Het geheugen van de vakbeweging

Harm Buiter (1922-2011)

Verzetsman, vakbondsbestuurder, burgemeester

Harm Buiter (Tubbergen 1922 – Groningen 2011) groeide op in een sociaaldemocratisch gezin in Amsterdam. Hij studeerde economie toen de oorlog uitbrak. Doordat hij in 1943 weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen en verzetsactiviteiten ontplooide om joodse onderduikers te helpen, kon hij zijn studie niet afmaken.

Harm BuiterHarm Buiter

In 1944 raakte hij in Twente betrokken bij het verzet. Hij was daar al gauw verbindingsman tussen de verschillende verzetsgroepen. Buiter had een rol bij de verdeling van de geldstromen binnen de illegaliteit. Zo kon hij geld vrijmaken voor de financiering van de spoorwegstaking in september 1944.

Na de bevrijding trad hij in 1945 in dienst van de ANMB (metaalbewerkersbond, aangesloten bij het NVV), een voorloper van FNV Bondgenoten. Hij deed economisch onderzoek en werd al snel de belangrijkste adviseur van het hoofdbestuur voor sociaal –economische aangelegenheden op nationaal en internationaal gebied. Vanaf het ontstaan van de EEG (Europese Economische gemeenschap), een voorloper van de Europese Unie, was Buiter één van de belangrijkste grondleggers van de Europese vakbeweging. Buiter werd de eerste algemeen secretaris van het Europees Vakbondssecretariaat (voorloper van het huidige ETUC). Ook was hij actief in de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie), onder meer in de Commissie voor de Metaalindustrie.
Van 1967 – 1971 was hij algemeen secretaris van het ITUC (internationaal vakverbond). Daarna was hij tot zijn pensioen in 1985 burgemeester van Groningen, waar hij een inspiratiebron werd voor jonge linkse wethouders als Max van den Berg en Jacques Wallage. In die periode haalde hij de PTT naar Groningen, hetgeen de stad duizenden banen opleverde.
Buiter was een zeer integer mens en een democraat in hart en nieren. Hij bracht mensen en partijen bij elkaar. Belangen van werknemers lagen hem na aan het hart. Hij hechtte eraan de basisregels van de rechtstaat te respecteren.