In de jaren twintig van de vorige eeuw was het NVV (voorganger van de FNV) bij diverse acties betrokken. In november 1924 kwam er een aanval op de pas verworven achturendag (6 dagen x 8 = 48 uur, er werd nog op zaterdag gewerkt!).
Op de illustratie wordt de voorzitter van het NVV afgebeeld, Roel Stenhuis, die wordt uitgedaagd door de Twentse textielfabrikanten.
Het conflictIn 1922 wilden de Enschedese werkgevers in de textiel dat de arbeiders 5 uur per week extra zouden gaan werken, of 10 procent minder loon ontvangen. Argument was dat er een crisis heerste in de textiel en dat het slecht ging. De achturige werkdag was nog maar net ingevoerd en stond nu al onder spanning. Dit was niet alleen een Twentse aangelegenheid! Ook landelijk roerden de werkgevers zich om de werkweek weer te verlengen. NVV-bond De Eendracht en de NAS-bond LFT waren tegen. Het christelijke Unitas en de katholieke St. Lambertus wilden wel toegeven, als de werkgevers aan konden tonen, dat hun argumenten juist waren. Aangezien de bonden niet te overtuigen waren, werden de lonen in oktober 1923 verlaagd met 10 procent. De bonden riepen in één bedrijf een staking uit tegen de loonsverlaging. De textielfabrikanten gooiden op 24 november als antwoord op de bonden de poorten van 39 bedrijven dicht: 22.000 arbeiders werden uitgesloten. Alleen aangesloten arbeiders kregen recht op een uitkering van de eigen bond. De mate van ongeorganiseerdheid was groot. De bedoeling was duidelijk: uitputting van de stakingskassen!
De textielbedrijven in Twente en deels in de Achterhoek waren in handen van de zgn. textielbaronnen. Rondom Enschede bezaten 77 personen samen een vermogen van 142 miljoen. Enkelen bezaten gigantische vermogens in die tijd. In wezen heersten de fabrikanten als half feodale landheren. In Twente en de Achterhoek was hun macht groot, vele arbeiders woonden in woningen van hun werkgever en kwamen in dezelfde kerk als hun bazen. De textielwerkgevers hadden zich georganiseerd in de Twentsch-Gelderse Fabrikantenvereniging. Afspraak was dat bij een staking het Twentsch Stelsel in werking trad. Dat hield het volgende in: indien er bij één bedrijf gestaakt werd, gooiden de andere bedrijven de poort dicht en sloten de arbeiders van het werk uit! ( het zgn. uitsluiten)
Het gevecht zou vijf maanden duren. Georganiseerde arbeiders kregen een kleine uitkering van hun bond. Niet-georganiseerden moesten bij de gemeenten aankloppen voor een uitkering, zij kregen nog minder. Naast de verbittering was de armoede groot. Zowel de vakbonden als de SDAP verzochten om een enquête. Doch de werkgevers waren niet van plan openheid te verschaffen rondom de economische noodzakelijkheid van hun eisen. De werkgevers waren beter georganiseerd dan de werknemers, zij wilden de macht behouden. De arbeiders voelden zich diep gekrenkt door deze houding van de werkgevers. De verbittering was groot.
Eind april 1924 gaan de confessionele bonden overstag en accepteren een loonsverlaging en 130 overuren per jaar. De uitsluiting wordt opgeheven en de fabriekspoorten weer geopend per 3 mei. De eenheid is verbroken! De Eendracht en LFT staken beperkt door, daar waar zij veel leden hebben. Op 20 juni ziet het hoofdbestuur van de Eendracht zich genoodzaakt om de staking op te heffen: er was geen perspectief meer om te winnen. De Amsterdamse bestuurders werden in de zaal bekogeld met stoelen en onderweg naar de trein belaagd door de gefrustreerde arbeiders.
Achter bleven de vernederde en geschoffeerde arbeiders die via hun organisaties ook nog eens diep verdeeld waren. Het kostte jaren om de organisatiegraad weer op te bouwen. De strijd van vijf maanden liet diepe littekens na in Twente. Ondanks de loonsverlaging is de achturendag niet meer aan de orde gekomen. In 1994, na het openen van de archieven, bleek dat de noodzaak om langer te werken en de loonsverlagingen niet nodig waren geweest. Het ging goed met de bedrijven, althans, toen!
De geschiedenis der zelfstandige vakbeweging in Nederland, Jan Oudegeest
Voor de bevrijding van de arbeid, Ger Harmsen en Bob Reinalda
Om de plaats van de arbeid, Fr. de Jong Edz.