Het geheugen van de vakbeweging

De Nederlandse delegatie bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, 26 november 1985, op de tweede rij Kees Marges. Vooraan midden Gijs van Aardenne, rechts Max van der Stoel (Foto HVV)


Kees Marges – 20

Het woord voeren namens Nederland in de Verenigde Naties

Op voordracht van de FNV was Kees Marges in het najaar van 1985 als lid opgenomen in de Nederlandse delegatie bij de Verenigde Naties in New York. Behalve een vertegenwoordiger van de vakbeweging hadden ook de ondernemersorganisatie VNO, de vrouwenbeweging en de jongerenorganisaties een tijdelijke vertegenwoordiger in New York. Voor zes weken, ongeveer de helft van de normale zittingsperiode van de jaarlijkse Algemene Vergadering. Ieder van hen woonden in een kamer-met-kookplaatje in een mooi appartementengebouw op Lexington Avenue, ongeveer 10 minuten lopen van de ambassade. Drie Scandinavische landen lieten ook maatschappelijke organisaties een kijkje in de keuken van de VN nemen. Zoals afgesproken met de FNV stuurde Kees Marges regelmatige rapportages over zijn ervaringen. Dat ging toen nog per gewone post. Airmail, dat weer wel.

Diplomatieke status

Alle vertegenwoordigers van Nederland, dus ook die van maatschappelijke organisaties, hadden een volwaardige diplomatieke status bij de VN. We hadden dezelfde pasjes als de andere diplomaten. Bijvoorbeeld om als toehoorder de zittingen van de Algemene Vergadering en van vergaderingen van commissies bij te wonen die verband hielden met ons werk in Nederland, zoals de Commissie Economische en Sociale Zaken, ECOSOC. Ons kantoor was de Nederlandse ambassade in New York, dicht bij het VN gebouw. Behalve in dat kantoor verbleven we ook regelmatig in het gebouw van de VN zelf. Met een internationaal en dus boeiend restaurant.

De Nederlandse delegatie bestond uit de Ambassadeur, toen was dat Max van der Stoel, en de andere diplomaten, Secretarissen, in een hiërarchische volgorde. Dat waren de beroepsdiplomaten, wat Max van der Stoel niet was. Hij was als voormalig minister van Buitenlandse zaken in de delegatie in New York gedropt. Daarnaast was er een groot aantal medewerksters en medewerkers. Er kwamen ook Tweede Kamerleden langs om een kijkje te nemen hoe het er aan toegaat bij de VN en op de ambassade. Zij bleven voor enkele dagen of weken. Met een paar Kamerleden kon ik wel aardig opschieten, maar anderen waren wat arrogant: wat doet een vakbondsbestuurder daar nou? Zo’n soort houding. Pol de Beer van de VVD was het meest benaderbaar en collegiaal.

Delegatie beraad

Twee keer in de week kwamen alle officiële vertegenwoordigers onder leiding van de ambassadeur bij elkaar. Ik mocht ook aan dat delegatieberaad deelnemen. Aan de orde kwamen de in te nemen standpunten in de komende week. Uit te spreken teksten moesten eerst per fax naar het ministerie van Buitenlandse Zaken worden gestuurd, om daar goedkeuring te krijgen. Maar zelfs als die er kwam was er nog geen sprake van een definitieve tekst. Die zou worden vastgesteld tijdens het overleg van alle (toen nog) EEG-delegaties plus Spanje en Portugal. Die twee landen waren toen weliswaar nog geen lid van de EEG maar dat zouden ze snel worden. Heel lang geleden dus. Wie kan zich nog een EEG herinneren zonder die twee landen?

Tijdens mijn eerste vergadering kwam een ontwerptekst aan de orde voor een toespraak van de Ambassadeur tijdens een plenaire zitting. In de tekst zou hij kritiek uiten op een bepaald land, waar hij in het verleden ook behoorlijk scherpe kritiek op had gehad. Omdat we de stukken een dag van tevoren hadden gekregen, kon ik nog net het één en ander uitzoeken. In deze tekst was de kritiek veel milder geformuleerd dan bij eerdere gelegenheden, ontdekte ik daardoor. Ik werd toen, veronderstel ik, iets te overmoedig of te brutaal voor een buitenstaander die geen echte diplomaat was. Ik stelde voor om de tekst minstens net zo scherp te formuleren als bij voorgaande gelegenheden. Ik zag wat verbaasde blikken rondom mij, die de vraag uitstraalden: “wat gebeurt daar nou?”. Toen mij netjes door Van der Stoel gevraagd werd waarom, verwees ik naar zijn voorgaande uitspraken. Van der Stoel bleef heel aardig en diplomatiek en nodigde mij uit om diezelfde middag nog even bij hem op de kamer te komen. Hij zou me dan wat meer vertellen, onder andere over zijn woordkeus. Hij had deze keer de tekst grotendeels zelf geschreven, begreep ik later.

Ik die middag dus naar hem toe, in zijn werkkamer op de ambassade. Hij begon om mij te prijzen, dat ik me zo goed had voorbereid en zelfs een suggestie had gedaan om zijn tekst te verbeteren. Maar hij maakte tegelijkertijd duidelijk dat ieder woord in die tekst gewogen was en paste in de context. En hij moest bovendien nog de goedkeuring van de rest van de ‘EEG+2’ krijgen. Maar na een tijdje praten, bleek hij toch bereid het betreffende woord te vervangen door een ander woord dat dezelfde betekenis en lading had. Ik had het gevoel dat ik meer zou verpesten als ik zou hebben volgehouden, dan dat ik zou kunnen bereiken, dus ging ik in grote ‘dankbaarheid’ akkoord. Maar hij was er wel in geslaagd mij tijdens die privéles iets meer duidelijk te maken hoe de VN zelf en onze delegatie functioneert. Het jaar voordat ik er was, had Nederland enkele jaren in de Veiligheidsraad mee gedraaid op één van de zetels, die elke vier jaar of soms zelfs elke twee jaar door een ander land worden bezet. Die periode was voor iedereen op de ambassade hectisch geweest. Toen ik er was, waren ze nog een beetje aan het bijkomen van die periode in de Veiligheidsraad. Max van der Stoel had er wel een goede reputatie mee opgebouwd.

Samenstelling en werkwijze VN

Aan het eind van mijn VN periode zou ik in de Commissie Economische en Sociale Zaken (ECOSOC) namens Nederland een toespraakje mogen houden. De tekst had ik voorbereid met het Nederlandse lid van die Commissie, Alphons Hamer, een volgens mij briljante jonge diplomaat. In de weken daar aan voorafgaand kon ik het hele gebouw van de VN bekijken, want als diplomaat had ik dat recht. Ook volgde ik wat discussies in de Commissie ECOSOC waar ik zelf zou optreden en ik verdiepte ik me in VN-documenten over mensenrechten en de steun van de VN voor economische ontwikkelingen in allerlei ontwikkelingslanden. Ook een gesprekje van een half uur, samen met de vertegenwoordigers van de vrouwenorganisatie en van het VNO, met de hoogste baas van het United Nations Development Funds (UNDP) – een bijzonder en uniek gesprek, geregeld door de tweede beroepsdiplomaat op de ambassade – hielp mij het functioneren van de VN plus de relatie met en tussen de rest van de VN familie te leren begrijpen. Zoals met de UNDP, voor de ontwikkeling van derdewereldlanden, UNESCO, voor onderwijs, wetenschap en cultuur en de ILO, de Internationale Arbeidsorganisatie. Overigens is het jaarlijkse budget voor het UNDP waarmee de Algemeen Secretaris van de UNDP moet werken, veel hoger dan het budget van de VN zelf, waarmee de Algemeen Secretaris van de VN moet werken. Maar de UNDP moet dat geld elk jaar, project voor project, bijeen zien te bedelen bij de aangesloten landen. In principe kan elk project stoppen als er geen geld voor te vinden is.

Nederland vertegenwoordigen

Als alle diplomaten het daar erg druk hadden, hield ik zo nu en dan de wacht namens Nederland tijdens plenaire bijeenkomsten en toespraken in de grote zaal. Meer dan op één van de stoelen zitten, hield dat niet in. Veel landen konden dat eerbetoon aan de VN niet opbrengen.

Ik was er dus ook bij toen de Nederlandse vicepremier, Gijs van Aardenne daar het woord voerde. Hij verving premier Lubbers omdat die in Nederland moest zijn vanwege het grootschalige verzet tegen de plaatsing van kruisraketten, georganiseerd door het Komitee Kruisraketten Nee.

Desmond Tutu

Elke zitting organiseert de ambassade enkele excursies naar belangrijke objecten in of net buiten New York. Het jaar dat ik er was stond er een bezoek aan een ultramoderne autofabriek op de agenda. Leek mij, als geïnteresseerde in automatiseringsprocessen, heel interessant. Maar op dezelfde dag bleek Desmond Tutu in de plenaire zaal van de VN een toespraak te houden. Het jaar daarvoor had hij de Nobelprijs voor de vrede ontvangen. Het spreekt vanzelf dat mijn keuze viel op die toespraak in levenden lijve van één van de helden van de strijd tegen de apartheid. Hij vertelde niets nieuws, maar zelfs om die kleine grote man niets nieuws te zien en horen zeggen, was een indrukwekkende beleving. Helaas is hij op Tweede Kerstdag 2021 overleden.

Toespraak met hindernissen

Toespraak van Kees Marges, op 26 november 1985

Op 26 november, in mijn zesde en laatste week, was ik iets meer gespannen dan normaal. Het komt niet iedere dag voor dat je bij de VN namens je land, maar met vermelding van de achtergrond, Nederlandse vakbeweging dus, een verklaring mag afleggen en dan ook nog over vakbondsrechten. Maar nog vóór ik het woord kon gaan voeren, werd ik verrast door de eerste onverwachte tegenwerking.

Egypte wilde de agenda wijzigen

Onmiddellijk voorafgaande aan mijn speech stelde de Egyptische vertegenwoordiger voor om te stoppen met het afwerken van de voorliggende agenda en eerst een restant van een andere vergadering af te wikkelen. Hij kreeg meteen de steun van enkele vertegenwoordigers uit Oost-Europa, toen nog achter het IJzeren Gordijn. Ik had dat niet direct in de gaten want ik concentreerde me in mijn stoel met de microfoon voor me op mijn optreden en had nergens anders aandacht voor dan het teken van de Hongaarse voorzitter om te mogen beginnen. Ik had mijn koptelefoon voor de vertalingen inmiddels afgelegd. Dus hoorde ik ook de vertaalde voorzitter niet meer.

Hamer ging op mijn stoel zitten

Bericht uit de Volkskrant van 26 november 1985

Plotseling kreeg ik een por in mijn zij van de achter mij zittende Alphonse Hamer. Hij gebaarde dat ik snel van mijn stoel af moest. Hij wilde daar zitten om plotseling het woord te kunnen voeren. Tijdens het wisselen van onze plaatsten fluisterde hij me in het oor, dat een aantal delegaties probeerden te voorkomen dat ik mijn speech kon houden. Daarna was ik, samen met ongeveer 140 andere diplomaten plus hun ambtelijke ondersteuners en tolken en de mensen op de publiek tribune, getuige van een unieke, ‘diplomatiek vriendelijke’ woordenwisseling met een pittige ondertoon tussen de Hongaarse voorzitter en de Nederlandse vicevoorzitter van de Commissie (wat Hamer tot mijn verrassing bleek te zijn) over de vraag of de agenda nu wel of niet gevolgd moest woorden. En dus of ik nog aan het woord zou komen. Als dat niet zou gebeuren, zou ik allang terug in Nederland zijn als de agenda verder afgewerkt zou worden. Uiteindelijk won Hamer en we wisselden weer snel van plaats. Daarna kreeg ik het teken om te beginnen.

Gevangen en gemartelde vakbondsleiders

Het gaf mij een tevreden gevoel dat ik daar, als vertegenwoordiger van Nederland, tegen vooral ook de vertegenwoordigers van dictaturen kon zeggen: “Waarom worden vakbondsleiders zo dikwijls gevangen genomen, gemarteld en vermoord? Waarom zijn zoveel vakbondsleden niet vrij om U en alle leden van deze commissie te vertellen over wat er op dit moment werkelijk in hun land aan de hand is met vakbonden en hun leden. De verklaring daarvoor is onder andere dat vakbondsactivisten, zonder rekening te houden met hun eigen veiligheid, de belangen van werknemers verdedigen. Dat stellen sommige regiems niet op prijs. Ondemocratische regiems gebruiken gruwelijke methodes om hun eigen belangen te verdedigen, die niet zelden tegengesteld zijn aan de belangen die de bonden verdedigen”.

Machtsstructuren, democratie en mensenrechten

Bericht uit Het Vrije Volk van 4 december 1985

Ik vervolgde: “Vakbonden proberen dikwijls machtsstructuren te veranderen om zo een democratischer samenleving tot stand te brengen. En was juist democratie niet de aanleiding waarom de VN internationale maatstaven voor mensenrechten vastlegden, niet alleen burger- en politieke rechten, maar ook economische, sociale en culturele rechten? Vakbondsrechten en mensenrechten en de fundamentele rechten van vakbondsactivisten worden op talloze manieren geschonden. Betrouwbare rapportages van geweld tegen vakbondsleiders en het hen opgelegde verbod hun bond te leiden, kennen we in verschillende variaties”.

Zuid-Afrika, Chili en Polen

Over Zuid-Afrika: “Ik zal U drie verschillende voorbeelden daarvan geven”. Daarna schetste ik wat er gebeurde in Zuid-Afrika en Namibië waar de apartheid nog steeds gebruikt werd om fundamentele vakbondsrechten te schenden. Terwijl de VN, via de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten al sinds 1967 actief betrokken was bij het bestrijden daarvan. Ik vermeldde ook een aantal bijzonderheden, die in mijn letterlijke tekst zijn opgenomen, die in de documentatie bij de VN aan het verslag van de vergadering is gehecht.

Vervolgens bekritiseerde ik het Pinochet-regiem in Chili. Ook in dat land werden fundamentele vakbondsrechten en dus mensenrechten met gebruik van geweld geschonden. Ik vermeldde een aantal details en het gevangenzetten van 24 vakbondsmensen en noemde een aantal namen van vakbondscollega’s die behoorden tot de Chileense vakcentrale CUT, net als de FNV aangesloten bij (toen nog) het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen, IVVV.

Als derde land had ik Polen in mijn vizier, waar de vakbond van scheepswerfarbeiders Solidarnosc de aanval op de dictatuur van de Sovjet-Unie en hun Poolse trawanten had ingezet. Ik begon met enkele algemene opmerkingen over de situatie in Oost-Europa, zoals: “Onder de communistische regiems in Oost-Europa en elders, zijn de officiële vakbonden door middel van wetgeving strikt ondergeschikt gemaakt aan de Communistische Partij. Ze handelen als agenten voor de invoering van de economische plannen en het mobiliseren van werkers voor de meer algemene politieke doeleinden van de Partij. Elke poging om onafhankelijke vakbonden op te richten wordt onderdrukt met alle beschikbare middelen”. Daarna richtte ik me op de specifieke situatie in Polen: “Ik hoef alleen maar in herinnering te roepen de onderdrukking door de Poolse autoriteiten van de onafhankelijke Poolse Vakbond Solidarnosc, die tot leven kwam als gevolg van het totale failliet van het door de regering georganiseerde en in stand gehouden vakbondssysteem in dat land. Eerder deze maand herinnerde Solidarnosc de wereld nog eens aan het nog steeds gevangenhouden van politieke gevangenen. Als gevolg daarvan werden een aantal vakbondsleiders vrijgelaten, maar anderen, zoals Bogdan Lis en Adam Michnik, moesten in de gevangenis blijven”. Dat kon ik, namens Nederland, toch maar allemaal zeggen tegen de vertegenwoordigers van Zuid-Afrika, Chili en Polen.

Woord ontnomen

Bijna aan het eind van mijn verhaal over Polen ontnam de Hongaarse voorzitter mij het woord door mijn microfoon uit te schakelen. Omdat ik mijn koptelefoon had afgezet en ik mij geheel concentreerde op de tekst die ik aan het uitspreken was, had ik dat niet gemerkt. Wat toen gebeurde was, net als het gevecht over wel of niet verder gaan met de agenda, opnieuw een zeldzame gebeurtenis in een vergadering van de VN. Toespraken kabbelen meestal voort zonder dat ze tot veel ophef leiden. Veel vertegenwoordigers en ambtelijke ondersteuners luisteren er zelfs niet naar en doen intussen wat anders. Een permanent geroezemoes in de zaal is daar het gevolg van. Teksten die voorgelezen worden verschillen zelden veel van de teksten die een jaar eerder werden uitgesproken. Tenzij in een bepaald land een politieke omwenteling had plaats gevonden en de vertegenwoordiger van dat land het nieuwe regiem vertegenwoordigde.

Wit-Rusland (Belarus) en Oekraïne

Bericht uit De Waarheid, 27 november 1985

Hamer gaf me opnieuw een por in mijn zij en vertelde me snel dat de voorzitter mij afhamerde op verzoek van de delegatie van de Oekraïne, mede namens Rusland en Wit-Rusland (Belarus), alle drie toen nog onderdeel van de Sovjet-Unie. Bij de totstandkoming van de VN had de Sovjet-Unie bedongen dat het door drie landen vertegenwoordigd zou worden, de twee genoemde en Rusland. Die mededeling was voor mij aanleiding om mijn pasje te pakken en mijn hand met het pasje opvallend in de lucht te steken en zonder microfoon, maar met luide stem, zoals ik in havenkantines gewend was, te verklaren dat ik als officiële vertegenwoordiger van Nederland het recht had in alle vergaderingen de toespraak te houden. “Die man achter me, (that man behind me) kan mij dus niet beletten mijn toespraak hier te houden”, tegelijkertijd met mijn duim over mijn schouder wijzend. Ik maakte ook duidelijk dat ik verder wilde gaan. Die gelegenheid kreeg ik na, wat toen leek, een eeuwigheid en een voor mij onverstaanbaar heen en weer gepraat tussen de twee Sovjet-delegatieleden, de voorzitter en nog een of twee vertegenwoordigers van andere landen. Waarbij Aphfons Hamer natuurlijk ook weer een mij ondersteunende rol speelde. Ik ben nooit te weten gekomen wie dat zijn geweest en wat ze precies zeiden. Dus toen ik het woord weer kreeg pakte ik mijn tekst en begon met een passage die ik al had uitgesproken, zodat ik met name mijn kritiek op Zuid-Afrika, Chili en Oost-Europa nog eens kon herhalen. Eerlijk gezegd genoot ik op dat moment wel van de kans die de voorzitter me daarvoor (ongewild) had gegeven.

Van geroezemoes naar stilte

Onbewust was het tot mij door gedrongen dat ook tijdens mijn toespraak andere zaken waren besproken door mensen om me heen. Maar na het incident en mijn hervatting, was het muisstil en iedereen luisterde met aandacht. Toen ik klaar was zei Hamer dat hij had genoten van dit toch opmerkelijke intermezzo. Dat ik me nogal onparlementair had uitgesproken richting andere delegaties vond hij niet zo’n probleem. De aanspreektitel van collega-vertegenwoordigers bij de VN is niet ‘that man behind me’ zoals ik de man uit de Sovjet-Unie had aangesproken, maar ‘the distinguished delegate form the Ukraine’, in dit geval. De ‘geachte afgevaardigde’, zoals men vroeger in het Nederlandse parlement zei.

Kopie van speech in trek

Nadat de voorzitter de vergadering had geschorst voor een lunchpauze en we de zaal uit wilden gaan, kwamen er plotseling allerlei mensen op mij af. Later vertelde Hamer me dat het vertegenwoordigers van de pers waren en anderen die tijdens de zitting op de publieke tribune hadden gezeten. Ze wilden een kopie van mijn tekst. Alhoewel men mij in de Ambassade had geadviseerd een paar kopieën mee te nemen, voor het geval er na afloop iemand om zou vragen, wat niemand verwachtte natuurlijk, was ik zo ijdel geweest om er toch maar 25 mee te nemen. Je wist maar nooit. Gelukkig dat ik dat had gedaan, want zelfs dat was niet voldoende om alle verzoeken direct te honoreren.

Waardering

Na afloop kwam ook de vertegenwoordigster van het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen naar me toe, Beatrice Roemer. Zij was tijdens de duur van VN vergadering permanent in New York gestationeerd om de ontwikkelingen daar te monitoren en erover te rapporteren. Ze feliciteerde me met de tekst en mijn onorthodoxe reactie op de interruptie. Ze vond het jammer dat er niet meer vakbondsvertegenwoordigers voor wat leven in de brouwerij kwamen zorgen.

In de dagen daarna besteedde ook enkele Nederlandse kranten aandacht aan de gebeurtenissen, zoals de Volkskrant met een klein berichtje op de voorpagina en Het Vrije Volk en de Waarheid met grotere artikelen. Uiteraard was men bij de FNV ook zeer content met het optreden van ‘hun man’ bij de VN. Eén van de Nederlandse diplomaten die ik een aantal maanden later tegen kwam in Nederland en die nog weer later namens de VN een belangrijke rol in het Midden-Oosten zou gaan spelen, vertelde me dat het relletje zoals hij het noemde, eindelijk eens wat andere gespreksstof had opgeleverd op allerlei recepties, waar er heel veel van zijn tijdens de Algemene Vergadering van de VN.

Twee dagen na mijn optreden in de VN en nadat ik naar huis was gevlogen om mijn normale werk weer op te pakken, moest ik weer een toespraakje houden, vanaf een tafel in een van de kantines in de Rotterdamse haven. Wat een contrast, maar die kantinetafel vond ik toch meer mijn plaats.

Napraten op ministerie Buitenlandse zaken

Na een paar maanden kreeg ik van het ministerie van Buitenlandse Zaken een uitnodiging om na te praten over mijn 6 weken New York, een soort persoonlijke debriefing. Toen ik aankwam herkende ik de ambtenaar als de man die naast minister van Buitenlandse Zaken Van der Broek had gezeten tijdens de gezamenlijke bijeenkomst met alle diplomaten die naar de VN zouden vertrekken, voorafgaand aan de start van de VN-vergadering. Hij had ons allerlei adviezen en opdrachten gegeven.

Wat ik mij vooral herinner van de debriefing was de mededeling dat ik mijn tekst nooit had mogen uitspreken in New York en dat de Hongaarse voorzitter gelijk had toen hij mij afhamerde en zei dat het een tekst was die thuis hoorde bij een ander VN-orgaan, de Internationale Arbeidsorganisatie ILO. Ik had die opmerking niet gehoord in de consternatie die ontstond als gevolg van het afhameren. Maar later moest ik erkennen dat daar wel wat in zat. Juist daarom was ik nog blijer dat ik die kans had gekregen (van Van der Stoel en Hamer), omdat de diplomaten uit veel van al die andere landen het soort opmerkingen als ik had gemaakt, niet of zeker niet dagelijks, te horen krijgen. Vakbonden en hun rol in de democratie is geen onderwerp voor de VN in New York. Op die ene keer na. Inmiddels had Van der Stoel dat ook te horen gekregen, vertelde de topambtenaar mij. Dat ze in Den Haag zelf hadden zitten slapen, toen ze geen bezwaar maakten tegen mijn tekst die ze per fax ter beoordeling hadden gekregen, liet ik voorzichtig en in diplomatieke bewoordingen blijken (ik had veel geleerd in New York), maar de ambtenaar deed net alsof hij dat niet hoorde.

Kees Marges
Maart 2022

Link naar de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties

Dit is het negentiende verhaal in de serie Herinneringen van Kees Marges. Eerdere verhalen zijn: