Het geheugen van de vakbeweging

Prinsjesdag 1921 – Koningin Wilhelmina leest de troonrede voor in de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal


Rumoer in de Ridderzaal     
                                                              

Prinsjesdag 1921

Jarenlang was koningin Wilhelmina een eenzame vrouw tussen bejaarde mannen. In 1921 werd het feest in de Ridderzaal op de derde dinsdag van september verstoord door radicale vrouwen, leeftijdsgenoten van de majesteit. De werkende bevolking in het land keek toe. Dit is het zesde artikel in de reeks over Prinsjesdag. 

In de maand april 1921 staakten veenarbeiders in het zuidoosten van Drenthe. Het was een heftig gebeuren. Huizen en natuur stonden in brand. Hebben de stakers hulp verwacht van koningin Wilhelmina? De katholieke vakbeweging congresseerde eind mei tijdens het Pinksterweekend. Hoopten de congresgangers op een onverwacht bezoek of een hart onder de riem van de koningin? Al was er een katholiek minister-president geworden, jonkheer Mr. Charles J.M. Ruijs de Beerenbrouck, katholieken voelden zich in de protestantse natie nog steeds achtergesteld en verlangden naar een loyaliteitsbetuiging van het staatshoofd in hun emancipatiestrijd.  In het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) zijn de belangrijkste onderwerpen dit jaar: de werkloosheid, de werkloosheidsverzekering en de Ziektewet. De vier vakcentrales hebben hierover nauw contact met de minister van Arbeid Piet Aalberse.

Rumoer in de Ridderzaal

Arbeiders demonstreren op zaterdag 28 juni 1921 in Amsterdam voor de vrijlating van dienstweigeraar en hongerstaker Herman Groenendaal.

Op dinsdag 20 september 1921 was het weer een opgewonden en zenuwachtig gedoe in Den Haag. Prinsjesdag. Openingszitting van het nieuwe parlementaire jaar. Drukte langs de weg welke de Koningin zou rijden, met de grootste concentratie belangstellenden bij de Ridderzaal. Koningin Wilhelmina en prins Hendrik zagen er weer paasbest uit. Dat moest ook wel in een omgeving waarin het publiek bewonderend opkeek naar machtige mannen in uniform en in ambtsgewaad gestoken Kamerleden en hooggeplaatste functionarissen.  De exotische hoeden van de vrouwen waren toen nog niet in zwang, al streelden hun fraaie japonnen wel het oog. De leden van het corps diplomatique trokken met hun gekleurde kostuums en rijkdom aan goud borduursel de meeste aandacht. De Koningin droeg een japon van blauw fluweel met sleep. De Prins was in admiraalsuniform. Op hun borst wapperde het lint van het Grootkruis van de Nederlandse Leeuw. Afwezig zijn zoals altijd de republikeins gezinde sociaaldemocratische en communistische Kamerleden. Het zou nog enkele jaren duren voordat zij de monarchie zouden omarmen. Hun afwezigheid versterkte wel het beeld dat Prinsjesdag een feest was voor de politieke bovenlaag van de samenleving. Onder de aanwezigen bevindt zich voor het eerst een vrouwelijk Kamerlid, Johanna Westerman van de Liberale Staatspartij, en de nieuwe internuntius, monseigneur Vicentini. Er ontstaat rumoer op de publieke tribune. Vlak voordat de vorstin op de troon zou plaatsnemen beginnen vijf vrouwen te roepen: “Herman Groenendaal moet vrij. Herman Groenendaal moet vrij”. Hun actiekreet wordt nog kracht bijgezet door Christina Timmer. Herman Groenendaal – Haarlemmer, van beroep tuinman, leeftijd twintig jaar  – zat vanwege dienstweigering in de gevangenis in een isolatiecel en was in hongerstaking gegaan om zijn vrijheid te verkrijgen. Al drie maanden daarvoor hadden duizenden arbeiders op zaterdag 28 juni in Amsterdam gestaakt en gedemonstreerd voor zijn vrijlating. Groenendaal’s principiële pacifistische houding kreeg veel aandacht en sympathie; niet verwonderlijk, gelet op de 10 miljoen jongemannen die in de zinloze Grote Oorlog om het leven waren gekomen.  De actievoerders moeten gedacht hebben; als de Koningin niet naar ons toekomt, dan gaan wij maar naar haar toe.

Christina Timmer : … in alle opzichten het tegendeel van leeftijdgenoot Wilhelmina,: uitgesproken socialist, feminist en pacifist…

De zes opstandige dames worden meteen verwijderd en naar het  politiebureau overgebracht. Over Christina Timmer iets meer. Zij was in alle opzichten het tegendeel van leeftijdgenoot Wilhelmina. Wilhelmina was in naam neutraal, Christina een uitgesproken socialist, feminist en pacifist. Zij was al twee keer gehuwd geweest en had op dat moment een relatie met socialist en Tweede Kamerlid Harm Kolthek. Timmer had twee zoons uit haar eerste huwelijk, zij wilde absoluut niet dat haar zoons in omstandigheden terecht zouden kunnen komen waar ze gedwongen zouden worden als moordenaars van broeders elders op te treden. De politie had al voor haar aanwezigheid gewaarschuwd, maar ze had niettemin toestemming gekregen om te komen.

 

De zegen van Boven

Het is de vraag of Wilhelmina warme gevoelens kon opbrengen voor Herman Groenendaal. De Koningin koesterde de krijgsmacht en leefde op tijdens militaire inspectietochten. Heeft koningin Wilhelmina zich vanwege dit tafereel geschaamd voor monseigneur Vicentini? Het is niet uitgesloten. Zijne Eminentie had zich kort daarvoor uiterst vleiend uitgelaten bij de aanbieding van zijn geloofsbrieven. “Ik heb de eer in Uwen Koninklijke handen de brieven neer te leggen, waardoor mijn verheven Souverein, Paus Benedictus XV, mij heeft geaccrediteerd als apostolisch nuntius bij de regering van Uwe Majesteit. Tezelfdertijd, dat Hij aan mijn zwakke krachten een zo ernstige en delicate taak toevertrouwde, heeft de Heilige Vader mij de Aartsbisschoppelijke waardigheid willen schenken, opdat een zoveel te groter eer en een zo veel grotere schittering zou stralen op de edele en gastvrije natie, waaronder ik geroepen ben mijn zending uit te oefenen”. Het is overigens evenmin onmogelijk dat Vicentini enige sympathie kan hebben gehad voor Herman Groenendaal, Benedictus XV stond immers bekend als de vredespaus.
We vervolgen met een stevig statement van de nuntius: “Het zou overbodig zijn om hier van het karakter van mijn zending te spreken. Het zij voldoende te zeggen, dat ik de vertegenwoordiger ben van de Plaatsbekleder van Jezus Christus, Die was en Die is de Vorst van de Vrede”. Ondanks de kennelijke zegen van Boven, konden noch Koningin, noch nuntius bevroeden dat vier jaar later om precies te zijn op 11 november 1925 het kabinet – Colijn al na drie maanden viel op “het Vaticaan”. De vier katholieke ministers stapten toen op na aanvaarding van het amendement–Kersten waardoor op de begroting van Buitenlandse Zaken het geld voor het gezantschap bij de Paus werd geschrapt.

De Troonrede

Cartoonesk commentaar op de Troonrede van 1921

Het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck trad op 9 september 1918 aan. De R.K. Kiesverenigingen, de Antirevolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk Historische Unie (CHU) maakten er deel van uit. Het kabinet overleefde enkele ministerscrises. Het viel halverwege 1921 op een kwestie die we vergeleken met de huidige Toeslagen-affaire totaal onbelangrijk zouden vinden. Op 16 juni 1921 diende Ruijs de Beerenbrouck het ontslag van zijn kabinet in vanwege verwerping van artikel 27 van de ontwerp-Dienstplichtwet. Het kabinet stelde voor het leger samen te stellen uit “kerntroepen” en “reservetroepen”. De minister van Financiën raakte eveneens in politieke problemen door verwerping van zijn wetsontwerp over de grondbelasting. De vorming van het er op volgende kabinet verliep met een voor de burger uit 2021 ongekende snelheid. Al na 24 dagen kon de nieuwe regeringsploeg in een gewijzigde samenstelling met een nieuwe minister van Oorlog en Marine en van Financiën aan de slag.
De Troonrede van 1921. Het leest als wat op papier geslingerde gemeenplaatsen over beleidsvoornemens en wetgeving. Met de voor de hand liggende verzuchting over de toestand van de schatkist. Minister van Financiën, jonkheer Mr. D.J. de Geer vermeldt in de Miljoenennota dat wij als volk “boven onze kracht leven”. Een tekort van 48 miljoen gulden moet worden gedekt. Het staatshoofd hoeft amper een bladzijde tekst voor te lezen. De samenstellers vergaten de op 3 maart 1921 op 96-jarige leeftijd overleden Pierre Cuypers in herinnering te roepen. Cuypers is met zijn vele scheppingen zoals het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam niet alleen een van de beroemdste Nederlandse architecten, hij was ook de ontwerper van de troon waarop de Troonrede wordt uitgesproken. Een gemiste kans dus voor de minister-president om niet alleen een groot architect, maar bovendien een geloofsgenoot te eren.  De actievoerders werden wel meteen op hun wenken bediend: “In voorbereiding is een wetsontwerp, dat beoogt de mogelijkheid te openen om vrijstelling van militaire dienst te verlenen aan hen, die daartegen ernstige gewetensbezwaren koesteren”. De burger kon verder uitkijken naar: “Ontwerpen tot wijziging en aanvulling van de Arbeidswet, de Invaliditeitswet en de Ouderdomswet zullen U weldra bereiken”.

Wat opvalt is wat er niet in de Troonrede staat vermeld. Geen woord over Nederlands Oost-Indië. Kennelijk was dat deel van het Koninkrijk voldoende gepacificeerd. Revolutionair-socialist Henk Sneevliet, oproerkraaier voor het gezag, was eind 1918 uit Indië verbannen. Of zijn rol bij de oprichting van de Communistische Partij van China in Shanghai in die zomer van 1921 het kabinet angst inboezemde weten we niet. Van de Russische communisten moesten de bewindslieden in ieder geval niets hebben. Teveel Nederlandse burgers hadden na de vestiging van de Sovjet-Unie hun aandelen verloren in de Russische spoorwegen. De Koningin is er zeer mee ingenomen dat de Volkenbond had besloten tot vestiging van het Permanent Hof van Internationale Justitie te ‘s-Gravenhage. De plechtigheid is snel voorbij. De vorstin hoopt dat Gods zegen op ieder moge rusten en verklaart de gewone zitting der Staten-Generaal voor geopend. Koningin Wilhelmina heeft haar belangrijkste taak van het jaar weer verricht. Staatshoofd en Prins begeven zich naar Paleis Noordeinde voor de balkonscène. Commotie betekent emotie. Na het rumoer van deze dag zal prins Hendrik hebben uitgekeken naar de wilde zwijnenjacht op Het Loo en Juliana hebben terugverlangd naar de rustgevende reis die ze net in augustus had gemaakt. Noorwegen met zijn mooie fjordenkust en indrukwekkend landschap bleef haar favoriete vakantiebestemming.

Terug naar het begin. Vakantie was voor het gros van de Nederlandse arbeidersklasse een eeuw geleden nog een verre droom. In 1921 stortte de turfwinning in Zuidoost Drenthe in. De steenkool won het van de turf. Het leidde tot een sociale ramp: werkloosheid, armoede en honger. Het was een dramatische toestand. Arbeiders komen massaal in opstand.

 

Harry Peer

September 2021

 

Lees eerdere Prinsjesdag beschouwingen van Harry Peer

Geraadpleegde literatuur:

Omslag boek J.E. Kalter, Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe 1860-1921

J.E. Kalter, Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe 1860-1921, Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, juni 2021. 320 blz.