Het geheugen van de vakbeweging

Vrouwenstaking 1890

Textielarbeidsters eisen looncompensatie voor korter werken

Op vrijdag 22 januari 2010 heeft de VHV en het RHC Groninger Archieven een lezing georganiseerd door de historica Floor van Gelder. De druk bezochte bijeenkomst werd gehouden in het gebouw van de Groninger Archieven. Floor van Gelder heeft geschiedenis gestudeerd te Groningen. Thans werkt zij op het hoofdkantoor van het FNV in Amsterdam. Zij heeft eerder in het jaarboek ‘socialisme en arbeidersbeweging’ (uitgeverij SUN, 1976) samen met Frits Snijder gepubliceerd over de staking van de stukarbeidsters bij de machinale vlasspinnerij van Dumonceau te Groningen in 1890.

Groningse vlasbewerkstersGroningse vlasbewerksters

Eerste staking van vrouwen

Eind 1889 broeide er iets onder de arbeiders en arbeidsters bij de machinale vlasspinnerij Dumonceau. Per 1 januari 1890 zou de oude kinderwet van Van Houten vervangen worden door een nieuwe arbeidswet. Hierin zou overmatige en gevaarlijke arbeid door vrouwen en kinderen tegengegaan worden. Normaal werd er in de zomer 14 uur per dag gewerkt, in de winter 12 ŕ 13 uur. Door het nieuwe wetsvoorstel zou dit voor de vrouwen en kinderen 11 uur worden.
Er waren nogal wat bezwaren tegen dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gericht, ook door het bestuur van de vlasspinnerij. Het voornaamste bezwaar van het bestuur betrof de verkorting van de arbeidsdag tot 11 uur. Ook de mannen zouden door de verkorte werktijd getroffen worden. Immers, zij zouden uren moeten inleveren omdat de vrouwen en kinderen minder productie draaiden. De mannen zouden dus ook minder gaan verdienen. Het bestuur vond daarom dat de arbeidsduur van de vrouwen aangepast moest worden aan die van de mannen, en pleitte dus voor handhaving van de oude situatie. De werkelijke redenen van het bestuur komen bij het laatste punt dat zij aansnijden aan de orde: door de slechte woon- en verblijfsomstandigheden zouden de vrouwen en kinderen om zeven uur ’s avonds al op straat rondlopen. Dat was geen wenselijke situatie. Geen woord over het feit dat de vrouwen minder gingen verdienen.
In december 1889 had de directie laten weten dat er niet op een loonsverhoging gerekend hoefde te worden. De arbeidsters hadden via de opzichter Folkers hierom gevraagd. Iedereen ging er dus in uren en inkomsten op achteruit.
Twee januari 1890 viel op een donderdag, betaaldag. De dag daarna zou de nieuwe situatie ingaan. Vrijdag 3 januari begon de staking. Opzichter Folkers, een wat onbesuisde man van een jaar of 30, sprak de bejaarde meesterknecht Houtman – die al 37 jaar bij de vlasfabriek in dienst was – er op aan dat er twee machines stilstonden. Deze gooide gelijk de sleutels neer, daarop legden ook de spinsters en haspelaarsters het werk neer. Totaal 70 mensen. De opzichter had een slechte naam, hij schold en vloekte de arbeiders uit, hij had ‘losse’ handen en hem werd verweten het loonoverleg te hebben laten mislukken. Folkers nam de wijk naar huis, waar zijn woning door de politie werd beschermd om kapotte ruiten te voorkomen. De stakende vrouwen gingen joelend en zingend de stad door naar het gebouw “De Toekomst”. Zij worden ondersteund door de SDB-afdeling.
Daar werd in een vergadering besloten niet meer aan het werk te gaan voordat aan een aantal eisen zou worden voldaan:

  • looncompensatie voor de daling van de inkomsten
  • ontslag van opzichter Folkers
  • afschaffing van het boetestelsel
  • intrekking van het ontslag door Folkers van drie meisjes
  • schadeloosstelling van verloren verdiensten door staking
  • toezegging dat van de haspelaarsters niemand ontslagen zou worden of extra zou worden gekort

Directeur Dumonceau bleek ziek te zijn. De staaksters brachten het eisenpakket bij de onderdirecteur en aandeelhouder Geertsema. Op maandag 6 januari kwam het antwoord:

  • geen verhoging van het loon
  • de vrouwen konden onder dezelfde condities weer aan de slag en
  • indien er verder gestaakt werd, overwoog de directie sluiting en verkoop van de fabriek.

Hierop verspreidden de staaksters een pamflet onder de burgerij waarin zij uitlegden dat hun toch al karig loon door de nieuwe wet nog verder achteruit ging. De meesten verdienden slechts fl. 1,50 per week. Vooral de houding van de opzichter gaf de doorslag om te gaan staken. De meesterknecht, een oude man van zeventig jaar werd lichamelijk bedreigd. De staaksters namen deze bedreiging hoog op.
Recht voor allen (SDB) riep haar lezers op om geld te doneren voor de staaksters. De Nieuwe Groninger Courant en de Nieuwe Provinciale berichtten dat de staking gesteund werd door de SDB. De Nieuwe Rotterdamse Courant merkte op dat dit nou het gevolg was van de nieuwe wetgeving. De Provinciale Groninger Courant (PGC) was van mening dat indien er niet genoeg te verdienen viel, de fabriek beter opgeheven kon worden. De vlasspinnerij werd in Groningen nog steeds als sociale instelling beschouwd vanwege het grote aantal arbeidsplaatsen.

Opvallend is het plotselinge einde van de staking na drie weken. Terwijl de SDB op zondagochtend 19 januari een vergadering belegt en een toneelvoorstelling organiseert ten bate van de staking, gaan de staaksters maandag 20 januari weer aan het werk. Zonder dat er ook maar één eis is ingewilligd. Waarschijnlijk is er in het weekend in het geheim toch een soort van overeenkomst gesloten tussen directeur Dumonceau en de staaksters. De op dat moment verraste SDB had de staaksters nog wel een paar weken willen ondersteunen. Wel werden er sindsdien minder boetes opgelegd en was de houding van de opzichter verbeterd. W.H. Vliegen (S.D.A.P. wethouder in Amsterdam) merkt in zijn memoires op dat het aanzien van de fabrieksarbeidsters meespeelde. Zij hadden een slechte naam waardoor er maar weinig mensen waren die het voor hen opnamen.

Mr. B. van Royen – burgemeester van Groningen en lid van Eerste Kamer – achtte de Arbeidswet naar aanleiding van de staking bij Dumonceau gevaarlijk. De meerderheid van de Eerste Kamer vond het landsbelang niet bedreigd. De nieuwe arbeidswet werd door de eerste kamer aangenomen. De vrouwenstaking lieten zij voor wat het was.
Download Tentoonstelling Vrouwenstaking 1890