Het geheugen van de vakbeweging

Werkgeversvoorzitter Chris van Veen en werknemersvoorzitter Wim Kok bij de bekendmaking van het Akkoord van Wassenaar in de Stichting van de Arbeid- Fotograaf Rob C. Croes


Een nieuwe kijk op de jaren tachtig 

Voorbij Wassenaar

Internationaal staan de jaren zeventig en tachtig bekend om zijn controverses over economisch beleid. Westerse economieën zaten vast in een stagflatiecrisis, Ronald Reagan en Margaret Thatcher kwamen aan de macht als onderdeel van een bredere ‘contrarevolutie’ in het economisch denken. Beide leiders maakten zich hard voor de vrije markt, te midden van een felle ‘ideeënstrijd’ met voorstanders van keynesiaans beleid en harde confrontaties met de vakbonden.

Nederland is lange tijd als een uitzondering op de regel gezien. Door zijn overlegtraditie en polderinstituties zou Nederland via de weg van consensus zijn eigen marktgerichte hervormingen hebben doorgevoerd. Centraal in dit verhaal staat het Akkoord van Wassenaar uit 1982, waarin vakbonden en werkgevers besloten loonmatiging toe te passen om de economische crisis en stijgende werkloosheid te bestrijden. Als gevolg daarvan kwamen de jaren tachtig in Nederland bekend te staan ​​als een periode van consensus, de geboortegrond van het beroemde ‘poldermodel’.

Consensus

Er is al langer kritiek op het idee dat consensus en het Akkoord van Wassenaar aan de basis liggen van de beleidsverschuiving van de jaren tachtig. De mate van consensus zou zijn overschat en het Akkoord van Wassenaar was in werkelijkheid minder belangrijk dan gedacht, zo luidt de klacht. Het ontbrak tot nu toe echter aan alternatieve verklaringen voor de beleidsomslag van de jaren tachtig. Een speciaal Themanummer van het Tijdschrift voor Economische en Sociale Geschiedenis levert daaraan een belangrijke bijdrage, gericht op vier specifieke punten:

  1. Geen consensus, maar conflict
  2. Een cruciale rol voor nieuwe economische ideeën
  3. Niet de polder, maar de overheid
  4. Wassenaar als basis van flexibilisering

Allereerst laat dit themanummer zien dat er in de jaren tachtig geen sprake was van consensus op het gebied van economisch beleid. Het was juist een tijd van felle controverses en diepgaande economische debatten. Een cruciale rol speelde daarbij een nieuwe set van economische ideeën, van ‘public choice’ tot ‘aanbodeconomie’. Het oude keynesiaanse beleid van vraagsturing werd ingeruild voor aanbodbeleid. Dit was geïnspireerd op de internationale neoliberale wending onder Thatcher en Reagan enerzijds, en de Nederlandse industrialisatiepolitiek uit de jaren vijftig anderzijds. Niet de polder maar de overheid was de belangrijkste aanjager van de beleidsomslag in de jaren tachtig, zowel op nationaal niveau als op Europees niveau. Bovenal topambtenaren hebben een belangrijke en tot nu toe sterk onderbelichte rol gespeeld in de marktgerichte omslag.  En tot slot toont het de onverwachte gevolgen van het Wassenaar Akkoord, dat de basis heeft gelegd voor de flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt. Het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis (TSEG) presenteert op 14 september bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam haar nieuwste nummer over de marktgerichte beleidsomslag van de jaren tachtig. In dit themanummer zijn bijdragen verzameld van politicologen, historici en filosofen die het bekende narratief over de jaren tachtig als geboortegrond van het poldermodel ter discussie stellen. De jaren tachtig zo laten zij zien, waren geen tijd van consensus maar juist van felle controverses, waarin een controversieel marktdenken opkwam.

Hierbij alle info over het themanummer:

De link naar de column van Koen Haegens in de Volkskrant van 1 juli 2021

Jacques van Gerwen

Juli 2021