Het geheugen van de vakbeweging

Vrouwenlevens vroeger en nu

Een beschouwing bij 65 jaar Vrouwenbond FNV

In de 65 jaar dat de FNV Vrouwenbond bestaat ontwikkelden en emancipeerden vrouwen zich. Zij eisten hun plaats op in het betaalde werk, de politiek en op alle andere maatschappelijke terreinen. Vrouwen maakten een enorme slag naar (economische) zelfstandigheid en wetgeving zorgde er voor dat vrouwen en mannen dezelfde rechten hebben. Welke maatschappelijke zaken speelden 65 jaar geleden en wat speelt er nu?

Tineke van der KraanTineke van der Kraan

Wat speelde 65 jaar geleden?

In 1948 waren de meeste gehuwde vrouwen huisvrouw en werkten hard binnenshuis om te zorgen dat alles goed verliep in de vaak grote gezinnen. Ze maakten heel lange werkdagen, maar hadden formeel geen zeggenschap over het gezinsinkomen, alhoewel zij meestal wel degenen waren die dat inkomen besteedden. Het klinkt nu ongelofelijk, maar de gehuwde vrouw in Nederland was tot 1956 handelingsonbekwaam.
Buitenshuis was het domein van de mannen, zowel in het betaalde werk als in de politiek. Alleen ongehuwde vrouwen werkten om hun eigen brood te verdienen. En deden ook vaak de mantelzorg voor hun ouders, alhoewel toen nog niemand van dit woord had gehoord.

Het was de tijd van de wederopbouw en de overheid hield de hand goed op de knip, dus het was sappelen in de vaak arme arbeidersgezinnen.  Maar het oog was gericht op de toekomst en op ontwikkeling, solidariteit en er samen de schouders onder zetten. Voor jezelf opkomen en je plek opeisen in de maatschappij was voor de meeste vrouwen totaal niet iets wat hen bezighield. Ze waren trots op hun gezin als dat er netjes bijliep en het huis schoon was. Zorgen over hoe de eindjes aan elkaar te knopen hielden ze meestal voor zichzelf.

Vrouwenbond NVV

Daarom was het voor de eerste leden van de Vrouwenbond zo’n geweldig cadeau dat ze door de NVV-vrouwenkampen in 1946 en 1947 elkaar ontmoetten en ervaringen uitwisselden. Maar ook heerlijk konden lachen en onbezorgd een week van huis zijn. Dat smaakte naar meer en zo werd de Vrouwenbond NVV geboren. Een historisch moment in de geschiedenis van het NVV.
Vrouwen ontmoetten elkaar in plaatselijke afdelingen, kregen scholing en ontwikkelden zich op die manier. Ze haalden de scholing in die ze op een andere manier nooit hadden gehad. Empowerment zouden we dat nu noemen. Zo werd de basis gelegd voor de emancipatie van arbeidersvrouwen, met steun van de mannen, die er echter wel wat voor terug wilden hebben, want de vrouwen moesten zich ook bezig houden met het ‘verbreiden van de NVV-beginselen’.

Vooruitgang

Lag in de 50-er jaren het accent nog op de wederopbouw en was de plaats van de vrouw achter de man, vanaf de  jaren 60 was de opmars van vrouwen in hun emancipatie niet meer te stuiten. Het besef van sociale, economische, politieke en juridische achterstelling stimuleerde het ontstaan van een sociale beweging, met initiatiefgroepen als ‘Man Vrouw Maatschappij’ en ‘Dolle Mina’. Met als doel betere scholing, voorzieningen voor kinderopvang, parttime banen en collectieve voorzieningen.
Vrouwen pikten het niet meer dat ze minder rechten hadden dan mannen en werden beperkt in hun mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Wetgeving werd stapje voor stapje aangepast zodat vrouwen gelijke rechten kregen, ook al moest daar soms hard voor gestreden worden vanuit de vrouwenbeweging en de vrouwenvakbeweging.

Wat speelt nu?

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels zijn mannen en vrouwen voor de wet gelijk. In de praktijk is dat helaas nog niet altijd het geval. Sinds de jaren negentig is de arbeidsparticipatie van vrouwen enorm toegenomen, met name doordat er kinderopvangvoorzieningen kwamen en een Wet arbeid en zorg, met allerlei regelingen om werk en privé te combineren. 
Het percentage vrouwen met een baan van minimaal 12 uur per week was in 1996 44,6, in 2011 is dit gestegen tot 60. Daarmee ligt de arbeidsparticipatie van vrouwen nog wel beduidend lager dan die van mannen (74,2%).  Steeds meer vrouwen leveren daarmee een actieve bijdrage aan de economie, maar meestal nemen zij ook het leeuwendeel van de zorgtaken thuis en de mantelzorg voor hun rekening. Een zware klus, zeker in een tijd dat de werkdruk hoog is en de overheid snoeit in voorzieningen om arbeid en zorgtaken goed te combineren zoals kinderopvang en betaalde verlofregelingen.

Inmiddels is 48% van de vrouwen economisch zelfstandig, maar 52 % dus niet en dit heeft niet alleen grote consequenties bij echtscheiding of overlijden van de partner, maar ook voor het inkomen na pensionering. Positief is dat van de generatie tussen de25 en 35 jaar 68% van de vrouwen economisch zelfstandig is, maar voor mannen in die leeftijdsgroep is dat 82%. De inkomensverschillen zijn dus ook in de jongere generaties nog groot.

Pensioengat

Vrouwen verdienen niet alleen 18% minder dan mannen, maar hebben ook een enorm pensioengat vergeleken met mannen.  Zo is het AOW-gat van migrantenvrouwen groter omdat ze vaak vanwege gezinshereniging later in Nederland zijn gekomen dan hun mannen. Vrouwen werken vaker in tijdelijke en flexibele baantjes waar helemaal geen aanvullende pensioenregelingen bestaan. En wie geheel of gedeeltelijk stopt met werken om voor kinderen of voor haar zieke moeder te zorgen, heeft geen volledige pensioenopbouw.
Meer dan 200.000 oudere vrouwen leven op of onder  de armoedegrens, maar ook in de toekomst blijft de inkomenspositie van oudere vrouwen kwetsbaar, zeker als vrouwen het grootste deel van hun leven in deeltijd blijven werken.

Seksesegratie

De afgelopen jaren is de seksesegregatie in het onderwijs iets afgenomen. Meisjes zijn meer gaan kiezen voor technische en exacte opleidingen, maar het aandeel vrouwen in bčtastudies is in vergelijking met andere landen het laagst. Met name in het vmbo is de segregatie het sterkst. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in zorg en onderwijs, in technische beroepen en opleidingen zijn vrouwen ver in de minderheid. Er zijn wel campagnes gevoerd om meisjes de technische kant uit te krijgen, maar een campagne om meer jongens voor de zorg of het onderwijs te werven is er nog niet geweest, terwijl er niet alleen in de techniek tekorten dreigen, maar juist ook in de zorg. 

Emancipatie is nog niet voltooid

En dan de politieke participatie van vrouwen. Die  groeide stevig vanaf de 80-er jaren. In 1986 waren er 30 vrouwelijke Kamerleden en dat groeide tot 56 zetels in 2007. Maar de laatste jaren stagneert die groei. In september 2012 werden er 58 vrouwen gekozen als lid van de Tweede Kamer, dat is bijna 39%.
De conclusie is dat er veel is bereikt, maar dat stagnatie of zelfs een terugslag dreigt. De emancipatie is dus nog niet voltooid en extra aandacht en beleid is nog steeds nodig . Maar ook vrouwen zelf moeten zich bewust zijn van hun positie en vooral van de consequenties van keuzes die ze gedurende hun levensloop maken.  Daarom zal FNV Vrouw ook in de toekomst een stevige rol spelen in het blijven opkomen voor de rechten van vrouwen en de consequenties van wetgeving en beleid goed voor het voetlicht brengen.
Tineke van der Kraan