Het geheugen van de vakbeweging

Onderhandelingen over de bouw-cao in 1988. In het midden Roel de Vries, eerste onderhandelaar voor de Bouw- en Houtbond FNV

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

TAAIE ONDERHANDELINGEN OVER ARBEIDSVOORWAARDEN

FLEXWERK BEPAALT DE CAO-AGENDA

In een paar honderd woorden de ontwikkeling van 35 jaar arbeidsvoorwaarden in de bouw beschrijven vergt grote sprongen en enige bescheidenheid. Het is onmogelijk om in zo’n kort bestek recht te doen aan al het werk en de acties van werknemers in de bouw voor een goede cao. Daarom zal de focus liggen op een aantal kenmerkende verschuivingen in dit tijdvak. Verschuivingen binnen en buiten de bouw, binnen en buiten FNV Bouw.

Terugblikkend kan een drietal belangrijke ontwikkelingen worden gesignaleerd.

  1. De versplintering van de bouwketen. Er is al jaren een sterke tendens naar een steeds langere keten in de bouw, waarbij elk onderdeel van de keten het volgende deel inhuurt voor ofwel specialistisch werk ofwel, vaak samenhangend daarmee, goedkopere arbeid. Een hoofdaannemer is dan opdrachtgever van een onderaannemer, die weer opdrachtgever is van een gespecialiseerde aannemer, die vervolgens weer opdrachtgever is van een of meerdere zzp’ers. Risico’s worden afgewenteld op de volgende schakel in de keten. Hoofdaannemers hebben steeds minder eigen personeel in dienst. Het bestand van vaste werknemers in de bouw neemt daardoor af. Er komt steeds minder bouwplaatspersoneel en steeds meer uitvoerend, technisch en administratief personeel. Dat heeft ook gevolgen voor de organisatiegraad en de slagkracht van FNV Bouw, die van oudsher haar basis heeft bij het bouwplaatspersoneel. De bondspublicatie ‘Bouwkolom in beweging’ uit 1994 ging uitgebreid op deze ontwikkelingen in.
  2. Steeds meer inhuur van flexibel personeel, aangejaagd door de mogelijkheden van het vrije Europese verkeer van diensten en personen. Vaak wordt gewerkt met schijnzelfstandigen en buitenlands personeel waarbij allerlei wet- en regelgeving wordt ontdoken.
  3. Een systematische aanval van werkgevers op het collectieve stelsel aan regelingen, opgezet door sociale partners om te zorgen voor een gezonde bedrijfstak met voldoende vakkundig opgeleid personeel. Decennia lang is de pariteit binnen de bouw zeer omvangrijk geweest. Door werknemers en werkgevers gezamenlijk opgerichte en bestuurde organisaties waren actief op het gebied van arbeidsomstandigheden, gezondheidszorg en vakopleiding. Daarin vindt de laatste jaren een kaalslag plaats.

ANDERE MACHTSVERHOUDINGEN

Mieke van Veldhuizen: … eigen agenda tegen de ongebreidelde flexibilisering, gericht op meer zeggenschap over de eigen arbeidstijden…

Een analyse van de belangrijke conflicten in de cao-onderhandelingen in de bouw en de aanpalende bedrijfstakken schilders en afbouw, laten, naast de voorspelbare meningsverschillen over de hoogte van de loonstijgingen, zien dat veel ruzies voortkwamen uit bouwoverstijgende overheidsmaatregelen, met name op het terrein van sociale zekerheid, vroegpensioen en arbeidsmarkt. Zo ging de langste bouwstaking in de geschiedenis, die van 1995, vooral over de ombouw van de VUT naar een overgangsregeling voor vroegpensioen.

In 2002 was er weer een bouwstaking, nu met als belangrijk thema de reisurenvergoeding. Hier werd echter ook al steeds duidelijker dat werkgevers in de bouw uit zijn op andere machtsverhoudingen in de bedrijfstak. Zij willen de invloed van de bonden inperken en een cao met veel minder voorschriften. Tot op heden zijn ze daar niet in geslaagd, maar inmiddels wordt wel op een andere manier aan de macht van de vakbeweging geknaagd. De steeds veranderende arbeidsmarkt, met de intrede van veel flexibele krachten en de opheffing van het uitzendakkoord in de bouw, zorgt voor een afnemend aantal vaste werknemers in de bouw en leidt daarmee automatisch ook tot minder leden bij de FNV.

VOLLEDIGE VRIJHEID

Versplintering van de bouwketen is een belangrijke ontwikkeling. Verschillen tussen de grote hoofdaannemers en de kleinere gespecialiseerde bouwbedrijven werden de afgelopen decennia steeds groter. Specifieke branches, zoals de steigerbouwers, hebben behoefte  aan maatwerkafspraken over arbeidsvoorwaarden. Bij steigerbouwers heeft dit daadwerkelijk geleid tot goede afspraken, maar het voornemen en de inzet van FNV Bouw om dit ook uit te breiden tot andere deelsectoren heeft tot op heden niet tot concrete resultaten geleid. Bouwwerkgevers willen eigenlijk per bedrijf de volledige vrijheid om in onderling overleg met  werknemers, het liefst met de ondernemingsraad, afspraken te maken. Betrokkenheid van vakbonden blijft in hun visie liefst beperkt. Dat wordt als veel te lastig ervaren.

MEER FLEXIBELE INZET

Veel arbeid van vaste werknemers verschuift naar zzp’ers, een groep die niet dezelfde belangen heeft als het regulier bouwpersoneel. Als reactie op deze ontwikkeling ging de bond zelf zzp’ers organiseren. De flexibilisering drukt een steeds groter stempel op de onderhandelingsagenda van de bouw-cao. Werkgevers geven op allerlei manieren uitdrukking aan hun wens tot meer flexibele inzet van werknemers. Wil de bouwwerkgever nog wel een vaste bouwvakker in dienst nemen, dan moet die zo goedkoop zijn dat hij de concurrentie met de zzp’er en andere flexibele arbeidskrachten uit eigen land en in toenemende mate uit andere EU-landen kan blijven aangaan. Naast de loonkosten gaat het werkgevers ook steeds meer om flexibele arbeidstijden en roosters. Een werknemer moet werken als er werk voorhanden is. Langere dagen of werken in het weekend vormt in het werkgeversdenken geen beletsel, dat hoort bij de ‘moderne werknemer’.

FNV Bouw stelde een eigen, samenhangende agenda op rond dit thema. De bond richt zijn inzet op het verkleinen van de flexibele schil en op het terugdringen van ongeoorloofde inzet van werknemers uit andere landen waardoor de cao wordt ontdoken. Zij moeten veel langer werken dan is toegestaan volgens de Arbeidstijdenwet en worden erbarmelijk gehuisvest tegen hoge kosten. FNV Bouw weet die eigen agenda tegen de ongebreidelde flexibilisering en gericht op meer zeggenschap van werknemers over de eigen arbeidstijden steeds verder in te vullen, dankzij de steun van veel werknemers.

In 2014 werd de algehele modernisering van de bouw-cao inzet van een langdurig en taai onderhandelingsproces. Speerpunt was voor de bond de invoering van een bouwpas voor alle werkenden in de bouw als belangrijk middel in de strijd tegen illegale inzet van werknemers en te lange werkdagen, die niet conform de cao zijn. Ook eist de bond afspraken over een modelovereenkomst voor zzp’ers, als vervanging van de vroegere Verklaring Arbeidsrelatie (VAR), in de strijd tegen het almaar groeiende bestand aan schijnzelfstandigen in de bouw. Hun aantal is sinds de economische crisis van 2008 en volgende jaren alleen maar gegroeid. Werknemers met een vast contract werden in deze jaren ontslagen en konden vaak meteen weer bij hun voormalige werkgever als zzp’er beginnen om hetzelfde werk onder dezelfde gezagsverhouding maar met minder rechten te komen verrichten. Werkgevers willen in de modernisering met name voor elkaar krijgen dat zij zelf kunnen bepalen hoelang en wanneer er gewerkt wordt. Er komen nieuwe afspraken rondom ruimere arbeidstijden, maar wel met meer zeggenschap van werknemers op bedrijfsniveau.

INSTITUTIES TER DISCUSSIE

Tientallen jaren was de bouw een voorbeeld voor andere sectoren. Werkgevers- en werknemersorganisaties werkten samen aan een sterke bedrijfstak met daarin unieke aandacht voor arbeidsomstandigheden, vakopleiding en loopbaantrajecten. Die tijd lijkt voorbij. De laatste jaren werden deze instituties en met name de benodigde afdracht hiervoor (door middel van de premies voor het O&O-fonds) door werkgevers ter discussie gesteld. Werknemers zouden goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun gezondheid en loopbaanontwikkeling. Een leven lang leren is goed maar dan wel voor eigen rekening! Collectieve regelingen rondom arbeidsomstandigheden en opleidingen werden voorgoed opgeblazen. De laatste jaren waren Arbouw en Fundeon hier de dupe van. Zij zijn nu in zeer afgeslankte vorm samengegaan in Volantis. Dit instituut richt zich op een duurzame inzet van werknemers in hun werkzame leven. Vakbonden krijgen op dit terrein ook een belangrijke rol te vervullen.

HOE NU VERDER?

De economische crisis lijkt voorbij en het door FNV Bouw gevreesde tekort aan nieuwe instroom van goed opgeleide vaklieden is een feit. De economische opleving vertaalt zich nog niet direct in een toename aan werknemers in vaste dienst. Uitzendkrachten, payrollers en zzp’ers vormen nog steeds een groeiende groep. Wel lijkt er, mede door de vasthoudende aanpak van de FNV, gericht op een andere verdeling van werk en inkomen, een maatschappelijke kentering zichtbaar te worden. De steeds grotere tweedeling in de maatschappij en de hierbij behorende ongelijkheid zijn allang niet meer exclusieve FNV-actiepunten. Systematisch doorwerken aan de agenda op het terrein van herverdeling van werk en inkomen, de strijd tegen hoge beloningen aan de top en tegen het afwentelen van alle verantwoordelijkheden van werkgevers op werknemers werpt in steeds meer sectoren vruchten af en zal dit ook in de bouw blijven doen.

 

Mieke van Veldhuizen (Arnhem, 1955) studeerde Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar studie werkte ze eerst als beleidsmedewerker bij de Vrouwenbond FNV en vanaf 1992 bij de Bouw- en Houtbond FNV. In 2009 werd ze benoemd tot sectorbestuurder Bouw. In die functie vervulde ze onder andere de rol van eerste onderhandelaar namens de FNV bij het overleg over de cao voor het Bouwbedrijf. Momenteel is ze pensioenbestuurder bij de FNV en als zodanig werknemersvoorzitter van zowel het bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouw als het bedrijfstakpensioenfonds voor het Schildersbedrijf.