Het geheugen van de vakbeweging

Foto van matrozen van het marineschip Kortenaer die in 1913 geld hebben ingezameld voor het verkiezingsfonds van de SDAP


De sociale strijd van de Nederlandse marinematroos, 1870-1914 

ROOD NOCH ORANJE

De Matrozenbond behoort tot de meest strijdbare en tot de verbeelding sprekende Nederlandse vakorganisaties. De bond sloeg met zijn inzet en activiteiten openingen in de gesloten organisatie van de Koninklijke Marine. Het wervingsbeleid en de duur van de dienstverbanden bij de Nederlandse marine roepen associaties op met de ronselpraktijken en de dienstplicht van 25 jaar in het Russische Rijk.
Met de zegen van koning Willem III, koningin Emma of koningin Wilhelmina ging een jongen op zijn dertiende, veertiende of vijftiende jaar in dienst, waarbij het dienstverband van tien jaar formeel pas op zijn zestiende inging. De thuissituatie was beroerd of saai. Weeshuis of voogd dwongen hun pupil naar een militaire omgeving waarin de moeilijke jongen in het gareel kon worden gehouden.

De zee en het avontuur lokten. Het militair zijn en de strenge discipline vielen tegen. De arbeidsomstandigheden aan boord van schepen of op de wal waren onveilig en zwaar, het traktement te laag om van rond te komen, vaak jarenlang van huis weg in de tropen, een ongezonde, onhygiënische arbeidsomgeving, slechte voeding, onrechtvaardige behandeling, onbarmhartige krijgstucht, deelname aan oorlogshandelingen in Indië, sterfte vanwege infectieziektes als cholera.
Schepelingen zonken weg in overmatig drankgebruik, in liederlijk en losbandig gedrag. Er is geen categorie arbeiders te noemen, waarbij de werkgever zo lang de boot afhield voor gerechtvaardigde wensen of voorstellen tot verbetering. De bovenliggende partij kon meedogenloos optreden. Welke werkgever heeft ooit de arbeidslocatie van protesterende werknemers gebombardeerd?

Vaandel van de Nederlandsche Bond van Minder-Marine Personeel

Sociaaldemocratische marinematrozen richtten de Matrozenbond op in Den Helder in 1897.
Na 36 roemruchte jaren werd de bond in februari 1933 in Indië “weggebombardeerd” door zijn werkgever, de Nederlandse overheid. De muiterij op de Zeven Provinciën werd door de autoriteiten aangegrepen om de vakvereniging te verbieden. De Matrozenbond hield zich bezig met zowel de materiële belangenbehartiging als de zedelijke verheffing van zijn leden.
Mijn opvatting is dat de Matrozenbond veel heeft betekend voor de verheffing, het zelfbewustzijn, de lotsverbetering en de arbeidsvoorwaarden van het marinepersoneel en heeft bijgedragen aan de modernisering van het personeelsbeleid bij de zeemacht.

De belangenbehartiging en het vakbondswerk bij de zeemacht aan het eind van de negentiende en de eerste decennia van de twintigste eeuw hadden een geheel eigen karakter vergeleken met dat van vakverenigingen in andere bedrijfstakken. Maar de overeenkomst met leden van andere vakbonden werd benadrukt in het bondsblad Het Anker: marinematrozen maken deel uit van de arbeidersbeweging, zijn arbeiders in uniform, proletariërs. Het cement was de sociaaldemocratie, de partij en haar beginselen.
Schepelingen die zich inzetten voor belangenbehartiging kregen het zwaar te verduren: pesterijen, gevangenisstraf, overplaatsingen, degradatie, ontslag. In 1904 werden tot driemaal toe de leden van het hoofdbestuur van de bond ontslagen.

Wetenschappelijke studie

Voor het eerst is nu in een proefschrift de denk- en leefwereld van de marinematroos over een bepaalde periode wetenschappelijk bestudeerd: zijn achtergronden en vakopleiding, zijn ontwikkeling, zowel vakmatig als cultureel en sociaal en politiek.
De schepping van deze matrozen, de Matrozenbond schittert als belangrijk onderzoeksobject met daarbij als spiegelbeeld de harde vuist van de (marine)autoriteiten.

Alle waardering voor deze interessante, goed leesbare studie, weloverwogen geschreven, met een bredere context en niet zo heftig aangezet als in de beginregels van deze tekst, al begint de promovendus zijn verhaal wel met een spannend moment uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis.

Omslag van proefschrift Johan van de Worp, Rood noch Oranje

Op woensdag 2 maart 2022 verdedigde historicus Johan van de Worp aan de Universiteit van Leiden zijn proefschrift ROOD NOCH ORANJE. Ondertitel: De sociale strijd van de Nederlandse marinematroos 1870-1914.  De auteur typeert zijn onderzoek als het verhaal van de emancipatie van de marinematroos. Dat is een ruime omschrijving. De centrale

vraag voor zijn studie is: hoe verliep de emancipatie van de Nederlandse marinematroos in de periode voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog en welke reacties riep dit emancipatoire streven op bij respectievelijk de (marine) autoriteiten, het parlement en de pers?
Hij heeft er ongeveer zeven jaar aan gewerkt. Het resultaat mag er zijn, de winkeluitgave van de dissertatie is een forse studie van bijna 400 bladzijden, en voorzien van twee mooie kleurenfoto’s.

De omslag aan de voorzijde van het boek waarbij matrozen aardappelen schillen op een marineschip herinnert me aan de tijd dat ik zelf aardappelen pitte aan boord van Hr. Ms. Soemba (in 1969). Op de binnenflap aan de voorzijde van het boek treffen we het vaandel aan van de Bond voor Minder Marine – Personeel. Er is geen onderschrift bij, maar besef dat in het begin van de vorige eeuw tijdens kiesrechtdemonstraties grote groepen matrozen trots achter dit vaandel liepen. Daarbij dan de Internationale of het bondslied zingend.  “Daar komen de Jantjes” riepen de omstanders emotioneel geraakt dan. Ik heb die uitroep als titel gebruikt voor mijn eigen boekje over de geschiedenis van de Matrozenbond (1897-1933).

Wat weinig mensen nog weten is dat Herman Bouber die kreet gebruikt heeft als naamgeving voor de eerste Nederlandse musical.
Terugkomend op de fraai uitgegeven dissertatie: twee blokken met zwart-wit foto’s verlevendigen het geheel, geven een beeld van zowel het werken van de schepeling bij de zeemacht als de Matrozenbond en zijn actieve leden en bestuurders.

Veelzeggende inhoudsopgave

De inhoudsopgave van ROOD NOCH ORANJE geeft de lezer een helder overzicht van de studie. De gekozen titels voor de 3 delen en de 8 hoofdstukken zijn veelzeggend. In de eerste zin van de Inleiding Een “roode” vloot? maken we kennis met een door de marinematrozen bewonderde politicus: “Op dinsdag 12 november 1918 hield Pieter Jelles Troelstra, de fractieleider van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) een urenlange redevoering in de Tweede Kamer, waarin hij de revolutie aankondigde. “Uw stelsel, mijne heren, uw burgerlijk stelsel, is langzamerhand vermolmd en verrot”.

Johan van de Worp gaat verder in op de matroos in de geschiedschrijving van de Koninklijke Marine en laat weten de Britse historiografie van de Royal Navy als ijkpunt te nemen. Gelukkig is de promovendus niet voor de verleiding bezweken het proefschrift in het Engels te schrijven. Een korte samenvatting in het Engels volstaat.

Deel I. De metamorfose van de Koninklijke Marine met hoofdstuk 1 Een marine in verval? De Nederlandse zeemacht in de “lange“ negentiende eeuw en hoofdstuk 2 “Een eervol beroep” De wording van de “moderne” Nederlandse marinematroos, 1840-1914.

De onderzoeker zet uiteen dat de overgang van houten zeilschepen naar stalen stoomschepen en de toenemende focus op Nederlands-Indië tot ingrijpende organisatorische veranderingen leiden, waaronder een beter opgeleid en mondiger personeelsbestand.

Deel II. De strijd voor lotsverbetering. Hoofdstuk 3 “Proletariërs in uniform” De opkomst en het optreden van de Matrozenbond.

A.G. Ellis, minister van Marine (1903-1905)

De voormannen van de Matrozenbond moesten zich te weer stellen tegen een geharnaste tegenstander, wiens belangrijkste doel was de bond te breken. Dat was A.G. Ellis, minister van Marine van 16 maart 1903 tot 16 augustus 1905. Heel symbolisch ging deze reactionaire zeeofficier kort na de grote Spoorwegstaking in januari 1903 tussentijds deel uitmaken van het christelijke kabinet–Kuyper (1901-1905) op het moment dat de “worgwetten” (die een stakingsverbod behelsden voor het spoorweg- en overheidspersoneel) in het parlement werden behandeld en in het Wetboek van Strafrecht werden opgenomen.

Hoofdstuk 4 “Wij willen mensch worden”.
Het streven naar lotsverbetering in de praktijk. In dit hoofdstuk komen aan de orde: de herziening van de traktementsregeling, het pleidooi voor een weduwen – en wezenpensioen, de rechtspositie van de schepeling, het drankprobleem en het belang van het algemeen kiesrecht.
Wat het overmatig alcoholgebruik betreft: in 1905 kwam met de afschaffing van het oorlam de discussie over het drankgebruik op de vloot grotendeels ten einde, schrijft Van de Worp. Wat heet, zestig, zeventig jaar later kon de marineman voor een habbekrats aan boord en in de kazerne nog een pilsje kopen (andere dranken dan bier waren voor niet-officieren verboden) en aan het eind van de twintigste eeuw hield het alcoholmatigingsbeleid de gemoederen flink bezig. Ik heb het om mij heen gezien: leeftijdgenoten, jongens van zestien/zeventien jaar, die bij de marine aan de alcohol verslaafd raakten en en er voor de rest van hun leven een drankprobleem aan over hielden.

Hoofdstuk 5 “Zij draagt het cachet van zielverkooperij” De agitatie tegen de “kinderwerving”.
Het is vele jaren een belangrijk strijdpunt tussen de marineleiding en het personeel en de bonden. Is het moreel verantwoord, is het niet onzedelijk jongens van 14, 15 jaar voor een dienstverband van 10 jaar te laten tekenen?  “De kinderroof voor de Koninkl. Nederl. Marine” werd het in 1904 in een circulaire genoemd. De uitstroom is groot. Omdat de marine weinig mensen permanent weet te binden is dit aanstellingsbeleid een methode om de vloot varende te houden. Een rooskleurig en opwindend beeld van het marineleven moet de scholier verleiden om te tekenen tot zijn 26-ste levensjaar. Dat leidde tot een spectaculaire actie van de Matrozenbond, die een circulaire verstuurde naar 4.900 schooldirecteuren en 520 dag-, week- en maandbladen waarin de onderwijzers op hun verantwoordelijkheid werden aangesproken om de leerlingen het wervingsverhaal van de marineleiding niet voor zoete koek te laten slikken.

Al was het wel verbeterd, in de tweede helft van de twintigste eeuw speelde de kwestie van het lange arbeidscontract nog steeds. De schrijver van deze bespreking tekende in 1967 op zijn vijftiende voor zes jaar, had hij voor een technisch dienstvak gekozen dan zou het zelfs acht jaar zijn geweest.

Confessioneel beschavingsoffensief

Deel III. Polarisatie en confrontatie op de vloot. Hoofdstuk 6 “Nuttig noch noodig, dus ongewenscht”. De Matrozenbond bestreden. Hoofdstuk 7. “Een stempel van zedelijke minderwaardigheid”. De matroos en het confessionele beschavingsoffensief.

Hierin ook een  uiteenzetting van de krachtige reacties vanaf schepen en uit Nederlands-Indië op de verscherping van de passagiersregeling (1910-1912). De buitenwereld tuimelde over elkaar heen van verontwaardiging over de protesten van het marinepersoneel.
Nu we dit onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden aanstippen: de marine was sterk gericht op Nederlands-Indië. Binnen de in de dissertatie behandelde periode valt de Atjeh-oorlog. Met harde hand onderdrukten het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), de marechaussee en de marine daar de vrijheidsstrijd van de bevolking. Zijn Nederlandse militairen daardoor geschokt geraakt, zoals wij nu ontdaan kennis nemen van luitenant Hendrik Colijn, de latere minister-president, die op Lombok een aantal weerloze, onschuldige vrouwen en kinderen dood liet schieten? Hebben die gewelddadige handelingen marinemensen zo geraakt dat ze het koloniale optreden in de Oost in navolging van de Max Havelaar van Multatuli aanklaagden?  Kwam het in de bond ter sprake? Heeft Van de Worp daar bronnen van gevonden?
Intrigerend is ook de desertie van maar liefst 105 matrozen tijdens een eskader-bezoek aan Australië. Waar zijn die gedeserteerde matrozen gebleven?  Kwamen sommigen met hangende pootjes terug, bleven anderen hangen in Australië?

Hoofdstuk 8 “Adepten der sociaal-democratische partij”. Het socialisme op de vloot.
De Matrozenbond begon zijn werk behoedzaam: met in beleefde termen gestelde verzoekschriften. Daarop kwam geen antwoord. De autoriteiten beschouwden het optreden van de bond als gezag ondermijnend en handelend tegen de krijgstucht. Van de Worp: “De marineleiding stak een deel van haar energie in de bestrijding van de bonden en het socialisme, maar verzaakte de structurele oorzaken van de ontevredenheid onder het lagere personeel weg te nemen” en “Vanaf het moment dat de bond door middel van Het Anker de publiciteit zocht en zich op het “arbeidersstandpunt” stelde, was het gedaan met de rust”.

Rood en revolutionair

We gaan de hoofdstukken niet samenvatten of becommentariëren (afgezien van een enkele toelichting hierboven), maar ze geven informatie en vergezichten die een verrijking vormen voor zowel de maritieme en militaire historie als de vakbondsgeschiedenis.

Een paar sleutelzinnen uit de  Conclusie Rood noch oranje. Johan van de Worp verwerpt de spookbeelden van de marineleiding of conservatieven over een revolutionaire vloot: “De schepelingen voerden eenvoudigweg een strijd voor emancipatie en lotsverbetering, waarbij niet zozeer het bestaansrecht als wel de bestaanswijze van de marine onder vuur lag”. Voorts: “Zonder te willen ontkennen dat er onder het lagere marinepersoneel een zekere, maar moeilijk meetbare sympathie bestond voor de SDAP, heeft Nederland in de jaren 1890-1914 geen socialistisch georiënteerde, revolutionaire vloot gekend. De “roode” vloot was een begrip dat eerst en vooral in de politieke arena werd gebezigd. Het was een angstbeeld, een metafoor, een politieke constructie die duiding gaf aan bepaalde problemen  bij de marine, maar niet minder diende ter bestrijding van de Matrozenbond en de SDAP”.
Met die  verklaring van de auteur klopt de gekozen titel wel. Niettemin wringt die titel wat.  Rood en revolutionair zou wat mij betreft evenzeer kunnen. Het hangt er maar van af hoe je voorgedane acties, handelingen, gebeurtenissen en ontwikkelingen waardeert en interpreteert. Rood, omdat de schepelingen zich meer arbeider dan militair voelden en als zodanig in het vaarwater kwamen van de sociaaldemocratie. De SDAP  – opgericht in 1894 – was een moderne en vooruitstrevende partij.
De burgers, de marinematrozen waardeerden ook de anti-revolutionair A.P. Staalman uit Den Helder die in de Tweede Kamer voor hen opkwam, maar de sociaaldemocraat F.W.N. Hugenholtz nam het stokje in de volksvertegenwoordiging al gauw van hem over.
De SDAP stond voor sociale rechtvaardigheid; het algemeen kiesrecht waarvoor zij  optrad zou de positie en belangen van de heersende machten kunnen aantasten. Dat was voldoende voor haar conservatieve tegenstanders om de sociaaldemocratie en haar aanhang bij de zeemacht als onbetrouwbaar weg te zetten.

Waarom revolutionair? De Matrozenbond stond voor verbetering van de positie en de arbeidsvoorwaarden van het marinepersoneel. Bij de buitenwereld riepen het uithoudingsvermogen en het verzet van de Matrozenbond tegen de starre houding en de harde onderdrukkende maatregelen van de marineleiding grote bewondering met beelden van een komende revolutie op. Revolutionair ook omdat de inzet voor lotsverbetering van de vakbondsmatrozen buitengewoon moedig was in een tijd waarin ondergeschiktheid de ziel van de militaire dienst was en de roep om inspraak als een vreselijke inbreuk op de krijgstucht en de gezagsverhoudingen werd gezien.

Fregatten

Tot slot. Voor de belangstellende die de verhoudingen bij de marine van voor de Eerste Wereldoorlog wil vergelijken met die van na de Tweede Wereldoorlog verwijs ik naar het in 1971 door Joop Swarte gepubliceerde Spreekpunt 1971. 25 jaar VBZ en wat daaraan voorafging.
Meer recent verscheen van de hand van viceadmiraal buiten dienst en historicus W.J.E. van Rijn, Overstag en toch op koers. De Koninklijke Marine en haar personeel 1945-2005. Hierin ook aandacht voor de VBZ, de Vereniging van Beroepsschepelingen bij de Zeemacht, te zien als de opvolger van de in 1933 verboden Matrozenbond.

Afrondend stel ik voor de komende fregatten bij de Koninklijke Marine de namen te geven van de drie belangrijkste voormannen uit de beginperiode van de Matrozenbond: Alex Verstegen, Willem Meijer en Andries Michels. Marinemannen uit één stuk. Overtuigde sociaaldemocraten. Hulde voor deze vakbondspioniers.

Harry Peer
juni 2022

Geraadpleegde literatuur:

Meer lezen:

Hein van Dugteren – Marinebelevenissen aan het begin van de 20ste eeuw, persoonlijke herinneringen van de latere NVV-penningmeester Henk van Dugteren in 32 afleveringen, bezorgd door zijn kleindochter Ank Benko. Als afzonderlijke artikelen en als ‘VHV-Digiboek’ op deze website.