Het geheugen van de vakbeweging

Winkelstraat Zwolle (1914). Bron: Collectie Overijssel

Uit de geschiedenis van de winkelstraat (1)

Arbeidsverhoudingen in de opkomende winkelstraat

Bob Reinalda
december 2025

Winkelpersoneel oefent een zwaar beroep uit, zowel lichamelijk als geestelijk. Bovendien werd en wordt het vaak slecht betaald. Sommige misstanden van eind 19de eeuw blijken ook in 2026 nog herkenbaar aanwezig. Is het niet in de winkel zelf, dan wel in de naar anonieme bedrijventerreinen verplaatste distributiecentra – magazijnen – van de detailhandelsreuzen. Daar onttrekken de vaak mensonwaardige werksituaties van vooral migrantarbeiders zich gemakkelijk aan het oog van klant en consument.
Het in 2025 verschenen artikel van Linda Vermeulen over ‘union busting’ en gele bonden in de detailhandel deed ook de vakbondshistorische aandacht voor ‘de winkelstraat’ herleven.
Bob Reinalda en Linda Vermeulen nemen ons mee op een meerdelige verkenningstocht.

Naar het overzicht van de in deze reeks verschenen artikelen

Van ‘loven en bieden’ naar warenhuizen

Rond 1880 bestond onder winkeliers weinig concurrentie. In gespecialiseerde zaken was loven en bieden gebruik. Pas tegen 1900 kwamen vaste prijzen in zwang. Met de groei van winkels nam de concurrentie toe.
De Duitse koopman Sinkel begon naast kleding en meubilair ook apothekerswaren te verkopen. Zijn leuze: ‘In de winkel van Sinkel is alles te koop’. Duitse kooplieden als C. en A. Brenninkmeijer, Gerzon en Lampe vestigden hun zaken en filialen in Nederland. Grossierderijen in manufacturen als De Bijenkorf groeiden uit tot veelzijdige winkels en de families Vroom en Dreesmann voegden hun manufacturen- en kledingzaak samen tot één bedrijf.

Gerzon, Kalverstraat Amsterdam
(Foto: Stadsarchief Amsterdam)

Peek en Cloppenburg, Den Haag 1911 (Foto: Haags Gemeente Archief)

Ooit een gigant in retailland: Piet de Gruyter (Foto: www.pietdegruyter.nl)

Andere warenhuizen (‘grands bazars’) dankten hun bestaan aan Franse en Belgische financiers. Die zetten contante betaling door. De kruidenierszaken van Albert Heijn, P.J. de Gruyter en Simon de Wit groeiden uit tot winkelbedrijven met filialen. De Amsterdamse Kalverstraat ontwikkelde zich tot prominente winkelstraat. Etalages werden belangrijk: spiegelruiten aan weerszijden, met de ingang ertussen. Dat werd gevolgd door speciaal ontworpen winkels. Reclame en reclameslogans zoals ‘sensationele aanbiedingen’, ‘seizoensopruiming’ of ‘uitverkoop’ kregen steeds meer betekenis.

‘Het lot der winkelbedienden’

Winkelbediendenbond Fraternitas1 bracht in 1890 de brochure Het lot der winkelbedienden uit. Deze beschreef werktijden van gemiddeld 80 à 90 uur per week, korte pauzes om te eten, altijd staan, slechte atmosfeer (stof, gaslucht, geen ventilatie of juist altijd op de tocht staan), nauwelijks vrij, karige slaapplaatsen voor inwonende bedienden en ‘avances’ van meneer tegenover vrouwelijke bedienden (ook toen al gemeld!).

De winkeljuffrouw uit l’Oiseau d’Or

Voor de winkeliers stond kostenbesparing voorop via laten mee-eten en inwonen – verhullend beschreven als: ‘kost en inwoning vrij’. Bedienden werden aan banden gelegd. Zelfs voor uitgaan in de spaarzame vrije tijd was toestemming van de patroon nodig. Ook naar de klanten toe werden nette en onderdanige manieren verwacht. Met de uitbreiding van het winkelbedrijf kwamen steeds meer vrouwen in dienst, omdat veel verkochte waren bestemd waren voor het huishouden in brede zin. Het ‘zwaardere’ werk in winkels en magazijnen (tillen, uitpakken, bezorgen) gold weer als ‘mannenwerk’.
De ongezonde verhoudingen werden spoedig bekritiseerd: door de arts Aletta Jacobs, de schrijfster Cornélie Noordwal in haar roman De winkeljuffrouw uit l’Oiseau d’Or (1903) en in rapporten en enquêtes van vakbonden. Het onderzoek onder ruim 5800 vrouwen van minister A.S. Talma uit 1915 bevestigde het daarin geschetste beeld.
Maar er bleek nog langdurige georganiseerde werknemersactie nodig om de patriarchale arbeidsverhoudingen te veranderen. Want van de winkeliers zelf kwam die verbetering niet.


1 In 1888 opgericht door Louis Hermans, die onder meer als loopjongen en boekverkoper werkte.