Het geheugen van de vakbeweging

1 mei en 13 mei 2021: twee dagen, drie feesten?

Hemelvaartsdag: dag van de katholieke arbeidersbeweging

Dat 1 mei al sinds jaar en dag de feestdag is van de rode arbeidersbeweging is algemeen bekend. Minder bekend is dat ook de georganiseerde katholieke arbeiders hun aparte feestdag hadden en hebben. Het zijn er zelfs twee: op Hemelvaartsdag, dit jaar dus op 13 mei, en sinds 1956 ook op 1 mei zelf.

15 mei 1891: Rerum Novarum

Op Hemelvaartsdag wordt herdacht dat Christus is opgevaren naar de hemel en zijn plaats heeft ingenomen naast God. Volgens oude bronnen vindt deze feestdag al zijn oorsprong bij de eerste apostelen. Zeker is dat Hemelvaartsdag zich in de middeleeuwen tot een afzonderlijke kerkelijke feestdag ontwikkelde[1].

Maar vooral in de ons omringende landen is Hemelvaartsdag ook een feestdag voor de katholieke arbeiders om de encycliek Rerum Novarum van Leo XIII, waarin hij de sociale leer van de katholieke kerk verwoordde, te herdenken.

Paus Leo XIII publiceerde de encycliek (pauselijk documentRerum Novarum (Over nieuwe dingen) op 15 mei 1891[2]. Hierin neemt hij stelling tegen zowel de individualistische maatschappelijke orde van het liberaal kapitalisme als tegen de socialistische leer van de klassenstrijd en sociale gelijkheid. Daartegenover stelde hij het streven naar rechtvaardigheid en samenwerking tussen de verschillende standen. De oplossing van de sociale problematiek zou volgens hem gezocht moeten worden in de maatschappelijke verantwoordelijkheid en het eigen initiatief van de werkgevers (patroons), de arbeiders en hun organisaties, maar ook in de zorg van de staat voor het algemeen welzijn. In dat verband erkende de kerk uitdrukkelijk het recht op (katholieke) arbeidersorganisatie. Minstens zo belangrijk was dat Leo XIII het uitgangspunt van het rechtvaardig arbeidsloon of gezinsloon formuleerde en het recht van de arbeiders op een (bescheiden) bezit.

De rooms-katholieke vakbeweging ziet de encycliek als haar grondvest. En niet onbelangrijk: de katholieke arbeider kreeg hiermee ook zijn eigen feestdag, als  tegenhanger van de socialistische 1 mei-viering.

1931: ‘Quadragesimo anno’ en Gedenkbord van het RKWV

Quadragesimo anno[3] (Veertig jaar later) is een sociale encycliek, geschreven door paus Pius XI. De encycliek verscheen in 1931, veertig jaar na de eerste sociale encycliek Rerum Novarum. Deze encycliek is een aanpassing van de sociale leer van de katholieke kerk aan de nieuwe maatschappelijke situatie. De maatschappelijke context was grondig gewijzigd, massale armoede en werkloosheid heersten als gevolg van de ineenstorting van de beurs in New York in oktober 1929. Daarnaast waren de politieke stromingen veranderd: het socialisme had zich afgesplitst van het communisme. In deze encycliek wordt er gezocht naar een alternatief voor het socialisme terwijl men bleef streven naar sociale rechtvaardigheid, de rechtvaardige verdeling van goederen en arbeidsloon.

Om een blijvende herinnering te hebben aan het verschijnen van Rerum Novarum besloot het Verbondsbestuur van het Rooms Katholiek Werkliedenverbond (RKWV) in het jubileumjaar  1931 een gedenkbord te laten vervaardigen tegen een “zoodanigen prijs, dat velen der leden van de aangesloten bonden zich dit kunnen verschaffen.” Aldus de Volkskrant van 25 juli 1931. Het Verbondsbestuur constateert in hetzelfde artikel: “We mogen zeggen hierin geslaagd te zijn. De NV Aardewerkfabriek De Sphinx te Maastricht maakte een ontwerp, dat aan de verwachtingen beantwoordt. Het gedenkbord krijgt een grootte van 25 cm diameter, de grootte van een gewoon eetbord. Het wordt vervaardigd in drie kleuren en heeft de volgende voorstelling:
Een arbeider midden in het maatschappelijk leven, rijzend uit de duisternis naar het licht, in zijn hand houdend de Encycliek Rerum Novarum, die den grondslag gelegd heeft ter ontwikkeling van het sociale en economische leven, volgens de katholieke beginselen. Tusschen zijn vingers een bloem, welke de resultaten symboliseert, die door Rerum Novarum verworven zijn. Rechts van het bord, de zon over huisjes schijnende, duidt aan de betere woning, waaruit voortvloeit een inniger familieleven, de bevordering van een godsdienstige, moreele en sociale vorming der arbeiders. Links van het bord, wijkende monsters, die het liberalisme symboliseeren, dat zijn plaats moet afstaan aan een nieuwe sociale politiek, die beter aan de rechtvaardigheid beantwoordt.

Dit gedenkbord zal een mooie herinnering worden en tevens een sieraad voor de huiskamer. Het kan geleverd worden tegen den prijs van 1 gulden, franco aan de afdeelingen.“

6 september 1931: allen naar Utrecht!

Het Verbondsbestuur van het RKWV roept haar leden op om op 6 september 1931 massaal naar Utrecht te komen:
“Wij allen hebben ons immer ten zeerste verplicht gevoeld aan Z. H. Leo XIII. Jaar na jaar trokken wij, georganiseerde arbeiders, naar plaatselijke en gewestelijke meetings om met name aandacht te schenken en te populariseeren de Rerum Novarum, de sociale grondwet der volkeren. Dat gaan wij 6 September te Utrecht in het groot doen. De algemeen bekende en erkende autoriteit Prof. Kors 0.P. zal uit de R.N. en het verlengstuk daarvan: Quadragesimo Anno van Pius XI, lessen putten voor dezen en den komenden tijd. Uit Rerum Novarum? Zeer zeker! “

Het bestuur spreekt ferme taal tegen wat heet ‘de sociale reactie’, lees het ongeremde liberalisme.
“6 September zullen wij, als werkende katholieke broeders van heel het land, in Utrecht dat leelijke monster, dat sociale reactie heet, zooal niet den kop verpletteren, dan toch doelbewust en vastberaden tegemoet treden. Die reactie, in welk kleed zij zich dan ook moge steken, wil geen krachtige, door de wet ingestelde bedrijfsorganisatie, wil geen door de wet gewaarborgde afdoende ouderdoms-verzorging, wil geen wettelijke werkloosheidsverzekering, wil zij wil, zij wil liefst niets! ”
Het Verbondsbestuur lijkt wel enigszins bezorgd over de prijs van het gedenkbord, maar besluit met de strijdvaardige oproep om toch vooral naar Utrecht te komen.
“Ons Rerum Novarum-gedenkbord! Is de prijs te hoog? Uit enkele afdeelingen is de vraag gesteld. Wij antwoorden: Ze worden tegen kostprijs verkocht, d.w.z. tegen den prijs, welke moet betaald worden aan de fabriek, plus verzend- en administratiekosten. Het Verbond ontvangt er geen cent voor. Hetgeen eventueel overblijft komt ten bate van Herwonnen Levenskracht.
Mannen en vrouwen, jongens en meisjes: 6 SEPTEMBER NAAR UTRECHT!”

Schande!

Schande! Schande! Dat is de reactie van het NVV op de katholieken en hun bord. De tegenreactie uit katholieke hoek liegt er ook niet om. We citeren:

“De Werker”, het orgaan van den bij het NVV aangesloten sociaal-democratische Mijnwerkersbond, blijft ver beneden het peil, waarop in onzen tijd de vakbladen plegen te staan. Het blijft een scheld- en kankerblaadje tegen onzen katholieken Mijnwerkersbond, waarbij het zich bedient van de Dageraad-methode om menschen, die niet meer geacht kunnen worden tot de katholieke kerk te behooren, als vaste medewerker(ster) aan zich te binden, louter om de katholieke zaak te bestrijden en te benadeelen. Nu steunt dat aangeduide verlangen, zoowel als dit aangewende middel op een groote domheid. Een katholiek verdraagt het niet, dat een renegaat hem voor de voeten loopt. Doet men het toch, dan wordt er iets bij hem wakker, dan gaat er iets bij hem leven, dan gaat de liefde voor zijn geloof en voor zijn kerk luider spreken, dan komt het strijdpakje voor den dag, dan wordt de actieve propagandist geboren of herboren. Tot welk ’n verregaande grofheden De Werker zich laat verleiden, blijkt uit het nummer van 18 Juli, waarin het zijn renega(a)t(e) bedriegelijk laat schrijven, dat de „Sphinx” te Maastricht, ons het Rerum Novarum-gedenkbord ten geschenke aanbiedt, om aldus te eindigen: ‘dit geschenk van de Sphinx had geweigerd [moeten worden], als zijnde een kaakslag de arbeidersklasse toegebracht; hier was een uitstekende gelegenheid, deze verkrachters van Goddelijke, Pauselijke en menschelijke wetten een gevoelige, welverdiende les toe te dienen en de getrapte vernederde arbeiders eerherstel te geven.’
Wij gaan op deze ploertigheid niet verder in, doch stellen vast:
a. dat het Rerum Novarum-gedenkbord ons niet ten geschenke wordt aangeboden, doch dat wij, de Nederlandsche industrie willende bevorderen, het werk ter uitvoering hebben opgedragen aan de Maastrichtsche firma;
Maar ook……….
b. dat voor niet lang terug, het NVV, waarbij die fijngevoelige soc.-dem. Mijnwerkersbond is aangesloten, hetzelfde heeft gedaan, dus, dat dezelfde firma voor het NVV een gedenkbord heeft vervaardigd! Zoover drijft haat en domheid. „De Werker” moest zich schamen (…)”.

Touché…!

Nog een gedenkbord

De feestelijke herdenking van de encycliek Rerum Novarum was voor de Algemeene Roomsch-Katholieke Werkgevers-Vereeniging (ARKWV) aanleiding om ook een herinneringsbord te laten maken. De Limburgse kunstenaar Charles Eijck kreeg de opdracht voor het maken van een ontwerp. De productie kwam terecht bij de NV De Sphinx te Maastricht. Kortom: drukke dagen voor de (katholieke) arbeiders in de Maastrichtse aardewerkfabriek.

Het was bedoeling, dat de officiële vertegenwoordigers van de ARKWV dit bord persoonlijk aan de paus zouden aanbieden tijdens een audiëntie van de Nederlandse delegatie tijdens de Rerum Novarum-feesten te Rome. Door een samenloop van omstandigheden en door douaneformaliteiten was het geschenk echter niet tijdig ter plaatse. Het werd later door monseigneur dr. Eras aan de paus overhandigd.
Naderhand ontving mr. M. P. L. Steenberghe, federatievoorzitter van de ARKWV van kardinaal Pacelli namens de paus het volgende dankschrijven:
„Het is mij een aangename taak om de R. K. Werkgeversvereeniging in Nederland -in opdracht en namens Zijne Heiligheid den Paus grooten dank te brengen voor het sierlijke bord, hetwelk de leden dier vereeniging onlangs aan Christus Plaatsbekleeder hebben aangeboden. Dat U op, deze wijze Uwe eerbiedige aanhankelijkheid hebt willen betuigen, stemt den Heiligen Vader zeer dankbaar, doch meer nog het door U uitgesproken voornemen om getrouw te volgen en toe te passen de voorschriften, welke Paus Leo XIII heeft neergelegd in Zijn roemrijke Encycliek „Rerum Novarum” tot herstel der verstoorde maatschappelijke orde. De Heilige Vader zendt U in groote welwillendheid Zijn Apostolischen Zegen en smeekt God, dat schoone eensgezindheid moge leiden tot groei en bloei der Christelijke Maatschappij. Dezen Zegen aan U overbrengend, noem ik mij met gelijke hoogachting, Kardinaal E. PACELLI”

1956: één mei ook katholieke ‘dag van de arbeid’

Paus Pius XII (1876-1958) raakt na 1945 geobsedeerd door het oprukkende communisme. Karl Marx had geloof als ‘opium van het volk’ beschreven. Het christendom zou de arbeiders van het nastreven van de noodzakelijke revolutie afhouden. Deze atheïstische ideologie was in de ogen van de paus de grootste bedreiging voor de wereld en het geloof. Binnen de katholieke kerk gingen geruchten dat een vijfde kolonne van de Sovjet-Unie in West Europa actief is. De angst bestaat dat sociale onrust wordt gezaaid om West-Europa onder invloed van het Kremlin te brengen. Pius XII ziet het als zijn taak om deze dreiging tegen te gaan. In Nederland verschijnt in 1954 het beruchte mandement[4] met de titel De katholiek in het openbare leven van deze tijd. De Nederlandse bisschoppen verbieden hierin iedere gelovige lid te zijn van een socialistische organisatie of niet-christelijke vakbeweging. Zelfs op het lezen van socialistische kranten en het luisteren naar de radio-uitzendingen van de socialistische VARA staan strenge kerkelijke straffen. Verbieden en straffen worden door Pius XII echter niet als enig middel gezien om de dreiging van het socialisme tegen te gaan. In 1955 spreekt de paus in Rome katholieke arbeiders toe. Hierin wordt Jozef opgevoerd als voorbeeld: “Zeker was nooit een werkman vollediger en dieper doordrongen van de Geest van het evangelie dan de voedstervader van Jezus, die met Hem leefde in de innigste verbondenheid en gemeenschap in het gezin en bij het werk.”

Pius XII voert in 1956 een nieuwe feestdag ter ere van Jozef in. Deze dag valt – toevallig[5] – op 1 mei, dezelfde dag waarop socialisten de dag van de arbeid vieren. De katholieke kerk viert op dezelfde dag nu het feest van de Heilige Jozef Werkman[6].

Jacques van Gerwen
mei 2021

[1] https://isgeschiedenis.nl/nieuws/de-oorsprong-en-tradities-van-hemelvaartsdag

[2] https://en.wikipedia.org/wiki/May_15  . Hemelvaartsdag viel dat jaar overigens op 7 mei (zie https://www.astro.oma.be/GENERAL/INFO/nli006b.html)

[3] https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=652

[4] https://vakbondshistorie.nl/dossiers/het-bisschoppelijk-mandement-van-1954/

[5] de gebruikelijke ‘naamdag’ voor Sint-Jozef is 19 maart – Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jozef_van_Nazareth

[6] https://www.nieuwsblad.be/cnt/bllve_20140528_003 en http://www.geschiedenisbeleven.nl/jozef-heilig-werkman-en-anticommunist/

Niet in voetnoten vermelde bronnen:
Delpher: Het Verbondsblad, De Volkskrant, De Maasbode 1931