
Na vijftig jaar discussie is het zo ver:
Eén CNV!
De totstandkoming van één CNV kent een lange historie
Wanneer begon dit proces?

Op de kamer van CNV-voorzitter Piet Fortuin heb je op de elfde verdieping in het kantoorpand pal naast NS-station Utrecht Overvecht, een prachtig uitzicht over de stad. Je oog trekt al snel naar de Dom, icoon van Utrecht. Op één van de wanden in zijn werkkamer is een collage te zien met krantenkoppen van vakbondsacties waar Piet in zijn rijke vakbondsgeschiedenis bij betrokken is geweest. De redactie van VHV spreekt Piet samen met bestuursleden Justine Feitsma en Patrick Fey over het historisch feit van één CNV.
Historisch was het besluit op een speciaal congres in Nieuwegein op 27 maart van dit jaar zeker. CNV Connectief (overheidssectoren), CNV Jongeren, CNV Vakmensen en CNV Vakcentrale besloten te fuseren tot één CNV. De 250.000 leden zijn niet langer lid van een van de bonden maar maken deel uit van sector- of doelgroep-raden.
Piet Fortuin kreeg bij de uiteindelijke fusie een mailtje van oud-CNV-bestuurder Piet Zwart met een anekdote van vijftig jaar geleden. ‘Toen NVV en NKV fuseerden tot FNV, werd er een interne CNV-commissie opgericht. Deze commissie van wijze mannen kwam tot een aanbeveling dat het CNV snel samen moest gaan om te komen tot één entiteit. Toen kwam er dus al een aanbeveling dat alle bonden samen moesten gaan om een krachtig tegengeluid te laten horen tegen de nieuwe FNV.’
Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want er waren in die tijd ongeveer vijftien bonden die het ook niet altijd met elkaar eens waren. Er moest dus nog heel wat water door de Rijn stromen voordat dit idee uit de jaren zeventig werkelijkheid kon worden. Uiteindelijk werd in de beide blokken (markt en overheid) gefuseerd zodat alleen nog CNV Vakmensen, CNV Connectief en CNV Jongeren overbleven.
Patrick Fey: ‘De laatste jaren had je twee grote blokken en dat was voor het algemeen bestuur van de vakcentrale vaak moeilijk opereren. Als één van die twee bonden twijfelde aan een besluit, dan kon je niets. Je was eigenlijk als vakcentrale soms vleugellam.’
Wanneer kwam de fusie toch in zicht?
Piet: ‘In 2019 vertrok Maurice Limmen als voorzitter en toen is ervoor gekozen te komen tot een nieuw bestuur, gedragen door de drie overgebleven bonden. Vakmensen, Jongeren en Connectief leverden de bestuursleden. Naast bestuurslid bleef je ook actief in je eigen bond. Dit was eigenlijk de opmaat naar de fusie tot één CNV.’
Nu liepen in het verleden de ruzies tussen de voorzitters van de marktbonden en overheidsbonden wel eens hoog op. Bijvoorbeeld bij de ambtenarenacties in 1983. ‘Dat is nu over. Niet dat we het altijd eens waren, maar de ruzies uit het verleden hebben we de laatste jaren niet meer meegemaakt.’
Hoe keek CNV Jongeren tegen de fusie aan?
Justine: ‘We hadden ons eigen clubje, maar we zaten financieel altijd wel lastig. We kregen subsidies voor projecten, en konden daardoor wel onze eigen broek ophouden. De ledeninkomsten waren echter laag waardoor we minder voor leden konden doen. We hebben wel getwijfeld of we mee zouden doen aan de fusie omdat we een gezonde, zelfstandige organisatie waren. We zagen uiteindelijk wel de meerwaarde in van de fusie. Het maakt onze slagkracht richting belangenbehartiging groter. Voorwaarde voor ons was wel dat we onze eigen onafhankelijke stem en positie mochten houden. We zaten natuurlijk al in de vakcentrale en zagen gewoon dat samenwerken loont. Dat neemt niet weg dat ik tot het laatst getwijfeld heb omdat je wel iets opheft wat al heel lang bestaat. Dit jaar geloof ik 69 jaar.’
Jan Spijk
mei 2024
Lees ook: CNV-voorzitter Piet Fortuin, Stop de gekkigheid op de arbeidsmarkt



