Het geheugen van de vakbeweging

Van vrouwenzaken tot diversiteit

Actie voeren met plezier en resultaat

Kitty Roozemond tijdens de VHV Vriendenbijeenkomst over vakbondsvrouwenwerk op vrijdag 8 juni 2017

Eindelijk dan: een bijeenkomst van de VHV in De Burcht (Amsterdam) waar de geschiedenis van de vrouwen binnen de vakbeweging centraal staat. Onder voorzitterschap van Jos Huber, ooit actief op het terrein van het vrouwenwerk binnen de AbvaKabo komen de ervaringen van een aantal vakbondsvrouwen sinds de zeventiger jaren aan de orde.  Rode lijn van deze morgen: na bijna vijftig jaar zijn de zogenaamde ‘vrouwenthema’s’ nu niet meer weg te denken uit het algemene vakbondsbeleid.

Verbanden tussen politiek en vakbond

Op deze vrijdagochtend van 9 juni 2017 schetsen achtereenvolgens Kitty Roozemond, Mieke Verhagen en  Ans van Uffelen op basis van hun eigen ervaringen als vrouwensecretaris, kaderlid en bestuurder de ontwikkelingen binnen zowel de vrouwengroepen van de bonden als de Vrouwenbond. Daarbij leggen zij verbanden tussen de algemene politieke ontwikkelingen en het vakbondsbeleid in het algemeen en die binnen bonden en sectoren. De resultaten mogen er zijn!

De meer radicalere groepen binnen de vrouwenbeweging beïnvloedden het beleid. Algemene bewustwording van vrouwen viel in de zeventiger jaren voor een deel samen met die van vakbondsvrouwen. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. De arbeidersvrouwen en meisjes hadden toen nog aanzienlijk slechte kansen op opleiding, ontwikkeling, gelijke beloning met mannen. Binnen de vakbeweging was pas na jaren aandacht voor het recht op pensioenopbouw voor vrouwen. Omgekeerd ervaarden vakbondsvrouwen soms heel wat weerstand vanuit de autonome vrouwengroepen.

Elske ter Veld

Kitty Roozemond, vrouwensecretaris FNV, bondsbestuurder Dienstenbond FNV en vice-voorzitter FNV, stond deze morgen eerst stil bij het overlijden van Elske ter Veld. Zij was ooit hoofd van het FNV Vrouwensecretariaat. In vele necrologieën ligt het accent op haar staatssecretarisschap en dan vooral de tranen waarmee zij uit de regering opstapte. Wat dat betreft geldt er anno 2017 nog wel een heel traditioneel vrouwenbeeld.  Elske speelde een baanbrekende rol binnen de FNV en aangesloten bonden voor het vrouwenwerk en de vrouwenthema’s. Laten we dat niet vergeten. Elske was geen makkelijke tante nee. Ze was soms onuitstaanbaar in de directe omgang maar wat bereikte ze veel! Kitty liep in het begin van de tachtiger jaren en bij de start van haar loopbaan, net afgestudeerd en pril, met haar mee en heeft daar ongelooflijk veel van geleerd. Het is ook  de juiste tijd om binnen de vakbeweging de vrouwenthema’s op de algemene vakbondsagenda te krijgen. En dat betekent dat je medestanders onder zowel de bestuurders als de beleidsmedewerkers moet weten te vinden. Dat vereist nogal wat. Kitty noemde in dit kader het fusiecongres van 1981 waarbij vanuit de vrouwengroepen het thema seksuele intimidatie aan de orde kwam.

Eindelijk bespreekbaar binnen de vakbond

Mede op basis van zowel ervaringen van vrouwelijke werknemers als vanuit de meer autonome vrouwenbeweging werd dit thema eindelijk in vakbondskringen bespreekbaar. Overigens niet zonder veel weerstanden en vooroordelen te moeten overwinnen. Beroemd en berucht in die tijd was bijvoorbeeld de uitspraak van de voorzitter van de Industriebond FNV. ‘Zijn’ leden zouden zoiets echt nooit doen..…  Seksuele intimidatie werd terugkijkend mede een vakbondsthema door steun vanuit de vrouwenbeweging. Ook de publieke opinie en de media speelden hierbij een belangrijke rol. Kitty noemde in dit kader: de VIVA-enquête en een uitzending van Sonja’s Goed Nieuwsshow. Toen Elske ter Veld kondigde bij Sonja de, opening van een postbus aan. Vervolgens ontplofte de brievenbus. Voor veel vrouwen eindelijk een weg om hun ervaringen met seksuele intimidatie kwijt te kunnen.

Redactie VIVA verbijsterd

Uit die tijd dateert ook de VIVA-enquête.  De redactie van VIVA, vooral gelezen door jonge vrouwen, was verbijsterd wat er allemaal naar boven kwam. Elske ter Veld wist vervolgens het een en ander in vakbondsbanen te leiden. Op het niveau van de internationale organisatie ILO kwam er een conferentie over seksueel geweld op de werkvloer. Vanuit de politiek financierde Annelien Kappeyne van de Coppello, toen staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Stichting Handen Thuis.

Deze had onder andere als taak te werken aan bewustwording en scholing over dit thema. En zo greep alles in elkaar en kon ook de FNV hier niet meer om heen. Met als resultaat dat in verschillende cao’s hier voor het eerst artikelen over werden opgenomen. Soms kwamen er ook afspraken over het recht op een vertrouwenspersoon. Terugkijkend werden zo de bouwstenen gelegd voor het huidige beleid rond ongewenst gedrag.

Aankaarten op de werkplek

De vakbeweging legde ook mede de basis voor een eerste artikel in de ARBO-wetgeving waarbij seksuele intimidatie voorkomen en bestrijden mede een taak voor de werkgevers werd. Ook dit werd later uitgebouwd tot andere vormen van ongewenst gedrag en discriminatie. Voor de vooral vrouwelijke werknemers ontstond zo de ruimte om hun problemen op de werkplek aan te kaarten. Want dat leverde meer mogelijkheden op dan via de strikt juridische weg. Binnen de FNV kwamen er meer vrouwelijke beleidsmedewerkers en bestuurders in dienst. Voor hen gingen vrouwenthema’s tot het algemene vakbondswerk behoren. Kitty noemde onder andere Titia Bos. Als onderzoekster functiewaardering bracht zij de structurele verschillen in beloning tussen de ‘vrouwen’- en ‘mannenberoepen’ in kaart. De FNV Afdeling onderzoek leverde structureel veel gegevens en cijfers over vrouwenzaken. Zoals ieder jaar de 8 maart-enquête.

Meer vrouwelijke leden voor vakbond

En bestuurder Frans Drabbe durfde het binnen het federatiebestuur aan om de vrouwenthema’s aan de orde te stellen. Bovendien bleek de vakbeweging met name te groeien door de toename van het aantal vrouwelijke leden. Een van de moeilijkste thema’s volgens Kitty was echter het inkomensbeleid. Zoals het recht van gehuwde vrouwen op een eigen uitkering en de discussie over het belastingstelsel. Want dat leidde weer tot heel wat traditionele beelden van de mannelijke kostwinner en ‘bijverdienende’ vrouwen. Door steun vanuit de politieke hoek, zoals de Rooie Vrouwen van de PvdA en ook van de VVD-vrouwen, keerde dit. In zo’n proces ging het bij het Vrouwensecretariaat steeds om het een draagvlak binnen de FNV en de bonden creëren.

Spanningen tussen vrouwengroepen en Vrouwensecretariaat

Overigens waren er ook tussen de vrouwengroepen in de bonden onderling en tussen hen en het Vrouwensecretariaat regelmatig spanningen. Het  kostte veel moeite om het een en ander op elkaar af te stemmen. Daar speelde het FNV Vrouwenplatform een belangrijke rol bij. In de buitenwereld waren er regelmatig botsingen met de meer radicale groepen. ‘De Bonte Was’ organiseerde een vrouwenstaking waaraan de FNV niet mee deed. Kitty stelde dat je elkaar achteraf heel hard nodig had. De radicalere vrouwen stonden verschillende keren met spandoeken in de hal. Dat had effect.

Na het Vrouwensecretariaat werd Kitty bondsbestuurder van de Dienstenbond FNV en vicevoorzitter van de FNV. Bij de Dienstenbond was ze coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid. Bij de invoering van de arbeidstijdverkorting bereikte ze dat hierdoor het uurloon van de parttimers steeg. Bij het KBB-concern (onder andere de Bijenkorf) werden veel vrouwelijke kaderleden actief. En als federatiebestuurder behandelde ze de vrouwenthema’s altijd geïntegreerd.

Wij vrouwen eisen’

Mieke Verhagen (l) in gesprek met Floor van Gelder (r)

Mieke Verhagen, kaderlid bij de Voedingsbond en bestuurder bij de Vervoersbond FNV sector Haven, beschreef hoe ze opgroeide met een moeder die al in de zestiger en zeventiger jaren volop mee deed aan de vrouwenbeweging. Dat was in die tijd voor haar milieu en omgeving, rondom de Hoogovens in IJmuiden en Beverwijk, bepaald nog niet gewoon. In die tijd werden er veel flats gebouwd voor de werknemers van de Hoogovens. Miekes moeder richtte onder andere een peuterspeelzaal op. Ook was ze actief binnen vrouwenorganisatie ‘De Bonte Was’. Hierdoor schoolde zij zichzelf bij. Mieke zelf werd actief in ‘Wij Vrouwen Eisen’ en vooral ook als kaderlid binnen de Voedingsbond. Werkend op de loonadministratie van een groot bedrijf ontdekte ze dat ze geen pensioenpremie betaalde als jonge vrouw. In die tijd kon je vaak pas vanaf 25 of 30 jaar in het pensioenfonds.

Binnen de bond bleek het echter onmogelijk om dit bespreekbaar te krijgen. Voor vrouwen een reden om het lidmaatschap op te zeggen. Totdat er vanuit de bond door onder andere Greetje Lubbi en Cisca Peeters het een en ander in gang gezet werd. Op haar werk richtte Mieke vervolgens een emancipatiecommissie op. Zij vroeg hierin aandacht voor functiewaardering en de consequenties voor vrouwen. Plus voor doorstroommogelijkheden op het werk. Als kaderlid nam ze met heel veel plezier deel aan het vrouwenwerk. Ze herinnert zich bijvoorbeeld nog met wat voor energie, inspiratie en plezier de Zomerschool gepaard ging.

Actie op de werkvloer

Overigens werd zij op haar werk overgeplaatst wegens zwangerschap. Je had toen ook nog typekamers met alleen vrouwen. Mieke voerde veel actie op de werkvloer. Daar vielen ook het weghalen van seksistische kalenders van Pirelli onder. Maar dat leidde regelmatig tot veel weerstand onder de mannelijke collega’s. Als reactie dreigde ze een kalender met blote mannen op te hangen…Mieke ontdekte echter ook dat veel mannen in een hiërarchische cultuur eigenlijk bang bleken voor de baas. Ook zij waren slachtoffer van het “systeem van heteroseksualiteit”. Het was moeilijk dit soort thema’s bespreekbaar te krijgen.

In Miekes verhaal speelde seksuele intimidatie een belangrijke rol. Zij beschreef een incident, aanranding, bij de Hoogovens. Dat bleek het beruchte topje van de ijsberg. Mede met steun van Els Hoogerhuis van het FNV Vrouwensecretariaat werd er veel publiciteit gegenereerd. Ook kwam er een postbus waar (veel) klachten binnenkwamen. Er ontstond erkenning voor het idee dat veilige arbeidsomstandigheden voor vrouwen ook betekenen dat seksuele intimidatie als risico en probleem gezien worden. Maar ook dat seksisme voor mannen eveneens een zaak kan zijn omdat van hen bepaald gedrag verwacht wordt. Het is niet alleen iets voor vrouwen.

Voorzitter Jos Huber gaf aan dat de strijd rondom seksuele intimidatie effectief bleek, ook op internationaal niveau. Nederland was het eerste land dat hier in de arbeidswetgeving aandacht voor had. Het bleek ook veel meer voor te komen dan onderzoekers ooit dachten.

Marie wordt wijzer’

Ans van Uffelen tijdens de VHV-bijeenkomst over Vakbondsvrouwenwerk van 9 juni 2017

Ans van Uffelen, voormalig vrouwensecretaris bij de FNV Dienstenbond en bestuurder in de groothandel, schetste dat het vooral een reis door de instituten is geweest. Zo noemde ze onder andere de campagne ‘Marie wordt wijzer’. Samen met Ans Bakker van de Vrouwenbond wilde deze campagne meisjes bewust maken van de noodzaak een goede opleiding te volgen. In 1973 konden gehuwde vrouwen ontslagen worden in met name overheidsdienst. En er was sowieso nog heel veel weerstand tegen het werken van gehuwde vrouwen die formeel geen kostwinner waren.

Hard knokken

Binnen de bonden werden in de zeventiger jaren steeds meer jonge vrouwen actief.  Ze streden voor het recht op minimumloon en kwalitatief goed parttime werk. Daarbij bleek dat het alleen afspraken maken bepaald niet voldoende was. Het ging om de naleving maar ook om het bewustzijn van vrouwen zelf. Voor heel veel zaken werd hard geknokt. En die lijn is tot de acties voor ‘echte’ banen anno 2017 helaas door te trekken. Het strijdperk lijkt wel verplaatst naar de positie van oproep- en flexibele krachten. En daarmee zijn er, helaas, veel overeenkomsten met de jaren 70. Als bestuurder groothandel kwam ze dan veel bij de bloemenveiling. Daar werkten veel huisvrouwen op afroep en zonder enig contract. Zodra het werk afnam werden ze naar huis gestuurd…  voor Ans aanleiding om met advocaat Wout van Veen naar de rechtbank in Haarlem te stappen. Daar werd gesteld dat ook als er geen schriftelijk contract is er sprake is van een arbeidsverhouding. Je mag vrouwen niet zomaar aan de kant zetten. Dit soort zaken legde de basis voor jurisprudentie op dit terrein. Vrouwen kunnen zo minder als klapstoeltjes voor de economie gebruikt worden!

Wet gelijke behandeling

Ans noemde twee andere wapenfeiten: pas in 1993 (!) werd de wet gelijke behandeling deeltijders aangenomen. Er was sprake van veel ongelijke beloning tussen mannen en vrouwen! In de cao’s mag er dus geen onderscheid meer gemaakt worden. Een tweede was het afschaffen van het een-derde criterium voor het recht op het minimumuurloon. Tot die tijd had men bij het minder dan 12 uur werken per week namelijk geen recht op het minimumloon. En ook daar vielen veel vrouwen onder.

De Dienstenbond FNV had in die tijd het voeren van gelijke behandelingsprocedures opgenomen in haar arbeidsvoorwaardenbeleid. Samen met advocate Miek Greebe kreeg de Dienstenbond het voor elkaar dat discriminatie van gehuwde vrouwen en deeltijders in pensioenen verboden werd. Pensioenfondsen werden gedwongen de pensioenen te repareren (Vroege/Fisscher). Een oproep van de Dienstenbond leverde vervolgens honderden claims op van vrouwen die zo alsnog pensioen konden opbouwen.

Ook hier wist de FNV vanuit de vrouwenbelangen geschiedenis te schrijven. Enkele voorbeelden: voorkomen van ontslag van vrouwelijke werkneemsters bij KBB, een staking van vrouwen bij BIC waar vrouwen moesten klokken en mannen niet en stakingen van vrouwen in het Katwijkse bedrijf Ouwehand. De vooral uit vrouwen bestaande avondploeg zou volgens de werkgever wegens deeltijd niet onder de CAO vallen. Dit was een van de eerste keren ook dat allochtone vrouwen in actie kwamen. Bestuurder Peter de Groot wist te bereiken dat de werkgever bakzeil moest halen. Een ander voorbeeld: het ICT bedrijf Bull. Bij de Commissie Gelijke Behandeling werd met succes een zaak ingediend om ook daadwerkelijk gelijk loon voor vrouwen in managementposities te bedingen.

Seksuele intimidatie

In de discussie die volgde werden onder andere voorbeelden gegeven van dat vrouwen zich in mannelijke bedrijfskleding moesten hullen. Door actie werd bereikt dat er geschikte kleding voor vrouwen kwam. Plus eigen toiletten voor vrouwen, want die waren er niet. Het meest opmerkelijke was het betoog van mevrouw Wagenaar, 83 jaar oud. Zij wist te vertellen dat er al in 1957 een onderzoek naar meisjes in de huishouding werd gedaan. Hieruit bleek een grote sprake van seksuele intimidatie. Niet één meisje was toen lid van de bond dus daar werd niets meegedaan. Ook in winkels kwam het vaak voor. Zelf kreeg ze toen ze trouwde een zogenaamde bruidspolis. Hiermee werden haar pensioenrechten afgekocht. En oud-bestuurder Dick de Graaf gaf in de discussie aan dat het niet altijd eenvoudig was om als CAO-onderhandelaar voor het eerst een thema als seksuele intimidatie op de agenda te krijgen. Totdat bij een cacaofabriek een directeur met dochters daar veel begrip voor bleek te hebben.

Gelijkberechtiging voor vrouwen

Tot slot: door druk uit te oefenen en de juiste juridische wegen met steun van FNV-collega’s en bestuurders te bewandelen is zo de basis gelegd voor meer gelijkberechtiging van vrouwen op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. In de jaren zeventig formeerden zich met onder andere met dit doel voor ogen gespreksgroepen. Ook kwam werken aan persoonlijke ontwikkeling binnen de vrouwengroepen en bonden op de agenda. Mede gevoed vanuit die vrouwenbeweging is er in eerste instantie vooral gewerkt aan het bestrijden van vooroordelen zoals dat gehuwde werkende vrouwen niet als volwaardig gezien worden.  Seksuele intimidatie en aanranding bleken de aanzet tot wetgeving op dit terrein.

Draagvlak voor vrouwenthema’s

Het Vrouwensecretariaat en de vrouwensecretarissen binnen de bonden coördineerden dit. Binnen de vakcentrale FNV en bonden kwam er draagvlak voor vrouwenthema’s als vakbondszaken. Vanaf de tachtiger jaren ontstond er mede op basis hiervan veel jurisprudentie. Die vormde weer de basis voor afspraken binnen de verschillende CAO’s.

En verder tekenden zich in alle drie de presentaties lijnen af voor verder onderzoek.  Zoals de relatie vrouwenbeweging-vakbeweging, functioneren van het vrouwenwerk, seksuele intimidatie, deeltijd, inkomensbeleid en loopbaanmogelijkheden. En ook naar verschillen tussen vrouwen.

Op deze ochtend van 9 juni presenteerden Tineke van Der Kraan en Jeroen Sprenger vervolgens de website voor vrouwen, waarop veel informatie over vakbondsvrouwen die in het verleden actie gevoerd hebben. Floor van Gelder gaf tot slot in het kort de resultaten van een enquête onder vakbondsvrouwen weer, die voorafgaand aan deze bijeenkomst gehouden is.

Kortom: een goed bezochte, leerzame en inspirerende ochtend in De Burcht!l

Tineke de Rijk

Juli 2017