Het geheugen van de vakbeweging

Jan Lucassen met zijn ‘magnum opus’ De Wereld aan het werk


Alomvattend handboek van Jan Lucassen over sociaaleconomische geschiedenis

DE WERELD AAN HET WERK

Werken moeten we nagenoeg allemaal. Werk verschaft inkomen, geeft structuur en zin aan ons leven, levert sociale contacten op, biedt ontwikkelingsmogelijkheden. Maar de arbeidsomgeving is geen paradijs, lonen kunnen te laag zijn om van rond te komen, onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden bedreigen de werknemer. Uitbuiting ligt en lag op de loer. Het lot van de tot slaaf gemaakte mensen is daarvan het meest schrijnende voorbeeld. Arbeiders, mannen en vrouwen, verenig(d)en zich in vakbonden om een rechtvaardig loon, redelijke arbeidstijden, bestaanszekerheid en respect te verkrijgen en om de kwaliteit van de arbeid te handhaven of te verbeteren. Dat maakt nieuwsgierig naar de geschiedenis van werk.

Jan Lucassen (rechts) in gesprek met Arnon Grunberg op 11 maart 2022 over zijn boek in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) (foto Jacques van Gerwen)

Het is een ambitieus project: een wereldgeschiedenis van de menselijke arbeid te schrijven. Je zou kunnen zeggen dat historicus Jan Lucassen (*1948) daar dan ook zijn hele arbeidsleven over heeft nagedacht en eraan heeft gewerkt. De titel van zijn Magnum Opus luidt De wereld aan het werk. Van de prehistorie tot nu. Al eerder in het Engels verschenen onder de titel The Story of Work: a New History of Humankind. Wat beoogt de schrijver, een morele en politieke boodschap: “Ik wil recht doen aan de ervaringen van zoveel mogelijk werkenden, vroeger en nu, ongeacht hun culturele, etnische of sociale achtergrond omdat alleen een dergelijke benadering ons kan verenigen in een gevoel van lotsverbondenheid. Erkenning van al het goed en kwaad dat uit arbeid is voortgekomen en kan voortkomen, is nodig om de levens van werkenden in onze kleiner wordende wereld voor de toekomst te beschermen en te verbeteren”. We beginnen onze tocht, noem het leesavontuur, in de nomadische wereld van rondtrekkende kleine groepen jagers en verzamelaars en zitten uiteindelijk met miljoenen andere medeburgers in een uiterst ingewikkelde global village achter het beeldscherm te typen. Aan het eind van het boek – 509 pp. – hebben we door de tijden heen door de hele wereld gezworven. De auteur heeft er nadrukkelijk op gelet een eurocentrische benadering te voorkomen. In de publicatie staan 63 afbeeldingen opgenomen. De eerste is niét die van jagers en verzamelaars, maar van de portretten van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het boek. Geen onbekenden: Adam Smith, Karl Marx, Karl Bücher, Max Weber en Hannah Arendt. Het zijn de iconen van de naoorlogse progressieve intellectuelen. Dat is het begin, al lezend en aan het eind nog eens bevestigd komen we onder de indruk van de kennis geput uit jarenlang archiefonderzoek, eigen waarnemingen en de noten, de bibliografie en het register. De studie is systematisch opgezet. Jan Lucassen kijkt naar de wijzen waarop de mensheid het werk heeft georganiseerd, naar de vormen van collectieve arbeid en actie met aandacht voor gilden, coöperaties, mutualiteiten, vakorganisaties. Stakingen zijn niet beperkt tot de periode vanaf de industrialisatie rond 1800. Muntgeld is een archeologische bron, het is een ruilmiddel dat bijvoorbeeld zout of vee vervangt en getuigt van grotere economische verbanden en handel over grenzen heen.  Belangrijk is bovendien de notie dat kleingeld nodig is om arbeid te betalen en dit het echte begin is van loonarbeid.

Inhoud boek

… portretten van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het boek, Adam Smith, Karl Marx, Karl Bücher, Max Weber en Hannah Arendt, iconen van de naoorlogse progressieve intellectuelen…

Bij zo’n alomvattend boek over werk – zie het als een handboek over sociaaleconomische geschiedenis – is het van belang een heldere definitie te geven. Wat is werk? Direct reagerend zou ik zelf stellen: alle activiteiten die eraan bijdragen dat de mens in zijn of haar levensonderhoud voorziet en die de samenleving (groep, gezin, de stam, de organisatie, de stad, de maatschappij) draaiende houden. Die aanduiding omvat zowel het persoonlijke als het maatschappelijke aspect. Wat de mensen door de hele geschiedenis heen met elkaar gemeenschappelijk hebben is dat ze moeten eten en drinken, een dak boven het hoofd moeten hebben en met elkaar moeten samenwerken. Denk aan de onderste lagen van de piramide van Maslow. Maar zo eenvoudig als ik het stel, is het kennelijk niet. Jan Lucassen volgt de ruime definitie van werk van de Amerikaanse sociologen Charles en Chris Tilly, 12 regels, met daarbij ook nog de nodige kanttekeningen. We gaan de uitgebreide definitie, meer een beschouwing, hier niet herhalen, maar cruciaal is de eerste zin “Werk omvat elke menselijke inspanning die “gebruikswaarde” toevoegt aan goederen en diensten”. Huishoudelijk werk valt daar uitdrukkelijk onder. Om dat te visualiseren is als tweede afbeelding een jaren vijftig foto opgenomen van een stevige moeder die drie kinderen in de Lindenstraat in de Amsterdamse Jordaan in mooi weer op straat een wasbeurt geeft in de tobbe.

… huishoudelijk werk valt uitdrukkelijk onder werk. Om dat te visualiseren is foto opgenomen van een stevige moeder die in de jaren ’50 drie kinderen in de Lindenstraat in de Amsterdamse Jordaan op straat een wasbeurt geeft in de tobbe….

Om een indruk te geven van de opzet en de inhoud van het boek kunnen we het beste de titels van de 7 hoofdstukken weergeven.

  1. Het begin: jagen en voedsel verzamelen, 700.000 tot 12.000 jaar geleden.
  2. De eerste boeren, 12.000-7000 jaar geleden.
  3. Werken buiten het huishouden: vroege arbeidsverhoudingen, 5000-500 vóór Christus.
  4. Werken voor de markt, 500 vóór Christus tot 1500 na Christus.
  5. De globalisering van arbeidsverhoudingen, 1500-1800.
  6. Naar eenvormiger arbeidsverhoudingen, 1800-heden.
  7. De veranderende betekenis van werk, 1800 tot nu

Ik heb hier de paginering niet vermeld, maar wat opvalt is dat bij elk volgend hoofdstuk de tijdsspanne kleiner wordt, maar het aantal bladzijden flink toeneemt. Van 28 bladzijden voor 688.000 jaar in het eerste hoofdstuk tot 140 bladzijden voor de periode van 1800 tot heden beschreven in de laatste 2 hoofdstukken. Van de nomadenwereld met daaropvolgend de agrarisch – feodale samenleving met de vaste gewoonten, gebruiken en tradities van de seizoenen komen we in een steeds sneller veranderende maatschappij terecht. We ontdekken hoe arbeid wordt verdeeld tussen mannen, vrouwen en kinderen, met aandacht voor slavernij en migratie. Vrije tijd is een verschijnsel van de laatste decennia en dat slechts voor een deel van de wereldbevolking. De veelzijdigheid van werk wordt aan de hand van talloze citaten voortreffelijk uit de doeken gedaan.

Belangrijke kwesties

We verplaatsen ons in de wereld van 5000 vóór Christus. Jan Lucassen zet het beeldend neer: “Tot nu toe was de wereld als het ware één groot natuurpark geweest waarin jager-verzamelaars probeerden aan de kost te komen. Hierin ontstonden vervolgens nederzettingen, beginnend in de Vruchtbare Halve Maan en Noord-China en voorzichtig ook elders, in het noorden van India en her en der in Midden- en Zuid-Amerika. Al met al lange tijd niet meer dan “eilandjes” waar boeren probeerden de natuur te bedwingen. Die nederzettingen hadden nog niets weg van steden, hoogstens van dorpen, en de arbeidsdeling was dan ook nog zeer bescheiden. Landbouw – steeds gevarieerder en steeds intensiever – ging het grootste deel van het door mensen bewoond aardoppervlak domineren. In dit eindeloze platteland werd overigens niet alleen geboerd, ook de mijnbouw kwam op en daarmee de bewerking van kostbare gesteenten en metalen. Binnen de landbouw ontstonden nu ook verschillende vormen van arbeidsdeling. Allereerst werd door een grotere afhankelijkheid van veeteelt de arbeidsdeling tussen mannen en vrouwen steeds uitgesprokener”.

We zetten een grote stap. De gilden roepen onze belangstelling op. Jan Lucassen gaat uitvoerig in  op deze vorm van collectieve belangenbehartiging. ”Zonder meer de belangrijkste organisatievorm van werkenden in pre-industriële steden en soms ook op het platteland zijn de gilden. Deze kwamen in vele delen van de wereld voor, zelfs al in de oudheid, maar verdwenen daarna weer, samen met de steden. De middeleeuwse en vroegmoderne gilden waren min of meer onafhankelijke, zelfbesturende organisaties van mensen met hetzelfde beroep of verwante beroepen, gericht op de belangenbehartiging van hun gemeenschappelijk belang op bijna elk gebied (economisch, politiek, sociaal, cultureel en religieus). Vier factoren zijn van belang voor ontstaan en bloei van gilden: verstedelijking, politieke economie, menselijk kapitaal en sociale verhoudingen”.

Transatlantische slavernij

De laatste tijd krijgt de transatlantische slavernij veel aandacht. Slavernij is er echter in vele tijden op vele plekken geweest en bestaat in sommige delen van de wereld nog steeds. Een passage over slavernij in het Midden-Oosten: “De getalsmatige afname (maar zeker niet de verdwijning) van slaven in het Midden-Oosten na de negende eeuw hoeft overigens niet een verzachting van hun arbeidsomstandigheden te hebben betekend. Wel was er een heel spectrum van mogelijkheden. Aan de ene kant waren er geschoolde slaven die het geld dat zij buitenshuis verdienden mochten houden, zoals de slavin die zong bij bruiloften en geboorten in het tiende-eeuwse Kairouan. Aan de andere kant had de meester recht op seksuele gemeenschap met zijn slavin, of zij dat nu leuk vond of niet; zelfs in het extreme geval dat hij dat bij voorkeur deed in het bijzijn van anderen”. Het is maar een enkele passage, maar Lucassen gaat elders in zijn studie uitvoerig in op slavernij en lijfeigenschap.

… schilderij van opzichter Dirk Valkenburg van een feestelijk tafereel van zwarte mensen op de suikerplantage Palmeneribo aan de Surinamerivier. Het onderschrift vermeld dat het werkvolk kort daarna in opstand kwam…

Afbeelding 35 is een schilderij van opzichter Dirk Valkenburg van een feestelijk tafereel van zwarte mensen op de suikerplantage Palmeneribo aan de Surinamerivier. Het onderschrift vermeld dat het werkvolk kort daarna in opstand kwam. De 156 in Angola tot slaaf gemaakten en hun afstammelingen pikten het niet dat hun traditionele vrije zaterdag werd afgeschaft. Van de drie broers die de opstand hadden geleid, werden er twee veroordeeld en doodgemarteld.

Jan Lucassen stipt ook een ander actueel thema aan, althans voor vakhistorici: de voorsprong die West-Europa opbouwde ten opzichte van de rest van de wereld als het gaat om de organisatie van werk en arbeidsverhoudingen. “Ook hier bestaat een klassiek antwoord, zij het in twee varianten. De eerste is dat Europa zich gigantisch kon verrijken door het uitbuiten van goedkope en meestal onvrije arbeid in de Amerikaanse koloniën, waaruit dan weer de Industriële Revolutie en de machtsontwikkeling elders in de wereld kunnen worden verklaard. De tweede variant is dat Europa thans superieure economische instituties had ontwikkeld, waaronder een vrije arbeidsmarkt en een succesvol leerlingstelsel dat het menselijk kapitaal optimaliseerde en daarmee ook de geografische en sociale mobiliteit; dat deze instituties eerst hielpen de Industriële Revolutie te ontketenen en de hele wereld te onderwerpen, om vervolgens de nieuwe onderdanen – van Amerikaanse Indianen tot Indiërs van het subcontinent en van Afrikanen tot Chinezen – zo op te voeden dat deze heilzame instituties bij hen konden worden ingevoerd”.

Kantelpunt

Omstreeks 1800 treedt er een kantelpunt in de geschiedenis op. Jan Lucassen: “De combinatie van voortdurende beroepsspecialisatie en verhoging van de arbeidsproductiviteit heeft vele gevolgen gehad. Om te beginnen is de wereldbevolking explosief gegroeid, van 1 miljard in 1800, 2 miljard in1925, 4 miljard in 1973 en 6 miljard in 2000 tot een voorspelde 8 miljard rond 2025. Daarnaast is, veel trager maar niettemin onmiskenbaar, de levensstandaard van de meerderheid gestegen, vooral in de twintigste eeuw. Dat brengt een hogere levensverwachting met zich mee, vooral kortere arbeidstijden en het vooruitzicht op verbetering van de sociale positie en/of geografische mobiliteit, waarmee ook het investeren in onderwijs voor kinderen wordt gestimuleerd”.

… de moderne tijd en de nieuwe arbeider, of de medewerker of professional, gemakkelijk achteroverleunend in zijn stoel bedient één man een uitgebreid controlepaneel in de Point Tupper Elektriciteitscentrale…

Lucassen wijst op de studies die de arbeiders als onderzoeksobject namen, van personen als Charles Babbage (de “vader” van de computer), Frederick Winslow Taylor (scientific management) en Frank Bunker Gilbreth en Lillian Moller Gilbreth (respectievelijk bewegingsstudies van metselaars en opperlieden in Motion Studies en de toepassing van scientific management op het huishouden). De arbeider werd in het industriële proces zijn vroegere ambachtelijke zelfstandigheid afgenomen en steeds meer gedisciplineerd. De arbeidsproductiviteit moest worden bevorderd. In de Sovjet-Unie namen Lenin en Stalin dat op in vijfjarenplannen. De “model”-arbeider Stakhanov haalde de Pravda  en daarna wereldwijde publiciteit. “Uitgedaagd om iets bijzonders te doen op 1 september 1935, de Internationale Dag van de Jeugd, deden Aleksei G. Stakhanov en twee assistenten een poging boven de norm uit te stijgen in de Tsentralnaya-Irmino-mijn in de steenkoolregio Donbass (Oekraïne). Stakhanov slaagde erin om vanaf 10 uur ‘s avonds op 31 augustus met zijn drilboor 102 ton steenkool los te hakken tijdens zijn 6 uur durende dienst, ofwel 14 maal de norm”. De ervaring leerde al snel dat wanneer je je laat opjagen in een stukloonsysteem dat tot verhoging van de productienormen en verlaging van de tarieven leidt en dat dit ten koste gaat van de onderlinge verhoudingen, de veiligheid en de gezondheid. Tijdloon is heel wat werknemersvriendelijker dan stukloon. Het hoeft geen betoog dat arbeiders manieren zochten en vonden het werktempo enigszins naar hun hand te kunnen zetten. In de bedrijfswetenschap daagt het besef dat werknemers niet alleen gemotiveerd worden door beloning of straf, maar ook gewoon door belangstelling en waardering van de leiding van de organisatie.

Wetenschapper Jan Lucassen heeft in de loop der jaren veel onderzoek gedaan in met name India. Maar ook de gewone geïnteresseerde toerist of reiziger uit het westen kan in de Derde Wereld zelf al waarnemen dat beroerde arbeidsomstandigheden in bijvoorbeeld de huisnijverheid duidelijk niet iets zijn van een ver verleden. Met de schaalvergroting neemt ook de kans op ongevallen toe. Lucassen wijst op de explosies in kruitfabrieken waarbij vele arbeiders omkwamen of verminkt raakten. We kennen de voorbeelden eveneens uit de Nederlandse geschiedenis, waarbij naast de werkers bovendien vele omwonenden het leven lieten. De ergste industriële ramp in de geschiedenis heeft zich misschien wel voorgedaan in Bhopal in de bestrijdingsmiddelenfabriek van Union Carbide. Daar lekte op 2 december 1984 meer dan 40 ton methylisocyanaat weg, wat in de eerste dagen naar schatting 10.000 mensen het leven kostte en in de twee decennia daarna nog eens 15.000 tot 20.000 vroegtijdige sterfgevallen zou veroorzaken.

We zouden veel meer sleutelpassages uit De wereld aan het werk kunnen aanhalen, maar het is ondoenlijk te blijven citeren, dus blijft er niets anders over dan dit boeiende boek zelf te kopen en te lezen.

Vakbeweging

We genieten van een prachtige kleurenfoto, waarbij vijf arbeiders een wereldbol omvatten met de tekst Proletarier aller Länder vereinigt euch! De proletariërs van de continenten Afrika, Azië, Amerika Europa en Australië worden opgeroepen zich te verenigen Boven de arbeiders torent Marianne met wijd uitgespreide armen

Het laatste hoofdstuk is wellicht het meest interessant en herkenbaar voor de lezer. Met ruime aandacht voor arbeidsomstandigheden, politieke actie, sociale wetgeving, stakingen, vakbeweging en de opkomst van de welvaartsstaat. Waar je individueel als arbeider weinig of niets weet te bereiken, ligt collectieve actie voor de hand. “Alleen is maar alleen, samen sta je sterk” is het motto waaronder arbeiders, actievoerders, zich hebben verenigd om hun doel te bereiken. Solidariteit is het cement. We genieten van een prachtige kleurenfoto, afbeelding 55, op pagina 382, waarbij vijf  arbeiders een wereldbol omvatten met de tekst Proletarier aller Länder vereinigt euch! De proletariërs van de continenten Afrika, Azië, Amerika Europa en Australië worden opgeroepen zich te verenigen in naam van de leuze van de Franse Revolutie: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Boven de arbeiders torent Marianne met wijd uitgespreide armen.

… een grote groep arbeiders in 1894 uit zeven plaatselijke bonden van spoor- en tramwegpersoneel, aangesloten bij “Steeds Voorwaarts” en trots bijeen onder hun vaandels…

De volgende afbeelding is uit 1894 en toont een grote groep arbeiders uit zeven plaatselijke bonden van spoor- en tramwegpersoneel aangesloten bij “Steeds Voorwaarts” (opgericht in 1889) en trots bijeen onder hun vaandels. Opmerkelijk ook zijn de drie vrouwen op de eerste rij en twee kleine jongens.
De laatste afbeelding in het boek is er een van de moderne tijd en de nieuwe arbeider, of moeten we hem aanduiden als medewerker of professional. Gemakkelijk achteroverleunend in zijn stoel bedient één man een uitgebreid controlepaneel in de Point Tupper Elektriciteitscentrale, gestookt op kolen, in Nova Scotia op 27 mei 2007.

Jan Lucassen aan het slot over een nieuwe kans om op continentale of zelfs mondiale schaal te beslissen hoe ons werkende leven eruit zal zien: “Ons lange verleden als mensheid suggereert daarbij sterk dat we bij onze overwegingen hierover de drie beginselen van zingeving, samenwerking en rechtvaardigheid die naar voren komen uit deze geschiedenis van werk, niet uit het oog mogen verliezen”.

Harry Peer

Juli 2022

Over de auteur

Jan Lucassen

Jan Lucassen (1947) is een Nederlandse historicus. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden en promoveerde in 1984 aan de Universiteit Utrecht op Migrant Labour in Europe 1600-1900. De drift naar de Noordzee (Londen, 1987). Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van arbeid, de langetermijnontwikkeling van arbeidsverhoudingen, migratie en monetarisering in relatie tot de ontwikkeling van loonarbeid. In 1988 trad hij toe tot het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), waar hij de onderzoeksafdeling opzette, en was hij tot eind 2000 onderzoeksdirecteur van het IISG. Van 1990 tot aan zijn pensionering in 2012 was hij hoogleraar Internationale en Vergelijkende Sociale Geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2021 publiceerde hij de Engelse versie van De wereld aan het werk, dat tal van positieve recensies kreeg. De Britse historicus Simon Sebag Montefiore noemde het één van de beste boeken van 2021, Patrick Wallis ‘een hoogtepunt van decennia van wetenschap dat is veranderd in een ongelooflijk boeiend boek dat [de geschiedenis van het werk] opent voor een breed lezerspubliek’.

Besproken boek

Jan Lucassen, De wereld aan het werk. Van de prehistorie tot nu, WBOOKS in samenwerking met Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam (IISG), Zwolle 2021.

Zie ook Jan Lucassen, Aan het werk – Een lezing van Jan Lucassen. 19 oktober 2021