
Weblog ‘Lodewijk de Waal herinnert zich’ (8)
De vakbond en het koninklijk huis
Lodewijk de Waal
Oud- FNV- en oud-VHV-voorzitter
April 2026
Er is in Nederland niet veel discussie over nut en noodzaak van de monarchie.
Vaak wordt zo’n beginnende discussie al in de kiem gesmoord met de conclusie dat de huidige monarch dus nog even mag blijven, maar niet meer opgevolgd hoeft te worden.
Met de opkomst van de democratie in Nederland, werd het koningshuis steeds meer een anomalie. De macht van de vorst werd ingeperkt tot een louter ceremoniële.
Toch raken zelfs republikeinen als ze in contact komen met de vorst onder de indruk van de ambiance en de uitstraling. De pracht en praal, het is allemaal bedoeld om een bijzonder aura aan het koningshuis te geven.
En het werkt: als we de bij de FNV ontvangen uitnodigingen voor de Nieuwjaarsreceptie van koningin Beatrix moesten verdelen over de voorzitters van de bonden, waren ze allemaal even gretig om een plekje in het paleis op de Dam te veroveren.
Toen ik zelf voor het eerst bij een staatsdiner mocht aanzitten, vond ook ik dat heel bijzonder. Prachtig opgemaakte tafels, iedereen in zijn of haar mooiste kleren, veel kaarsen, allemaal bedoeld om een sprookjesachtig sfeer te creëren. Op enig moment komen dan lakeien, synchroon lopend met de soepterrines de zaal binnen marcheren. En allemaal tegelijk dienen ze ook de gerechten op.
Johan Stekelenburg had mij al gewaarschuwd voor de kleine porties. En inderdaad, het stelde niet veel voor, dus ik vroeg de lakei om nog een schepje vlees en groente. De lakei mompelde daarop “gelijk hebt u” en gaf mij nog een portie vlees.
Werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan gaf na zo’n diner zijn chauffeur dan ook opdracht even langs de Febo te rijden voor een patatje.
Deelname aan zo’n staatsdiner werd voor mij wel een discussiepunt, toen bleek dat mijn partner niet mee mocht. De Majesteit vond samenwonen en toch niet trouwen ongewenst.
Ik heb toen tegen Wim Kok gezegd dat als de moeder van mijn kinderen niet welkom was, ik ook niet zou komen. Terzelfder tijd had ook minister Wijers een gelijksoortig probleem. Wim Kok, die toch al vond dat hij te veel tijd moest besteden aan het koningshuis, ging hierover zuchtend met de Majesteit in discussie. Uitkomst was, zo deelde Wim mij mee dat als er sprake was van een langdurige, bestendige relatie, je toch je partner mee mocht nemen. Een journalist vroeg me, toen dit in de publiciteit kwam, hoe Wim wist dat een relatie bestendig was. Het antwoord van Wim: “Ik ken ze allemaal.”
Punt was wel dat mijn partner helemaal geen zin had in die diners, waar ze zich ‘aanhangsel van haar partner’ voelde.
Een uitzondering vormde het staatsdiner ter gelegenheid van het bezoek van Nelson Mandela. Dat was ook wel heel bijzonder, en toen een strijkje het nieuwe volkslied (Nkosi Sikelele, God zegene Afrika) speelde, was dat voor ons een emotioneel moment. Wim Kok zat aan de hoofdtafel en voelde kennelijk hetzelfde. Hij knikte mij toe met een blik van: “Hier hebben wij veel aan bijgedragen, met onze massale steun aan Cosatu, de Zuid-Afrikaanse vakcentrale.”
Zoals gezegd: ieder jaar werden wij met een aantal bondsvoorzitters ook uitgenodigd voor de Nieuwjaarsreceptie in het Paleis op de Dam. Ook daar kleine hapjes, maar wel in ruime mate champagne. Om de paar jaar kwam de koningin ook een praatje maken met de vakbondsvoorzitters. Ik was onder de indruk van Beatrix’ kennis en voorbereiding. Toen Johan ons voorstelde met de opmerking dat het allemaal nieuwe voorzitters waren, keek de koningin de kring rond en corrigeerde Johan: “Behalve die meneer”, wijzend op Jan Schuller. Dat was een blijk van haar ijzeren geheugen.

De interesse van de koningin in de vakbeweging kwam ook tot uiting toen ze op woensdag 24 januari 1990 ons gebouw aan de Naritaweg in Amsterdam opende. Een hele verdieping kreeg toen nieuw tapijt, en de WC waar de koningin eventueel op zou kunnen zitten, werd verbouwd. Bij binnenkomst werd zij ontvangen door de Ondernemingsraad. OR-lid Titia Bos vond die hele verbouwing maar onzin, vooral als zou blijken dat de Majesteit helemaal niet naar de wc zou gaan. Maar dat kon ze de koningin moeilijk vragen. Daarom vroeg ze heel beleefd of de koningin wellicht haar haar wilde doen. Waarop de koningin haar verbaasd aankeek en zei: “Hoezo, zit het niet goed?”. Duidelijk was wel dat ook de FNV onder de indruk was.
Toch liep het niet helemaal volgens het zorgvuldig opgestelde draaiboek, toen Youp van ‘t Hek de vorstin bij de arm nam en vrolijk met haar het gebouw in liep, Johan Stekelenburg beteuterd achterlatend.
Ik was wat langer in de nabijheid van de koningin, toen ik 1999 de Bilderberg Conferentie bijwoonde, dit keer in Portugal. De koningin was heel betrokken bij de conferentie. Ze jogde voor aanvang van het ontbijt over het terrein van het hotel. In haar joggingkleren verscheen ze aan het ontbijt, haar kapsel zonder dat er ook maar één haartje scheef zat.
Op een avond was er een receptie, en ik stond in het kringetje rond de koningin, toen ik zag dat een man die een borreltje te veel ophad, opdringerig naast de vorstin ging staan. Ik vond dat ik haar moest beschermen, en toen ik aanstalten maakte om de man weg te duwen, fluisterde prins Constantijn in mijn oor: ”niet doen, dat is de president van Portugal…”
Van de complottheorie van sommige radicale groeperingen dat op die conferentie door allerlei hoogmogenden het lot van de wereld wordt bepaald, heb ik overigens niks gemerkt.

Maar wat Domela Nieuwenhuis of Pieter Jelles Troelstra van deze ontspannen relatie met het koningshuis zouden vinden, laat zich raden. Sinds Troelstra opriep tot revolutie, en Wilhelmina in een koetsje door het volk over het Malieveld getrokken werd, was wel duidelijk dat linkse krachten geen bedreiging voor de monarchie vormen. Dat wordt ook mooi verwoord op een porseleinen bord met de tekst: “De uitwerking van Troelstra’s woorden heeft bewezen dat Nederland geen revolutie hoeft te vrezen.”
