Het geheugen van de vakbeweging

Sigarenmakersstaking 1913

Het jaar 1913 werd gekenmerkt door een felle klassenstrijd. 427 stakingen met 912.000 niet gewerkte dagen. In toenemende mate weten NVV bonden de strijd te verleggen van afzonderlijke bedrijven naar gehele bedrijfstakken.

Industrialisatie en productie op grote schaal zetten zich door in Nederland. Toch krijgen de bonden weinig of geen greep op de niet geschoolde fabrieksarbeider, behalve in de textiel. Grote acties vinden plaats bij de typografen, bouwvakarbeiders en sigarenmakers. In de sigarenindustrie had de mechanisatie haar entree nog niet gemaakt. De loonkosten drukten daardoor zwaar. Veel sigarenfabrieken werden naar het zuiden overgebracht omdat daar de loonkosten lager waren. Er werden minder eisen gesteld o.a. omdat de RK organisaties hier oppermachtig waren. De bij de NVV aangesloten “Nederlandse Sigaren en Tabaksbewerkersbond” was hecht georganiseerd en telde evenveel leden als de twee confessionele organisaties en de NAS organisaties samen.
In 1910 hadden de vakorganisaties al een gemeenschappelijk eisenprogramma: afschaffing van de huisindustrie, tien uren werkdag, vrije zaterdagmiddag en een voor het gehele land geldend loontarief. Dit had in 1912 nog steeds niet tot resultaat geleidt. Er werd besloten om in Amsterdam en Den Bosch in actie te komen. De werkgevers in Amsterdam deden al snel aanvaardbare concessies zodat de strijd zich verlegde naar Den Bosch. Hier deed zich de unieke situatie voor dat de bisschop de staking verbood en het geschil aan arbitrage moest worden onderworpen. De arbitragecommissie had geen haast en de confessionele bonden konden in hun ogen verder niet in actie komen in het zuiden. De strijd verlegde zich weer naar het noorden. In januari 1913 gingen de sigarenmakers in Rotterdam, Dordrecht en Gorkum in staking.

Uitsluiting en overwinning door onderlinge solidariteit

Op 17 februari gingen de patroons op 40 plaatsen in het noorden over tot uitsluiting, ook in Amsterdam. Het werd een zware financiële uitputtingsslag. Het NVV sprong bij; alle aangesloten bonden werden verplicht wekelijks een bijdrage te geven en vroeg aan de gewone leden een bijdrage van 1 uur per week. Na vijf maanden gingen de werkgevers overstag en werd in het noorden de strijd gewonnen door deze waarlijk grote vorm van solidariteit van NVV bonden onderling.

De typografenstaking

In principe werden alleen eigen organisaties geholpen in deze vorm van solidariteit en indien dit anders was kon alleen het verbondsbestuur hier een besluit over nemen. Bestuurdersbonden werkten nog veel samen met niet aangesloten bonden/afdelingen en dat konden ook NAS afdelingen of SDAP afdelingen zijn. En zo ontstond er plaatselijk wel eens een ander standpunt dan landelijk was vastgesteld. Natuurlijk speelden hier allerlei oude tegenstellingen, zowel vanuit het bondsbeleid als partijpolitiek, in mee. Een scherpe strijd brak uit tussen het NVV en een van de oudste bonden, de Algemeene Nederlandsche Typografenbond (ANTB) die op dat moment nog niet aangesloten was. In januari 1913 breekt in Amsterdam een typografenstaking uit. Deze zou, naar het zich liet aanzien lang en hardnekkig worden. De typografen hadden in het verleden op diverse momenten hun solidariteit laten blijken in o.a. de bestuurdersbonden en klopten nu aan de deur. Zij kregen nul op rekest en zelfs de steun via de bestuurdersbonden werd afgewezen. Dit terwijl de ANTB zelf wel steun verleende aan anderen binnen de bestuurdersbond. De commotie was groot. Hier frustreerde de oude organisatie vorm de nieuwe sinds 1905, de bestuurdersbond stamde van voor deze tijd.

Waarin groten klein kunnen zijn en andersom

Ondanks deze controverse werd de staking al in februari gewonnen zonder steun van het NVV. Toch, ondanks deze ervaring, sloot de ANTB zich datzelfde jaar nog bij het NVV aan. Jarenlang kon er door individuele leden van de ANTB gekozen worden voor een lidmaatschap zonder aansluiting bij het NVV. Het zelfde gebeurde bij de onderwijzersbond waar deze “traditie” door o.a. recente fusies nog steeds bestaan.

Jan Rootlieb
13 december 2005
Geraadpleegde literatuur:
Voor de bevrijding van de arbeid Ger Harmsen en Bob Reinalda
Naar grotere eenheid Ernst Hueting e.a.
Geschiedenis zelfstandige vakbeweging Jan Oudegeest