Het geheugen van de vakbeweging

Jongeren in de vakbeweging (2)

Vakbondslidmaatschap jongeren in vrije val?

Dat ‘lid worden van de bond’ voor jonge werknemers niet (meer) vanzelf spreekt, is geen nieuws. Al vele tientallen jaren is het de vakbeweging duidelijk dat hier een serieuze, en niet eenvoudige uitdaging ligt.
Het interview met Ronald Huizer over ‘JobCircle’· was aanleiding in te zoomen op de cijfers over het aantal jongere leden van de vakbeweging. Het is geen vrolijk artikel geworden, maar accentueert de urgentie om het tij te keren.
Van dit artikel is ook een pdf-versie beschikbaar

Vakbondsleden in Nederland: harde totaalcijfers…


Figuur 1 (Bron: CBS)

De getallen van het CBS[1] stemmen bepaald niet vrolijk [Figuur 1].
Anno 2021 heeft de vakbeweging als geheel in totaal 431.000 leden minder dan in 1999. Daarvan komen er 317.000 op conto van de FNV. Een daling van 25% ten opzicht van 1999.
Het ledenverlies – 136.000 – dat het CNV in hetzelfde tijdvak lijdt, is, in procenten uitgedrukt, nog hoger: ruim 37%.
Kijken we van 2012 tot heden, dan zien we het ledental van het CNV met 116.000 (34%) dalen, bij het FNV is dat getal 264.000 (22%).
De fusie van een aantal afzonderlijke bonden met de voormalige vakcentrale tot een ‘ongedeelde[2]‘ FNV in 2015 heeft de neergaande trend niet gekeerd: de grootste vakcentrale van Nederland heeft zich in dit opzicht nog steeds niet weten te herstellen van de bijna-implosie in 2012.
Integendeel: de jarenlange daling van het aantal vakbondsleden in Nederland zet sinds 2017 versneld door, wat vooral aan de FNV-cijfers te zien is.
De kleinere vakbonden en vakcentrales groeien in de grafieken qua ledental naar elkaar toe, waarbij het CNV sinds 1999 in verhouding het meeste terrein heeft prijsgegeven.

Het is vanuit vakbewegings- en werknemersbelang allemaal ernstig genoeg: tussen 2003 en 2021 is de organisatiegraad[3] van Nederlandse werknemers – die internationaal gezien nooit erg hoog is geweest – verder gezakt van 25 naar amper 16%. [Figuur 2]

Figuur 2 (Bron: CBS)

…maar de jongerencijfers zijn echt bikkelhard

Een algehele organisatiegraad van 16%…dat is nog hoog in vergelijking met de organisatiegraad van jongeren onder de 25[4] (het aantal vakbondsleden t.o.v. werknemers in deze leeftijdsgroep).
Daar zijn de cijfers werkelijk alarmerend: van 9,21% in 2003, naar 2,84% in 2021. En ook nog eens bijna gehalveerd na 2017[5], dus van herstel is ook hier geen sprake. [Figuur 2]
Ook de absolute ledencijfers van jongeren zijn niet om vrolijk van te worden. Die daling lijkt de laatste jaren nog heftiger te worden, vooral bij CNV (2019) en FNV (2021).
Het aantal vakbondsjongeren in de leeftijdsklasse onder de 25[6] is na 2017 zo goed als ingestort[7]. Het CNV heeft er amper 3.000, de FNV komt tot 13.000 [Figuur 3].

Aan de conclusie dat de vele initiatieven om het tij te keren tot nu toe weinig of geen blijvend effect hebben, is dan ook nauwelijks te ontkomen.

Figuur 3 (Bron: CBS)

De CBS-cijfers maken het niet mogelijk het aantal vakbondsleden in de leeftijdsgroep van 25 tot en met 34 jaar afzonderlijk in beschouwing te nemen.
Via de CBS-cijfers is wel aantal vakbondsleden in de leeftijdscategorie tussen 35 en 44 jaar als geheel bekend, en ook dat daalt sterk. Voor alle vakverenigingen samen van bijna 408.000 in 2019 tot bijna 348.000 in 2021 (min 60.000, 14,7%). Ook in deze groep komt het overgrote deel op conto van de FNV: van 230.000 naar 171.000, ofwel min 59.000 (25,6%). Allemaal in twee jaar tijd…

Lang geleden…

…was de bruto lidmaatschapsgraad[8] van jonge werknemers – onder de 25 – heel wat hoger dan nu. Beduidend hoger ook dan de magere 6% van 2003 (FNV: 5,76), om te zwijgen over de alarmerende 2,36% van 2021 (FNV: 1,43…)[9].
Zo telde het NVV, voorloper van de FNV, in 1964/65 ruim 100.000 leden onder de 25 jaar[10]. Op een totaal aantal leden van 526.000[11] waren de jongeren, volgens de geschiedschrijvers dus goed voor bijna 20%·.
In 1982 was nog ‘slechts’ 15% van de FNV-leden jonger dan 25 jaar, en dat getal was toen al aanleiding voor grote zorgen: “De Federatie Nederlandse vakbeweging (FNV) moet al of niet via een nieuwe jongerenorganisatie meer doen aan de individuele en collectieve belangenbehartiging van jongeren. Dit omdat de vakcentrale nauwelijks in staat is een voor jongeren herkenbaar beleid te voeren.” [12].

Lichtpuntjes?

Iets anders ziet het er uit bij de VCP en ‘Overige bonden’. Met name de VCP ziet een toenemend aantal jonge leden, lees: professionals, onder de 25. Al sinds 2013 schommelt het percentage leden onder de 25 jaar hier tussen de 5 à 6% van het totale aantal leden, en de absolute aantallen hebben vanaf 2015 de neiging tot groei. Niet voldoende om te juichen, wel opvallend [Figuur 3].
Bij de FNV is, naar eigen zeggen, onder werknemers tot 55 jaar, en dan met name die van 25 tot en met 34 jaar sinds maart 2020 weer sprake van ledenwinst[13]. Uit de CBS-cijfers van november 2021 is dat niet direct op te maken, daar neemt alleen het aantal AOW-gerechtigde vakbondsleden toe.
Desalniettemin zien we in de maandstatistieken van FNV Young & United dat, in de leeftijdsklasse tot 35 jaar bij de ‘brede’ FNV[14], de ‘instroom’ van nieuwe leden na maart 2020 de ‘uitstroom’ (inclusief de ‘doorstroom’ naar een hogere leeftijdsklasse) in toenemende mate overtreft [Figuur4][15].


Figuur 4 (Bron: FNV)

Niet alle cijfers zijn exact af te lezen uit bovenstaande grafiek, maar met een slag om de arm bedraagt in de anderhalf jaar tussen januari 2020 en juni 2021 het positieve ledensaldo binnen deze leeftijdsgroep zo’n 7000 leden.
De impact op het totaal aantal, afgaand op de FNV-cijfers van oktober 2021, is dan groot. Het aantal van ruim 56.000 leden onder de 35 in oktober 2021, zou anderhalf jaar eerder 7000 lager zijn geweest, zo’n 49.000. Snel gerekend: een groei van ruim 14% in anderhalf jaar tijd. Incidenteel of een eerste signaal van een naderende kentering?

Verantwoording: rekenwijze, definities

De gegevens in dit artikel zijn naar beste weten verzameld en geïnterpreteerd. Tijdens het schrijven van dit stuk werd wel duidelijk hoeveel valkuilen dit onderwerp en dit type rekensommen kan opleveren.
Het artikel is mede daarom in conceptvorm voorgelegd aan de drie grote vakcentrales. Alleen van de FNV ontving ik een meer inhoudelijke reactie, die leidde tot enkele tekstwijzigingen en aanvullingen, zij het niet tot een andere duiding van de CBS-cijfers.
Verdere reacties, aanvullingen en correcties blijven welkom. 

Statistische bronnen

Er bestaan meerdere statistische bronnen voor het berekenen van de organisatiegraad. Ik heb mij beperkt tot CBS-cijfers, om een maximum aan ‘consistentie’ en trendanalyse mogelijk te maken. Andere bronnen[16] zouden dus andere resultaten kunnen opleveren.
Overigens is het rekenen met CBS-cijfers al lastig genoeg, wanneer we de indeling van de statistieken over ‘beroepsbevolking’ proberen te relateren aan de (leeftijds)indeling van ‘vakbondsleden’.
De voor dit stuk gebruikte CBS-overzichten:

·        Leden van vakverenigingen; geslacht en leeftijd (gewijzigd op: 3 november 2021)
·        Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring (gewijzigd op: 17 augustus 2021)
·        CBS cijfers ‘Historie leden vakverenigingen’ vanaf 1901 (Gewijzigd op: 3 november 2021)

 Organisatiegraad en ‘lidmaatschapsgraad’

De organisatiegraad geeft aan hoeveel procent van het totale aantal werknemers lid is van een vakbond[17]. Ik heb er voor gekozen het aantal werkende vakbondsleden te delen op het aantal werkende werknemers (in loondienst).
Enkele, wellicht niet zo heel grote (?) foutmarges zouden een gevolg kunnen zijn van aan deze CBS-cijfers inherente beperkingen:

  • Voor werkende vakbondsleden lijkt geen aparte CBS-statistiek te bestaan. Gekozen is daarom voor de groep vakbondsleden van 15 jaar tot AOW-leeftijd uit de CBS-cijfers. Dat is dus exclusief werkende AOW-gerechtigde vakbondsleden, maar inclusief (bijvoorbeeld) duurzaam arbeidsongeschikte en werkloze leden onder die leeftijd.
  • Voor werkende werknemers telt het CBS werknemers tot de leeftijd van 75 jaar[18]. Dat is dus inclusief werkende AOW-gerechtigden[19].
  • Voor jongeren onder de 25 jaar lijkt het iets eenvoudiger, maar toch…Ook in deze leeftijdscategorie is onduidelijk of ‘vakbondslid’ wel of niet gelijk staat aan werkend lid. Toch is de aanname gerechtvaardigd dat een groot deel van hen, bv via een (bij)baan meetelt in de statistiek ‘werknemers in loondienst’.

De ‘lidmaatschapsgraad’ (bestaat hier een betere term voor?) is het aandeel jongeren op het totaal aan vakbondsleden. Ook hier kun je het aandeel jongeren op het totaal aantal vakbondsleden ‘netto’ ( = leden onder AOW-leeftijd, in principe werkend) of ‘bruto’ (= alle vakbondsleden) berekenen.
In dit artikel is gewerkt met de bruto ‘lidmaatschapsgraad’.

Wie is anno 2021 ‘jong’?

Bij de FNV sta je vandaag de dag als ‘jongere’ te boek tot en met je 34ste. Jarenlang was dat beperkt tot de leeftijd van 15 tot en met 24 of 25[20] jaar. En ooit – bij NVV-organisatie ‘Jonge Strijd’ – was je ‘oud’ vanaf je 22ste[21].

Ook in wetenschappelijke publicaties over arbeidsverhoudingen en vakbonden zie je ‘jong’ in jaren naar achter schuiven. Tot rond 2010 was de grens van 25 jaar gebruikelijk, daarna tellen steeds vaker ook werknemers tussen 25 en 34 jaar mee als jong[22]. Daarbij lijkt vervolgens de groep onder de 18 soms de boot te missen[23].
Het CBS hanteert een andere, oudere, maar ook grovere indeling, bij het in kaart brengen van vakbondslidmaatschap: 15 tot en met 24, 25 tot en met 44 jaar, enzovoort. Dat wordt lastig rekenen. Ik heb me in deze tekst, met excuus aan alle vakbondsjongeren tussen 25 en 34 jaar, beperkt tot de groep jonger dan 25.

Jan Verhagen
januari 2022


Voetnoten

[1] Bron CBS 2021: https://opendata.cbs.nl/statline/?dl=1332C#/CBS/nl/dataset/80598ned/table
[2] Naast dit ‘ongedeelde’ deel van de FNV, goed voor ca 80% van het totale aantal leden, hebben een aantal andere FNV-bonden hun zelfstandigheid behouden.
[3] ‘Organisatiegraad’ is hier berekend als de verhouding tussen het aantal vakbondsleden onder de AOW-gerechtigde leeftijd en de totale werkende werknemerspopulatie van 15 tot 75 jaar. Hier valt wellicht het nodige op af te dingen, maar het zijn m.i. de momenteel meest bruikbare CBS-tabellen. Bronnen https://opendata.cbs.nl/statline/?dl=1332C#/CBS/nl/dataset/80598ned/table – Leden van vakverenigingen; geslacht en leeftijd (gewijzigd op: 3 november 2021) en https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82646NED/table?ts=1636378715755 – Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring (gewijzigd op: 17 augustus 2021)
[4] Aantal jongeren dat lid is van een vakbond gerelateerd aan de werknemerspopulatie in die leeftijdsklasse.
[5] toen was de organisatiegraad in deze leeftijdsgroep nog 5,32%
[6] Bij gebrek aan cijfers over vakbondslidmaatschap in de groep 25-34-jarigen is de ‘oude’ indeling aangehouden.
[7] Figuur 2
[8] Aantal jongeren <25 jaar op het totale aantal leden, dus incl. AOW-gerechtigden/ gepensioneerden (‘bruto-lidmaatschapsgraad’). De organisatiegraad van jongeren binnen de eigen leeftijdsgroep heb ik voor deze jaartallen, bij gebrek aan cijfers, niet kunnen bepalen.
[9] Berekend uit de CBS-cijfers van 3 november 2021
[10] Bron: Hueting, de Jong Edz, Neij “Naar groter eenheid” – Amsterdam 1983, blz. 290
[11] Bron CBS cijfers ‘Historie leden vakverenigingen’ vanaf 1901. De organisatiegraad heb ik in dit geval, bij gebrek aan cijfers, niet kunnen bepalen.
[12] Bron: NRC (4 oktober 1982)
[13] “De bond benadrukt dat het aantal leden tot 55 jaar sinds maart vorig jaar weer toeneemt. De ledengroep tot 35 jaar is daarbij volgens FNV de snelst groeiende.”(Bron: diverse kranten en binnenlandsbestuur.nl)
[14] vermoedelijk het zogenaamde ‘ongedeelde deel’ van de FNV, dat is ontstaan na de fusie van 2015, al wordt dit uit de tekst niet geheel duidelijk.
[15] Bron: ‘Voortgangsrapportage van het project Jongerenstrategie’– FNV, zomer 2021.
[16] Zoals de European Social Survey
[17] https://www.economielokaal.nl/faq-items/organisatiegraad/
[18] In 2021 (tweede kwartaal) zijn ruim 150.000 werknemers 65 jaar en ouder, bijna 1,7% van het totaal.
[19] De AOW-leeftijd is momenteel vanaf 2024 begroot op 67 jaar. Oorspronkelijk was dit 2021, dit kan verder veranderen.
[20]  NVV Jongerencontact (vanaf 1966) telde jongeren tot 26 jaar als lid (Hueting, de Jong Edz, Neij “Naar groter eenheid” – Amsterdam 1983, blz. 386), dus inclusief 25-jarigen.
[21] ‘Jonge Strijd’ organiseerde vakbondsjongeren van 14 tot 22 jaar (vanaf januari 1990 was je meerderjarig vanaf 18 jaar, voor die tijd was dat 21 jaar)(Hueting cs. blz. 288)
[22] In een rapport van Maarten Keune uit 2015, “Trade Unions and young workers in seven EU countries”, meen ik te zien dat voor Nederland, Duitsland en België gerekend wordt met ‘onder de 25’, terwijl bv Italië en Hongarije met 15-35 lijken te werken (blz. 12-13).
[23] Vgl. Lisa Berntsen in ‘Vakbonden en jongeren, Belgische inspiratie voor de Nederlandse vakbeweging’ (blz. 14): In dit onderzoek volg ik de benadering van de meeste vakbonden in Europa en beschouw iedereen tussen de 18 en 35 jaar als jongere.”

Meer over deze artikelenreeks

In ‘Vakbondsjongeren op vakbondshistorie.nl’ meer over de achtergronden van deze serie artikelen, en links naar de andere artikelen en video’s.