Het geheugen van de vakbeweging

Historische verbanden laten zien, oplossingen uit het verleden belichten, diepgang geven aan debatten

Lodewijk de Waal aanvaardt VHV-voorzitterschap

Bij de aanvaarding van het VHV-voorzitterschap dankte Lodewijk de Waal op zaterdag 12 januari 2013, zijn voorganger Jaap van der Linden uitvoerig. tevens zette hij enkele hoofdlijnen uiteen over zoals hij de toekomst van de VHV voor zich ziet.

Lodewijk de Waal spreekt zijn voorganger Jaap van der Linden toeLodewijk de Waal spreekt zijn voorganger Jaap van der Linden toe

Het is mij een genoegen, om Jaap te parafraseren, om u hier toe te mogen spreken als nieuwe bestuursvoorzitter van de Stichting VHV. Ik treed in de voetsporen van Stan Poppe en Jaap van der Linden, en dat is geen geringe zaak. Jaap heeft bijna 14 jaar de niet bestaande hamer gehanteerd, en dat is geen kleinigheid. Als ik het ook 14 jaar volhoudt, als u het met mij 14 jaar volhoudt, als de Stichting VHV het 14 jaar volhoudt, ben ik ook inmiddels 76… zover zou ik niet willen en kunnen vooruitkijken.
Ik heb Jaap als voorzitter alleen de laatste maanden mogen meemaken, dus daar kan ik niet veel over vertellen, maar over Jaap als actieve vakbondsbestuurder weet ik wat meer. Zijn vakbondsleven is beschreven in “het was me een genoegen” over de periode 1957 tot 1994. Persoonlijk herinner ik me Jaap vooral uit mijn tijd bij de FNV Dienstenbond, die gezamenlijk gehuisvest was met de Bouwbond in Woerden. Geen toeval dus dat de bestuursvergadering op voorspraak van Jaap de laatste jaren daar ook worden gehouden. Jaap was voor mij een wat je noemt “klassieke” vakbondsbestuurder. Een vakbondsleven dat begon toen ik 7 jaar was, in die zin is er ook hier sprake van een generatiewisseling. (Voor het eerst sinds jaren zit ik trouwens weer een bestuur voor als jongste in leeftijd…) Een vakbondsleven waarmee ik in aanraking kwam in Woerden, vooral als wij als Dienstenbonders het zaaltje niet meer mochten gebruiken waar Jaap zijn actiecentrum vestigde. In mijn herinnering was er zowat een cyclus van 5 jaar waarin de bouw plat ging… Grote bewondering had ik altijd voor de degelijke wijze waarop actie werd gevoerd. Later, toen ik de weerstandskas als voorzitter van de vakcentrale in de gaten moest houden, werd de bewondering er niet minder om, maar zag ik ook een zorgelijke kant van die actiebereidheid…
Ik sprak een aantal keren over een vakbondsleven: dat is het ook. Tot en met zijn aanwezigheid op de Scheleberg, zijn langdurige voorzitterschap van de VHV is Jaap een vakbondsmens in de beste zin van het woord. Een onmiskenbaar type ook: van zijn houding tot en met zijn kenmerkende stemgeluid. Ik wil Jaap daarvoor bedanken, voor zijn inzet al die jaren, en vooral natuurlijk de laatste 14 jaar, waarin Jaap de vereniging en later de Stichting door woelige jaren heeft geleid. Hoe woelig, daarvan getuigt de geschiedenis van het vakbondsmuseum, waarmee de VHV verbonden was, en dat de woelingen niet ongeschonden heeft overleefd. De Stichting verbindt ook de vakcentrales, nog steeds, en dat mag ook wel eens als uniek feit naar voren gebracht worden.
De Stichting is dus nog altijd actief, ik kom daar op terug, en ik heb dat al mogen beleven op een mooie en goedbezochte bijeenkomst in Maastricht. Nogmaals dank voor Jaap dus.
En daar sta je dan als nieuwe voorzitter. Wat te doen. Het goede continueren, natuurlijk. De samenwerking tussen en de verbinding met de vakcentrales voortzetten en waar mogelijk verdiepen.
En ook dingen niet doen, keuzes maken. Als de onderlinge banden als VHV willen koesteren, moeten we terughoudend zijn in het innemen van standpunten in actuele debatten. Wel natuurlijk historische verbanden laten zien, oplossingen uit het verleden belichten, diepgang geven aan debatten. Maar ik moet er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als de VHV zich actief ging bemoeien met het actuele pensioendebat. Die fijne lijn tussen historie en actualiteit moeten we blijven koesteren, wat we er ook, ieder voor zich, van denken.
Er gaan natuurlijk ook, los van deze nieuwe voorzitter, dingen veranderen. De Nieuwsbrief vervalt in gedrukte vorm, we hebben er vanochtend alles over gehoord. Dat biedt nieuwe mogelijkheden voor meer actuele informatie, en dat moet voor een deel nog doordacht en geďmplementeerd worden. Werk aan de winkel dus op communicatie gebied, maar daar zijn heel capabele vrijwilligers mee bezig, en het bestuur zal daar zijn steentje aan bijdragen.
Verandering en continuďteit dus. Ik heb ter voorbereiding van deze bijeenkomst nog eens het boekje gelezen dat is uitgegeven ter gelegenheid van het afscheid van Stan Poppe. Het heeft de mooie titel “waar visie ontbreekt, komt het volk om’. Veel van wat Stan toen zei over het bestaansrecht van de VHV geldt nog altijd, inclusief zijn constatering dat jongeren in onze gelederen ontbreken. Over de zin van vakbondsgeschiedenis sprak hij ook behartigenswaardige woorden: “In het verleden wortelen onze wensen voor de toekomst”; prachtig!
Stan zag een verwijdering van de vakbeweging van wat hij de “oude idealen” noemde in een proces van verzakelijking. Als cao-coördinator en later voorzitter van de vakcentrale FNV heb ik daar veel over meegepraat, was ik er ook voor een deel verantwoordelijk voor. Hij constateerde dat het dagelijkse vakbondswerk het enige werd wat er toe deed, en dat kennis van de “oude idealen’ zou helpen dat een beetje te corrigeren. Een gedachte die meer dan het heroverwegen waar is, zou ik vandaag de dag denken.
Wat in ieder geval op onze weg ligt is leerzame historische parallellen aan te bieden. Zo kunnen we leren van het verleden, wellicht herhaling van fouten voorkomen, al heeft iedere generatie recht op zijn eigen fouten…
Maar het is goed om je steeds in een massabeweging als de onze te realiseren waar je vandaan komt, welke schat van groot belang je eigenlijk tijdelijk in handen hebt en dus dat je er voorzichtig mee om moet gaan. Daar ligt waarschijnlijk de belangrijkste taak van de VHV: de erkenning levend houd dat de beweging waarvan we deel uitmaken groter is dan wij zelf zijn, waardoor het de verantwoordelijkheid van ieder is om de club, MHP. CNV of FNV, of de VHV zelf, in betere conditie ooit achter te laten dan je hem aantrof. Veranderingen zijn dus soms ook nodig, anders overleef je hooguit als fossiel…
Maar het moet nooit eerst “ik” zijn, altijd de vakbeweging en haar idealen op de eerste plaats. Niet eenvoudig, want de meesten van ons hebben flinke ego’s zoals de vroege, maar ook de recente vakbondsgeschiedenis ons leert.
Een nieuwe voorzitter past ook bescheidenheid. Er ligt inmiddels ook bij de VHV geschiedenis, en niet te vergeten een beleidsplan dat loopt tot 2014 en dat uiteraard volgens goede gewoonte gerespecteerd moet worden. Ook dat plan heeft weer een mooie titel: “wie het verleden niet kent, gaat de toekomst weerloos tegemoet”. Het is op zich al een bescheiden plan, dat begint met de erkenning dat het verzamelen en beheren van vakbondsmateriaal te hoog gegrepen is voor de VHV. Vandaar de samenwerking met het IISG, waar ik ook al enige tijd, en nog enige tijd, bestuurslid ben.Die samenwerking zou ik dus ook graag willen continueren en waar mogelijk verdiepen en ik heb al begrepen dat de nieuwe directeur (Henk Wals) als oude bekende van de VHV, hierin ook geďnteresseerd is. 
Verder, ik volg nog steeds het beleidsplan, zijn de regionale activiteiten van belang. Ik noemde al Maastricht, maar dat smaakt naar meer, hoe moeilijk dat soms ook is. Het zou de vereniging levendiger en meer geworteld maken als die regionale activiteiten konden uitbreiden en verdiepen. Samen met een nieuwe impuls aan de nieuwe media zou dat mogelijkheden moeten bieden.
Dat moet ook wel, want in het beleidsplan staat dat de VHV zich vooral wil profileren als een organisatie die met beide benen in de maatschappij van vandaag staan. Dat punt zou ik graag willen oppikken als verbeterpunt. Wat zou het mooi zijn als de dat ideaal de komende jaren dichterbij zouden kunnen brengen. Ik citeer het beleidsplan: “Samen met de vakbeweging wil de VHV initiatieven en activiteiten ontwikkelen die er op gericht zijn om de geschiedenis levend te houden”.
Mooi opgeschreven, maar daar zullen we nog veel aan moeten doen. Ons bewust trouwens van de beperkingen: de vakbeweging is als geheel in een ingrijpende transitiefase, en daar heeft het levend houden van de geschiedenis, helaas maar begrijpelijk, niet een hoge prioriteit bij. Maar die beperkingen mogen ons er niet van weerhouden toch te doen wat kan, ook in deze moeilijke omstandigheden. In ieder geval zal deze voorzitter, en met hem uiteraard het gehele bestuur, zijn uiterste best gaan doen.
Waar ik graag met jullie verder over zou willen nadenken in 2013 is hoe we een grotere rol zouden kunnen spelen in de scholing en vorming van de vakbeweging. In het laatste nummer van de nieuwsbrief hebben Jaap en ik er al het een en ander over gezegd… In mijn idee, maar ik zou daar graag met feiten op gecorrigeerd worden, is scholing en vorming van leden en kaderleden ook meer en meer beperkt tot wat Stan Poppe noemde “het dagelijks vakbondswerk’. Grote thema’s als maatschappelijke vorming en politieke bewustwording zijn “uit”, op de achtergrond geraakt in de “verzakelijking” van de vakbeweging. Daardoor lijkt het wel alsof iedereen “zweeft”, en niet alleen als kiezer.
Als directeur van Humanitas ben ik de Humanitas Academie begonnen en heb daarbij gemerkt hoe mensen het aanbod van een combinatie van vorming op levensbeschouwelijk gebied in combinatie met het dagelijkse handwerk, op prijs stellen. Zoiets op gang brengen zou mijn “hoger ideaal zijn”.
Terug naar de bescheidenheid; ik kom niet met een panklaar plan daarvoor; daarvoor zijn de armpjes van de VHV tekort. Maar ik zou graag eens daarover door willen filosoferen.
Tot slot nog iets wat ik zeker zou willen behouden en waar mogelijk verbeteren. Het is het reüniekarakter van de vereniging. Niks mis mee, ik vond het heerlijk weer eens oude kameraden en vrienden te zien, te spreken, en herinneringen op te halen. Goede en slechte herinneringen, daar zijn we allemaal onderdeel van en we kunnen er nu met enige afstand over praten. De VHV moet meer zijn dan dat, maar óók dat!
Ik stel me zo voor dat we eind 2013 deze vooralsnog losse gedachten, als bestuur in een nieuw beleidsplan neerleggen, en er met u over discussiëren. Bedankt voor uw aandacht en het in mij gestelde vertrouwen.