Het geheugen van de vakbeweging

Van de aartsvaders van de medezeggenschap tot de bezetters van het Bungehuis

Dwarsligger

We vieren in 2015 het 65-jarig bestaan van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Maar de WOR kan nog zeker niet met pensioen. Medezeggenschap is niet iets uit het verleden. Het wordt soms weggezet als een speeltje voor oudere werknemers. Niets is minder waar. Overal waar mensen met elkaar omgaan, werken en studeren blijft er behoefte bestaan om mee te praten en mee te beslissen, om zelf vorm te geven aan de eigen werkomgeving. Medezeggenschap is een natuurlijk organisatiefenomeen, waar zowel werkgevers als werknemers baat bij hebben. Medezeggenschap staat weer ineens volop in de belangstelling door de acties van de studenten en docenten in Amsterdam en daarbuiten.

Studentendemonstratie op het Spui van Amsterdam op 25 februari 2015Studentendemonstratie op het Spui van Amsterdam op 25 februari 2015

De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) heeft een lange voorgeschiedenis, de inspraak in bedrijven begint eind 19de eeuw. Wat is het verschil tussen de zogeheten aartsvaders van de medezeggenschap, de fabrikanten Van Marken en Stork en de studenten en docenten die in februari 2015 het Bungehuis in Amsterdam bezetten? Het grote verschil is dat de fabrikanten Van Marken en Stork de arbeiders in hun bedrijf met de oprichting van de kern in respectievelijk 1878 en 1883 enige inspraak schonken, de jeugdige bezetters van het Bungehuis eisen daarentegen (mede)zeggenschap van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Ze putten inspiratie uit de beroemde Maagdenhuisbezetting van 1969 en klagen met terugwerkende kracht minister Ritzen aan die in 1997 met de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisaties een eind maakte aan de studenteninspraak in de universiteitsraad.

Vastgoedavonturen en megalomane bouwprojecten

De in het Bungehuis en Maagdenhuis begonnen actie heeft inmiddels een landelijke uitstraling gekregen. Een aantal zaken wordt helderder. Studenten eisen transparantie en democratie. Het gaat erom een vinger te krijgen achter de besluitvorming aan de top waar de financiële stromen worden geregeld. Het wordt steeds duidelijker dat de gevolgen van bijvoorbeeld de vastgoedavonturen en megalomane bouwprojecten van instellingen van hoger onderwijs verhaald worden op studenten en docenten; massaontslag van docenten, vertraging van de voortgang van de studie voor studenten, opheffing van bepaalde studies en alleen nog maar flexbanen voor nieuwelingen. Meer dan 40% van het wetenschappelijk personeel van de Universiteit van Amsterdam heeft een tijdelijk arbeidscontrac
De sociale en politieke omstandigheden van toen en nu verschillen natuurlijk enorm. In de tijd van Van Marken en Stork was er nog geen algemeen kiesrecht. Arbeid(st)ers werkten zestig tot tachtig uur per week zonder vakantiedagen en konden bij ziekte, ongeval of kritiek op de baas zo op straat worden gezet. We schrijven het personeel van de Gist & Spiritusfabriek van Jacques van Marken in Delft en de machinefabriek van Dirk Stork uit Hengelo geen passieve houding toe. De fabriekseigenaars zagen rondom hen heen dat arbeiders in allerlei beroepsgroepen zelf verenigingen oprichtten om elkaar te ondersteunen bij ziekte, ongevallen en de oude dag. Voordat hun arbeiders tot hetzelfde zouden overgaan, richtten de twee fabrikanten de kern op om met hun medewerkers te praten over bedrijfsvoering, personeelsbeleid en regelgeving. De aanleiding voor de oprichting van deze eerste twee inspraakorganen was het reserveren van een stukje loon als premie voor een ziekenkas en pensioenfonds.

Signaal- en klankbordfunctie

De kern had voor Van Marken en Stork een betekenis die we nu als signaal- en klankbordfunctie aanduiden. Met de opeenvolgende Wetten op de Ondernemingsraad van 1950, 1971, 1979 en 1998 heeft de ondernemingsraad steeds meer instemmings- en adviesrechten gekregen. Dat kan nog worden uitgebreid. We kunnen wel vaststellen dat de leiding bij de Universiteit van Amsterdam en elders binnen het hoger onderwijs zo in de greep zijn van de bestuurderslogica en het rendementsdenken dat de studenten om wie het gaat uit beeld lijken te verdwijnen. Werknemers in bedrijven moeten opboksen tegen een beleid puur gericht op rationaliteit en aandeelhouderswaarde. In het neoliberale klimaat van de laatste twintig jaar moet alles meaner en leaner, sneller, efficiënter en goedkoper en wordt het sociaal recht uitgehold. De menselijke maat verdwijnt. Jongeren, studerend of niet, wacht een onzeker toekomstperspectief. Vijftien procent werkloosheid, rommelbaantjes, opeenvolgende arbeidscontracten voor bepaalde tijd. De studenten van het Maagdenhuis en de thuiszorgwerkers van het stadhuis van Oss hebben solidariteitsverklaringen met elkaar uitgewisseld. Misschien slaat de actie in het hoger onderwijs wel door naar de bedrijven en laden ze de ondernemingsraden en vakbonden wat op. Uit de geschiedenis valt veel te leren. Dezer dagen wordt er geschiedenis gemaakt.
Harry Peer
Dwarsligger, maart 2015
Foto: Harry Peer