Het geheugen van de vakbeweging

Jos Everaers – Begon al snel te schrijven voor het KWJ-tijdschrift Werkende Jeugd, Dat bleek de start van zijn journalistieke loopbaan.


Van KWJ tot NVJ

Het vakbondsleven van Jos Everaers

Jos Everaers werd in 1952 geboren in Breda en omdat zijn vader bij de politie werkte verhuisde het gezin om de paar jaar. Het was een traditioneel gezin waarin de drie zusjes van Jos naar de huishoudschool gingen en thuis meehielpen. De jongens gingen na de maaltijd “naar boven” voor hun huiswerk. Jos deed drie jaar gymnasium, haalde daarna zijn diploma Mulo-A, waarna hij een mbo-opleiding voor chemisch laborant deed. In 1972 verhuisde hij voor een baan vanuit het Brabantse Zundert naar Leiden. Van 1972 tot 1974 werkte hij als chemisch analist met een tijdelijke aanstelling bij het Geologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Leiden.

De KWJ in Leiden

Tijdens KWJ-weekenden was er ook tijd voor ontspanning, zoals met enkele roeibootjes het water op om ergens de Internationale te zingen. De staande figuur is Jos Everaers.

Zoals veel leeftijdsgenoten kwam hij in contact met de KWJ die in Leiden nieuw leven werd ingeblazen door Ellis Blom en Ton van der Velden. Jos was begin twintig en werd actief in een zogeheten kadergroep die was uitgegroeid tot 25 à 30 jonge mensen. De meeste jongeren werkten voltijds voor een veel te laag loon, in heel verschillende sectoren. Ze kwamen in de avonduren bij de KWJ bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en op basis daarvan gerichte acties voor te bereiden. Daarnaast stelde Ellis en Ton, na inventarisaties over waar de behoefte lag, een intensief inhoudelijk programma op. Dat werkten zij zelf uit en ze trokken daarvoor deskundigen aan. Jos bleek over journalistieke kwaliteiten te beschikken en begon te schrijven voor het KWJ-tijdschrift Werkende Jeugd, waarin hij verslag deed van de acties van de jongeren. Dat bleek later de start van zijn journalistieke loopbaan.

De meisjes die zich voor WOII hadden georganiseerd in de VKAJ (Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd), kregen in 1965 bij de fusie met de KAJ (de jongens) tot KWJ, veel invloed in de jongerenbeweging. De meisjes en jongens van de KWJ volgden in de avonduren cursussen en soms in de weekeinden meerdaagse trainingen waarvoor zij zelf onderwerpen aandroegen. Goede herinneringen aan zijn KWJ-jaren in Leiden bewaart Jos aan de meerdaagse trainingen in het toenmalige vormingscentrum Crabbehof in Dordrecht. Daar werkten de groepen onder leiding van Ellis Blom en Ton van der Velden drie dagdelen hard aan inhoudelijke thema’s en vierden later op de avond feest met elkaar. Later zou Jos de trainingen zelf mee organiseren.

Acties van de Leidse KWJ

Alternatieve troonrede – Dit was vooral een actie van KWJ Leiden. Deze foto haalde zelfs het wereldnieuws, in het fotoboek ‘Het aanzien van 1979, twaalf maanden wereldnieuws in beeld’

De Leidse werkende jongeren deden van meet af aan van zich spreken door niet eerder vertoonde vindingrijkheid. Al gauw kregen ze goede contacten met Leidse studenten, hun leeftijdgenoten. Door hun spraakmakende acties ontstond beroering in de stad. Werkende jongeren bleken eind jaren zestig een vergeten groep, die via de KWJ aan de weg begonnen te timmeren en met grote, landelijke acties opkwamen voor hun belabberde positie. Ze wisten duidelijk te maken dat voor hen op het gebied van inkomen en werkomstandigheden dringend verbeteringen noodzakelijk waren. In voorlichtingsbijeenkomsten informeerde de KWJ hen over de rechten die zij naast hun plichten hadden en met elkaar stroopten zij hun mouwen op om te laten horen dat ze er waren. Door hun ludieke acties kregen de jongeren veel publiciteit, aanvankelijk in Leiden maar gauw in heel Nederland.

De jongeren spraken vakbondsbestuurders, politici en hoogste bazen van grote bedrijven rechtstreeks aan op hun tot dan toe loze beloften. Nederland had nog geen minimumjeugdloon en de laaggeschoolde jongeren uit het toenmalige arbeidersmilieu werkten voltijds voor een hongerloontje. De arbeidsvoorwaarden waren vaak beroerd: je mocht tijdens het werk niet naar de wc, pauzes waren er nauwelijks, laat staan een inwerkperiode en het ontbrak aan scholing en vorming. Het ‘katholieke’ van de KWJ werd in die tijd overboord gezet en de K stond voortaan voor ‘Kritische’.  Al noemden sommige jongeren zich met een knipoog ‘Kommunistisch’ en vond een werkgever, na een KWJ-actie over het minimumjeugdloon, de KWJ een clubje ‘Kwaadaardig Werkende Jongeren’.

Vergadering van de Centrale Raad, het hoogste orgaan binnen de KWJ. Hier werden de interne conflicten uitgevochten. Jos zit in het midden, een shaggie draaiend.

Bestuurder bij de KWJ

Van 1974 – 1975 was Jos vrijgesteld plaatselijk/regionaal KWJ-bestuurder. Daarna ging hij weer gewoon als chemisch analist werken, nu op een groot laboratorium van het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL). Naast dat werk deed hij binnen het AZL onder meer bedrijvenwerk voor de KWJ, was als kaderlid van de Abva druk met de oprichting van een bedrijfsledengroep en was hij al snel namens de Abva lid van de medezeggenschapsraad.

Twee jaar later, in 1977, kreeg Jos van de nationale leiding in Utrecht de vraag of hij voor de KWJ wilde werken als coördinator van landelijke activiteiten. Daar hoefde hij niet lang over na te denken. Nog goed herinnert Jos zich de reactie van zijn vader, die niet begreep waarom zijn zoon een vaste aanstelling in het laboratorium van het AZL opgaf voor tijdelijk werk bij de jongerenbeweging. Met zijn aantreden als landelijk bestuurder, van 1977 tot 1980, nam Jos definitief afscheid van zijn werk in laboratoria en stapte geleidelijk over op de journalistiek.

In die periode was Jos verantwoordelijk voor de coördinatie van het actiewerk van jongeren in de gezondheidszorg en het jongerenwerk van de Industriebond NKV. De groepen bereidden hun eigen werk voor en schreven bijvoorbeeld gezamenlijk een brochure. Ook zat hij nu in de redactie van Werkende Jeugd. Daarnaast was hij na een jaar algemeen secretaris geworden en werd hij voorzitter van de KWJ-delegatie die met het NVV-Jongerencontact onderhandelde over een fusie tot één jongerenorganisatie. Toen dat spaak liep nam Jos op zijn 28stee ontslag en ging hij opnieuw naar school, dit keer naar de School voor Journalistiek  in Utrecht.

Journalist

‘Leidse kraker van geweld vrijgesproken’, Leidsch Dagblad 24 april 1981

In deze periode, 1980 tot 1983, was Jos actief in de Leidse kraakbond en was hij druk met de oprichting en uitgave van de linkse Stadskrant Leiden die om de drie weken verscheen en volgeschreven werd door vrijwilligers. Het was een turbulente tijd, waarin Jos bijvoorbeeld beschuldigd werd van het mishandelen van agenten bij een gewelddadige ontruiming van een gekraakt pand. De officier van Justitie eiste in de daarop volgende rechtszaak een maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Jos kon zich met verve verdedigen en kon de rechters duidelijk maken dat niet hij de politie had mishandeld, maar de politie hem. De rechters spraken hem vrij. Dit alles vormde geen belemmering voor zijn hbo-opleiding journalistiek die hij na twee jaar afsloot met het diploma.

Van 1983 tot 1985 was Jos freelancejournalist en publiceerde hij onder meer in Vrij Nederland, Het Vrije Volk, Jeugdwerk Nu en Bondig, het ledenblad van de Voedingsbond FNV. In 1985 richtte Jos met subsidie van de gemeente Leiden en het ministerie van CRM met Marokkaanse jongeren het tweetalige blad Al Mizan op. Dit was feitelijk een scholingsproject om Marokkaanse jongeren in de journalistiek te krijgen. Eerst was het lokaal, een jaar later werd Al Mizan in heel Nederland in de kiosken verkocht. Het blad heeft vijf jaar bestaan.  Ondertussen, eind jaren tachtig, was Jos vader geworden van een zoon en een dochter. Zijn vrouw en hij werkten elk vier dagen per week en hadden de kinderverzorging en de huishoudelijke  taken zorgvuldig verdeeld. Crèches waren er nog amper, maar met hulp van vrienden lukte het allemaal net. Al waren die eerste jaren achteraf wel ‘tropenjaren’.

Opnieuw vakbondsactiviteiten: kaderlid bij de NVJ

Jos werd in 2011 ontslagen en nam afscheid van zijn Praktijkblad Ondernemigsraad

Hierna ging Jos werken op de redactie van het Praktijkblad voor Medezeggenschap, een commercieel tijdschrift voor OR-leden, bij de kleine uitgeverij Welboom Bladen in Amsterdam. Intussen was hij actief geworden bij de NVJ, de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Hij werd voorzitter van het sectiebestuur vakbladjournalisten en voerde jarenlang als vrijwilliger de cao-onderhandelingen voor de cao van vaktijdschriftjournalisten en later de cao Uitgeverij Bedrijf. Onder deze raam-cao vallen alle schrijvende journalisten, zowel print als online.

Affiche ‘Reünie KWJ Leiden’ – In 2013 heeft Jos een groot feest georganiseerd. In de stijl van de KWJ, met relevante actuele sprekers, een tentoonstelling, eten en muziek. Een spetterend feest van herkenning.

Het Praktijkblad werd twee keer verkocht en Jos, inmiddels hoofdredacteur, verhuisde elke keer mee. Hij kwam met ‘zijn’ blad uiteindelijk in 1993 terecht bij het grote uitgeefconcern Reed Elsevier, waar hij naast zijn vakbondswerk ook zes jaar in de OR actief was. Als hoofdredacteur van het gewaardeerde tijdschrift kon hij invloed uitoefenen op de kwaliteit van de medezeggenschap. Om ook ondernemingsraden invloed te geven op politieke besluiten zoals over de Wet op de Ondernemingsraden (WOR), richtte hij een vereniging van ondernemingsraden op, de Nederlandse Vereniging voor Medezeggenschap (NVMz). Die bestaat nog steeds. Verder startte hij voor het tijdschrift een prijs voor het Beste OR-Succes, met een prijzengeld van € 9000. Om zo de successen van de OR voor het voetlicht te brengen.
In 1998 slaagde hij er met een kleine groep Tweede Kamerleden en ambtenaren in, achter de schermen een belangrijke wijziging van de WOR door te voeren. Met twee extra zinnen in artikel 24 kregen OR’en een veel sterker informatierecht. Het werd geregeld zonder medewerking van de vakbeweging, maar die vond het wel best. Maar ook, zonder medeweten van de werkgevers en die waren achteraf woedend.  Het VVD-kamerlid Anne Lize van der Stoel, die er naast D66 en PvdA aan had meegewerkt, kwam bij de eerstvolgende verkiezingen meteen onderaan de kieslijst terecht.

Bij de zoveelste reorganisatie bij Reed Elsevier, waarbij in 2011 in zijn uitgeefgroep alle hoofdredacteuren werden ontslagen, werd ook Jos aan de kant gezet. Hij was tegen die tijd 59, hoefde vanaf dat jaar niet meer betaald te werken en is sindsdien met pensioen. (5. foto afscheidsinterview in Praktijkblad)

Veel Leidse (oud)KWJ-ers denken met weemoed terug aan de woelige jaren zeventig en tachtig die ze bij de KWJ hadden meegemaakt, zo ook Jos. In 2013 organiseerde een aantal oud-KWJ-ers waar onder Jos, een geweldige reünie (6.  affiche reünie). Vanaf 2018 vertegenwoordigt Jos de NVJ en alle journalisten, in het Ledenparlement van de FNV.

Els Brouns

Februari 2021