Het geheugen van de vakbeweging

… met de toename van geluid, schuifelen de bouwers meer en meer naar het ook met roodwitlint afgezette gat in de vloer. Daar speelt een verdieping lager een orkest van het Nationaal Ballet de Bolero van Ravel…


De vakbondsculturele kant van de Amsterdamse Stadhuis-Muziektheater combinatie

Oh Stopera!

Ronkende teksten van Peter Schat (componist), Jan Blokker (columnist) en Gerrit Komrij (dichter en tv-recensent) worden door mijn goede vakbondshistorische vriend Harry Peer niet geschuwd als hij schrijft over de Stopera in de boekbespreking Waterlooplein, Een bewogen Amsterdamse geschiedenis. Natuurlijk is er van alles en ook negatiefs te zeggen over het ontwerp en het gebouw. Maar zoals het er als uiteindelijke uitkomst van een langdurig democratisch proces nu ligt: ik ben er zowel buiten als binnen met genoegen! ‘Maar mijn verleden met vakbondsstrijd aan de ene en de ontdekking van klassieke muziek en ballet aan de andere kant, maken vast een onbevooroordeelde blik onmogelijk,’ zeg ik met een knipoog richting Harry.

De rellen bij het slaan van de eerste paal op 5 juli 1982 gaan niet aan mij voorbij. Ik zie op TV de actievoerders machines en bouwmateriaal slopen. En lees daarover de volgende dag met grote interesse in de Volkskrant. Vier dagen ervoor ben ik districtsbestuurder geworden van de Bouw en Houtbond FNV. Districtskantoor Zaandam aan de Frans Halsstraat. Het kantoor van de plaatselijke afdeling Amsterdam aan de Hemonylaan 25. zijn de uitvalsbases voor mijn werkterrein. Het na de rellen met hekken van de omgeving afgesloten Stopera bouwterrein, in het bijzonder.

Jan Schaefer

Al voor die rellen en de start van de bouw wordt in het Amsterdamse gemeentelijk Bouwoverleg nagedacht en gesproken over de noodzaak meer Amsterdamse bouwvakkers ook werk te bieden in Amsterdam. Er is sprake van oplopende werkloosheid en de verminderde hoeveelheid werk wordt wel heel vaak door vooral ‘buitensteedse’ aannemers uitgevoerd. En dat terwijl ook veel Amsterdammers werkloos zijn. Dat steekt de lokale afdeling van de Bouw en houtbond FNV. En ook PvdA-wethouder Jan Schaefer met de portefeuille grondbedrijf, stadsvernieuwing, bouw- en woningtoezicht. Er wordt besloten dat uit de bakken bij het Arbeidsbureau bouwvakkers worden geselecteerd om te gaan werken op de Stopera. Daarvoor treden ze in dienst van een van de bedrijven die de Stamuco (Stadhuis-Muziektheater-Combinatie) vormen: Hillen&Roosen, HBM, Ballast-Nedam en Gebr. Terlingen. En zo geschiede.

‘Selectie betekent dat al te felle communisten niet werden geselecteerd, maar er wel af en toe wat worden doorgelaten om te voorkomen dat er rellen komen over een selectieve keuze’, voegt een betrokkene mij in 1984 toe.  Zo is er op het Stopera-terrein, na het grondwerk en vanaf de fundering van de parkeergarage, een mix van Amsterdammers en ‘jongens van buiten’ werkzaam. De Bouw- en Houtbond FNV wil bedrijvenwerk op bouwlocaties invoeren. Omdat de Stopera een werk is dat jaren zal duren, begin ik voorzichtig aan de opbouw ervan. Wat voor mij en de bond ‘bedrijvenwerk’ heet, is voor Stamuco en hoofdprojectleider Sint, ‘werkoverleg’. Hoe het ook zij, er is zeer regelmatig overleg. En net zo regelmatig rumoer. Al aan het begin neemt timmerman Willem Jansen de rol op zich als leider van de bond op de locatie. Hij is voorzitter van de Amsterdamse afdeling en blijkt een ontwikkeld actievoerder. Later ook bekend van tv-beelden van een CPN-congres waar hij beeldend met een kan water en met Amsterdams accent betoogd: ‘Water doe je niet bij de wijn, maar bij de rozen!’ In de bouwperiode 1982 – 1986 is het niet alleen op de Stopera onrustig. Aan de gememoreerde rellen voor de aanvang van de bouw waren er jarenlang al veel krakersrellen,  in 1980 de opstand ‘Geen woning geen kroning’ voorafgegaan. In november 1981 was er de massale Anti-neutronenbom demonstratie in Amsterdam en later die in Den Haag in 1983. En de krakersrellen duurden voort. Kortom, Nederland demonstreerde en in Amsterdam relde het. In die opstandige tijd, waarin ook de werkloosheid sterk opliep en regeringsbezuinigingen over Nederland rolden, paste actievoeren op de Stopera helemaal.

Landelijke bouwstaking

… 0m bij de start een signaal te geven over die grote actiebereidheid koos ik niet voor de Stopera, maar voor de bouw van het AMRO hoofdkantoor – de Witte badkuip, vanwege de witte tegeltjes aan de buitengevels…

Voordat op 6 mei 1985 de landelijke Bouwstaking voor een 36-urige werkweek van start ging, was op de Stopera al regelmatig actiegevoerd. Tegen discriminatie of voor betere werkomstandigheden op het werk. Soms ook voor landelijke thema’s als aanvullingen op WAO en Ziektewet als compensatie van landelijke kortingen. Kortom, toen die landelijke staking in voorbereiding was zou de Stopera zeker meedoen.

In Amsterdam waren veel bouwputten. Kantoren en winkels in de Bijlmer, woningen in Reigersbos, Gein en Venserpolder. Allerlei werken aan de vele grachten en in andere wijken. En in andere delen van Noord-Holland waren ondanks de groeiende werkloosheid eveneens de nodige grotere en kleinere projecten. In de weken voorafgaand aan de staking hadden we die allemaal bezocht. De keten toegesproken, gepeild hoe het met de stakingsbereidheid gesteld was. Daaruit bleek dat niet alleen de Stopera plat zou gaan. De actiebereidheid was echt heel groot. Tegen die achtergrond heb ik er als 33-jarige nieuwbakken regionaal actieleider voor gekozen de Stopera niet als eerste object te kiezen. Om zo bij de start een signaal te geven over die grote actiebereidheid ook op andere locaties dan de ‘altijd wel actievoerende’ Stopera! En zo koos ik de bouw van het AMRO hoofdkantoor – de Witte badkuip, vanwege de witte tegeltjes aan de buitengevels – aan de Foppingadreef in de Bijlmer als start. Mijn gevoel bedroog me niet. Fluitje van een cent en meer dan 100 man in staking.

Toen naar de Stopera. Ik had buiten de waard gerekend. Het werk lag al volledig stil! ‘Waar was je nou?’ beet Willem mij toe bij de toegang van de schaftkeet voor de Mozes- en Aaronkerk te midden van een hele opstoot bouwvakkers. ‘Dit kan je toch niet maken? We hadden helemaal geen stakingsformulieren en zijn vanochtend meteen gaan zitten!’ Snel neem ik de schade op. Eerst de inschrijvers achter tafels installeren en de inschrijving op officiële stakingsformulieren op gang brengen. Voordeel was dat ik niet meer hoefde te speechen om de staking af te kondigen. Maar er was wel ook een heel groot nadeel. In de afgelopen uren waren al heel wat bouwvakkers ook naar huis gegaan. Vindingrijk als ze waren, zijn namen en adresgegevens en wanneer mogelijk ook een bondsnummer genoteerd. Op de witte randen van actiepamfletten en kranten. Op stukken cementzak zelfs. Ik zag het al snel. Wat een puinhoop!

Nou dat vonden ze later bij de stakingsadministratie en het actiecentrum in Woerden ook. Veel gesputter. Maar dankzij de nodige eerdere acties waarvoor ook stakingsuitkeringen waren verstrekt, waren veel gegevens aanwezig en konden de soms slecht leesbare gegevens toch op de juiste manier worden verwerkt.

Bolero van Ravel

Over ook latere acties en over het werkoverleg / bedrijvenwerk is er nog veel te zeggen. Om over kleurrijke leden bouwvakkers maar te zwijgen. Of toch! Ik pik er twee uit. De timmerlieden Frank Peeters en Max van de Koevering. Een sterk koppel. Altijd samen aan het werk op werken van de HBM. Vaklieden tot en met. De baas kan altijd op hun vakmanschap rekenen. Maar bij actie weten ze ook wat ze te doen staat. Of beter wat ze dan even niet moeten doen.
Maar ik beloofde iets over mijn culturele ontwikkeling dankzij de bouw van de Stopera te vertellen. Voor die staking in 1985 is er een viering van het bereiken van het hoogste punt. Alle bouwvakkers zijn vanaf een uur of half drie naar een met linten afgezette betonvloer uitgenodigd. Na een speech krijgen de bouwvakkers een ‘hoogste punt premie’ uitgereikt. Snel zoek ik Willem op. ‘Is het wat,’ vraag ik. ‘Stelt helemaal niks voor, de schooiers’ zegt Willem geheel uit zijn humeur.

Met een biertje in de hand praat ik met allerlei werkers. Wanneer er ergens in het ruw betonnen kolos muziek klinkt, blijven we aanvankelijk staan. Maar gaande voort neemt het geluid toe, en nog weer wat meer. En met de toename van geluid, schuifelen de bouwers meer en meer naar het ook met roodwitlint afgezette gat in de vloer. Daar speelt een verdieping lager een orkest van het Nationaal Ballet de Bolero van Ravel (foto boven). Die titel hoor ik later. Maar gefascineerd luister ik en realiseer ik me wat prachtige muziek, los van de ambiance, doet. De doorsnee bouwvakker zal geen klassieke muziek liefhebber zijn bedenk ik, maar wat ik meemaak is geweldig. Iedereen staat om het gat in de betonvloer. Is stil en luistert.

Na nog de nodige acties en overleggen eindigt de bouw. Nog wat afbouwwerk met een klein aantal gespecialiseerde mensen en de oplevering is daar. Ik kwam er bijna niet meer en zit op kantoor in Zaandam, wanneer ik door hoofprojectleider Sint wordt gebeld. Ik ben verbaasd. Hij belde al heel zeldzaam. Wat moet die nou nu de oplevering al lang achter de rug is, denk ik. ‘Goedemorgen meneer Groen. Tijdje niet gesproken! Ik bel u om te vragen of u met uw vrouw aanwezig wilt zijn in de Stopera bij een avond die Stamuco voor zijn personeel geeft? De jongens van het werkoverleg vinden dat u er ook bij moet zijn! Er is een uitvoering van het ballet het Zwanenmeer!’

Zwanenmeer

Mijn hersens kraken. Ik heb me bij aanvang van mijn werk als bestuurder heilig voorgenomen niets van aannemers aan te nemen. En klassiek ballet? Is dat nou leuk vraag ik me af. Op TV zag ik wel eens een stukje, maar dan schakelde ik gauw over naar wat anders. Gelukkig kies ik voor uitstel van de beslissing. ‘Mag ik even met mijn vrouw overleggen?’ vraag ik. ‘Ja dat kan, maar belt u mij dan morgen wel terug, want er is haast bij.’

Louis Bruynzeel … het werd een ets van de Stopera, Mozes en Aaron kerk erachter, bouwkranen ook in de verte. En de stakingsleus: Wij eisen een goede CAO!…

’s Avonds vraag ik Janny wat zij denkt. Ze citeert onze vaker gebezigde spreuk: ‘We moeten toch alles een keer meemaken. En misschien is het wel leuk!’ Dat is duidelijk. Aan mijn morele twijfel maak ik een eind met de gedachte dat het werk al af is en ik van een mogelijke wederprestatie wel gevrijwaard zal worden. Ik bel Sint.

Een paar weken later kom ik samen met Janny, zo passend mogelijk gekleed, op tijd aan. Het is een soort warm bad. Veel werkers en bondsleden verwelkomen me hartelijk en we moeten haast maken om binnen te komen en onze plaatsen in te nemen. We zijn verrukt over de zaal en de sfeer. En na een poosje Zwanenmeer fluister ik Janny in haar oor: ‘Wat ben ik blij dat je heen wilde!’

Moraal van dit verhaal. We zijn klassiek muziek mooi gaan vinden. Vinden de Stopera en de omgeving ervan mooi en erg leuk om af en toe te vertoeven. En menigmaal bezochten we Opera en Balletvoorstellingen. Als dat met vrienden was vertelde ik zittend in de zaal, dat de rondingen van de etageringen door de timmermannen Frank Peeters en Max van de Koevering zijn gemaakt. Max met de timmermanshand die met een duim en een stompje vinger, vijf bier bestelde. Maar die timmerde als de beste en een gentleman bouwvakker was die heel, heel vaak Opera’s in de Stopera bijgewoond heeft.

Maar Willem Jansen was ook geen cultuurbarbaar. De regionale actiecentra mochten voor alle kaderleden een presentje kopen als dank voor hun onmisbare hulp tijdens die drie weken durende staking. Ik overlegde met Louis Bruynzeel of hij 100 etsen kon maken met het thema van de staking. Het werd een ets van de Stopera, Mozes en Aaron kerk erachter, bouwkranen ook in de verte. En de stakingsleus: Wij eisen een goede CAO!

Als ik Willem voorafgaand aan de uitreiking de ets laat zien, is hij wel wat aangedaan. Maar tegelijk alert. Even kijken’ zegt ie en pikt versie 1/100 uit de stapel. ‘Die is voor mij!’ ‘Leg uit Willem,’ vraag ik. ‘Hoe lager het nummer, hoe scherper de afdruk!’

Bij mij thuis hangt nog steeds 2/100.

 

Louis Groen

 

Zaandam februari 2021

Zie ook Harry Peer, Een bewogen Amsterdamse geschiedenis, Het Waterlooplein