Het geheugen van de vakbeweging

Bartho Pronk (CNV)

‘Staken helpt soms maar er zijn ook andere effectieve wegen’

Bartho Pronk was van 1974 tot 1989 medewerker Internationale Zaken van het CNV. Hij betrad het CNV-hoofdkwartier aan de Ravellaan in Utrecht kort nadat de federatievorming van CNV, NKV en NVV was mislukt. Aan vele vormen van samenwerking kwam toen een einde, ook op internationaal gebied. Het CNV moest een eigen weg zoeken in de internationale instituties. Het Europees
Verbond van Vakverenigingen EVV was juist een jaar eerder in 1973 opgericht. Pronk: ‘Het was uitdagend om alleen verder te gaan hoewel er ook binnen het CNV toen mensen waren die dachten dat dit nooit zou lukken.’

Bartho Pronk, CNV-medewerker Internationale Zaken van 1974-1989Bartho Pronk, CNV-medewerker Internationale Zaken van 1974-1989

Bartho Pronk: ‘In die periode kwam ik midden in de vakantie bij het CNV binnen. Ik had rechten gedaan aan de Universiteit van Utrecht en me gespecialiseerd in Europees en sociaal recht. Later bleek dat mijn zes maanden durende stage bij de Europese Commissie sterk in mijn voordeel had gewerkt. De CNV Commissie Internationale Zaken met bestuurder Arie Hordijk en Henk Hofstede voor Internationale Zaken werden weer nieuw leven ingeblazen. Dat gold ook voor de inspanningen voor de derde wereld. De Actie Kom Over bestond al maar was een soort slapende stichting.  Tijdens het proces naar de federatievorming was de Stichting Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging (SOSV) opgericht, die zou nog enkele jaren doorgaan. Maar in 1977 kwam ook aan die samenwerking tussen de drie vakcentrales een einde.’

Projecten

‘Via die commissies ging ik me ook bezighouden met ontwikkelingssamenwerking. Er werd een verdeelsleutel bedacht tussen CNV en FNV om de overheidsgelden bestemd voor de vakbeweging in de derde wereld, te verdelen. Het was het begin van het projectenwerk dat  toen bij ons nog in de kinderschoenen stond. Het was pionieren en je had soms  vreemde ervaringen. Zo maakten we ooit onze opwachting bij Sam Nujoma, de leider van de SWAPO uit Namibië. Hij bezocht ons land en wij ontmoetten hem in zijn hotel in Amsterdam. Wij deden verslag van de projecten, onder andere een in het vervoer, die we in Namibië steunden. Hij reageerde direct en stelde voor dat geld maar rechtstreeks aan hem mee te geven. Onverwachte confrontaties waren dat waar we niet altijd op waren voorbereid’. 

In juli 1980 pleegden militairen in Bolivia een staatsgreep geleid door generaal Garcia Meza. Op 17 juli protesteerden CNV, CLAT-Nederland en FNV bij de Dokwerker in Amsterdam tegen de vervolging van de vakbeweging. Bartho Pronk was één van de sprekers.

Chili en  Zuid-Afrika

‘Vanaf de staatsgreep van Pinochet in 1973 was het CNV bij Chili betrokken en waren we lid van de Chili Beweging Nederland (CBN). Dat was een voortdurende bron van zorg. Het was de tijd dat er nog veel enthousiaste CPN-ers waren en er eindeloze gesprekken moesten worden gevoerd over de mee te dragen leuzen en de sprekers die werden uitgenodigd. Met de vredesbeweging hebben we ons als CNV niet ingelaten. Dat vonden wij een te politieke kwestie voor een vakbond. We wisten dat de ene helft van je leden voor en de andere helft van de beweging tegen zou zijn. Er was ook geen drang bij de bonden om daar een rol in te spelen. Bij Chili lag dat anders omdat het daarom de onderdrukking van werknemersrechte ging. Dat gold ook voor Zuid Afrika. Dat werd in de hele beweging als een ernstig probleem ervaren. Bestuurder Arie Hordijk was een grote kenner van Zuid-Afrika en er zeer bij betrokken. Voor sommigen was het een gevoelige zaak. Het speelde bijvoorbeeld sterk bij de voorzitter van de ambtenarenbond, Wabe Wieringa die een broer in Zuid-Afrika had wonen. Toen een CNV-delegatie Zuid-Afrika bezocht en deze broer een ontmoeting uit de weg ging omdat dat te gevoelig zou zijn, vielen hem de schellen van de ogen. Het leek een soort bekering die ook werd veroorzaakt door contacten met zwarte vakbondsmensen.’

Samenwerking in Nederland

‘De mislukte federatiebesprekingen betekenden het einde van de samenwerking tussen de vakcentrales. Informeel kun je natuurlijk altijd overleg voeren en dat deden we vooral in het buitenland bijvoorbeeld in Brussel maar ook in Geneve waar de jaarlijkse bijeenkomst van de Internationale Arbeiders Organisatie (IAO) plaatsvond. Internationaal was er dus sprake van een informele voortzetting van de contacten die er waren voor de breuk, en die werden in Geneve voortgezet met Jan van Greunsven (NKV/FNV), Hordijk (CNV) en Otto de Vries Reilingh (NVV). Maar die zaken werden wel weer besproken met onze Commissie Internationale Zaken want daar zaten de vertegenwoordigers van de bonden in en die waren geďnteresseerd in de rol van de vakinternationales.’

EVV

‘De samenwerking met FNV verliep in die eerste fase moeizaam omdat de vertegenwoordiging in het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) steeds problemen gaf. Nederland had twee zetels in het EVV en dat gaf spanningen, want binnen de FNV speelde de vraag wie van de twee bloedgroepen (NVV en NKV) naar Geneve zou gaan. Dat gezeur verdween toen NKV en NVV in 1982 fuseerden.’
(…) ‘Voor grote verschillen tussen de standpunten van CNV en FNV in het EVV moet ik diep graven. Verschillen tussen bonden in landen zijn geen slechte zaak, pluriformiteit ook in de vakbeweging is een groot goed. In een eenheidsorganisatie dreig je al gauw de mond te worden gesnoerd. En de vrees dat het EVV allemaal ‘socialistenpolitiek’ zou worden, is niet bewaarheid. Terechte kritiek op het EVV is mijns inziens dat het EVV vaak met weinig helder geformuleerde standpunten kwam. En ook in het EVV speelde het informele overleg een grote rol. Wij deden dat met het Belgische ACV, dat was onze belangrijkste partner. De Scandinavische landen deden dat, de Franse bonden waren het nooit met elkaar eens en uiteindelijk waren de Duitse DGB en de Engelse TUC de bonden die vaak de doorslag gaven. Wim Kok heeft als voorzitter van het EVV een grote rol gespeeld bij de stroomlijning; hij kon goed met de Duitsers én de Engelsen omgaan. Maar door dat intensieve vooroverleg waren de eigenlijke vergaderingen vaak saai en voorgekookt.’

Leuke dingen

Een succesvolle persoonlijke ervaring in het Europese vakbondswerk was het voorkomen van de dreigende sluiting in 1979 van de Engelse sigarettenfabriek BATCO in Amsterdam Noord (foto). Die zou worden verplaatst naar Brussel. Henk van der Kolk (de latere voorzitter van FNV Bondgenoten) was toen beleidsmedewerker van de CNV Voedingsbond. Toen hebben we onze toevlucht genomen tot een Europese code die voorkwam dat dit bedrijf dat winst maakte, naar België werd overgeplaatst. Tot in de kolommen van de Financial Times werd dit succes gemeld. Uiteindelijk is het bedrijf niet gesloten. Staken helpt soms, zoals de Fransen ons vaak voorhielden maar er zijn ook andere effectieve wegen die we kunnen bewandelen.’
(…) ‘We kunnen een deuk in een pakje boter maken maar we moeten wel blijven protesteren. Er zijn altijd veel meer mogelijkheden dan je denkt. Er is vanaf het einde van de jaren negentig willens en wetens veel afgebroken. Dat vind ik treurig. De vakbeweging heeft te weinig weerstand geboden tegen die golf van neoliberalismering. ‘

Kees van Kortenhof
Jeroen Sprenger
februari / maart 2016  

Nederland en de vakbondsinternationales

Wereldwijd zijn nu ruim 160 miljoen mensen lid van een vakbond. In Nederland werd het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) opgericht in 1905. Het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en het Rooms-Katholiek Vakbureau (RKV) ontstonden in 1909.  In 1974 gingen NVV en NKV samen in de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). In internationaal verband stichtten niet-communistische vakbonden in 1949 het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV) en organiseerden christelijke bonden zich aanvankelijk in het Internationaal Christelijk Vakverbond (ICV), die later werd omgevormd tot  het Wereldverbond van de Arbeid (WVA). Eind 2006 fuseerden IVVV (150 miljoen leden) en WVA (25 miljoen) tot het Internationaal Verbond van Vakverenigingen IVV.
Het IVV heeft aangesloten bonden in bijna alle landen van de wereld, maar niet in China. De sociaal-christelijke World Organization of Workers (WOW) bleef buiten deze fusie. Deze organisatie telt 130 aangesloten bonden en ruim 1 miljoen werknemers. Binnen de Europese Gemeenschap richtten de bonden het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) op dat 60 miljoen leden telt en deelneemt aan het overleg in de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), een onderdeel van de Verenigde Naties, waarin werkgevers, werknemers en overheden overleggen over internationale arbeidsvraagstukken. (vanK/Spr)