Het geheugen van de vakbeweging

De start van Bouw-Vak-Werk, Joop van der Glas (rechts), minister Louw de Graaf (links) en werkgeversvoorzitter Frans de Vilder (midden), 11 maart 1987 (Foto Leeuwarder Courant

Gedreven vakbondsman, messcherp onderhandelaar en polderaar

Joop van der Glas (1932-2022)

In het begin van de jaren tachtig was de werkloosheid in de bouw enorm, meer dan 100.00 werklozen ten gevolge van de economische crisis. Vanuit de Bouw- en houtbond FNV werd stevig naar de politiek gelobbyd om maatregelen te nemen om de bouw weer uit het dal te krijgen. In diezelfde tijd kwam het akkoord van Wassenaar tot stand en was arbeidstijdverkorting een onderwerp  dat in de CAO onderhandelingen prominent op de agenda stond.

Om de bouwnijverheid weer herstel te brengen en werknemers inkomens- en werkzekerheid te geven waren investeringen en een actief arbeidsmarktbeleid nodig. Joop van der Glas had als bondsbestuurder, naast de CAO voor de Schilders- en afwerksector het arbeidsmarktbeleid in zijn portefeuille. Eind januari 2022 is hij op 89-jarige leeftijd overleden.

… met behulp van een shovel werden tienduizenden formulieren met ingezamelde handtekeningen  en eisen voor werk op het Binnenhof gekieperd… (foto Nederlands Dagblad-09-02-1982)

Tien jaar heb ik met hem samengewerkt als beleidsadviseur arbeidsmarktbeleid. Joop was een vakbondsman met zijn hart op de juiste plaats en was strategisch sterk. De werkloosheid, die de werknemers in de bouw onevenredig trof, maakte volgens hem acties naar de politiek nodig. Begin jaren tachtig was Joop de trekker van de bondsnota “Bouw uit de crisis” waarin de eisen aan de overheid om de bouw weer op de rails te krijgen scherp werden omschreven. In het kader van de lobby stelde de bond een petitie aan de Tweede Kamer op met voorstellen om de werkloosheid te bestrijden. En er werd actie gevoerd. Met behulp van een shovel werden tienduizenden formulieren met ingezamelde handtekeningen  en eisen voor werk op het Binnenhof gekieperd. Daarna was het voltallige bondsbestuur op de tribune bij een debat over de bouw in de Tweede Kamer aanwezig.

Terugploegen

Een van de resultaten van de gezamenlijke lobby met bouwwerkgevers naar de politiek waren experimenten met de inzet van uitkeringsgelden om werkgelegenheidsprojecten in de bouw te financieren. Het terugploegen van uitkeringen. Deze experimenten waren een voorloper van de Melkertbanen. Een politiek taboe, benutting van werkloosheidsmiddelen om werk te scheppen was geslecht.

De Bouw – en houtbond FNV liet zich mede inspireren door het arbeidsmarktbeleid in Zweden. Voorzitter Bram Buys had als voorzitter van de Internationale Bond van Bouw- en houtarbeiders goede relaties met de Zweedse bond, dus was het eenvoudig om toegang te krijgen tot contacten en informatie. Het Zweedse activerende arbeidsmarktbeleid was een voorbeeld voor Nederland met zijn passieve arbeidsmarktbeleid. Samen met de werkgevers druk op het kabinet en de Tweede Kamer zetten met als doel een gerichter arbeidsmarktbeleid te voeren was de inzet. Polderen. Dat sectorale arbeidsmarktbeleid zou met betrokkenheid van regionale werkgevers-en werknemersvertegenwoordigers moeten worden gevoerd. De voorstellen daartoe werden besproken in het overlegorgaan Bouwberaad dat een commissie instelde om de voorstellen nader te bespreken. Joop maakte onderdeel uit van die commissie, die werd voorgezeten door een lid van de CAO bouw onderhandelingsdelegatie, Cees de Fouw.  Werkgevers in de  Commissie Structurele werkloosheid van het Bouwberaad hadden moeite met onderdelen van de vakbondsvoorstellen. Werkgevers stelden dat een groot deel van de werklozen die bij de arbeidsbureaus geregistreerd stonden onder bouwnijverheid geen bouwvakkers waren. Zij wilden het bouwbestand aan werklozen screenen en zoals zij dat stelden het kaf van het koren scheiden. Wie, op grond van opleiding of werkervaring in de bouw, tot het zogenaamde arbeidsbestand voor de bouw behoorde kon in de bouw een kans krijgen. Wie daar niet onder viel moest niet geregistreerd staan onder het werklozenbestand van de bouw. En werkgevers wilden ook jongeren werven, ondanks de werkloosheid. De bond, met Joop als woordvoerder, vond dat er de mogelijkheid moest zijn om door middel van een praktijktoets, ervaring door verworven kwalificatie, tot het arbeidsbestand toe te kunnen treden. En met subjectieve selectiecriteria zoals motivatie moest terughoudend worden omgesprongen. Voorts was betrokkenheid van sociale partners bij het screenen van het bestand aan werklozen een harde eis van de bond. Werven terwijl er grote werklosheid was, was niet in het belang van werknemers. Zoals meestal met werkgevers was het eindeloos overleggen en onderhandelen in de commissie. Dat polderen lag Joop, hij was een messcherpe onderhandelaar. Na meerdere onderhandelingsrondes vond Joop het overleg, waar geen millimeter beweging inzat, genoeg en staakten we demonstratief het overleg en verlieten de vergadering.

Experimenteren met bouwbemiddelaars

Joop van der Glas: …werkzekerheid voor mensen in de bouw vereist naast goede arbeidsvoorwaarden ook een actief arbeidsmarktbeleid… (Foto Het Vrije Volk, 10 februari 1982)

Enkele dagen later bonden de gezamenlijke werkgevers in bouw- en afbouwsector  in en kon de commissie verder gaan met de overleg en onderhandelen.  De discussies in de commissie speelden zich af tegen de achtergrond van de onderhandelingen bij de cao over arbeidstijdverkorting. Werkgevers wilden door middel van de analyse van het werklozenbestand aantonen dat er weinig “echte” bouwvakkers waren en dat er geen redenen voor maatregelen rond korter werken waren. Het overleg in de commissie resulteerde in 1987 in een voorstel om in de provincies Zuid- Holland en Friesland te experimenteren met commissies die samen met de bouwbemiddelaar van het arbeidsbureau alle werklozen opriepen en nagingen of zij beschikbaar en geschikt voor de bouw waren. Zo niet dan was de inzet scholing de bouw in of zoeken naar werk in een andere sector.  Als ze wel beschikbaar waren werd gekeken naar de redenen van werkloosheid en beoordeeld wat er nodig was om ze weer in het arbeidsproces terug te krijgen. Zo kon inzicht worden gekregen in het bouwbestand aan werklozen wat tot betere kansen op werk en snellere vacaturevervulling zou leiden.

De Centra voor vakopleiding volwassen (CVV) speelden daar een belangrijke rol in. Zij speelden een rol bij de praktijktoets en waren voorbeeld voor een praktische opleiding zonder theorie deel.  Joop .die zelf op latere leeftijd een CVV-opleiding had gevolgd  vond die leerweg een heel belangrijke. De  reguliere vakopleiding moest niet het alleenrecht op opleidingen voor de bouwnijverheid hebben. En er moest planmatiger geschoold worden om vraag naar scholing en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Wildgroei van scholingsprojecten in de regio moest aangepakt worden.

Om dit project op de rails te krijgen werden aparte arbeidsmarkt-cao’s afgesloten in een aantal sectoren in de bouwnijverheid die algemeen verbindend werden verklaard om alle werkgevers te binden. Joop had zicht sterk gemaakt voor regels in de cao om te zorgen dat afspraken niet vrijblijvend waren.

Bouw-Vak-Werk

Henk Hartveld, auteur van dit artikel

Het experimentele project Bouw-Vak-Werk kon starten. Die aftrap vond plaats met flink wat tamtam in samenwerking met de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken. Eind jaren tachtig was de werkloosheid in de bouw gedaald. Tijdens het experiment bleek dat de samenstelling van het bestand aan werklozen anders was dan de cijfers suggereerden. Veel werklozen uit andere sectoren werden in de bouw ingeschreven maar hoorden niet in dat bestand thuis. Een ander deel had bijscholing nodig. De arbeidsbureaus werden met de neus op de feiten gedrukt.

Tijdens het experiment besloot de politiek overeenkomstig de wens van sociale partners de arbeidsvoorziening van een overheidsorganisatie in een tripartite aangestuurde te veranderen. De bouw nam een voorschot en gaf daar door middel van Bouw- Vak- Wek haar eigen invulling aan. Werkgevers- en werknemers besloten in 1989 dit project landelijk in te voeren en sloten na stevige onderhandelingen met minister de Koning van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een convenant” inzake de samenwerking met betrekking tot de arbeidsallocatie in de bouwnijverheid” af. De vakbondslobby voor betere organisatie van de arbeidsbemiddeling in de bouw had resultaat geboekt.

Gedurende enkele jaren waren in het gehele land vakbondsleden en ondernemers betrokken bij de arbeidsbemiddeling naar de bouwnijverheid. In die periode werden in het kader van meerdere cao’s werkgelegenheidsprojecten gemaakt met als doel werklozen weer kans te geven in de bouwnijverheid aan de slag te gaan.

Begin jaren negentig daalde de werkloosheid verder en werd de betrokkenheid van werkgevers en werknemers geleidelijk aan minder.

Joop ging in 1991 met pensioen en maakte het einde van dit sectorale experiment in de jaren negentig niet meer mee als bestuurder.

Wel bleef hij altijd benadrukken dat werkzekerheid voor mensen in de bouw naast goede arbeidsvoorwaarden een actief arbeidsmarktbeleid vereiste en dat hier de kost voor de baat uitgaat. Maar de politiek besliste anders. Bezuinigingen vielen Arbeidsvoorziening ten deel.

Joop was een bestuurder met een brede en sociale blik op de samenleving. Toen ik in 1985 naar een bouwconferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie ging kreeg ik van hem de opdracht mee om contact te zoeken met vakbondsbestuurders uit de Sovjet Unie. Ik moest ze meedelen dat wij de Glasnost en Perestrojka een hele positieve ontwikkeling vonden. In Genève kwam dat contact tot stand. Ik sprak de vertegenwoordiger van de bouwbond in de Sovjet Unie, die de boodschap meenam. Duidelijk was gemaakt dat ook de bond de ontwikkelingen in het oosten volgde.

Na zijn pensionering had ik nog contact met Joop, die politieke en maatschappelijke ontwikkelingen scherp volgde. De sociaal- democraten kregen flinke kritiek van hem vanwege hun gevoerde beleid. En hij betreurde het aftuigen van het arbeidsmarktbeleid vanuit de rijksoverheid. Dat was niet in het belang van de werknemers in de bouwnijverheid.

Joop was belangenbehartiger en polderaar, die wilde bouwen aan een betere toekomst voor de werknemers.

Henk Hartveld
Februari 2022