskrant van 19 september 1972


1997: Enka-bezetting 25 jaar geleden

Koningin in het journaal verdrongen

Onderstaand verhaal is in 1997  verschenen in de papieren editie van de VHV Nieuwsbrief, 10de jaargang nummer 2, juni 1997. Het is in januari 2022, ter gelegenheid van het feit dat de de bezetting  50 jaar geleden is, op de website geplaatst.

Dat het dit najaar 25 jaar geleden is dat de Enka-fabriek in Breda door de werknemers werd bezet is Koos Dreef niet ontgaan. In september 1972 speelde hij als ondernemingsraadslid en kaderlid van de Industriebond FNV een belangrijke rol in het verzet tegen de dreigende sluiting van de 1700 werknemers tellende Akzo-vestiging uit de divisie Enka-Glanzstoff. Hij stond onder meer borg voor het zo zorgvuldig afregelen van de produktie dat een miljoenenschade (en -claim) zou uitblijven.

Nog elk jaar gaat Koos Dreef met enkele honderden oud-collega’s in september naar Breda voor een reünie. In het Gemeenschapshuis ‘De Vlier’, niet meer op de oude fabriek. Want het succes van de zeer opzienbarende Enka­-bezetting was relatief: het bedrijf bleef nog tien jaar open maar sloot toen de poort. Een deel van de mensen vond op de terreinen vervangend werk, onder andere bij de Van Mellefabriek die zich er vestigde. Een andere groep werknemers vond elders binnen Akzo een andere baan, meestal in Emmen of Ede. Zo kwam in 1983 ook Koos Dreef naar Akzo Nobel in Ede.

Deze zomer wordt hij zestig. Hij werkt aan de produktie van viscose-garens, in de twijnerij. Dat werk duidde Akzo/Nobel vorig jaar in een reorganisatieplan aan als ‘de arbeidsintensieve nabewerking’, die voorbestemd is om naar Chorzow in Polen verplaatst te worden, waar de arbeidskosten slechts 10% bedragen van die in Ede. Ditmaal gaat het om 600 arbeidsplaatsen. Koos Dreef is er weer bij betrokken.

Koos Dreef: … ik zag alleen een stukje werkgelegenheid behouden worden. Ik was zo ver nog niet dat ik er een nieuwe vakbondsstrategie in zag. Toch kwam dat op gang ja, met brochures als ‘Fijn is anders’ en ‘Breien met een rode draad’. De vakbeweging wilde niet volstaan met de rol van sociale pleisterplakker … foto: Studio Ede

‘We hebben toen natuurlijk geluk gehad met de enorme publiciteit. De koningin was ergens op staatsbezoek en werd in het journaal verdrongen door de Enka­werknemers uit Breda. Maar het was ook allemaal zo goed georganiseerd, het verliep zo geordend, het was gewoon indrukwekkend,’ kijkt Dreef glimmend terug.

Het succes is door velen geclaimd?
‘Piet Brussel (voorzitter van de Industriebond NKV) zei toen: “Er is een nieuwe vakbeweging geboren”. Maar ik zag alleen een stukje werkgelegenheid behouden worden. Ik was zo ver nog niet dat ik er een nieuwe vakbondsstrategie in zag. Toch kwam dat op gang ja, met brochures als ‘Fijn is anders’ en ‘Breien met een rode draad’. De vakbeweging wilde niet volstaan met de rol van sociale pleisterplakker, de inzet werd een verandering van de maatschappij. Daardoor zouden dit soort beslissingen niet meer genomen kunnen worden.’

En toch ging Enka Breda tien jaar later dicht?
‘Niemand begreep het eigenlijk. We hadden in 1972 een bezetting gewonnen en nog twee rechtszaken er achteraan, tot aan de Hoge Raad toe. Maar toch vond ik dat met die sluiting alsnog akkoord moest worden gegaan. Mensen die me in 1972 op een voetstuk hadden gezet trokken me er in 1983 net zo makkelijk af. Maar er werkten toen in Breda nog 700 mensen, volledig afhankelijk van de aanvoer van korrels van elders en de nabewerking van polyester garens op weer een andere plek. Je kon aanvoelen dat het niet lang stand zou houden. Dus toen er in Breda vervangend werk beschikbaar kwam dacht ik: Als je dit niet pakt···’.

Hetzelfde verhaal geldt nu in Ede?
‘We maken hier viscosegarens, een moeilijk produkt. Akzo Nobel heeft ongeveer 60% van deze Europese markt in handen. Maar de verkoop stagneert. Er is overproduktie vooral door concurrentie uit de voormalige Oostbloklanden. De smaak van het publiek verandert ook, de vraag loopt terug. Je wordt relatief te duur, dus de produktiekosten moeten omlaag.’

Dat is de markt. De Enka-bezetting maakte ook helder dat Akzo – en andere concerns – een strategie voert die los van acute marktproblemen staat. Hier alleen dát deel van de productie behouden wat nodig is voor innovatie en technologische ontwikkeling. En de feitelijke productie onderbrengen in lage-lonenlanden.
‘Dat is de trend ja. Je ziet het ook bij Philips. Er zijn wel politici en vakbondsbestuurders die zeggen dat het juist heel goed is; dat we de welvaart ook daar, achter de voormalige Muur, moeten brengen. Dat gaat mij te ver, ik heb met de werkgelegenheid hier te maken. Mijn twee zoons lopen hier ook, het gaat mij om hun toekomst en dievan andere jongeren. Er werken veel mensen uit Marokko en Turkije, wat zijn hun kansen als het werk hier verdwijnt?’

Enka-vrouwen demonstreren in Den Haag ter ondersteuning van de bedrijfsbezetting op 20 september 1972

Je dacht ‘Daar gaan we weer’ toen je van de Akzo Nobel plannen hoorde?
“Er heerst hier een wat andere sfeer, minder radicaal dan in Breda, wat meegaander. Maar inderdaad, ik dacht wel: Als het moet, dan moet het weer. Ik ben mijn draaiboek voor een bezetting in Ede meteen gaan maken. De reactie van de mensen hier was toch scherp. We hadden spontaan 500 werknemers in de kantine, dat had ik niet verwacht. Ze beseften toch dat het menens was; dat we er wat aan moesten döen.’ Onverwachte  solidariteit? ‘Solidariteit moet zich ontwikkelen. De sluiting van Breda gold iedereen. In Ede worden ook produkten gemaakt, die niet geraakt worden. Hier zeiden mensen tegen elkaar: Jammer voor jou, maar mij treft het niet. Dat zijn verschrikkelijke dingen. Uiteindelijk maakte het afspiegelingsbesluit – waarbij de personeelsreductie in evenredige mate over de hele vestiging zou worden doorgevoerd – dat niemand zich veilig kon voelen. Dan groeit het gezamenlijk belang.’

Uiteindelijk kwam er ee11 accoord zonder acties?
‘Er verdwijnen in Ede 600 arbeidsplaatsen. Tot het jaar 2000 de helft, zonder gedwongen ontslagen. Daarna is het nog duister.’

Ben je meegaander geworden?
“Ik het als een afweging. Dat zou ik 5 jaar geleden niet zo gezegd hebben. Maar toen werd het sluitings- en ontslagplan, boem, zo neergelegd. Je bent nu beter voorbereid, het verrast je niet meer zo. De wijze waarop je benaderd wordt is ook anders. Je kunt nu reëel overleggen met de ondernemingsleiding. Dat was onder Kraaijenhoff en Bakkenist wel even wat anders. Toch blijf ik zitten met de vraag waarom je alleen zaken met .i..ï:Îe of actiedreiging kunt bereiken. Waarom niet gewoon de kwestie aan de onderhandelingstafel uitpraten? Hetzelfde geldt voor het inschakelen van vakbondsbestuurders. Waarom alleen als er iets mis is? Waarom niet eens een brainstorm over ontwikkelingen op lagere termijn, zonder dat het acuut is?’

Wat gaat er hier in Ede nu gebeuren?
“De eerste twee fasen van inkrimping, tot 2002 gaan langs natuurlijk verloop. Fase 3 komt nu aan de orde, daar maken we ons sterk voor. Er moet hier vervangend werk komen. Het kabinet-Kok roept “Werk, werk en nog eens werk”, daar komt het nu op aan. Qua ligging en accommodatie zou het complex heel geschikt zijn als logistiek centrum bijvoorbeeld. Dat is ook het soort werk dat bij de capaciteiten van de mensen past. Dus komt het er nu op aan dat ook te realiseren.’

De vakbond van toen, gericht op maatschappijverandering, is nu een organisatie waarin ledenservice centraal staat. Toen te radicaal of nu te gematigd?
“Arie Groenevelt was natuurlijk wel radicaal bezig.Goed bezig. Ik spiegelde me toen aan mensen als Herman Bode: willen we de Dam, dan gaan we naar de Dam. De nieuwe FNV-grondslag is helemaal niet radicaal. Ledenservice is natuurlijk ontzettend belangrijk, maar je moet ook uitspraken durven doen over het milieu, de toekomst van Schiphol enzovoort.’

Je bent nu al heel lang actief in de ondernemingsraad, in de vakbond en in de Partij van de Arbeid. Je zag de bond veranderen en de partij opschuiven naar het midden. Alleen Akzo houdt nog vast aan de oude strategie – met succes. Nooit overwogen om maar af te haken?
“Neen, nou ja, overwogen wel. De verandering in de Ziektewet kon ik nog wel slikken, maar toen ze aan de WAO begonnen had ik het heel moeilijk. Daar heb ik vrienden mee verloren. Maar er is, ook politiek, geen alternatief. Dan moet ik maar in vergaderingen proberen de richting via discussies bij te sturen. Politiek ben ik overigens wel veel minder actief geworden.’

Je stopt nu alles in het ondernemingsraadswerk. Je bent in Ede voorzitter en verder nog van de groepsondernemingsraad van de vezelgroep, van de centrale ondernemingsraad en van de Europese ondernemingsraad. Je bent praktisch vrijgestelde geworden?
“Dat wil ik zelf niet.. Formeel draai ik mijn diensten in de twijnerij. In de praktijk komt daar niet veel van terecht. Maar ik wil tenminste een dagdeel in de week tussen de jongens staan. Dat valt niet mee, meestal wordt het op zaterdag, want dan wordt er niet vergaderd. Maar ik moet net zo makkelijk met de jongens kunnen praten als met de top.’

Je staat er tussen in. Zie je dat als een eenzame positie of als een onafhankelijke?
‘Als vrijheid aan twee kanten. Je moet tot een eigen oordeel kunnen komen, op basis van gesprekken met iedereen. Ondernemingsleiding, collega’s, mede or-­leden, vakbondsbestuurders. Al die discussies dragen bij aan je beeldvorming.’

Jij bent ook veranderd in de afgelopen 25 jaar.
‘Dat weet ik niet, dat moeten anderen maar beoordelen. Net als de vraag of ik mijn werk goed doe. Ik schiet al aardig richting VUT, volgens de regels hier komt die op 62 jaar. Maar volgend jaar zijn er weer or-verkiezingen… Als ik gezond mag blijven hoop ik het tot mijn 65ste te kunnen volhouden, tenzij er voor mij een jongere zou moeten verdwijnen. Ik probeer hier mede sturing en leiding te geven, ik doe het werk nog steeds met plezier. De vraag is wel hoe je, met die ingewikkelde processen waar je mee te maken hebt, nog mensen van de werkvloer – zonder zware studie achter de rug – bereid vindt om dit werk te doen. Mijn zoons, die hier ook werken, zeggen als ze me bezig zien: “Ach jij, Pa, altijd met je papierwinkel”.

Aad van Cortenberghe en Jeroen Terlingen

Aad van Cortenberghe en Jeroen Terlingen schreven 25 jaar geleden het Enka-dossier – handboek voor bezetters; uitgave Bruna (niet meer verkrijgbaar). Anno 1997 werkt Van Cortenberghe als redacteur bij Het Financieele Dagblad. Terlingen is docent aan de Academie voor Journalistiek en Voorlichting in Tilburg.

Dit verhaal is in 1997  verschenen in de papieren editie van de VHV Nieuwsbrief, 10de jaargang nummer 2, juni 1997