In 2008 interviewde Bert Breij op verzoek van de VHV alle voorzitters van de bonden die bij FNV, CNV en MHP zijn aangesloten. Hij vroeg hen naar hun visie op de toekomst en de betekenis van de historie. Hier het interview met CNV Jongeren-voorzitter Klaas Pieter Derks
Klaas Pieter Derks
‘CNV Jongeren is al 50 jaar een bond en mag in principe onderhandelen en zelfs cao-afspraken maken, ware het niet dat zij geen leden in branches heeft. CNV
Jongeren heeft ook te weinig leden om rechten aan de onderhandelingstafel te hebben en daarbij komt dat zij niet vakgeoriënteerd is, maar zij probeert wel zaken in de algemene arbeidsvoorwaarden te verbeteren.’
‘Ik ben voorzitter sinds 2006, voel me historisch gezien meer verbonden met Klaas Kater dan met Henri Polak. Dat past beter bij het CNV. Ik vind ook dat Kater het christelijk volksdeel meer op de kaart heeft gezet dan het socialistische, politiek gezien. Ik constateer ook dat de geschiedenis soms wel erg verschillend wordt ingekleurd. Tijdens de eerste Henri Polak-lezing, in 2008 in het Centrum voor Arbeidsverhoudingen, leek het puur een feestje van de FNV. Dat geeft niets, maar de vakbeweging is niet alleen maar socialistisch. Ik vind niet dat je de werkelijke historie zomaar naast je neer kunt leggen, maar dan moet je die ook goed beschrijven en niet net doen alsof het allemaal FNV was dat de klok sloeg, of NVV. Er is door de hele vakbeweging veel bereikt.’
‘Zowel Henri Polak als Klaas Kater hielden zich bezig met het cultureel verheffen van burgers om hen te emanciperen, beiden op hun eigen manier. Henry Polak organiseerde huiskamerbijeenkomsten. Klaas Kater richtte een bibliotheek op. Je ziet dat de wens om emancipatie gelijk oploopt, maar bij Klaas Kater is er geen sprake van een strijd tussen arm en rijk. Ik lees ook biografieën, en daarbij kan ik zeker verwijzen naar die van Jan Veenhof.’(19)
‘In het socialisme gaat het vooral om de klassenstrijd, bij het christendom om Spreuken 22, vers 2 uit de Bijbel: ‘Rijken en armen ontmoeten elkander. Hun aller Maker is de Here.’ Dit sluit volgens mij strijd als basishouding uit. Het CNV is de bond van de dialoog. Bij de FNV gaat het vooral om het verzet tegen het kapitaal en om de emancipatie van de arbeiders.’
‘Er moet ook wel ruimte zijn voor strijd, uiteraard, vooral daar waar rijkdom overgaat in excessen, waarbij ik verwijs naar het grote graaien van nu. Dat is voor mij een belangrijke symboliek. Het is onchristelijk als verschillen te veel uit elkaar gaan lopen.’
‘Voor mij is iedereen gelijk, maar binnen die gelijkwaardigheid worden mensen gelijk of ongelijk behandeld. We hebben ieder een eigen plek gekregen die we naar ons beste kunnen moeten invullen. Ik geloof in predestinatie, maar niet dat alles daar binnen is vastgelegd. Iedereen is in staat om keuzes te maken maar de mens weet niet van nature wat goed of kwaad is en is geneigd om verkeerde keuzes te maken. Ik geloof niet dat de mens vanuit zichzelf in staat is om altijd het goede te doen.’
‘Voor mij is individualisme een recht en een plicht en dat komt voort uit het recht op soevereiniteit in eigen kring. Je krijgt een verantwoordelijke rol toegewezen, in mijn geval voorzitter van CNV Jongeren, en die rol moet je wel volledig nemen. Uiteraard is de wereld groter geworden, maar als het gaat om het intermenselijke dan moet je het wat mij betreft klein houden. Bij het CNV gaat het ook altijd om de menselijke maat.’
‘Onlangs hoorde ik een uitspraak dat de emancipatie van de arbeider in Nederland af is. Ik onderschrijf het feit dat Nederland in de top tien van de rijkste landen staat en werknemers in Nederland eigenlijk weinig meer te klagen hebben. Maar ondanks dat de basisvoorzieningen goed zijn geregeld, zie ik nog steeds een kloof aan de onderkant van de samenleving. Dan denk ik aan langdurig werklozen, jonggehandicapten en mensen die bijvoorbeeld uit Polen naar Nederland komen. Voor deze groepen is er nog steeds behoefte aan nieuwe emancipatie.’
‘Een thema dat altijd geleefd heeft, is hoe om te gaan met werkloosheid. Hoe kan je een schild zijn voor de zwakste in de samenleving? Het belang van een baan is groot. Werk voorziet in inkomen waardoor je een zelfstandigere positie krijgt, maar helpt ook bij zelfontplooiing. Vanuit de bijbel ervaar ik tevens de plicht om te werken: we moeten de aarde bewerken en bewaren, dus aan de bak. Voor mij is werken een manier om mijn leven in te richten, maar ook mensen die de bijbel niet als richtlijn hebben, zoeken volgens mij naar bronnen om hun leven te ordenen. Als het gaat om vrijwilligerswerk zie ik vooral de maatschappelijke winst. Je bent solidair, maar het draagt ook bij aan je persoonlijke ontwikkeling. Het kan goed zijn voor je cv en je zet je in voor
de maatschappij. Ik ben voor de invoering van een maatschappelijke stage, het liefst bovenop het reguliere onderwijs. Wat mij betreft, mag zelfs de toenmalige dienstplicht weer ingevoerd worden voor de groepen jongeren die niet weten waar ze voor staan. Dan kunnen ze weer een beetje trots worden op Nederland. De invulling van die dienstplicht moet dan uiteraard wel nuttig
zijn. Het idee van de maatschappelijke dienstplicht is overigens recent aanvankelijk geďnitieerd door CNV Jongeren en het CDJA (20), maar ook in 1970 was er al sprake van.’
Jongeren en activisme
‘Jongeren zitten in een zwakke positie. Met name de jongeren die een lagere opleiding hebben. Mocht er een recessie optreden, dan liggen zij er als eerste uit en de plannen met het ontslagrecht maken dat alleen maar makkelijker. Daarbij komt dat het nog helemaal niet bewezen is dat een soepeler ontslagrecht werkt. Ik hoop dat het activisme onder jongeren weer wat opleeft als het eventueel tot protesten komt tegen de plannen met het ontslagrecht. In 2004 op het Museumplein waren te weinig jongeren. Er was een aantal dat demonstreerde tegen de kortdurende WW en de jeugdwerkloosheid, maar ze stonden er in elk geval niet voor VUT en prepensioen.’
Kadercursussen
‘Ik ben blij dat er binnen het CNV nog steeds kadercursussen zijn waar de historie ruim aan de orde komt. Nieuwe medewerkers krijgen een uitnodiging voor een cursus over de historische wortels van de vakbeweging. De cursus start bij Talma (21) en gaat ook over het christelijk sociaal denken. Ik vind dat
iedereen die bij het CNV werkt daar wat over moet weten, ook de jongeren. Ik duik soms in oude dossiers. Daardoor leer ik meer te begrijpen wie ik ben, waar ik sta, en daardoor leer je ook de ouderen van nu beter te plaatsen.’
Bert Breij
Het interview met FNV Jong-voorzitter Jeroen Glas is opgenomen in Twee miljoen leden, 25 voorzitters, 2009
Noten
19 Jan Veenhof was tussen 1973-1989 hoogleraar dogmatiek en dogmageschiedenis, verbonden aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
20 Christen Democratisch Jongeren Appčl.
21 Aritius Talma (1864-1916) was één van de grondleggers van sociale wetgeving in Nederland