Het geheugen van de vakbeweging

Promoveren op veranderende arbeidsverhoudingen

‘How to Self-Organise’

Rosa Kösters/ Jan Verhagen
mei 2026

Op 26 maart 2026 promoveerde IISG-onderzoeker Rosa Kösters in Leiden met het proefschrift ‘How to Self-Organise’. Daarin onderzoekt zij op welke manier en in welke mate werknemers in enkele bedrijven van Unilever en het Ahold-concern zelf in actie kwamen tegen misstanden en bestaansonzekerheid in hun werksituatie. Onderstaand artikel is gebaseerd op haar tijdens de promotie gehouden ‘lekenpraatje’.

 

De vrolijke meneer Van Dalen en de oranje Unox-muts bij de nieuwjaarsduik: zowel Albert Heijn (Ahold) als Unox (Unilever) hebben in Nederland vooral een gezellig en toegankelijk imago. Vrijwel iedereen kent de merken, van het doen van de dagelijkse boodschappen tot de winterse erwtensoep en rookworst.

Rosa Kösters.
Foto: Monique Kooijmans

Volgens sommige politici zijn het bovendien bedrijven waar Nederland trots en zuinig op moet zijn. In 2018 probeerde toenmalig premier Mark Rutte persoonlijk te voorkomen dat het Unilever-hoofdkantoor naar Londen zou verhuizen. De topmannen en topvrouwen kunnen rekenen op ruime media-aandacht en directe toegang tot bewindspersonen.

Maar hoe zit het met de werknemers – de orderpickers, vakkenvullers, kassières en worstenmakers? In de voorbije jaren dook historicus Rosa Kösters in hun geschiedenis. In haar onderzoek staan niet de gezellige reclames of de bestuurders in de directiekamer centraal, maar de werkvloer.

Zij brengt de arbeidsmigranten in de distributiecentra in beeld. Ook onderzocht ze vrouwen en jongeren in de supermarkten, en mannen en vrouwen in de worst- en soepfabrieken in de industriestad Oss.

Kösters stelde zichzelf de vraag hoe het was voor deze werkenden. Hoe zag hun werkdag eruit? Waarom kwamen zij in actie? En hoe namen zij daarin initiatief? Het resultaat is een geschiedenis over veranderende arbeidsverhoudingen en het belang van zelforganisatie, zowel binnen als buiten bestaande vakbonden.

Distributiecentra van Albert Heijn

Stakers bij het AH-DC demonstreren (1980) – Vooraan: Cezmi Celik
Foto Coen Borgsteede/IISG

Een van de verhalen die Kösters blootlegt, is dat van Cezmi Çelik, een arbeidsmigrant die in 1970 begon te werken in het distributiecentrum van Albert Heijn. Hij was het jaar daarvoor door Ahold in Turkije geworven.

Uit het verhaal van Cezmi en vergelijkbare bronnen blijkt dat de structurele afhankelijkheid van arbeidsmigranten in distributiecentra — een thema waar we de afgelopen jaren steeds meer over lezen, horen en discussiëren —helemaal geen recent verschijnsel is. Die geschiedenis gaat ver terug.

In 1963 opende Albert Heijn haar eerste eigen, moderne distributiecentrum in Zaandam. Twee jaar later begon Ahold met de werving van buitenlandse arbeiders. En tegen 1970 was 30 tot 40 procent van het personeel in het distributiecentrum arbeidsmigrant. Destijds ging het niet om Polen en Roemenen, maar kwamen de meesten uit Marokko en Turkije.

Met het verhaal over de Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten laat Kösters daarnaast direct zien hoe belangrijk zelforganisatie is. Tijdens de vakbondsacties van 1980 wisten juist deze arbeidsmigranten in het distributiecentrum elkaar te organiseren. Zo maakten zij de stakingsoproep van de vakbonden tot een succes.

Supermarkten van Albert Heijn

Bezetting Hoofdkantoor Albert Heijn 1981
Bron foto: onbekend/ IISG

Naast arbeidsmigranten bestudeerde Kösters ook jongeren die vakken vulden, en de – vaak getrouwde – vrouwen achter de kassa.

Uit haar onderzoek blijkt dat in de winkels van Albert Heijn de omslag van een meerderheid van voltijdsbanen naar een meerderheid van deeltijd- en kleine banen zich al tussen 1963 en 1972 voltrok.

Kortom: Albert Heijn was niet alleen een vroege voorloper in het inzetten van arbeidsmigranten in distributiecentra, maar ook in de grootschalige flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Ook in de supermarkten was zelforganisatie van belang. In de jaren zeventig en vroege jaren tachtig hadden de gevestigde vakbonden weinig oog voor de jongeren in de winkels. Zij organiseerden daarom hun eigen acties, zoals de bezetting van het Ahold-hoofdkantoor in 1981.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig voerde de Dienstenbond FNV een supermarktcampagne, met als hoogtepunt de staking in 1995. Daarbij probeerde de bond de regie strak in handen te houden, maar in een aantal gevallen sloten juist winkels waar werknemers hun eigen strategie volgden.

Unox fabrieken van Unilever

Media-aandacht voor verkoop Unox in 2017 (collage)

In de fabrieken van Unilever in Oss waren vooral de effecten zichtbaar van globalisering, automatisering en uitbesteding. Deze ontwikkelingen maakten deel uit van een bredere strategische verschuiving richting ‘shareholder value’ en een sterkere focus op kernactiviteiten, die volgde op de diversificatiegolf van de jaren zestig en zeventig. Het resultaat was een reeks opeenvolgende reorganisaties, waarbij productieprocessen en bedrijfsonderdelen geleidelijk werden herverdeeld, verplaatst of afgestoten.

Aan de hand van de ervaringen van werknemers maakt Kösters deze abstracte ontwikkelingen concreet. Unilever zette in Oss al vanaf de jaren zeventig in op een strategie van concentratie op kernactiviteiten. Dat begon met het beëindigen van alle slachtactiviteiten in 1982 en mondde uiteindelijk uit in de uitbesteding van de volledige fabriek in 2017.

Kandidaten van Arbeidersmacht voor de OR-verkiezingen bij Unox (1984) (fotograaf onbekend)

Van zelforganisatie was bij Unox op verschillende momenten sprake. Bij de Unox-staking van 2017 speelde niet alleen het hoge percentage vakbondsleden een rol, maar vooral hun actieve houding. Werknemers zoals Roy Thomson en zijn collega’s gaven de acties zelf vorm en maakten deze zo tot een succes.

In de jaren zeventig en tachtig liet ‘Arbeidersmacht’ zien wat de erkende vakbonden vaak minder oppakten: via gesprekken op de werkvloer brachten zij in kaart wat werknemers écht bezighield en stimuleerden zij hen om zelf in actie te komen.

Speuren naar puzzelstukjes in archieven

Om deze verhalen te reconstrueren waren allerlei puzzelstukjes nodig, die Kösters verzamelde uit verschillende soorten bronnen en archieven.

Ze zocht in onlinekrantendatabases zoals Delpher en in archieven in Amsterdam, Nijmegen en Den Bosch. Ook raadpleegde ze het privéarchief van de SP in Oss. In deze collecties vond ze onder andere pamfletten, actiedraaiboeken, notulen en fotomateriaal.

Daarnaast verzamelde ze, samen met de collectieafdeling van het IISG, extra bronnen. Voor het onderzoek naar Unox kreeg ze ook toegang tot een besloten Facebookgroep van werknemers, en interviewde betrokkenen zoals Patrick van Klink en Roy Thomson.

Kösters ervaarde dat de puzzelstukjes zelden vanzelf op hun plek vallen. Verhalen van werkenden zijn vaak versnipperd of indirect overgeleverd, en soms helemaal niet vastgelegd. De uitdaging was om allerlei verschillende bronnen met elkaar te verbinden om het geheel te kunnen reconstrueren.

Die versnippering is niet toevallig. De werkvloer zelf laat weinig archiefsporen na, waardoor ervaringen van werknemers minder goed bewaard blijven dan die van bestuurders of organisaties. Het reconstrueren van deze geschiedenis vergde daarom een actieve zoektocht, waarbij creativiteit, doorzettingsvermogen en samenwerking cruciaal bleken.

Lessen voor de toekomst

Verhalen van de werkvloer zijn onmisbaar — voor ons historisch begrip, én voor hedendaagse discussies over werk en vakbonden. Want de laatste jaren gaat het veel over de toekomst van Nederland als kenniseconomie. Maar een goed loon en goede arbeidsomstandigheden voor iedereen komen er daarin karig vanaf.

Kösters betoogt dat als we een economie willen waarin fatsoenlijk werk de norm is, we – als maatschappij, politici en beleidsmakers – ook kritisch moeten durven kijken naar bekende Nederlandse bedrijven.

Haar onderzoek toont daarbij niet alleen de wortels van arbeidsmigratie en flexwerk, maar ook die van het jeugdloon. Kösters laat zien dat het jeugdloonsysteem is terug te leiden tot het oude ideaal van het kostwinnersmodel, een model dat stelt dat iedereen die geen kostwinner is, om die reden minder betaald mag krijgen.

Niet alleen is dat idee achterhaald, ook maakt het proefschrift duidelijk dat jongeren al decennialang structureel en essentieel werk doen in en voor supermarkten. Het onderzoek werpt zo de vraag op of het niet eens tijd wordt om aan het jeugdloon echt een einde te maken.

PO in actie. Bron: onbekend

En wat betekent dit onderzoek voor de vakbeweging? De afgelopen jaren ontstonden verschillende bottom-up initiatieven buiten gevestigde vakbonden. Hier in Nederland zagen we fietskoeriers die de Radical Riders oprichten en leraren kwamen met PO in Actie. Kösters plaatst dit soort initiatieven in een langere historische traditie van zelforganisatie op de werkvloer.

Vaak wordt in onderzoek vooral gekeken naar vakbonden als initiatiefnemers, of juist naar werkenden die zich los daarvan organiseren. Dit proefschrift laat zien dat die scheiding te scherp is. Ook binnen vakbonden speelt initiatief van onderop een cruciale rol — bij kleine acties op de werkvloer én bij grote stakingen.

De belangrijkste conclusie luidt dan ook: vakbonden blijven alleen relevant wanneer zij ruimte bieden aan initiatief van onderop, en bereid zijn daar verschillende strategieën voor te ontwikkelen.

Meer weten?

Rosa Kösters gaf diverse interviews over haar proefschrift: