Het geheugen van de vakbeweging

Montage van prefab-units op een bouwplaats in 2004

VAKBEWEGING ONMISBAAR BIJ HERSTART

NIEUWE GROEIPERIODE BRENGT VERANDERINGEN IN HET BOUWVAK

 Na bijna tien slechte jaren trekt de werkgelegenheid in de bouw weer aan. In 2015 en 2016 is de bouwproductie vooral in de woningbouw en het onderhoud alweer flink gegroeid. De banengroei blijft nu nog achter omdat werkgevers vooral op efficiency sturen en zzp’ers meer uren maken. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) voorspelt echter een toename van maar liefst zeventigduizend volledige banen tussen 2016 en 2021. Als dat klopt is de werkgelegenheid dan weer op hetzelfde niveau als in 2008, toen de crisis begon. Hier liggen prima kansen voor de FNV om weer nieuwe leden in te schrijven, kaderleden te werven en een nieuw actie- en eisenplan te ontwikkelen.

Waarom nieuw, we hebben toch een uitstekend programma? Er is alle reden om dat standpunt nog eens tegen het licht te houden. Veel oude rechten zijn de laatste jaren ingeleverd, ook cao-rechten. Daar moet iets voor in de plaats komen. Bovendien gaat de bouwnijverheid er de komende jaren anders uitzien dan we gewend zijn. De bouw is een crisisgevoelige bedrijfstak en de ervaring leert dat er na elke crisis een groeiperiode volgt met nieuwe bedrijven, nieuwe deelmarkten, nieuwe technologie en nieuw vakmanschap. Sinds 1945 zijn de volgende groeiperioden te onderscheiden: 1945-1955 naoorlogs herstel; 1960-1975 grootschalige woningbouw en industrialisatie; 1985-2000 digitalisering. Het lijkt erop dat de groeiperiode die nu op komst is, in het teken staat van kunstmatige intelligentie, robotica, prefab bouwen, enzovoorts.

TRENDS

Het EIB voorspelt een stevige inhaalslag in de woningbouw en in iets mindere mate in het onderhoud. In de utiliteitsbouw ziet het EIB de komende jaren weinig groei vanwege de krimpende zorgsector en de leegstand van kantoren. Voor de infrastructuur geldt hetzelfde, omdat er juist een groeipiek achter de rug is in de wegenbouw. Dat zal kwantitatief en gemiddeld best kloppen. Maar kijk ook eens naar de volgende, kwalitatieve trends.

Trend 1: goedkoper bouwen

De inhaalslag in de woningbouw voltrekt zich deels in dure koopwoningen, deels in goedkope huur- en koopwoningen. Er zijn veel te weinig betaalbare woningen voor jongeren, flexkrachten, migranten, alleenstaanden en ouderen. Deze groepen kunnen de hoge huur- en koopprijzen van dit moment niet opbrengen, maar willen toch ergens wonen. Gemeenten zullen zich dit aantrekken. Hierdoor ontstaat vraag naar goedkope bouwtechnieken, een uitdaging voor de toeleveringsindustrie.

Trend 2: intelligente gebouwen en wegen

Al langere tijd klinken geluiden over intelligente gebouwen en transportsystemen. In dit verband wordt wel gesproken over robotica, domotica en kunstmatige intelligentie. Met de juiste software kunnen we het klimaat binnenshuis regelen, de verlichting dimmen, zelf energie in- en verkopen en een diagnose van onze hartslag laten maken. Of verkeersstromen omleiden, auto’s besturen en schepen lossen. Dit gaat uiteindelijk grote gevolgen hebben voor de infrastructuur en de openbare voorzieningen.

Binnensteden, verkeersknooppunten en winkelcentra zullen er anders uitzien dan we gewend zijn. De gezondheidszorg zal compleet veranderen, met gevolgen voor de bestaande zorgcentra en de woningbouw. Veel van de technologieën waar we nu over lezen, worden het komende decennium operationeel en op steeds grotere schaal toegepast. Robotica zal overigens weinig invloed hebben op de bouwtechniek zelf. De metselrobot op de bouwplaats of de 3D geprinte prefabwoning wordt waarschijnlijk geen succes. Dergelijke technieken verdragen zich niet goed met de setting op de bouwplaats. Maar indirect zal de toepassing van intelligente systemen een positieve invloed hebben op het bouwkundig ontwerp, de vernieuwing en uitbreiding van woningen en utiliteitsgebouwen en op de herinrichting van de infrastructuur.

Trend 3: kleinschaligheid

Grote kantoren hebben hun beste tijd gehad, doordat veel administratief werk wordt overgenomen door computers en er steeds meer mogelijkheden zijn voor thuiswerken. Dat geldt ook voor thuis ouder worden, thuisverpleging, thuis leren. Alles bij elkaar opgeteld betekent dit een grotere bouwbehoefte in en rondom het huis. In ruim opgezette buurten kunnen we de veranderingen al langer zien: villa’s worden kantoren en in grote tuinen wordt aangebouwd om een eigen bedrijf te beginnen. Als deze trend zich doorzet heeft dit gevolgen voor de ‘slaapsteden’ die ooit gebouwd zijn rond Amsterdam, Utrecht en Den Haag, zoals Purmerend, Maarssen en Zoetermeer. Niet alleen de buurten in deze satellietsteden zijn aan vernieuwing toe, maar ook de huizen zelf moeten anders. Sommige huizen worden bewoonde kantoren, sommige straten worden zorgstraten.

TOEKOMST VAN HET VAKMANSCHAP

Kees Korevaar

De hierboven geschetste trends hebben gevolgen voor het vakmanschap. Een aantal ontwikkelingen op dat vlak zijn belangrijk voor de vakbeweging. Die ontwikkelingen zijn niet allemaal even nieuw, maar je kunt zeggen dat ze bij elke nieuwe groeistuip weer wat scherper terugkomen. Bouwbedrijven gebruiken steeds meer bouwelementen uit de fabriek. Deze ontwikkeling dateert al van de jaren zestig van de vorige eeuw, maar gaat steeds verder. In de omzetstatistieken kruipt het aandeel van de ‘toelevering’ ten opzichte van bouwkundige aanneming en onderaanneming verder omhoog. Wanden, vloeren en dakdelen die je soms op vrachtwagens voorbij ziet komen, zien er steeds completer uit. Door de automatisering in fabrieken kunnen deze bouwelementen goedkoper worden geleverd en op de bouw zijn ze makkelijker en sneller te monteren. Een inhaalslag in de woningbouw betekent een nieuwe groeispurt voor deze industrie. In de toelevering gaat het niet alleen om bouwkundige delen, maar in toenemende mate ook om technische voorzieningen: intelligente meterkasten, zonnepanelen, energieopwekkende folies, dakpannen en verven, hightech keukens, aparte drink- en spoelwatervoorzieningen, units voor afval, units voor bezorging van winkelproducten, beveiliging, parkeervoorzieningen. De toelevering op de bouwplaats is een enorme branche geworden die steeds omvangrijker en gevarieerder wordt. Jarenlang heeft de vakbeweging betoogd dat meer toelevering vanaf de fabriek tot massale ontscholing van vaklieden op de bouwplaats leidt. Dat lijkt een achterhaald standpunt. De meeste producten die tegenwoordig naar de bouw vervoerd worden, zijn Montage van prefab-units op een bouwplaats in 2004 nooit op een ambachtelijke manier gebouwd of bewerkt. Natuurlijk staan er nog monumentale woningen in binnensteden en dorpen, met prachtig timmer-, metsel- en stucwerk. Maar zulke woningen worden niet meer nieuw gebouwd. Wel zijn er nog ambachtelijke vaklieden nodig die ze kunnen onderhouden of verbouwen. Aan zulke vaklieden zal altijd behoefte zijn.

SPECIALISTEN

De meeste vaklieden op de bouwplaats zijn gespecialiseerde ‘monteurs’. Zij plaatsen fabrieksproducten van stenen tot verwarmingsketels. Dit zijn producten waar kwaliteitsgaranties aan verbonden zijn. Er ontstaan dan ook gespecialiseerde bedrijven die gespecialiseerde vaklieden in dienst hebben. Aan dit type ‘specialisten’ worden behoorlijke eisen gesteld. Fabrieken en handelsbedrijven voelen zich verplicht om kwalitatief goede spullen te leveren en om het werk op de bouwplaats goed af te leveren. Een keukenmonteur mag dan een ‘monteur’ genoemd worden, maar hij is ook een vakman die zorg heeft voor technische aansluitingen en bouwkundige afwerking. Een bouwplaatsmonteur moet daarom oog hebben voor de wensen en belangen van de klant en voor collega-bedrijven. Het is dus niet waar dat de toekomstige werknemer in de bouw een laaggeschoolde vakman is. Er komen juist steeds meer eisen bij en het gevraagde opleidingsniveau gaat omhoog. Het is niet goed voorstelbaar dat dit soort werk in de toekomst door flexkrachten of zzp’ers gedaan zal worden. Een interessante vraag in dit verband is of er in de toekomst vooral behoefte is aan specialisten, of dat er juist een grote groep ‘generalisten’ of ‘all-rounders’ nodig is. All-rounders zijn vaklieden die het hele bouwproces kunnen overzien. Een bedrijfstak als de bouw met zijn duizenden grote en kleine bouwprojecten zal altijd behoefte hebben aan een breed kader van goed geschoolde vaklieden en leidinggevenden. Dit zijn de mannen en vrouwen die vanaf tekening of begroting een compleet bouwproject kunnen uitvoeren. Zij onderhouden het contact met de klant, met de toeleveranciers, zorgen voor de planning en de kwaliteit. Of het nu om grote werken gaat (bedrijfsleiders), middelgrote werken (uitvoerders), kleine werken (voorlieden) of veranderingen in bestaande bouw, er moet altijd iemand zijn met overzicht.

NIEUWE OPDRACHTEN VOOR VAKBEWEGING

Hier ligt een belangrijke opdracht voor de vakbeweging. ‘Kwaliteit’ moet een van de belangrijkste vakbondseisen voor de toekomst zijn. Kwaliteit van de vakopleidingen, kwaliteit van het werk, kwaliteit van de arbeidsverhoudingen. Bouwbedrijven die mee willen in de nieuwe tijd doen er goed aan ‘hun’ zzp’ers in vaste dienst te nemen en ze een flinke opleiding aan te bieden. En zzp’ers die het zelf goed voor elkaar hebben, zouden echte bedrijven moeten oprichten en mensen in dienst moeten nemen. Er is in deze tijd behoefte aan nieuwe, technisch goed onderlegde bedrijven. Start-ups zijn er in alle sectoren, waarom niet ook in de bouw? Gaat dan alles vanzelf? Dat nu ook weer niet. De ondernemers hebben onder leiding van de werkgeversorganisatie Bouwend Nederland een groot deel van de vakopleiding afgebroken en er is maar weinig voor teruggekomen. Heel kortzichtig, beschouwd tegen de achtergrond van de duizenden nieuwe banen die de komende jaren nodig zijn. Hier ligt een tweede, enorme taak voor de vakbeweging. Het valt ten slotte niet te ontkennen dat de sfeer vooral in de infra verruwd is door de inzet van malafide uitzendbureaus en rechteloze buitenlanders. Het zal voorlopig dan ook nodig zijn controles uit te voeren op naleving van de cao en de wetgeving en daar ook aandacht voor te vragen bij bedrijven, opdrachtgevers en overheden. De FNV moet in de bouw eigenlijk een nieuwe start maken met oude en nieuwe waarden. Wij kunnen dat, het is in 1946, 1960 en 1985 ook gelukt. De vakbeweging is onmisbaar in de herstart van de bouwnijverheid die op dit moment voor de deur staat.

 

Kees Korevaar (Sliedrecht, 1950) studeerde bedrijfspsychologie in Groningen. Van 1974 tot 2001 werkte hij voor verschillende FNV-bonden. Bij de Bouw- en Houtbond FNV was hij van 1984 tot 1990 beleidsmedewerker Medezeggenschap en Arbeidsomstandigheden. In 1990 verscheen zijn boek ‘Funderingsherstel. Over vernieuwing, management en vakbondswerk in de bouw’. In 2000 promoveerde hij op de arbeidsverhoudingen in de bouw, de metaal en de uitzendbranche. Van 2001 tot 2011 was hij in dienst van de Universiteit Tilburg. Momenteel heeft Korevaar zijn eigen adviesbureau, Korevaar Advies, dat zich richt op arbeidsverhoudingen en duurzame arbeidsrelaties.