Het geheugen van de vakbeweging

Thea de Boer, … door haar aanpak wist veel werkende jongeren in Leiden aan de KWJ te binden…


Bindende factor binnen de KWJ in Leiden

Thea de Boer

 Thea werd in 1950 geboren als jongste van een katholiek middenstandsgezin in Rotterdam waar haar ouders een meubelzaak hadden aan de Bergweg. Haar ouders kregen het advies Thea naar de LOM school te laten gaan maar later voltooide ze naast haar werk twee MBO en twee HBO opleidingen. In aansluiting op de LOM school haalde ze een diploma aan de detailhandelsschool en ze begon haar loopbaan in de verkoop en op kantoor.

Op haar 21e ging Thea het huis uit, ongebruikelijk in een tijd dat meisjes nog van huis uit trouwden. Directe aanleiding voor deze stap was dat haar oudere broer met wie ze als enige nog bij haar ouders woonde voor stage naar Engeland ging. Thea wilde niet ‘alleen’ achterblijven en kondigde aan dat ze naar Leiden ging, waar een oudere zus studeerde. Ze vond meteen werk en ze vond een kamer in die stad.

Even was Thea lid van de studentenvereniging van Thea’s zus, waar sinds kort ook werkende jongeren welkom waren. Maar daar voelde zij zich niet op haar gemak, dus stapte ze op een dag na haar werk binnen bij de KWJ. Daar werd ze hartelijk ontvangen door Ellis Blom en Tom van Teylingen die haar vertelden over de werkwijze en activiteiten. Het werd een gesprek van gelijken zodat Thea zich meteen thuis voelde en in de avonduren kon ze mee op stap. Zo werd ze in de praktijk ingewerkt en daar heeft ze, in haar eigen woorden ‘ontzettend veel geleerd’.

Vormingscentrum Crabbehof in Dordrecht

… voor veel actieve KWJ-ers speelde het vormingscentrum Crabbehof in Dordrecht een cruciale rol…

Zowel voor Thea als voor veel andere actieve KWJ-ers speelde vormingscentrum Crabbehof een cruciale rol. Alle kaderleden kwamen regelmatig op het kantoor in Utrecht om mee te praten over het beleid en vanuit dat kantoor werden jaarlijks kadertrainingen opgezet. De KWJ’ers in Leiden organiseerden ieder jaar een keer of zes een vormingsweekend voor werkende jongeren van wie er velen dan voor het eerst een paar dagen van huis waren. Begin van de jaren 1970 was onderwerp van discussie in de voorbereiding onder meer de vraag: “Nemen we condooms mee?”, maar er werd hard gewerkt. Er werden forse thema’s opgepakt en door middel van rollenspelen en simulatie uitgediept.

De werkwijze van de KWJ was stimulerend, het ging niet om goed of fout, in voorbereiding en nabespreking was belangrijk: kijk naar wat je doet, weet waarom je dat doet. Wat is het effect, doel wel/niet bereikt? Wat kan beter?

Beelden van een KWJ-studiebijeenkomst in de Crabbehof…

Levendig herinnert Thea zich een meerdaagse studiebijeenkomst in de Crabbehof die ze zelf voorbereidde. Ze bestudeerde daarvoor het standaardwerk van Friedrich Engels, Oorsprong van het gezin, van het particuliere eigendom en van de staat. Het was tenslotte de tijd waarin gezocht werd naar andere vormen van samenleven. Het werd haar en de andere jongeren die dagen helder, dat het kerngezin historisch gezien nog tamelijk nieuw was en dat andere vormen van samen leven en samen werken mogelijk waren.

 Dagelijkse gang van zaken en activiteiten

… een waslijn aan posters van de zeer actieve Leidse KWJ-afdeling …

Ellis en Tom waren de trekkers van de destijds zeer actieve Leidse afdeling van de KWJ en zij wisten door hun aanpak veel werkende jongeren aan zich te binden. De KWJ was een zelfstandige organisatie met ongeveer twaalf plaatselijke afdelingen en een landelijk kantoor in Utrecht. De bond voor werkende jongeren bepaalde haar eigen beleid, maar viel formeel onder het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV). De KWJ werd gefinancierd door het NKV en de Leidse groep was zo democratisch, dat ieder jaar een ander lid van de kerngroep als vrijgestelde aan het werk kon.

Zeker in de periode dat Thea lid was van de kerngroep kwamen er veel signalen binnen over slechte werkomstandigheden van jongeren. Zij gingen met hen in gesprek en kwamen gezamenlijk tot actie. Sommige jongeren sloten zich voor korte of wat langere tijd aan bij de kerngroep. Een bestuur was er niet, de kerngroep nam gezamenlijk beslissingen en als die fout uitpakten vielen over een weer geen verwijten maar werd er besproken wat je ervan kon leren.

…een geslaagde actie die ertoe leidde dat een deel van de wooneenheden voor werkende jongeren werd gereserveerd… (De Tijd, 30-11-1973)

Onder aanvoering van de leden van de kerngroep, waar Thea een jaar of vier, vijf toe behoorde, kwam het tot acties die soms wel heel ongebruikelijk en gedurfd waren. Thea vertelt hoe ze hoorden van de bouw van een flatgebouw voor studentenhuisvesting. In  Leiden werd wel aan woonruimte voor studenten gedacht, werkende jongeren moesten het zelf uitzoeken. Daarom liet de toenmalige vriend van Thea, Joost Zwetsloot, zich met een kompaan insluiten op de bouwplaats, terwijl Thea samen met andere KWJ-ers in een geluidsauto door Leiden reed om verhaal te doen van de bezetting en opriep om steun te komen betuigen. Een geslaagde actie die ertoe leidde dat een deel van de wooneenheden voor werkende jongeren werd gereserveerd.[i]

 Een biet voor het Minimumjeugdloon

In 1969 werd in Nederland het wettelijk minimumloon ingevoerd dat gold vanaf 24 jaar en in 1970 werd de leeftijd verlaagd naar 23. Werkende jongeren hadden onder die wetgeving geen recht op minimumloon dus ook daar zette de KWJ een actie voor op. Druk op het ministerie van Sociale Zaken leidde niet tot resultaat, hier was meer voor nodig. De KWJ had met acties inmiddels zoveel naam gemaakt dat de pers er gelijk op af kwam. Met de slotactie ‘De minister trekt zich geen biet aan van jongeren’ werd onder grote belangstelling een rode biet aangeboden aan minister Boersma van Sociale Zaken. In 1974 werd het wettelijk minimumjeugdloon ingevoerd.

INAS acties en het Zwartboek INAS

Zwartboek INAS, met omslag en illustraties van Wimmie Rensen

Hoogtepunt van haar tijd bij de KWJ is voor Thea nog steeds de actie van en met de INAS meisjes in 1973. Kern van de zaak was de regelrechte uitbuiting van jonge meisjes die vanuit hun opleiding tot inrichtingsassistente stage liepen in twee grote  psychiatrische inrichtingen,  Sancta Maria in Noordwijk en de Bavo in Noordwijkerhout. In plaats van de bedoelde leerwerkplaatsen, waarbij ze mee zouden lopen om zo de verschillende taken van hun toekomstige werk te leren kennen, werden de meisjes ingezet als volleerde werkkrachten. Thea: ‘Ze moesten zich te pletter werken voor een stagevergoeding van 50 gulden per maand en ze werden zelfs een keer overgehaald om een extra weekeinde te blijven, voor een vergoeding van 50 gulden voor twee dagen.’ Pijnlijk vond Thea het om daarbij te constateren dat dit bij de meisjes niet leidde tot verontwaardiging maar tot grote tevredenheid.

De kerngroep van de KWJ ging met de meisjes in gesprek, steeds meer ontevredenen meldden zich en het materiaal voor het zwartboek groeide. Begonnen in Leiden waren de geluiden die binnen kwamen zo alarmerend dat het al gauw uitgroeide tot een landelijke actie. Aangezwengeld door de media, die er bovenop sprongen. Uit angst voor represailles werden in het zwartboek geen echte namen genoemd.

Op het landelijk bureau van de KWJ werkte Wimmie Rensen, een begenadigd tekenaar die in het KWJ blad strips publiceerde waarin hij met veel humor trefzeker de praktijk van werkende jongeren liet zien. Veel ervan werd gebundeld in boekjes. Het Zwartboek stond vol met tekeningen van Wimmie die aansloten bij de beschreven toestanden.

Het Zwartboek INAS werd op een nagespeelde Tweede Dinsdag in September, aangeboden aan de toenmalige minister van onderwijs, Van Kemenade. In aanwezigheid van veel INAS meisjes, die in bussen naar Den Haag waren gereisd. Dinie, een van de  meisjes, speelde de Koningin die de Minister bij zich ontboden had. Minister Van Kemenade verstond de boodschap en ging ermee aan de slag, zodat de actie zeer geslaagd was. [1]

De gevolgen voor Thea zelf bleken daarentegen ook zuur te zijn. Er was veel pers aanwezig en onder hen waren journalisten van het TV Journaal. Zonder dat Thea het in de gaten had – ze was veel te druk met regelen – verscheen ze op TV in beeld. Thea had toen zelf nog geen televisie maar al gauw werd ze door haar familie ter verantwoording geroepen. De hele familie zat in de detailhandel en verweet haar dat zij hen op die manier op kosten joeg: het kostte hun klandizie.

Met veel anderen ontdekte Thea bij de KWJ wat ze allemaal kon. Vier of vijf jaar lang had zij naast haar werk overdag alleen maar tijd voor de KWJ. Daar had ze haar vrienden met wie ze actie voerde en onrecht aanvocht. Belangrijk gevolg voor veel van de actieve leden was de stimulans die de jonge mensen meekregen. Joost, met wie Thea een relatie had, was toen timmerman, hij groeide door en werd succesvol aannemer. Een vriendin, begonnen als Inasmeisje, werkte later als verpleegkundig specialist.

Wegen lopen uiteen

Door haar werk voor de KWJ en de waardering die ze daarvoor kreeg, lukte het Thea haar gevoel van minderwaardigheid – ‘maar’ LOM school – van zich af te schudden. Bij alle training en vorming kon ze uitstekend mee. Een jaar lang werkte ze als vrijgestelde voor de KWJ, verder had ze de taak van penningmeester want ze was opgeleid voor de detailhandel en daar had ze leren boekhouden.

Bijna onmerkbaar begon de omgang met de KWJ wat te wringen, de mores van de groep gingen knellen. Thea wilde zich graag opmaken wat als verraad aan het gangbare feminisme beschouwd werd. De dracht was voor meisjes een spijkerbroek dus als Thea een mooie gekleurde broek aantrok kreeg ze daar opmerkingen over.

Toen ze naast haar werk aan een MBO opleiding in de avonduren begon, bleef er steeds minder tijd over voor de KWJ en drong bij Thea het besef door dat haar toekomst elders lag. Na een MBO opleiding sociaal werk volgde ze nog een HBO opleiding personeelswerk. Zij  sloot haar loopbaan af als personeelsfunctionaris.

Els Brouns

Maart 2022

[i] De Tijd , Werkende Jongeren in Leiden vechten voor woonrecht, 30 november 1973

Lees verder over de KWJ in Leiden