Vakbond en gevaarlijke stoffen op het werk
FNV na 45 jaar uit SER-commissie
(deel 1)
Meer dan 3000 werknemers overlijden elk jaar omdat ze in hun werk zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, vooral stoffen waarvan je kanker krijgt.
In den Haag adviseert de subcommissie ‘Gevaarlijke Stoffen op de Werkplek’ (GSW) van de Sociaal-Economische Raad (SER) het kabinet over normen voor dergelijke stoffen, de zogenaamde ‘grenswaarden’. Tot woensdag 6 juli 2022: op die dag stapt, na 45 jaar, de FNV uit dit overleg.
In een drietal webartikelen zetten we het onderwerp in de vakbondshistorische schijnwerpers.Voor wie de diepgang en de nuance zoekt is tegelijk een VHV-Digiboek over het onderwerp verschenen. Hierin zijn interviews verwerkt met een vijftal vakbondsmensen, die betrokken zijn of waren bij het Nederlandse grenswaardenstelsel.Direct naar…
het VHV-Digiboek over grenswaarden
deel 1 van de webartikelen
deel 2 van de webartikelen
deel 3 van de webartikelen
de integrale tekst van de vijf interviews
Een onderschat probleem
Werken met gezondheidsschadelijke stoffen is zo oud als de mensheid zelf. Ziek worden van en doodgaan door dit soort stoffen ook. Asbest bijvoorbeeld wordt al in de oudheid op grote schaal gewonnen en verwerkt, meestal door slaven. In die tijd zien we ook al de eerste primitieve beschermingsmaatregelen – mondmaskers – tegen de gevolgen daarvan.
De industriële revolutie zorgt niet alleen voor een explosieve toename van asbestgebruik, maar introduceert ook vele duizenden andere, vaak gevaarlijke, stoffen op de werkvloer.
En dus zijn er vandaag de dag op de Nederlandse werkvloer meer dan 100.000 verschillende stoffen in gebruik, waaronder veel chemicaliën. De meeste zijn niet heel schadelijk voor veiligheid en gezondheid van werknemers, maar enkele duizenden zijn dat in potentie wél. Daaronder zitten ‘sluipmoordenaars’: stoffen waarvan de onomkeerbare gezondheidsschade pas na tientallen jaren duidelijk wordt, vaak pas na je pensioen.
Van de naar schatting ruim 4100 werknemers die elk jaar in Nederland overlijden als gevolg van het werk, heeft voor zo’n 3300, dat is 80%, de doodsoorzaak alles te maken met blootstelling aan gezondheidsschadelijke stoffen. 3300 stoffengerelateerde sterfgevallen per jaar, dat is meer dan vijf keer zo veel als het jaarlijkse aantal verkeersdoden, want dat waren er in 2021 ‘slechts’ 582. En van daling is geen sprake: het cijfer ligt al heel lang op ongeveer dit niveau.

Hoeveel werknemers in hun werk te maken hebben met gevaarlijke stoffen is niet met zekerheid bekend. Het Ministerie van Sociale Zaken noemt het cijfer 1 miljoen, maar wie de cijfers uit de publicatie ‘Beroepsziekten in Beeld’, een uitgave van hetzelfde ministerie, bekijkt, zal ontdekken dat de echte cijfers waarschijnlijk twee tot driemaal zo hoog liggen. Van die werknemers lopen er, afgaand op dezelfde schattingen, maximaal 750.000 een reëel risico om ziek te worden of dood te gaan omdat hun werkgever ‘onvoldoende beheersmaatregelen heeft getroffen’, zoals dat in jargon heet.
In werkelijkheid ligt dit getal waarschijnlijk lager, omdat veel werknemers in hun werk aan meer dan één stof blootstaan.

Merkwaardig genoeg staat het onderwerp ‘gevaarlijke stoffen’ zelden in de prioriteiten-top-vijf van de vakbeweging.
Wat niet wil zeggen dat er helemaal geen aandacht voor is. In den Haag doet de vakbeweging al 45 jaar mee aan het zogenaamde grenswaardenoverleg. Het belang van Europese afspraken en richtlijnen neemt hand over hand toe, dus overleggen vakbondsmensen ook in Europa over gevaarlijke stoffen en grenswaarden. In bedrijven opereert de vakbeweging meestal via kaderleden in Ondernemingsraad of Personeelsvertegenwoordiging, met wisselend succes.
1976: Nederland start met normen voor gevaarlijke stoffen
In het kielzog van landen als Duitsland en de Verenigde Staten vindt midden jaren ’70 ook Nederland dat het tijd is voor normering: het nationale grenswaardenstelsel ontstaat. Doel van dit grenswaardenstelsel is dat Nederland zelf tot gezondheidskundig verantwoorde normen komt.
In 1976 stelt de Minister van Sociale Zaken de zogeheten ‘Werkgroep van Deskundigen’ in, het jaar daarna gevolgd door de ‘Nationale MAC-commissie’. In die laatste doet ook de vakbeweging mee.
Met de instelling van deze twee organen is de Nederlandse ‘drietrapsprocedure’ geboren. Die is internationaal befaamd, en werkt als volgt:
- stoffen worden in eerste instantie voorgelegd aan een groep wetenschappers. Vroeger was dat de Werkgroep van Deskundigen (WGD). Tegenwoordig is dat de Commissie Gezondheid en Beroepsmatige Blootstelling aan Stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad. Deze commissie adviseert een gezondheidskundige limiet.
- dit gezondheidskundig advies komt aan de orde bij wat tegenwoordig heet de Subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek (GSW) van de SER. Vroeger stond die commissie bekend als ‘de Nationale MAC-commissie’. Daarin hebben werkgevers, werknemers en onafhankelijke leden zitting. Zij bespreken in de subcommissie GSW de haalbaarheid van voorgestelde limieten, en brengen daarover advies uit aan de Minister.
- op basis van dit advies bepaalt de Minister van Sociale Zaken een grenswaarde voor de betreffende stof.
Voornaamste doel van de getrapte procedure is een duidelijke scheiding aan te brengen tussen gezondheidskundige aspecten (stap 1) en andere overwegingen (stap 2). In stap 2 kunnen technische, organisatorische en economische bezwaren er toe leiden dat een grenswaarde minder streng is dan de commissie GBBS adviseert, maar de uitgangspunten van de wetenschappers worden op deze wijze niet belast.
Onderstaande tabel probeert de oorspronkelijke en huidige naamgeving van de actoren in de drietrapsaanpak overzichtelijk in beeld te brengen.
Als de eerste ‘Nationale MAC-lijst’ verschijnt, in 1978, is die nog vrijwel helemaal gevuld met uit Amerika overgenomen zogenaamde TLV-waarden[1]. Want eigen onderzoek vraagt tijd: meer dan een 10-tal stoffen per jaar kunnen niet in behandeling worden genomen, op een totaal van meerdere duizenden. Om langdurige onzekerheid te vermijden, staan er dan ook nog jarenlang veel uit het buitenland overgenomen grenswaarden in de Nationale MAC-lijst. Grenswaarden die overigens zeker niet per definitie slecht of onbetrouwbaar zijn.
In 2006 omvat de Nederlandse MAC-lijst rond de 1000 stoffen, waarvan een kleine 200 de drietrapsprocedure hebben doorlopen, die daarom ook wettelijk gezien een (klein) streepje voor hebben. Dat komt neer op een ‘productie’ van ruim 6 stoffen per jaar via de drietrapsaanpak.
1991: deining over de invloed van concerns op grenswaarden
In 1991 promoveert Paul Ulenbelt, dan net beleidsmedewerker van de Industriebond FNV, op het onderwerp gevaarlijke stoffen. Zijn proefschrift leidt tot enige opschudding. Het was al langer bekend dat het grootste deel van de in Nederland gebruikte grenswaarden ‘copy-paste’ is overgenomen van de Amerikaanse TLV-lijst. Die lijst bestaat sinds kort na de Tweede Wereldoorlog en wordt beheerd door de TLV-commissie van The American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH).
De Amerikaanse grenswaarden zijn formeel sinds 1958 op louter gezondheidskundige overwegingen gestoeld, maar de realiteit blijkt anders.
Voor de noodzakelijke informatie bij het vaststellen van normen is deze TLV-commissie namelijk sterk afhankelijk van een aantal grote concerns, zoals Dow, Exxon, DuPont en Bayer. Die baseren zich daarbij vaak op niet-openbare, en dus ook niet te toetsen, ‘vertrouwelijke’ bedrijfsgegevens.
Deze concerns blijken dan ook grote invloed te hebben op de Amerikaanse grenswaarden. Ook blijken ze harde taal om hun visie door te drukken soms niet te schuwen.
Meestal is hun insteek gericht op verruiming van TLV-waarden en op het bagatelliseren van de gevaren.
Dat komt allemaal aan het licht via een tweetal Amerikaanse onderzoeken. Barry Castleman en Grace Ziem ontdekken in de jaren ’80 dat 16% van de Amerikaanse grenswaarden zijn opgesteld onder verantwoordelijkheid van mensen in dienst van de producerende concerns zelf. Twee andere onderzoekers, Roach en Rappaport, tonen in 1990 aan dat 28 Amerikaanse TLV-waarden te hoog zijn als je ze vergelijkt met de wetenschappelijke bronnen waarop ze gebaseerd zouden zijn. 21 van die 28 waarden zijn 1-op-1 overgenomen in de Nederlandse MAC-waardenlijst.
Verder blijkt ook dat 36% van de Nederlandse MAC-waarden die al wel via de drietrapsprocedure tot stand zijn gekomen, hoger ligt dan de gezondheidskundige advieswaarde.
Dit wordt in Nederland breed bekend door het proefschrift van Paul Ulenbelt, en via een bijna gelijktijdig georganiseerde conferentie in Amsterdam, juni 1991.
Paul Ulenbelt: “Er was toen net een artikel verschenen in een internationaal vakblad over de concerninvloed op de Amerikaanse Treshold Limit Values (TLV’s). Dat artikel was heel goed gedocumenteerd. Ik signaleerde vervolgens dat de grenswaarden in Nederland precies hetzelfde waren als de Amerikaanse. Toen ben ik dat verder gaan vergelijken en uitzoeken. En toen bleek dat het overgrote deel van de grenswaarden in Nederland daarvandaan kwamen. Ze waren maar heel weinig gebaseerd op Nederlands onderzoek. Dat was groot nieuws, een schandaal. Er is nauwelijks iets over dat proefschrift gepubliceerd, behalve dit. Ik kan me nog goed herinneren dat ik de avond ervoor was uitgenodigd voor ‘Met het oog op morgen’. Dat dezen ze vaker, iemand uitnodigen die de dag erna zijn proefschrift moest verdedigen. Toen is ook Sociale Zaken onderzoek gaan doen, die kwamen er ook achter dat het allemaal niet klopte, en toen zijn ze allemaal in de revisie gegaan bij de toenmalige Werkgroep van Deskundigen, en ze zijn aangepast.”
Ook vakbondskaderleden, in juni 1991 als sprekers aanwezig op de conferentie, zijn niet mals in hun conclusies over het grenswaardenstelsel in die jaren.
Ad Pantus: “De huidige MAC-waarden geven een schijnzekerheid aan de werknemers bij de beoordeling van hun arbeidsomstandigheden.”
Hans Hekking: “Tripartite overleg en paritair bestuur zijn, gezien de machtsverhoudingen, niet per definitie een garantie voor maximaal veilige arbeidsomstandigheden. Wat nodig is, is een strijdbare vakbeweging die niet meegaat in het aanpassen van de mens aan het werk, maar de mens als uitgangspunt neemt.”

DSM-kaderlid, tevens lid van de MAC-waardencommissie Pantus, spreekt zich in 1991 ook uit tegen een stelsel waarin, zichtbaar of niet, andere dan louter gezondheidskundige overwegingen meespelen. Hij stelt: “De gezondheidswaarde moet op basis van wetenschap tot stand zijn gekomen, en niet op basis van onderhandelingen over wat wel en niet haalbaar is…” en pleit vervolgens om die gezondheidswaarde te hanteren als wettelijke norm.
Anno 2022 uit ook voormalig lid van de Nationale MAC-commissie Paul Ulenbelt zich op vergelijkbare wijze als destijds Ad Pantus:
“Onze lijn was: wat zij (de Werkgroep van Deskundigen, JV) adviseren moet worden overgenomen, want het gaat om gezondheid, en daarvoor zitten we hier. Elke concessie die je doet gaat ten koste van gezondheid van mensen.”
Na de ophef in 1991 volgen maatregelen. De wetenschappers van de commissie GBBS gaan in een, voor zover dat mogelijk en verantwoord is, hogere versnelling. Grenswaarden uit Amerika worden niet meer klakkeloos overgenomen: liever baseert men zich dan op betrouwbaarder geachte gegevens uit Scandinavische landen en Duitsland.
Toch leidt ook de Nederlandse grenswaardensystematiek met enige regelmaat tot grenswaarden die hoger liggen dan door de toenmalige Werkgroep van Deskundigen geadviseerd. Om precies te zijn geldt dat in 1991 voor 36% van de door de WGD behandelde stoffen.
Jan Verhagen
oktober 2022
In het VHV-Digiboek over dit onderwerp is niet alleen meer achtergrondinformatie over en een kritische beoordeling van de werking van het Nederlandse grenswaardenstelsel te vinden, maar ook staan er enkele mogelijke bouwstenen voor een aangepaste vakbondsaanpak.
[1] Treshold Limit Values = grenswaarden
