Het geheugen van de vakbeweging

Salomon Mok, auteur van De Vakbeweging, Ontwikkeling en problemen


Terugblik

DE VAKBEWEGING

Schets van ontwikkeling en problemen door Salomon Mok

Er is al veel over de Nederlandse vakbeweging geschreven en gesproken. Afhankelijk van wie dat deed was dit negatief, neutraal of positief. Dikke en dunne boeken zijn verschenen. Eén van die kleine boekjes was ‘DE VAKBEWEGING Ontwikkelingsschets en problemen’, geschreven door Mr. S. (Salomon) Mok. De eerste druk hiervan verscheen in mei 1947 bij de Volkspaedagogische Bibliotheek, als nummer 9 van de serie Sociale Bewegingen. Het waren kleine boekjes [19×11 cm. met minder dan 200 pagina’s tekst]. Er werden actuele vraagstukken, sociale bewegingen en sociale figuren in behandeld. Mok schreef in ‘een woord vooraf’: “De schrijver heeft naar objectiviteit gestreefd, maar weet, dat deze een onbereikbaar ideaal is, zeker voor iemand, die vele jaren met overtuiging één bepaalde richting in de vakbeweging, n.l. het N.V.V., heeft gediend. Hij heeft echter getracht de andere richtingen de waardering te geven, waarop zij aanspraak kunnen maken.”

Voorwoord van Ko Suurhof

De tweede geactualiseerde uitgave verscheen in 1953 en werd door zijn zoon M.R. – Rob -Mok verzorgd. Op de titelpagina van deze druk werd vermeld dat J.C. – Ko – Suurhof, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, een voorwoord schreef. In beide drukken werd vermeld: “Verenigt U, o proletaren! Dat was het wachtwoord, dat ons riep En uit ons’ ordeloze scharen Een macht tot heil der mensheid schiep”. Het boekje bevatte een korte geschiedenis van het “ontstaan, groei en problematiek van de Nederlandse vakbeweging (en wekt) bij de lezer de lust om tot verdere studie te prikkelen.” De ideologische ‘veren’ waren nog aanwezig.

De auteur schreef ook: “Nu de neutrale vakbeweging in Nederland de geringe betekenis, welke zij heeft gehad, heeft verloren, zijn er nog drie hoofdrichtingen: de socialistische, de protestants-christelijke en de rooms-katholieke. Wie in abstracto over deze verdeling oordeelt, moet zonder twijfel tot de overtuiging komen, dat zij overbodig en ongewenst is.” Mok pleitte voor een ‘onverdeelde vakbeweging’. Hij motiveerde dit als volgt: “Ook op zuiver practische gronden verdient zij de voorkeur: de verdeling van de vakbeweging heeft tot gevolg, dat honderden bestuurders en beambten allerlei arbeid dubbel verrichten, dat grote bedragen, welke de arbeiders anders beter zouden kunnen besteden, thans worden gebruikt om volkomen overbodig werk te doen…”.

Dit, met andere ook niet materiële argumenten, zorgden al bijna een halve eeuw voor een diversiteit, met stromingen en richtingen, in de Nederlandse vakbeweging. De niet gelukte ‘politieke doorbraak’ bleef onbesproken.  Wel noteerde hij: “Een fusie tussen het N.V.V. en de E.V.C. zou ongetwijfeld de verhouding tussen socialistische en confessionele vakcentrales niet inniger hebben gemaakt. Dat deze verhouding thans zo veel beter is dan voor de bezetting is zeker winst en men mag voor de toekomst van de samenwerking in de Raad van Vakcentralen grote verwachtingen hebben…”. De samenleving in ons land was ook na de Tweede Wereldoorlog nog zwaar verzuild en ‘grote verwachtingen’ kregen door het Bisschoppelijk Mandement van 1954 een geduchte knauw.

Titelpagina van Marinus Ruppert, De Nederlandse vakbeweging

Op uitnodiging van de Volksuniversiteitsbibliotheek schreef Marinus Ruppert, onder redactie van de Vereniging V.U.B., ‘DE NEDERLANDSE VAKBEWEGING’ [in twee delen-1953]. In zijn woord vooraf schreef de auteur onder meer: “Deze schrijver is echter niet objectief. Hij staat zelfs midden in de vakbeweging en daarenboven is hij een voorstander van één der richtingen in de vakbeweging, de Protestants-Christelijke. Onbevooroordeeld is de schrijver dus stellig niet.  Met een goed geweten kan hij echter M.S. Mok nazeggen: ‘De schrijver heeft naar objectiviteit gestreefd, maar weet, dat deze een onbereikbaar ideaal is, zeker voor iemand, die vele jaren met overtuiging één bepaalde richting in de vakbeweging (… ) heeft gediend. Hij heeft echter getracht de andere richtingen de waardering te geven, waarop zij aanspraak kunnen maken’.    In twee delen had Ruppert vanzelfsprekend meer mogelijkheden de diversiteit van de Nederlandse vakbeweging uitvoeriger te beschrijven dan Mok. Hij kende diens boek van 1947 en wist hoe de ontwikkeling van de Nederlandse vakbeweging zes jaar na de oorlog was geweest.

Fons Arnolds, auteur van Sociale opgang

In dit verband lijkt mij ook het vermelden waard van het boek ‘SOCIALE OPGANG – Beknopte geschiedenis van de sociale organisaties in Nederland, met bijzondere aandacht voor de Katholieke Arbeidersbeweging’. Dit boek was geschreven door Fons Arnolds (foto) in opdracht van de Ontwikkelingscentrale van de A.C. de Bruijn-stichting [KAB]. “Dit boek is een bewerking van de beknopte handleiding voor de geschiedenis van de Nederlandse arbeidersbeweging, die reeds verscheidene jaren in gebruik is bij het cursuswerk van de Ontwikkelingscentrale…De behandelde stof heeft een aanzienlijke uitbreiding ondergaan, o.a. doordat thans de sociale organisaties van andere maatschappelijke groepen dan de arbeiders mede in de beschouwing zijn betrokken. Bij de bewerking van de oude tekst is voorts rekening gehouden met de publicaties, die in de laatste jaren op het gebied van de geschiedenis der sociale organisaties zijn verschenen.”

Arnolds schreef niet alleen redelijk uitvoerig over de organisaties van boeren, middenstanders en werkgevers. Hij schenkt ook aandacht aan de binnen de katholieke zuil bestaande stands-organisaties voor arbeiders, met een ‘diocesane’ organisatiestructuur, die zich in 1906 verenigden in een federatie. Naast arbeiders hadden boeren en tuinders, middenstanders [afzonderlijk voor de ondernemende als voor de werknemende] en werkgevers. De katholieke zuil kende ook diocesane ‘standsorganisaties’ die landelijk federatie samenwerkten. De Nederlandse Katholieke Arbeidersbeweging was een centrale organisatie van zowel landelijke vakbonden van arbeiders, beambten en hoger personeel als van standsorganisaties van arbeiders, de zogenoemde ‘diocesane’ bonden.

De VHV Vrienden van de Historie van de Vakbeweging heeft op 7 mei een webinar georganiseerd over De wederopbouw van de vakbeweging na de Tweede Wereldoorlog. De website van de VHV geeft hierover meer informatie. De wederopbouw van ons land en naoorlogse ontwikkelingen zorgden voor een bewogen geschiedenis van de vakbeweging en historie van de beroepsverenigingen en beambtenbonden die bij de erkende vakcentrales NVV, NKAB en CNV waren aangesloten. Onder meer de geleide loonpolitiek, de Raad van Vakcentralen, de bedrijfstak als organisatie-structuur voor vakbonden, de Stichting van de Arbeid, de Publiekrechtelijke Bedrijfs-organisatie, de uitbouw van het sociaal zekerheidsstelsel, het ontstaan van een afzonderlijke vakcentrale van middelbaar en hoger personeel [MHP], hebben een zwaar stempel gedrukt op de naoorlogse vakbeweging. De VHV er na 1983 regelmatig aandacht aan geschonken.

Geert Wagenaer

 Juli 2021

Zie videoverslag van webinar over Wederopbouw van de vakbeweging