Piketpalen van Medezeggenschapsontwikkeling in Nederland
8 september 2023 hebben VHV en SBI Formaat een gezamenlijke bijeenkomst over verleden, heden en toekomst van medezeggenschap.
Een goede aanleiding om enkele mijlpalen in de ontwikkeling van de medezeggenschap nog maar eens op een rij te zetten.Nee, van ons krijgt u geen complete tijdlijn.
Maar die is er wel: voor een heel fraaie, complete en in sociale context geplaatste tijdlijn kunt u namelijk terecht op de website van SBI Formaat. Hier noemen we slechts enkele hoogtepunten in de groei van medezeggenschap in Nederland
De bijeenkomst van 8 september 2023, het overzicht van VHV-publicaties over ‘medezeggenschap’ en onderstaande tijdlijn zijn voor de VHV ook aanleiding om de lezers te prikkelen tot reacties.
Het liefst in de vorm van een (korte) tekst, en bij voorkeur met een herkenbare en feitelijk onderbouwde (vakbonds)historische component…
Stuur reacties en bijdragen naar redactie@vakbondshistorie.nl . Wellicht rollen er aardige webartikelen uit…
Piketpalen…
1878: Bij de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek (NGSF) in Delft wordt de eerste kern opgericht op initiatief van fabriekseigenaar van Marken. Van Marken wil met zijn werknemers in overleg over de invoering van sociale voorzieningen, die zijn dan nog niet van overheidswege geregeld.
1923: Het rapport ‘Bedrijfsorganisatie en medezeggenschap’ van SDAP en NVV uit 1923 pleit voor een wet op de ondernemingsraden.
1950: De eerste Wet op de Ondernemingsraden (‘WOR’) is een feit. De werknemers hebben weinig te vertellen, de werkgever, per definitie voorzitter van de OR, des te meer. Wél gold de wet ook voor kleinere ondernemingen: vanaf 25 werknemers.
1971: De discussie over ‘inspraak van werknemers’ is in volle gang. Dit vindt zijn eerste, nog beperkte weerslag in de WOR van 1971. Steeds meer organisaties worden verplicht een OR in te stellen, en de bevoegdheden worden uitgebreid. Het instemmingsrecht komt er, en het adviesrecht wordt uitgebreid.
1979: De WOR, zoals we die (in grote lijnen) nu nog steeds kennen wordt van kracht. De OR wordt een zelfstandig orgaan, met een eigen voorzitter en met. Advies- initiatief- en instemmingsrecht worden verder uitgebreid. Het instemmingsrecht geeft de OR, vooral op sociaal gebied, vergaande bevoegdheden. In de OR-vergadering is de OR ‘onder elkaar’, in de Overlegvergadering spreken ze met de werkgever.
1982: De ‘kleine’ OR, voor bedrijven met 35 tot 100 werknemers, en met minder bevoegdheden dan ORen in 100+ bedrijven, wordt wettelijk geregeld.
1995: De WOR is nu ook volledig van kracht binnen overheidsorganisaties
1998: Weer een aanscherping van de WOR, onder meer op het informatierecht: de vaak gebruikte speelruimte van de werkgever om pas op het allerlaatst zijn plannen mee te delen, wordt ingeperkt (‘artikel 24’); het onderscheid in bevoegdheden tussen ‘grote’ en ‘kleine’ ORen verdwijnt, maar de instellingsgrens schuift omhoog van 35 naar 50 werknemers. Bedrijven tussen 10 en 50 werknemers krijgen te maken met het fenomeen ‘PersoneelsVerTegenwoordiging'(PVT), en als die er niet is met de PersoneelsVergadering (PV). Flexwerkers delen onder voorwaarden in de medezeggenschapsrechten.
Onderwerpen als ‘milieu’, ‘verzuimbeleid’ en ’technologische vernieuwing (automatisering)’ krijgen een plek in de wet.
2005: Minister Aart-Jan De Geus komt met een wetsontwerp voor een uitgeklede WOR: de Wet Medezeggenschap Werknemers. Hij wil met de nieuwe wet de mogelijkheid scheppen dat werkgever en ondernemingsraad afspraken maken over het niet uitoefenen van bestaande bevoegdheden. Ook kan volgens dit wetsontwerp het instemmingsrecht van de ondernemingsraad worden omgezet in adviesrecht. Ook zou de werkgever moeten instemmen bij het instellen van commissies door de OR. Hij trekt na fel verzet ‘uit het veld’ dit wetsontwerp weer in
Jan Verhagen
30 augustus 2023

