Het geheugen van de vakbeweging

Oproep

Schijnwerper op Personeelsbond Film- & Theaterbedrijven (PFT) 

Tijdens de verwerking van de FNV-archieven bij het IISG, worden soms stukken aangetroffen van bonden die langer of korter hebben bestaan, maar waar geen archief van aan het IISG in bewaring is gegeven. Voor de volledigheid van deze archieven is het IISG op zoek naar aanvullingen.

Zo ook nu met de Personeelsbond Film- en Theaterbedrijven (PFT). Deze bond is opgericht op 6 oktober 1945.
Overigens was de sociaaldemocratische arbeidersbeweging er al snel bij met de belangenbehartiging van personen werkzaam in het film- en theaterbedrijf. Al in 1916 vond namelijk de oprichting plaats van de Nederlandsche Bond van Theater- en Bioscooppersoneel. Deze bij het NVV aangesloten bond groeide snel (van 362 leden in januari 1917 tot 1439 in januari 1920) en wist belangrijke concessies bij de bioscoopexploitanten te realiseren zoals duurtetoeslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog en in 1919 zelfs een cao met de Bioscoopbond.

Nadien ging het echter snel bergafwaarts met de Nederlandsche Bond van Geëmployeerden in het Kunst- en Amusementsbedrijf, zoals sinds 1918 de naam van de bond luidde. Er ontstond onenigheid in eigen gelederen en een groep van leden splitste zich af. Dit betekende, ondanks een laatste reddingspoging van NVV-zijde, het einde van de bond. Weliswaar zouden er in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam verschillende pogingen worden gedaan een nieuwe vakorganisatie te stichten, maar deze hadden niet meer dan lokale betekenis en hielden het ook niet lang uit.

De syndicalistische Bond van Werkers in het Amusementsbedrijf die in 1924-1925 een aantal Amsterdamse bioscopen platlegde, was de strijdbaarste daarvan. Andere bonden, zoals de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (NTB) voor de bioscoopmusici, behartigden de belangen van hen die in andere sectoren van het filmbedrijf werkzaam waren.

Achtergrondinformatie over de wederwaardigheden van de PFT

Op 1 mei 1949 sluit de PFT zich aan bij het NVV. Later in dat jaar worden stappen gezet tot een federatieve samenwerking tussen:

  • de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (NTB),
  • ‘De Algemene 1’: De Algemene Bond van Kunstenaars en Employés in de Kunst- en Amusementsbedrijven, voortgekomen uit de Federatie van Musici en Artiesten (FEMA)
  • PFT.

Met het oog op mogelijk identiteitsverlies haakt de NTB af. Al snel worden plannen gesmeed voor een nieuwe fusie tussen:

  • De ABB-ABT; een samenwerkingsverband tussen de Algemene Bond van Bioscooppersoneel (ABB) en de Algemene Bond van Theaterpersoneel (ABT)
  • De Algemene 1
  • De PFT.

Nu lag de PFT dwars waardoor er eerst alleen een fusie tussen De Algemene 1 en de ABB-ABT tot stand kwam met als naam: De Algemene Bedrijfsbond van kunstenaars en werknemers in de Film-, Theater en Amusementsbedrijven (aangeduid als De Algemene 2). In 1952 trad de PFT uiteindelijk toch toe tot De Algemene 2.

Eind 1952 telde het NVV twee vakbonden van kunstenaars, namelijk De Algemene 2 en de NTB. Maar nieuwe ontwikkelingen waren op komst. In 1952 meldde zich de Nederlandse Organisatie van Musici en Artiesten (NOMA) bij het NVV. Deze bond ging op in de NTB. De Algemene 2 verdween ook van het toneel door op te gaan in Mercurius.

OPROEP

Heeft u documenten over de Personeelsbond Film- & Theaterbedrijven (PFT)  (zoals publicaties, archiefdocumenten of foto’s) in uw bezit of heeft u suggesties waar die te vinden zijn, neem in dat geval per e-mail contact op met Simon Huber, medewerker inventarisatie FNV-archieven.

(gepubliceerd oktober 2021)

Bronnen

L.A. Welters, Vakbeweging en cultuurbeleid, in: Beleid en Maatschappij 1977/2 39-50 en Karel Dibbets, Frank van der Maden en Bert Hogenkamp, Geschiedenis van de Nederlandse film en bioscoop tot 1940 (Het Wereldvenster, 1986)  (digitale versie, downloadbaar als pdf-document)