De politiebonden zijn veelvuldig in het nieuws. In het Georganiseerd Overleg trekken zij veelal met elkaar op om de belangen van de leden zo goed mogelijk te behartigen. Er zijn echter wel verschillen. De NPB is aangesloten bij de FNV, de ACP is een confessionele bond en de VMHP is de bond voor leidinggevenden. De ANPV is een categorale vakorganisatie dus bij geen enkele vakcentrale aangesloten.
Beeldmerk van de ANPV
De geschiedenis van de Algemene Nederlandse Politie Vereniging vangt aan op 7 november 1900. Zij heeft haar statutaire zetel te Utrecht en is erkend bij Koninklijk Besluit van 22 maart 1901 no: 36.In die tijd was haar verenigingsnaam de Rijkspolitie-Vereeniging. Het was de vakorganisatie voor de toenmalige Rijksveldwacht. De vereniging moest op last van de bezetter in 1941 worden ontbonden, ook omdat het Korps Rijksveldwacht per 1 maart 1941 was opgeheven en overgegaan naar het Wapen der Marechaussee. Op 12 maart 1941 werd de laatste Algemeene Vergadering te Utrecht gehouden. De voorzittershamer, een geschenk van de Vereeniging van Districts-Commandanten, kreeg de voorzitter ter bewaring mee. Deze hamer wordt thans jaarlijks nog gebruikt op onze Algemene Vergaderingen
Na de oorlog werd het nieuwe Korps Rijkspolitie opgericht, naast de Korpsen van Gemeentepolitie. De initiatiefnemers moesten vanwege de vele tegenwerking, tot 14 september 1948 wachten voor de oprichtingsvergadering van de Rijkspolitievereniging (RPV), waarbij de 25 sympathisanten een beginkapitaal bijeenbrachten van fl. 125. Er waren toen meer politiebonden, maar van de RPV konden alleen Rijkspolitiemensen lid worden. Dit duurde tot 10 november 1978, toen de statuten werden gewijzigd en ook collega’s van de Gemeentepolitie lid konden worden van de Algemene Nederlandse Politie Vereniging (ANPV), de voortzetting van de RPV.
In 2011 sloot de Politie Vakvereniging Haaglanden (PVH) vanwege de op handen zijnde reorganisatie tot Nationale Politie, zich aan bij de ANPV. De werkgever was niet langer de korpsbeheerder, maar de minister. In 2012 sloot ook de Amsterdamse Politie Vakorganisatie sloot zich aan.
Het bestuur van de ANPV bestaat uit politiemensen, waarvan het merendeel dagelijks nog bezig is met politiewerk. Zij weten als geen ander wat er speelt op de werkvloer en waar de problemen liggen.
Bij de politie is de organisatiegraad hoog. Het gros is lid van een politievakbond. Door het vakbondswerk is er aandacht voor de problemen van het werk. Er is frequent overleg tussen het ministerie en de vakorganisaties. In de jaren zestig van de vorige is dit eindelijk gestructureerd en kreeg ook de politie dienstcommissies (de tegenwoordige ondernemingsraden), in het begin met beperkte bevoegdheden.Het was een lange weg, want chefs moesten wennen aan inspraak en medezeggenschap.En wie kent niet de in uniform samengestroomde collega’s op het Malieveld, die streden voor een behoorlijk salaris. Het is nog maar zo’n 25 jaar geleden.
Er zijn vier grote politiebonden. Naast de Algemene Nederlandse Politie Vereniging (ANPV) zijn er de Nederlandse Politiebond (NPB), de Algemene Christelijke Politiefederatie (ACP) en de Vereniging van Middelbare en Hogere Politieambtenaren (VMHP). De politiebonden sluiten voor hun leden een cao af. Mede door de specifieke regelgeving die van toepassing is.
John Brendel
Mei 2013