Het geheugen van de vakbeweging

Geert Wagenaer, ‘biograaf’ van de katholieke arbeidersjeugdbeweging en organisatie onder middelbaar en hoger personeel

Arbeidersjeugd en Werknemende Middenstand

Twee verhalen uit de vroege geschiedenis van de Katholieke arbeidersbeweging

De ontwikkeling van de vakbeweging in het katholieke deel van de samenleving volgt een geheel eigen lijn. Voor onder meer klassentegenstellingen – arbeiders tegenover kapitalisten – is geen plaats. Daarnaast kent de Katholieke gemeenschap een eigen bestuursstructuur van bisdommen of diocesen en parochies, met een eigen indeling die zich onttrekt aan de wereldse structuur. Geert Wagenaer, jarenlang VHV-secretaris en een langdurige loopbaan in de vakbeweging die begon in de katholieke zuil en afgerond werd in de Unie van Beambten, Leidinggevend en Hoger Personeel (Unie BLHP). In dit artikel werpt hij de schijnwerper op de Katholieke Arbeiders Jeugd (KAJ) en de Werknemende Middenstand (WM).

!. Katholieke Arbeiders Jeugd (KAJ)

In 1949 publiceert het Internationale secretariaat van de KAJ in Brussel het boek DE KERK EN HET VRAAGSTUK VAN DE Arbeidersjeugd. De Nederlandse vertaling werd uitgegeven door de Kajotters Verkoop Centrale in Utrecht. Het boekwerkje bevat een Inleiding en de volgende zes hoofdstukken:                                                                                                I.   Rome en de KAJ
II.  Het vraagstuk van de arbeidersjeugd
III. De KAJ en haar wezenskenmerken
IV. De KAJ en de geestelijkheid
V.  Geschiedenis van de KAJ
VI. Blik in de toekomst

In een Aanhangsel is een radioboodschap p[genomen van de Paus aan het KAJ-congres op 3 september 1950, en ook een Bibliografie met onder meer het Handboek van de KAJ, het Programma van de KAJ, het Statuut van de Arbeidersjeugd en verslagen van conferenties en studieweken gehouden voor en na de Tweede Wereldoorlog.

De inleiding bevat het vrij uitvoerig eigenhandig schrijven van paus Pius XII aan Joseph Cardijn, Algemeen Aalmoezenier van de KAJ. De Paus memoreerde de bloei, groei en positie van de KAJ, die 25 jaar eerder officieel werd opgericht en erkend als beweging van, voor en door werkende jongeren. Niet alleen in België maar ook in andere Europese landen en in de wereld kwam de KAJ tot stand. In 1950 hield de KAJ een jubileumcongres in Brussel en de uitgave van 1949 paste perfect bij de voorbereiding van dit evenement.

De Belgische priester Jozef Cardijn, grondlegger van de Katholieke Arbeiders Jeugdbeweging

Cardijn begon in 1912 als onderpastoor in Laken (bij Brussel) een syndicale groep voor vrouwen: “Met Naald en Draad”. Onder meer in Antwerpen bestaat dan al zo’n syndicale groep en in Luik een “Syndicat de l’Aiguule”. In 1913 worden voor de jeugd gevormd: ‘le petit syndicat’, voor meisjes van verschillende beroepen; voor jonge vrouwelijke bedienden; een meisjespatronaat en voor onderwijzeressen en meisjes uit de burgerij. Vormen van katholieke ‘jeugdstandsorganisaties’ zouden we dit kunnen noemen. Zijn ‘hoofdbekommernis’ ging uit naar de werkende jeugd en – groepen. In augustus 1915 werd de onderpastoor Cardijn benoemd tot Proost van de Sociale Werken voor de mannen van heel Brussel. Na Eerste Wereldoorlog begint Cardijn met Fernand Tonnet en Paul Garcet studiekringen met jonge arbeiders en bedienden. En later in Schaarbeek samen met Jacques van der Meersch. De KAJ beperkte zich vanaf het prille begin dus niet tot arbeidersjeugd in ateliers, werkplaatsen en fabrieken

Groei naar landelijke organisatie van werkende jongeren

De KAJ in België groeide in de periode 1912 -1925 van een parochiële studiekring in Laken tot een landelijke organisatie van werkende jongeren. De erkenning binnen zowel de katholieke samenleving als door de katholieke werknemersorganisatie verliep niet altijd zonder problemen. In de leeftijds-categorie van 14 tot 25 jaar waren bijvoorbeeld ook syndicale jongerengroepen van christelijke beroepsverenigingen en vakbonden van arbeiders en bedienden actief. Overleg en samenwerking kreeg langzaam maar zeker vorm. Woonplaats en parochie vormden de basis in organisatiestructuur. De KAJ was geen vakbond, en zelfs toen de KAJ. met ‘ondernemingswerking’ actief werd, was de taakverdeling bij de belangenbehartiging, dienstverlening, scholing en vorming duidelijk afgebakend.

“Rome’ volgde met groot vertrouwen Cardijn en de uitbreiding van de KAJ en maakte er in de encycliek Quadragesimo Anno (1931) als volgt melding van: “…Tot onze grote vreugde zien wij dichte drommen van jonge Katholieke Arbeiders, die gehoor geven aan de roep van de Goddelijke genade en die de edele ambitie koesteren de ziel van hun medebroeders weer voor Christus te veroveren.”

“Wil men de KAJ verstaan, dan moet men het vraagstuk van de arbeidersjeugd in de wereld begrijpen.” In het hoofdstuk met dezelfde titel als het boek werd het vraagstuk in een context geplaatst die we ook aantreffen in andere beschrijvingen van katholieke en protestantse sociale organisaties: “Eeuwige bestemming en tijdelijke bestemming zijn onafscheidelijk verbonden.” “Om het vraagstuk van de arbeidersjeugd volledig te begrijpen, moet men het zien in samenhang met het vraagstuk van de gehele arbeidersklasse. Meer nog, men moet het zien in het licht van het probleem, dat door de universele omwenteling van onze tijd aan de gehele mensheid en aan de Kerk gesteld wordt.”  Termen als industriële exploitatie, ver doorgevoerde industrialisatie, brutale economische en sociale evolutie en dergelijke plaatsten de KAJ op het internationale niveau en vormden mede de grondslag voor de Wereld-KAJ en de uitbreiding van het Internationaal Secretariaat.

De KAJ is een zelfstandige organisatie van, voor en door werkende jongeren. De Vlaamse tekst “Onder hen, door hen, voor hen” was in de Nederlandse vertaling gehandhaafd. De (professionele) propagandisten waren letterlijk voor enkele jaren vrijgesteld van hun beroeps-werkzaamheden. De samenwerking met de katholieke beroepsverenigingen, vakbonden en werkliedenverenigingen was structureel verankerd. Veel kaderleden waren oud-kajotters.

Zien-oordelen-handelen

De geschiedenis van de KAJ werd in dit hoofdstuk voornamelijk toegespitst op het ZIEN van de werkmethode vorm gegeven door ‘onderzoek’. In de periode 1924 – 1946 werden niet minder dan 52 enquêtes gehouden over onderwerpen en thema’s met betrekking tot arbeidsvoorwaarden, werk- en levensomstandigheden en dergelijke waarmee de werkende jongeren en dus ook de KAJ te maken hadden. Het topjaar was 1930 waarin tien enquêtes werden gehouden. De onderzoeken werden gedaan met medewerking van de plaatselijke leiders en militanten. De resultaten werden allereerst gebruikt voor overleg in de studiekringen en de beoordeling door de deelnemers. Bij de conclusies en voor het handelen werd volgens de werkmethode zien-oordelen-handelen bezien wat plaatselijk moest gebeuren.

KAJ en priesters vormden een apart hoofdstuk in de uitgave. Katholieke actie, lekenapostolaat, anticommunisme, antikapitalisme en antisocialisme zijn termen die aangeven waar de KAJ geplaatst kon worden in de samenleving. De sociale leer van de R.K. Kerk, gebaseerd op Rerum Novarum en Quadragesimo Anno was het fundament voor alle activiteiten van de beweging. In 1932 werden in Brussel de eerste internationale bijeenkomst voor KAJ-aalmoezeniers gehouden. In 1935 kwamen in Brussel 100.000 kajotters bijeen met afgevaardigden uit 20 landen, waaronder ook van de Nederlandse Jonge Werkman. Direct na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, werden in de Belgische hoofdstad internationale studiedagen gehouden waar ook kajotters aan deelnamen die dienst deden in de diverse geallieerde legereenheden. De Internationale KAJ werd toen nog duidelijker gepresenteerd als een wereldbeweging met een Internationaal Secretariaat en met Brussel als centrum van de Wereld-KAJ.

2. Werknemende Middenstand

Oprichter en eerste voorzitter van de Sint Adelbert vereniging Jhr. Mr. C.J.M. Ruijs de Beerenbroeck

De katholieke zuil in Nederland kende naast beroeps- & vakverenigingen en een vakcentrale ook standsorganisaties voor arbeiders (werkliedenverenigingen), boeren (en tuinders), middenstanders (handel en nijverheid), werkgevers, werknemende middenstand en Sint Adelbert. Laatstgenoemde standsorganisatie werd in 1934 opgericht en was bedoeld voor katholieke leken ‘die door hun maatschappelijke, economische, staatkundige positie en door hun beschaving aangewezen waren meer bijzonder invloed op de samenleving uit te oefenen’. Hoger leidinggevenden die lid werden van een beroepsvereniging of vakbond, die bij het Rooms Katholiek Werkliedenverbond [RKWV] was aangesloten en geen lid wilden worden van een standsorganisatie voor de arbeiders en de werknemende middenstand, konden kiezen voor het lidmaatschap van Sint Adelbert. De oprichter en eerste voorzitter van deze standsorganisatie was Jhr. Mr. C.J.M. Ruijs de Beerenbroeck. Ik laat Sint Adelbert hierna buiten beschouwing omdat die feitelijk niet is opgeheven maar in gewijzigde vorm nog voort bestaat.

Niet aangesloten bij de RKWV

De R.K. Standsorganisatie voor de Werknemende Middenstand [WM]werd in de jaren twintig van de vorige eeuw in verschillende plaatsen opgericht en kende een vergelijkbare organisatiestructuur als de andere standsorganisaties, namelijk diocesane bonden, die federatief samenwerkten op landelijk niveau. De statuten van de WM werden kerkelijk goedgekeurd en voor de organisaties en plaatselijke afdelingen werden ‘geestelijk adviseurs’ benoemd. De diocesane organisaties van de WM waren niet aangesloten bij het RKWV en de naoorlogse opvolger KAB. Leden van de katholieke beroepsverenigingen en vakbonden voor apothekers-assistenten, administratief en commercieel personeel, maatschappelijk werkers, mijnbeambten, nijverheidsonderwijs, onderwijzers, overheidspersoneel, politie, spoor-en tramwegpersoneel, technici en chemici, vertegenwoordigers en verzekeringsinspecteurs, kortom werknemers die tot de hoofdarbeiders ofwel het middelbaar personeel gerekend konden worden, hadden de mogelijkheid voor het lidmaatschap van de WM te kiezen. Er was na de Tweede Wereldoorlog een afspraak tussen de KAB en de WM dar de ‘standsorganisatiebijdrage’ van deze leden niet aan de Diocesane Bonden van de KAB werd afgedragen maar aan de WM-standsorganisatie.

De Sint Gerlachinstituten van de WM verzorgden vormingscursussen die vergelijkbaar waren met de Gewestelijke Sociale-scholen van de KAB. Plaatselijk werden ook WM-themabijeenkomsten georganiseerd. Maar, toen op 1 januari 1964 de KAB werd opgevolgd door het Nederlands Katholiek Vakverbond [NKV] werden de standsorganisaties voor arbeiders opgeheven en eindigde ook het bestaan van de standsorganisatie WM.

 

Geert Wagenaer

Haarlem, augustus 2021

Augustus 2021

Zie meer over de Katholieke Arbeidersjeugdbewegingen

Zie meer over de geschiedenis van de organisatie van katholieke middelbare en hogere werknemers