
Over de staking van de schoonmaaksters bij de gemeente Amsterdam in 1949
‘De nul komt na de negen’
Vooraf
De gemeente Amsterdam draagt de verantwoordelijkheid voor de hygiëne in openbare gebouwen: scholen, ziekenhuizen, gemeente-instellingen, zwembaden. Een zware verantwoordelijkheid, omdat vuile gebouwen een bron kunnen vormen van ziektekiemen en infecties, en snel uitgeleefd raken. Er zijn dan ook honderden vrouwen (en aanzienlijk minder mannen) in dienst van de gemeente, die ’s morgens voor dag en dauw en ’s avonds na kantoortijd als schoonmaakster werken. Hun werk wordt pas gezien als ze het niet doen en de boel dus vervuilt; òf als ze, zoals in 1949, massaal gaan staken. Dan merkt opeens iedereen dat er schoonmaaksters bestaan, en dat hun werk onmisbaar is.
Dit artikel gaat over de staking van de schoonmaaksters bij de WSBZ in Amsterdam in 1949, De acht weken durende staking voor een uurloon ter hoogte van het mannenloon in loongroep één, wordt beschreven en geplaatst tegen de achtergrond van de politieke en sociaal-economische verhoudingen van die tijd.
Het stuk is geschreven in nauw overleg met Ali van Dijk, één van de stakingsleidsters van toen. Door onze gesprekken en het doornemen van het schaarse schriftelijke materiaal ontstond een gezamenlijk verhaal over het doel en verloop van destaking. Daarbij werd uitgegaan van de vraag waarom de staking uitbrak en waarom ze voor de deelnemende vrouwen afzonderlijk èn voor de toenmalige politieke situatie zo belangrijk was. Ali haar achtergronden en opstelling in de staking, haar beoordeling ervan nu achteraf, waren voor mij bij het schrijven van dit stuk een soort van oriëntatie. Een oriëntatie die wezenlijk verschilt van de invalshoek van waaruit in het overgrote deel van de schriftelijke bronnen naar de staking gekeken wordt.

Het bewaard gebleven schriftelijke materiaal is verre van volledig. Ik heb gebruik gemaakt van een knipselverzameling van dagbladen uit die periode, van het jaarverslag van de WSBZ en van bladen van betrokken organisaties. Actiemateriaal zoals pamfletten, heb ik niet kunnen achterhalen, ook geen persberichten van de gemeente, hoewel daar in andere bronnen wel naar werd verwezen. De literatuur over Nederland na de Tweede Wereldoorlog leverde wel belangrijk achtergrondmateriaal op, over de staking zelf echter weinig tot niks. Datzelfde gold voor de literatuur over vrouwenarbeid in Nederland. Nog niet zo lang wordt hier onderzoek naar gedaan en voor de hier beschreven periode bestaat alleen het onderzoek van Els Blok, dat in het algemeen, met de nadruk op standpuntenontwikkeling, ingaat op vrouwenarbeid. De concrete werkomstandigheden van vrouwen in verschillende beroepen, laat staan de strijd die vrouwen daartegen gevoerd hebben, werden, voorzover mij bekend, tot nu toe voor de na-oorlogse jaren niet uitgezocht.
Tussen al het gebruikte materiaal neemt De Waarheid een bijzondere plaats in. De communisten stonden achter de staaksters en de krant volgde de staking bijna dagelijks met berichten, commentaren, ingezonden brieven. In dit artikeltje zal De Waarheid dan ook heel wat keren worden aangehaald, èn omdat er feitelijke kennis over het verloop van de staking uit te halen viel, èn omdat de houding van de communisten zelf t.a.v. de staking in het artikel behandeld wordt.
De andere kranten waren vrijwel steeds tegen de staking, schreven haar weg of probeerden dat althans. Gezien de politieke situatie waarin de staking plaats vond is dat niet verwonderlijk. Bij de beschrijving van de steun of de veroordeling van de staking bij de verschillende bevolkingsgroepen en politieke groeperingen in Amsterdam was de toonzetting van de artikelen in de verschillende dagbladen al een belangrijke aanwijzing voor de politieke opvattingen van de auteurs ervan.
Was het materiaal dat voorhanden was dus al beperkt, het zegt bovendien weinig als je er vragen aan stelt als: waaróm gingen de vrouwen staken, hoe kwamen ze die tijd door, hoe keken ze tegen hun werk aan, wat heeft de staking voor hen betekend, persoonlijk en politiek. Vragen die voor het begrijpen van de staking van belang zijn, die bovendien voorwaarde zijn om de kennis over de staking méér te kunnen laten zijn dan het ophalen van goeie herinneringen en het vertellen van grappige voorvallen. De gesprekken met Ali waren onmisbaar voor het zoeken naar antwoorden op dit soort vragen. Ik heb er voor gekozen om het materiaal en de gesprekken door elkaar te mengen en als één verhaal op te schrijven. Daarbij ga ik er van uit dat de kennis die niet uit schriftelijke bronnen afkomstig kan zijn, voldoende herkenbaar in het verhaal terug te vinden is. Verder gebruikte ik een radio-interview voor de VARA met Ali Tolhuys, voorzitster van de stakingsleiding, en werden er geregeld opmerkingen tegen me gemaakt door deze of gene die zich de staking wist te herinneren en wist dat er over geschreven werd. Het stuk is dan ook te beschouwen als een neerslag van een discussie nú over de betekenis van de schoonmaakstersstaking van 1949.
Susan Legêne
Voorwoord van het Vrouwennummer in de IPSO-reeks over de geschiedenis van de CPN, Amsterdam 1981
De volledige tekst van de brochure is in pdf te downloaden, ga naar …
