Het geheugen van de vakbeweging

Voorwoord

De laatste voorzitter van FNV Bouw. Je zou het een twijfelachtige eer kunnen noemen, als je ten deel valt om in die hoedanigheid het voorwoord bij dit boek te schrijven. Want FNV Bouw als zodanig bestaat niet meer; per 1 januari 2015 is de afzonderlijke bouwbond opgegaan in de brede FNV.

RESPECTABEL

FNV Bouw had toen de respectabele leeftijd van bijna 98 jaar, gerekend vanaf de oprichting van de Rooms-Katholieke bouwvakarbeidersbond St-Joseph op 17 mei 1917. Die eerste voorloper van de bouwbond organiseerde nog slechts een paar beroepsgroepen, zoals kalk- en zandsteenbewerkers, schildersgezellen en timmerlieden. Sindsdien zijn er vele fusies, aansluitingen van andere beroepsgroepen en naamsveranderingen geweest. De laatste grote verandering in die reeks is de totstandkoming van de brede FNV.

POLITIEK

FNV Bouw is daar altijd een warm voorstander van geweest: één ongedeelde vakbeweging die zich inzet voor de belangen van werkenden en niet-werkenden, een krachtige machtsfactor in een op drift geraakte maatschappij waar niemand omheen kan. Zelf heb ik het moment waarop de eenwording tot stand kwam als voorzitter niet meer mogen meemaken. Ik heb het voorzitterschap vervuld van 2009 tot medio 2012, waarna ik de politiek ben ingegaan. Maar ik heb wel zelf een actieve bijdrage mogen leveren aan de totstandkoming van de brede FNV en het doet mij deugd dat die er nu is. Van een ‘twijfelachtige eer’ is dan ook geen sprake, om als laatste voorzitter van FNV Bouw een bijdrage aan dit boek te leveren.

REIKWIJDTE

Op 17 mei 2017 zou FNV Bouw honderd jaar hebben bestaan. Ter gelegenheid daarvan verschijnt dit boek. Het gaat vooral over de periode vanaf 1982 (de fusie tussen de bouwbonden van NKV en NVV) tot heden. De voor- en naoorlogse geschiedenis van de bouwbonden is in eerdere boekwerken vastgelegd. In elf hoofdstukken beschrijven diverse auteurs thema’s waarop de bond actief is geweest, zoals arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, technologische ontwikkelingen, medezeggenschap en scholing. Als je daar doorheen bladert, besef je pas goed wat een enorme reikwijdte het vakbondswerk heeft. En het is waarschijnlijk bij lange na nog geen compleet overzicht.

JONGEREN

De vakbond van de toekomst staat voor een enorme opgave. Al tientallen jaren loopt het ledental terug. Bij FNV Bouw van 167 duizend in 1995 tot 107 duizend in 2013, en dat terwijl de organisatiegraad in de bouw nog altijd hoger ligt dan in de meeste andere sectoren. Aanwas van jongeren is er nauwelijks, waardoor het zittende ledenbestand steeds verder vergrijst. Tal van oorzaken zijn daarvoor aan te wijzen: achtereenvolgende economische crises, individualisering gepaard aan afnemende solidariteit en de opkomst van flexwerk, om de belangrijkste te noemen. De vakbeweging doet er goed aan om zich niet alleen te beroepen op dergelijke externe factoren, maar vooral ook naar zichzelf te kijken. Zij is er onvoldoende in geslaagd thema’s te agenderen die de moderne werknemer aanspreken. Tegelijkertijd heeft ze niet altijd met succes verworven rechten voor de traditionele werknemer weten te behouden. De loonontwikkeling was gematigd, terwijl productiviteit en werktijd toenamen. De bescherming van het vaste arbeidscontract kwam onder druk te staan. Velen moeten nu als zzp’er hun eigen werkzekerheid bevechten, soms tegen een lager salaris dan in vaste dienst. De concurrentie uit lagelonenlanden nam steeds verder toe. De leeftijd waarop mensen met werken kunnen stoppen, ging omhoog. Senioren- en roostervrije dagen verdwenen uit cao’s.

SCHIJNCONSTRUCTIES

Ik zeg niet dat deze maatregelen niet nodig waren. De vakbeweging in Nederland heeft altijd een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid getoond. Dat betekent dat je niet altijd de hakken in het zand zet, maar er ook voor zorgt dat het bedrijfsleven gezond blijft en zo werkgelegenheid blijft bieden voor zoveel mogelijk mensen. Het is van groot belang om dit voortdurend uit te dragen naar de achterban en in de media. Anders krijgen mensen het gevoel dat ze toch niks hebben aan de bond en er net zo goed geen lid van kunnen zijn. Een eerste opdracht voor de FNV is dan ook naar buiten te treden, transparant te zijn en nieuwe thema’s op de kaart te zetten. Wat zijn de gevolgen van nieuwe technologieën en robotisering? Hoe kunnen we een eind maken aan doorgeschoten flexwerk en oneerlijke concurrentie door allerlei schijnconstructies? Hoe zorgen we ervoor dat mensen weerbaar blijven en fit de eindstreep halen?

IJKPUNTEN

De afgelopen tijd was de FNV vooral bezig met zichzelf. Logisch, het fusieproces slokte alle aandacht op. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om de organisatie of de structuur, maar om de daadwerkelijke behartiging van de belangen van alle werkenden en niet-werkenden in Nederland. Laat dit boek over de geschiedenis van FNV Bouw een bijdrage leveren om vanuit historisch perspectief nieuwe ijkpunten in de toekomst te markeren.

 

John Kerstens,

Voorzitter van FNV Bouw 2009-2012