Het geheugen van de vakbeweging

Jan Wacht

Jan Wacht, geboren op 19 september 1885 te Wildervank, wordt door de erbarmelijke sociale omstandigheden in de Groningse veenkoloniën getekend voor het leven. Op elfjarige leeftijd gaat hij in de leer bij smederij Baas in Wildervank.

Jan WachtJan Wacht

Als jongmaatje werkt Wacht twaalf tot dertien uur per dag voor de ‘beloning’ van drie gulden per maand. Op twintig jarige leeftijd, op 17 december 1905, richt hij te Stadskanaal, waar hij werkt als metaaldraaier, een afdeling van de Algemeene Nederlandsche Metaalbewerkersbond (ANMB) op. Een nogal opmerkelijk initiatief aangezien deze bond in 1905 nog nauwelijks enige omvang kent; nog geen 800 leden verdeeld over 21 afdelingen, vrijwel uitsluitend in het westen van het land.
Zijn vertrek naar Assen is de start van een jarenlange ‘omzwerving’ door het land. In 1906 treffen we hem aan in Amsterdam, waar hij al snel deel uitmaakt van het bestuur van de ANMB. Hij werkt als draaier bij Spijker, maar wordt in 1908 ontslagen vanwege de verkoop van propaganda materiaal. Hij komt in Amsterdam op de ‘zwarte lijst’ en vertrekt naar Delft. Zijn propagandistische activiteiten zorgen ervoor, dat hij ook in Delft zonder werk komt. Wacht werkt daarna achtereenvolgens in Rotterdam, Eindhoven en Hoorn. Begin 1910 is hij terug in de hoofdstad en maakt weer deel uit van het Amsterdamse bestuur. Door de ledengroei kan de ANMB zich een groter bezoldigdencorps permitteren. Wacht wordt in 1916 betaald bestuurder en keert terug naar zijn geboortestreek. Naast bestuurder is hij ook redacteur van het blad De Jonge Metaalbewerker.
In 1921 gaat hij naar Rotterdam. De plaatsing als bestuurder in de havenstad maakt een eind aan zijn omzwervingen. Hij zal 27 jaar in dienst zijn van de Rotterdamse metaalbewerkers. Van secretaris-penningmeester wordt hij voorzitter van de afdeling. In 1930 wordt de functie van voorzitter van de afdeling Rotterdam gecombineerd met die van hoofdbestuurder. Onder voorzitterschap van Wacht groeit de Rotterdamse afdeling in 1939 naar meer dan 10.000 leden op een totaal van 50.000 leden voor de gehele ANMB. Wacht zal in de twintiger en dertiger jaren leiding geven aan tal van acties en stakingen met name bij de werven. In februari 1941 wordt Wacht opgepakt om ‘inlichtingen’ te geven. Het vermoeden bestaat dat hij betrokken is bij de Februaristaking. Het tegendeel is echter het geval. Wacht moet niets hebben van de CPN en haar activiteiten. Een circulaire van de CPN die oproept om in staking te gaan is door hem van de muur gescheurd en in zijn zak gestoken. Het bezit van dit pamflet had hem zuur kunnen opbreken; als de politieagent, waaraan hij alles wat hij bij zich draagt moet afgeven, dit pamflet niet voor de Duitsers had achtergehouden. Als het Nederlands Arbeidsfront van Woudenberg het NVV overneemt, neemt Wacht ontslag. Hij wordt gegijzeld in St. Michielsgestel tot eind 1942. In mei 1945 stort Wacht zich met grote energie op de organisatorische wederopbouw van de bond, die letterlijk vanuit het niets weer moet worden opgebouwd. Alle bezittingen zijn verdwenen. Opnieuw is hij voorzitter van de afdeling en lid van het hoofdbestuur. Op 1 februari 1948 gaat Wacht met pensioen. In 1954 verschijnt er van zijn hand Heet voor de vuren, de geschiedenis van de ANMB in Rotterdam.