Het geheugen van de vakbeweging

“Standvastig en creatief”

Hans Hofstee (1944-2020)

Op 20 november 2020 is in zijn woonplaats Hans Hofstee (Leeuwarden, 3 december 1944) op 76-jarige leeftijd overleden. Lodewijk de Waal herinnert hem zich vooral als gedreven bestuurder in de jaren ’70 en ‘80 in de banksector. En dat was ingewikkelder dan het heden ten dage misschien lijkt.

De Dienstenbond FNV had in 1977 maar, om het voorzichtig uit te drukken, een beperkte organisatiegraad in de dienstensector in het algemeen, en bij banken en verzekeringen in het bijzonder. Toen in dat jaar hevig actie werd gevoerd over onder meer de prijscompensatie, leidde dat in de vergadering van bondsvoorzitters tot een verwijt van Arie Groenevelt aan Jan Brouwer (voorzitter van de Dienstenbond) dat de industriebonden de kooltjes uit het vuur haalden, terwijl in de dienstensector niets gebeurde. Naar verluidt had Arie geroepen: “blijven jullie maar op je luie reet zitten”. Dat liet Jan Brouwer niet op zich zitten, dus hij instrueerde ons als bestuurders ons in de strijd te mengen. Ik kreeg met Bernhard Buitenhuis de opdracht het distributiecentrum van de Bijenkorf plat te leggen (onder de leus “honing zijn we gewend, nu nog 3 procent”) en Hans Hofstee om druk uit te gaan oefenen op de banksector. Daar bleek toch wel animo voor actie te zijn en op 28 februari vindt er een werkonderbreking van anderhalf uur plaats op het centrale ABN-computercentrum in Amstelveen. Het personeel verzamelt zich in de kantine, maar de directie weigert de vakbondsbestuurders (Hans en Marianne Ramak) toe te laten. Daarop gaat iedereen naar buiten waar ze op klassieke wijze worden toegesproken. In de onderhandelingen is deze voor de werkgevers onverwachte actiebereidheid direct merkbaar: op 3 maart geven de werkgevers met betrekking tot de prijscompensatie toe. Met deze acties werd het stigma van de Dienstenbond “die lui kunnen geen actie voeren” beëindigd.

“Bullebak”

Hans HofsteeP interview over automatisering in De Telegraaf van 05 augustus 1978

Vijf jaar later vonden de bazen van VNO het welletjes met die zelfbewuste vakbonden, en ze stuurden een “bullebak” naar de bankonderhandelingen: dr. J. Crijns. Hij krijgt de opdracht via de banksector als eerste sector een eind aan de prijscompensatie te maken, en een hele reeks andere verslechteringen door te voeren. Ik ben toen een enkele keer bij de bankonderhandelingen met Hans mee geweest. Zelden heb ik zo’n lompe werkgeversonderhandelaar meegemaakt, die met succes, speelde op de bereidheid van de Unie BLHP om mee te gaan in de afbraak.

Hans bleef kalm en bewonderenswaardig standvastig, en dat leidde opnieuw tot acties. Hans organiseerde met andere bestuurders samen een protestbijeenkomst in de RAI, waar 700 bankmedewerkers aan deelnamen (volgens Crijns 300…). Werkgever trekken hun voorstellen in, maar de eis van arbeidstijdverkorting, blijft een twistpunt. Actievoeren in de banksector blijft, ondanks een harde kern van activistische kaderleden, toch wel moeilijk en uiteindelijk verdedigt Hans bij de stakers dat een studie naar arbeidstijdverkorting het hoogst haalbare is. Uiteindelijk, in 1983 na het akkoord van Wassenaar, bereikt Hans dan toch een beperkte ATV in de vorm van roostervrije dagen.

Dienstenbond op de kaart gezet

Hans heeft zo grote verdienste gehad in het op de kaart zetten van de Dienstenbond als volwaardige en strijdbare bond. Veel later is hij, toen ik inmiddels voorzitter van de Dienstenbond was, penningmeester geworden. Een heel creatieve, herinner ik me. Toen hij me eens een jaarrekening presenteerde met een flink tekort, en ik hem zei dat het tekort de 100.000 niet mocht overschrijden, kwam hij dezelfde nog terug met een jaarrekening met een tekort van ongeveer dat bedrag. L’art d’arranger des chiffres” beheerste hij tot in de puntjes…

Hans was een gelovig mens, en daar hadden we wel discussies over. Hij gaf nooit de hoop op om mij tot inkeer te brengen, getuige het afscheidscadeau bij mijn vertrek: een Bijbel met verwijzing naar een passage uit “Spreuken”.

Lodewijk de Waal

December 2020

Zie verder Bob Reinalda, “de Dienstenbonden, klein maar strijdbaar”