
Een vakman in vakbond en bedrijfsgezondheidszorg in de bouw
Herinneringen aan Jan den Nijs (1938-2026)
Cees van Vliet
April 2026
Jan den Nijs (18-01-1938 – 26-03-2026), bestuurder bij de Bouw- en Houtbond NKV, was in alles mijn mentor. Hij ontdekte mij in het midden van de jaren zeventig tijdens een jongerenbijeenkomst in mijn woonplaats Harmelen. Hij zelf was toen binnen het bondsbestuur de ‘jeugdverantwoordelijke’. Hij stimuleerde mij grotere verantwoordelijkheden binnen de bond te aanvaarden. Ik heb alle kansen waarop hij mij attendeerde benut. We hebben elkaar binnen de bond nooit uit het oog verloren.
Jongerenwerk

In 1965 ontmoetten we elkaar voor het eerst in Harmelen, mijn geboorteplaats. Jan was toen 27 jaar en binnen het bestuur van de Bouw- en Houtbond NKV – toen nog de Nederlandse Katholieke Bond van Werknemers in de Bouwnijverheid St. Joseph (NKBB) – belast met de promotie van het jongerenwerk binnen de bond. We waren beiden metselaar en hadden al snel een klik. Jan legde overal in den lande met verve het belang van de bond uit aan jonge bouwarbeiders. Hij wees op de rechten die in de CAO zijn vastgelegd, op het belang van vakopleiding en op het vangnet dat de sociale zekerheid biedt. Ik volgde veel van de trainingen, zowel regionaal als landelijk, waarbij Jan de leiding had. In 1968 deed Jan een stapje hogerop binnen de bond, waardoor er een vacature op de afdeling Jeugd ontstond. Jan stimuleerde me om te solliciteren en dat deed ik met succes. Ik trad in bondsdienst en kwam te werken op het bondskantoor op de Drift in Utrecht.
Voor mij was dat een grote overgang, maar ik kreeg daarbij alle steun van Jan. Hij leerde mij de kneepjes van het vak. We gingen in die tijd veel samen het land in naar plaatselijke afdelingen, in zijn Ford Taunus. Onderweg hadden we geweldige gesprekken over tal van bondszaken, maar ook over Ajax. En daarnaast zong Jan in de auto uitbundig het repertoire van populaire ‘crooners’ als Frank Sinatra, Tony Bennett en Dean Martin.”
Op de afdelingsbijeenkomsten voerde Jan als eerste uitvoerig het woord, nam daarvoor 20 minuten van de beschikbare tijd. Voor mij bleef er dan nog een minuut of drie over, om het niet te lang te maken voor de toehoorders en hen ook nog wat tijd te gunnen om vragen te stellen.
Maatschappij-kritische Vakbeweging
Na 4 jaar kwamen we elkaar weer tegen in Krommenie, in 1972, op het districtskantoor van de bond. Voor mij was dat een promotie maar Jan heeft de overplaatsing altijd als een ‘verbanning’ ervaren. Tot ergernis van het bondsbestuur was Jan betrokken bij de werkgroep ‘Maatschappij-Kritische vakbeweging’, waarin vakbondsmedewerkers van NVV, NKV en CNV elkaar troffen om de bondsbesturen tot een wat radicalere, progressievere koers te bewegen. Het was de tijd van het zoeken naar een stevigere samenwerking voorafgaand aan de vorming van de FNV, maar de vakbondsleiding stelde druk van onderaf, van het bestuurders- en medewerkerscorps, niet op prijs.
Ondanks de verschillende achtergronden van de stap naar Krommenie hadden we daar een geweldige tijd samen. We woonden ook kort bij elkaar. Hij en Betty in Egmond-Binnen, wij in Heiloo, op nog geen 2 km afstand. In de persoonlijke sfeer hebben wij bij de geboorte van onze tweeling veel steun van hen gehad. Na enkele jaren werd Jan in het bondbestuur gekozen. Hij kreeg daar de verantwoordelijkheid voor alle zaken rond veilig en gezond werken. Omdat de bond toen al ‘samenwoonde’ met de Bouwbond NVV in Woerden vertrok hij met zijn gezin naar Harmelen. Zelf maakte ik die overstap in 1979, toen werd ook mijn standplaats Woerden. We bleven nauw met elkaar samenwerken.
Bedrijfsgezondheidsdienst BGBouw

Foto: privécollectie
Toen de Bouw- en Houtbond NKV in 1982 volledig was gefuseerd met de Bouwbond NVV, vertrok Jan bij de bond. Dat was ongebruikelijk. Eenmaal in dienst van de bond, bleef je daar tot je pensionering. Jan ging werken bij de Bedrijfsgezondheidsdienst voor de Bouwnijverheid (BGBouw). Arbeid en gezondheid, bestrijding van ziekteverzuim en verbetering van de arbeidsomstandigheden, kregen toen zijn volle aandacht. Ook daar toonde Jan zich een vakman, organiseerde hij evenementen en bijeenkomsten en genereerde hij veel publiciteit, waarbij hij gebruik maakte van het grote netwerk dat hij ondertussen had opgebouwd, vanuit de bond en de bedrijfstak.
Hoofdlijn in bijvoorbeeld een campagne als ‘Een bouwvakker is niet van steen’ was voor Jan, dat aandacht voor arbeidsomstandigheden op de tekentafel moet beginnen. Zijn ervaring als metselaar nam hij daarin mee. Dus geen cementzakken zwaarder dan 23 kilo. En geen brutalistische bouw met B2-betonblokken – ‘ruggenbrekers’ volgens Jan – zonder hulpmiddelen om ze te tillen.
Na het pensioen

Foto: privécollectie
In 1989 ging ik zelf uit dienst en stapte over naar Bouw-Vak-Werk. Tien jaar later ging Jan bij BGBouw met pensioen en werd ik zijn opvolger als directeur Arbouw. We bleven altijd bevriend met elkaar.
Jan had veel vrienden, niet alleen binnen de bond. Maar tegen zijn paarden-hobby werd wel raar aangekeken. Het werd beschouwd als een vorm van decadentie die niet zo bij de vakbeweging paste.
Jan heeft een prachtig leven gehad. Hij was een harde werker, een vakman en hij genoot ook van het leven, samen met Betty en Annette.
De laatste jaren waren moeilijk. De gezondheid ging achteruit – hij kreeg Parkinson – en Betty overleed in 2022.
Onze band is alleen maar sterker geworden. Ik ben Jan veel dank verschuldigd, hij was een kanjer.
