Het geheugen van de vakbeweging

Vakbond en gevaarlijke stoffen op het werk

FNV stapt na 45 jaar op uit SER-grenswaardencommissie (deel 3)

Meer dan 3000 werknemers overlijden elk jaar omdat ze in hun werk zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, vooral stoffen waarvan je kanker krijgt.
In den Haag adviseert de subcommissie ‘Gevaarlijke Stoffen op de Werkplek’ (GSW) van de Sociaal-Economische Raad (SER) het kabinet over normen voor dergelijke stoffen, de zogenaamde ‘grenswaarden’. Tot woensdag 6 juli 2022: op die dag stapt, na 45 jaar, de FNV uit dit overleg.
In een drietal webartikelen zetten we het onderwerp in de vakbondshistorische schijnwerpers.Voor wie de diepgang en de nuance zoekt is tegelijk een VHV-Digiboek over het onderwerp verschenen. Hierin zijn interviews verwerkt met een vijftal vakbondsmensen, die betrokken zijn of waren bij het Nederlandse grenswaardenstelsel.

 Direct naar…
het VHV-Digiboek over grenswaarden
deel 1 van de webartikelen
deel 2 van de webartikelen
deel 3 van de webartikelen
de integrale tekst van de vijf interviews

2013-2021: de vakbondskritiek neemt hand over hand toe

Langzaamaan groeit bij de vakbeweging de ontevredenheid over de stelselwijziging van 2007. Allereerst betreft dat de privatisering van grenswaarden: sinds 2007 geldt voor het merendeel van in bedrijven gebruikte gevaarlijke stoffen, dat ze hiervoor zelf een grenswaarde moeten opstellen.

Slechts een minderheid van bedrijven blijkt aan die verplichting te voldoen. Het is overigens voor werknemers, ondernemingsraden, maar ook voor goedwillende werkgevers nogal een klus om te achterhalen wat een verantwoorde grenswaarde is. Het wordt al snel ‘shoppen’ in de Databank Grenswaarden Stoffen op de Werkplek van de SER, die soms wat weg heeft van een grabbelton, en per saldo weinig hulp biedt bij het maken van de juiste keuze.

Wim van Veelen, die namens de FNV al vele jaren meedraait in de Haagse molen, uit in 2013 zijn wrevels over bedrijfsgrenswaarden via de Nieuwsbrief van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne“…achteraf zeg je als vakbondsman ‘we hadden beter kunnen weten’. Hoewel de overheid bijna een half miljoen euro pompte in de ontwikkeling van een Leidraad Grenswaarden die nu op de SER website staat (‘stond’– hij is niet meer te bereiken – JV),  bleek onlangs dat vrijwel geen enkele werkgever er iets mee doet. Werknemers hebben na eindeloos aandringen een evaluatie gekregen van de werking van het nieuwe stelsel, met als conclusie: met de invoering van bedrijfsgrenswaarden zijn we niks opgeschoten.”

Hij schrijft dit na een onderzoek van TNO i.s.m. het RIVM in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken, intussen bijna tien jaar geleden. Of  dit onderzoek ooit een vervolg heeft gekregen, is niet duidelijk. De Arbeidsinspectie geeft in zijn rapportages geen helderheid, en een enkele andere toegankelijke bron[1] indiceert weinig verbetering.

Maar ook over het ‘publieke deel’ van het stelsel groeit de onvrede. Er zijn irritaties over werkgevers die ‘by default’ alles wat strenger is dan de in deel 2 van deze serie toegelichte ‘verbodswaarde’ voorzien van het stempel ‘onhaalbaar’. Bovendien zijn er wrevels over de partijdige en gebrekkige informatievoorziening in het haalbaarheidsdebat binnen de subcommissie GSW: de commissie is (te) sterk afhankelijk van door de werkgevers verstrekte informatie.
Over die werkgevers zegt  Wim van Veelen: “In de loop der jaren werd het steeds grimmiger. We gingen ons steeds meer te storen aan de tactiekjes van de werkgevers. ‘We gaan weg uit Nederland als de grenswaarde te laag wordt.’ ‘We doen al zo ons best, beter kunnen we niet.’ Het ging in de argumentatie niet zozeer om technische, maar vooral om economische haalbaarheid.”

Daarnaast is er onvrede over de afhoudende rol van een nog niet van jarenlange bezuinigingen herstelde Arbeidsinspectie.
Jan Manders, voor de FNV in de subcommissie GSW, blikt terug op die bezuinigingen in de voorbije tientallen jaren: “Dat is een soort erosieproces geweest…het zakte langzaam in. Elk jaar minder budget, bezuinigingsdoelen, geen inflatiecorrectie, efficiencyslagen, bedrijven die je met rust moet laten, het sluipt er langzaam in. Ook erosie van vakkennis vond plaats, (te) brede inzetbaarheid, en vaak afgestemd op de waan van de dag. Belangrijk is ook de commercialisering: veel aan arbodiensten overlaten, die door de werkgever moeten worden ingehuurd.”
De gevolgen voor het functioneren zijn in die tijd dusdanig dat de vakbonden in 2012 samen een klacht hierover indienen bij de Internationale Arbeids Organisatie (ILO).
Tot op zeker hoogte heeft dit resultaat: er lijken de laatste jaren kwantitatieve en kwalitatieve impulsen in de goede richting, zo horen we.
Toch overheerst bij de FNV anno 2022 ergernis over de recente weigering van Inspectie én verantwoordelijke bewindspersonen om actief zicht houden op de grenswaardenpraktijk – monitoring – en informatie daarover te delen.

2022: overheid geeft ‘niet thuis’, FNV stopt ermee

In 2021 vat de FNV zijn kritiek nog eens samen in een brief aan toenmalig minister Koolmees.
Vicevoorzitter Kitty Jong: “Uit verschillend, recent onderzoek blijkt dat het gevoerde gevaarlijke stoffenbeleid over de afgelopen tientallen jaren niet voldoende resultaat heeft opgebracht. Nog steeds zijn en blijven de aantallen werknemers die vroegtijdig overlijden vanwege veelal jarenlange chronisch en te hoge bloostelling aan deze stoffen onacceptabel hoog….
Naast het ontbreken van gegevens over wat bedrijven met grenswaarden doen ( monitoren) is een
volgend probleem dat het verrichten van haalbaarheidsonderzoeken wordt gedaan door bedrijven zelf, waarbij nogal eens getwijfeld kan worden aan de uitkomsten van die haalbaarheidsonderzoeken.”

De FNV formuleert in deze brief een aantal concrete voorstellen ter verbetering, waaronder ook het verzoek aan de (toen nog) Inspectie- SZW om de stof direct nadat de grenswaarde wettelijk vastligt, te monitoren.”  en “een expertcommissie die de verzamelde haalbaarheidsgegevens weegt tot een preadvies aan de SER-subcommissie Gevaarlijke Stoffen op de Werkplek.”
De Minister – toen nog Wouter Koolmees – geeft in zijn reactie aan de FNV enkele overwegingen mee die, ondanks de zinsnede ‘ik herken de urgentie die u beschrijft om hier snel mee aan de slag te gaan’, niet direct wijzen op veel ‘gedeeld probleembesef’, laat staan op een ‘hier gaan we samen wat aan doen’-houding.
Voor wat betreft de FNV-voorstellen over de inzet van de Arbeidsinspectie stelt hij in een brief aan de SER: “een rol in het proces van normering, past in beginsel niet bij de taak van Inspectie SZW als onafhankelijk toezichthouder.” Hij speelt de bal verder terug, door aan te geven: “Uit deze (haalbaarheids – JV) systematiek vloeit voort dat werkgevers en werknemers in de benodigde informatie voor de SER GSW voorzien.”

De minister speelt de bal terug naar de SER-subcommissie, maar het lukt de bonden om enige tijd later namens die gehele subcommissie een brief aan de minister te doen uitgaan, die voor het overgrote deel aansluit op de eerder door de FNV gedane voorstellen. Het mag niet baten.

Enkele vruchteloze overlegrondes later is het voor de FNV dan ook ‘einde verhaal’: men zet deelname aan de subcommissie GSW stop. Iets wat wél tot de media, maar niet tot de subcommissie zelf en de minister lijkt te zijn doorgedrongen, als je ten minste afgaat op de publieke uitingen: noch op de website van de SER, noch op die van het Ministerie van SZW is een bericht te vinden over de stap van de FNV.
Wel zijn recentelijk[2] de namen van de FNV-vertegenwoordigers in de subcommissie GSW in alle stilte van de ledenlijst afgevoerd. Is het terugtreden van de grootste Nederlandse vakcentrale niet belangrijk genoeg om te melden? Of is het stilzwijgen een signaal dat er toch nog steeds gewerkt wordt aan verzoening? Vooralsnog blijft het in nevelen gehuld.

Balans

Wanneer we  de balans van het grenswaardenstelsel zelf proberen op te maken, stemt die niet op alle fronten even vrolijk.
Ten positieve kan gelden dat voor een aantal belangrijke stoffen ook ná 2007 grenswaarden tot stand zijn gekomen, zoals voor dieselrook (DME), waar naar schatting bijna 900.000 werknemers mee te maken hebben. Of voor meelstof, waarvan weliswaar niet precies bekend is hoeveel mensen daar in hun werk mee te maken hebben, maar dat wel tot ernstige gezondheidsschade kan leiden, geldt een wettelijke grenswaarde.
Maar op het punt van de in 2004 door het kabinet bekritiseerde ‘lage productiviteit’ van het stelsel is geen vooruitgang geboekt, integendeel. Vóór 2007 verschijnen er zo’n 6 tot 7 nieuwe MAC-waarden per jaar. Na 2007 daalt dat tot gemiddeld minder dan 4 publieke grenswaarden per jaar.
Na 2007 lijkt de bottleneck te zijn verschoven van zorgvuldig, maar arbeidsintensief wetenschappelijk onderzoek naar steeds moeizamere ‘haalbaarheidsonderhandelingen’ tussen werkgevers en werknemers.

Belangrijk aan de minkant van de balans is dat na 2007 voor honderden stoffen geen publieke grenswaarde meer geldt en dat het systeem zelf, in weerwil van de dereguleringsgolf eerder ingewikkelder is geworden dan het voor die tijd was.
Dat levert werkgevers de argumenten om het er bij te laten zitten, zelf geen grenswaarden vast te stellen, laat staan ze na te leven, ook de publieke grenswaarden niet.
Maar het grootste pijnpunt: ondanks 45 jaar grenswaardenstelsel zijn er nog steeds meer dan 3000 ‘gevaarlijke stoffendoden’ per jaar. Dat is niet toe te rekenen aan het grenswaardenstelsel als zodanig. Zo’n stelsel levert niet meer (en niet minder) dan noodzakelijke randvoorwaarden om in de arbeidspraktijk – op de werkvloer – te komen tot maatregelen om gezondheidsschade te voorkomen.
Het toeroepen van een halt aan die 3000 doden per jaar vormt de grootste en meest wezenlijke uitdaging voor de toekomst. Juist ook daarvoor blijft een solide en grenswaardenstelsel nuttig en nodig.

Jan Verhagen
oktober 2021

In het VHV-Digiboek over dit onderwerp is niet alleen meer achtergrondinformatie over en een kritische beoordeling van de werking van het Nederlandse grenswaardenstelsel te vinden, maar staan ook enkele mogelijke bouwstenen voor een aangepaste vakbondsaanpak.


[1] https://www.arbeidshygiene.nl/-uploads/files/insite/190411_sessiez_palmen.pdf
[2] de situatie op 25 november 2022