In 2008 interviewde Bert Breij op verzoek van de VHV alle voorzitters van de bonden die bij FNV, CNV en MHP zijn aangesloten. Hij vroeg hen naar hun visie op de toekomst en de betekenis van de historie. Hier het interview met FNV Jong-voorzitter Jeroen de Glas

‘FNV Jong bestaat ruim 2,5 jaar en is ontstaan na de massademonstratie op het Amsterdamse Museumplein in 2004. Veel ouderen, en ook wel jongeren, waren daar, maar er was een onderlinge tegenstelling voelbaar. Om die reden is de categorale AVV, de Alternatieve Vakbond, opgericht. Jongeren wilden ook een stem en ook (weer) een aparte positie in de vakbeweging. FNV Jong is nu het jongerennetwerk van de FNV en vertegenwoordigt jongeren tot 35 jaar. Zowel binnen als buiten de FNV komt FNV Jong op voor de belangen van jongeren op het gebied van werk, inkomen en zorg. Ik ben pas sinds 10 maart 2008 voorzitter van FNV Jong.’
‘Ik ben duidelijk een ander type mens dan Klaas Pieter Derks, de voorzitter van CNV Jongeren. Christelijke inspiratie zegt me maar weinig, maar ik respecteer het. Dat er ook jongerenbewegingen van het NVV waren, heeft niet mijn dagelijkse aandacht. Ik weet er weinig van. Ik heb inderdaad nooit van de KWJ (15) gehoord, en weet ook niet veel van NVV Jongerencontact.’
Ik heb wel bijzonder veel bewondering voor de oudere kaderleden die nog zo actief en betrokken zijn, ik moet het me op die leeftijd nog maar zien doen. Ik wijs er wel op dat zonder (onder meer) het nieuwe digitale middel de vakbeweging het niet zal redden, maar het moet dan wel volledig informerend en interactief zijn. Er is een andere mentaliteit dan 30 jaar terug. Je moet mensen reden geven om uit eigen belang lid te worden van een vakbond. Op die manier heb je ook een grote achterban. Dat is gezond egoïsme. Oudere kaderleden klagen wel eens over deze mentaliteit. Ze zouden liever zien dat mensen belangeloos zich voor een ander inzetten. Ik denk bij mijzelf: aanpassen of sterven. Ik denk namelijk dat egoïsme niet per definitie slecht is. Mensen die zich actief willen inzetten voor de vakbond zul je ook altijd hebben. Echter, er zijn meer communicatiemiddelen bij gekomen, meer mogelijkheden tot laagdrempeligheid. Maak daar gebruik van.’
‘Jongeren moeten actief zijn voor de bond? Neen, de jongeren die meedoen zijn actief voor zichzelf en uit zichzelf. Veel doen het om zelf vooruit te komen, en zien de vakbond daarvoor als een opstap. Om bijvoorbeeld de politiek in te gaan. Dat vind ik jammer. Maar aan de andere kant, wat wel opvalt, is dat ze voor zichzelf bezig zijn, maar dat wat ze doen ook anderen beter maakt. Gezond egoïstisch.’
‘Jongeren zijn volgens mij wel aanspreekbaar als je vertelt dat als je geen lid bent, en er geen cao zou zijn, de werkgever vrij voor je kan bepalen wat je verdient. Als er geen sterke vakbond is dan ben je nergens. Veel jongeren staan te alleen om zelf onderhandelingen te voeren en laten zich vrij gemakkelijk intimideren. Ze weten niet hoe te onderhandelen en staan dan zwak. Je moet jongeren vertellen dat er daarom ook een cao is, deze geeft in ieder geval aan wat je minimaal moet verdienen. De bond zorgt daarvoor, en dat kan dankzij de leden. Als ieder apart gaat onderhandelen dan is het heel moeilijk een minimum bestaansvoorwaarde te creëren. Wat je meer wilt binnenhalen is dan aan jezelf, maar ook daar wil de bond je bij helpen, dan moet je wel lid zijn, geen aso. Zonder bond ontstaat er ook grote rechtsongelijkheid. De individuele voordelen zijn bij jongeren te onbekend. Je moet beginnen met het individu en niet meteen praten over het collectief. Ik vind ook dat wat de bond biedt, niet echt aan de man of vrouw wordt verkocht. Hoe meer individuen zich door de bond laten helpen, hoe betere cao’s deze voor het individu kan afsluiten. Het is helemaal in het belang van jezelf. Ik heb er geen moeite mee om de bond te tonen als een vereniging voor gezonde egoïsten. Jongeren kiezen soms ook per definitie niet wat de voorgaande generatie heeft gekozen, dat is een werkelijkheid. Wat al is gekozen, hoeven ze zelf niet meer omdat de keuze al gemaakt is, maar niet door henzelf. Mensen moet je in staat stellen om zichzelf te laten gelden. Dat klinkt als vroeger, maar met andere woorden. Een geheel nieuwe insteek hoeft dus niet. Ik denk wel dat de vakbond minder geassocieerd moet worden met politiek. Ik denk dat het door veel mensen eerder als een semi-politieke partij wordt waargenomen, dan als een belangenbehartiger. Dat heeft ook met beeldvorming te maken, maar ook met welk smoelwerk je uitdraagt. FNV kan dus wel politiek blijven bedrijven, maar jezelf als product verkopen is een ander verhaal.’
‘Jongeren zijn gericht op competentie, goede vriendschappen en zekerheid. Geld is daarbij een middel. Competent betekent goed in je werk, maar ook op je plaatselijke voetbalvereniging, je huishouden goed kunnen plannen. Goed in je vak. Vooral ook aanspreekbaar in het vak en behorend tot een vak. Ze kiezen, nogmaals, voor zichzelf en vanuit zichzelf, een authentieke keuze. Jongeren laten zich niets echt opdringen. Dat was in de kern vroeger ook zo en is een beeld van alle tijden.’
‘FNV Jong is nu aan de slag met het project ‘Werk en uiterlijk’. Werk moet leuk zijn en niet je eigen persoonlijkheid en uitdrukking daarvan wegdrukken. Je moet jongeren helpen hun mondigheid gericht in te zetten. Niet meteen een conflict veroorzaken. Mondigheid en goed argumenteren. De ander overtuigen. De werkgever moet respect hebben voor iemand die vraagt ‘waarom zou ik?’, en die argumenten wil horen. De FNV doet er veel aan om die mondigheid richting te helpen geven.’
‘De vakbeweging moet goed inspelen op de work-life balance. Je bent eerst alleen, hebt daarna misschien een gezin met kinderen. Er zijn tweeverdieners. Er moet worden onderzocht hoe het leven van die twee is en hoe ieder zijn eigen balans wil. Wat er nodig is moet je als bond kunnen bieden, en dat ook doen. Voortdurend bijvoorbeeld de balans vinden tussen kinderen, vrije tijd, werk en zorg, wat zich daarin afspeelt, en je moet er ook echt op inspelen.’
‘Ik vind dat het minimumjeugdloon moet worden afgeschaft. Het ligt nu op 30% van het minimumloon, landen om ons heen zitten op 60 tot 70%. Nederland discrimineert de jongeren. Het is me een doorn in het oog dat grote bedrijven ongeschoolde oudere jongere werknemers er snel uitgooien. Waarom afschaffing van het minimumjeugdloon? Je zou inderdaad eerder een eis om verhoging verwachten. Ik wijs hierbij naar de betekenis van ervaring. Waarom zou een jongere met dezelfde ervaring minder moeten verdienen dan een oudere? Waarom Polen minder? Mogen ervaren werknemers die door hun leeftijd minder presteren dan ook minder betaald worden? Neen, dat kan terecht niet, want een werkgever kan door de cao, en dankzij de bond, een salaris nu niet zo maar verlagen. Afwijkingen van de cao mogen formeel alleen ten gunste van de werknemer zijn. Ik zou willen dat alle jongeren met gelijke ervaring hetzelfde verdienen.’
‘Er moeten checks and balances zijn tussen werkgever en werknemer en tussen de werkgeversorganisaties en de bonden. Ook in de relatie tot de overheid en de politiek. In je eentje heeft het geen zin om naar Den Haag te gaan. Daarin is de macht van de vakbeweging, ook voor jongeren, onmisbaar, en met minder leden is er minder macht of kracht. Die kracht zou wel eens af kunnen nemen, en daar zouden wel eens de jongeren van nu, ook later, de dupe van kunnen worden. Dan kunnen de werkgevers, en andere krachten, hun gang gaan en groeit de behoefte aan een vakbeweging weer. Het is misschien een cyclus. Dat betekent niet dat je in mindere tijden in je luie stoel moet gaan zitten overigens, anders bloed je dood.’
‘Ik denk dat het woord solidariteit jongeren in de oren klinkt als iets uit het Oostblok. Ook het woord vakbond en kaderleden zou zo kunnen klinken, als iets uit die richting of als iets ouderwets. Het is, denk ik, een woord uit de jaren zestig. Hoe ik solidariteit dan zou noemen? Als je niet lid bent van de bond en er toch van profiteert, dan ben je gewoon een aso. Ik vind dat je dat ook hard tegen jongeren mag zeggen. Als iemand echter lid is louter en alleen om reden van zijn individuele belangenbehartiging, mag je hem echter niet om die reden asociaal noemen.’
‘De bondsacties van nu, bijvoorbeeld van de politie en openbaar vervoer, spreken me aan. Ik voel me zeer aangesproken door de oproep van destijds: ‘Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam’, maar wie dat zei staat me niet voor ogen. Eerlijk gezegd houd ik wel van een relletje. Het spanningsveld van destijds tussen Den Uyl en Wiegel vind ik ook prachtig. De film ‘Daens’ (16 ) ken ik niet. Ik ben voor een nauwe samenwerking met de actieve scholieren- en studentenbonden, en we onderhouden daarmee nauwe contacten.’
Bert Breij
Het interview met FNV Jong-voorzitter Jeroen de Glas is opgenomen in Twee miljoen leden, 25 voorzitters (Uitgave VHV, Amsterdam 2008)
15 KWJ – Katholieke Werkende Jongeren – en NVV Jongerencontact waren de jongerenorganisaties van respectievelijk NKV en NVV.
16 Pieter Daens was een Rooms-katholieke priester in het Belgische Aalst die voor de arbeiders op kwam. De Belgische schrijver Louis Paul Boon heeft naar zijn leven een omvangrijke roman geschreven. Op die roman is de film ‘Daens’ gebaseerd, met Jan Decleir in de hoofdrol van de ‘revolutionaire’ priester.