Het geheugen van de vakbeweging

Roel Berghuis

Interview met Roel Berghuis

‘Groen Staal’ uit de IJmond: vakbond schrijft geschiedenis

In 2019 publiceren 17 ondernemingsraden van grote industriële bedrijven, waaronder die van Tata Steel een open brief. Daarin verzetten zij zich in het bijzonder tegen kabinetsplannen om een CO2-belasting, ook wel genoemd ‘Klavertaks’, in te voeren.

Twee jaar na die open brief, eind 2021, zit uw redacteur op de bank bij Roel Berghuis, lang geleden zelf werkzaam bij wat toen nog Hoogovens heette. Nu gepensioneerd, maar tussen 2020 tot 2021 terug op zijn oude stek, zij het in de rol van vakbondsbestuurder. Ook in 2022 is hij nog steeds actief: Hij onderhoudt contacten met de ‘Werkgroep Zeester’, schrijft opiniestukken over vakbeweging en verduurzaming, adviseert diverse organisaties en zijn opvolger bij Tata Steel, Cihan Lacin.

Samen met leden van vakbondskadergroep en ondernemingsraad is hij aan de slag gegaan om te onderzoeken hoe de maatschappelijke behoefte aan staal in IJmuiden samen kan gaan met de net zo harde noodzaak om de aan het huidige productieproces verbonden CO2-uitstoot en andere vormen van milieuschade drastisch omlaag te brengen. Het resultaat is een werknemersplan, ‘Groen Staal’, waarmee ze daadwerkelijk inhoud geven aan de slogan van het FNV-blok tijdens de Klimaatmars van zondag 19 juni 2022: ‘Klimaat en banen…gaan prima samen’

 


Groen Staal: goed voor klimaat, schonere IJmond en werkgelegenheid

‘Groen Staal’  heet het FNV-plan bij Tata Steel voor vergroening van de staalproductie in IJmuiden. Het is tot stand gekomen in samenspraak met, en mede gebaseerd op, de voorstellen van de ‘Werkgroep Zeester’, een onafhankelijke denktank onder voorzitterschap van oud-directeur Piet Joustra, met als deelnemers onder meer oud-directeuren van het staalbedrijf en een aantal wetenschappers van zeer divers signatuur[1].

In het plan Zeester zitten drie elementen: een technologisch element, een bestuurlijk – besturen we Tata, op Angelsaksische of Rijnlandse wijze, en als derde: wie wordt de eigenaar? In ‘Groen Staal’ gaat het vooral over de technologische keuzes, wat niet wegneemt dat ook die andere aspecten van groot belang zijn.

De klimaatinhoudelijke kern: schakel bij de productie van staal over van kolen naar waterstof. Voed die processen met windenergie vanaf de Noordzee. Het procedé daarvoor bestaat, heeft zich bewezen, maar staat of valt met de wil om te investeren.

(RB staat voor Roel Berghuis, JV voor interviewer Jan Verhagen) (Deze ‘longread’ is ook als pdf te downloaden)

RB: Het is niet zo heel erg lang geleden dat de FNV verduurzamen in cao-termen zag als een ‘goed doel’. Dan maakte je in je cao-voorstellenbrief een kolom, getiteld ‘verduurzamen’, en daar zaten dan papieren koffiekopjes en dergelijke in, die op zichzelf goed zijn voor het milieu, maar waarmee je ook niet écht verder komt.
Die tijd is voorbij. We zijn bezig met een energietransitie die bedrijven dwingt tot actie. En er is een klimaatakkoord. Dat is dan misschien niet ondertekend door de vakbeweging en ook niet door de hele milieubeweging, maar het is, denk ik, heel verstandig voor ondernemingsraden en vakbondskadergroepen om dat akkoord als meetlat te gebruiken wat er in jouw situatie moet gebeuren.

JV: Tata Steel lag onder vuur. Er gingen stemmen op om het bedrijf te sluiten, vanwege de impact van de staalproductie op klimaat en milieu. Volgens hoogleraar Paul de Beer opereert de vakbeweging eigenlijk al sinds de jaren ’80 overwegend reactief en defensief. Dat gebeurde aanvankelijk ook bij Tata Steel.
Hoe hebben jullie het voor elkaar gekregen om mensen uit die hoek van ‘hakken in het zand’ te krijgen, en om te turnen naar een andere, offensieve opstelling?
RB: In februari 2020, op het moment dat ik bestuurder bij Tata Steel zou worden, gaf Gerrit Idema, als voorzitter van de FNV Bedrijfsafdeling, me vijf opdrachten mee. De belangrijkste daarvan was: het hele dossier ’toekomst Tata Steel’, inclusief CO2, en verduurzaming goed over het voetlicht brengen, ook in Den Haag.
Dat was de hoofdreden dat ik ja zei tegen deze klus. Ik was bij de bond net daarvoor aan de slag gegaan als projectleider marktwerking en aanbestedingen. Dat was dus wel even schakelen, maar het was ook wel een ‘coming home’.
Toen ik er kwam, in maart 2020, waren er grote  uitlatingen gedaan door Tata Steel baas Theo Henrar richting Jesse Klaver. Die werd neergezet als de kwade genius van de CO2-taks, ook wel genoemd de Klavertaks. Dat was wel wat overdreven, het was een kabinetsvoornemen en het moest ook van Europa.
We  hebben toen een aantal sessies gehouden met kader- en OR-leden van Tata Steel, om elkaar op dit punt beter te gaan begrijpen, en dat lijkt gelukt.

JV: In die tijd heeft de FNV ook contact gezocht met de werkgroep Zeester…
RB: Eind 2019 heeft Piet Joustra, ooit directeur bij het bedrijf, mijn voorganger Aad in ’t Veld benaderd, en zijn zorgen geuit. Hij was op zoek naar samenwerking. Eind februari 2020 zou ik Aad gaan opvolgen, en toen heeft Piet contact met mij gelegd. Hij had, net als ik, contact met diverse mensen uit de academische wereld en uit het ‘Hoogovencircuit’. Zo is er een hele informele groep mensen ontstaan, die ging nadenken over alternatieven voor de huidige, vervuilende, processen. Met als richting: een toekomstbestendige staalindustrie in IJmuiden.
Ik ben allereerst zelf, alleen dus, met Zeester gaan praten. Later hebben we met een groep vakbondskaderleden contact gelegd met Donald Pols van Milieudefensie. Dat klikte.

JV: Zat je zelf in de werkgroep?
RB: Formeel niet, maar ik zat er bij om de ontwikkelingen te kunnen benoemen en zaken mee te geven. Ik was op de hoogte van elke stap. Later ben ik dat gaan delen met kaderleden, en heb contacten gelegd tussen de werkgroep en kaderleden. Zeester heeft zich in oktober 2020 via de media bekend gemaakt. Milo van Bokkum, een jonge journalist bij de NRC was op het pakket industrie gezet, en ik heb hem gemeld dat er mensen waren die daar iets concreets over konden vertellen.
Daarna is het weer een periode stil geweest, omdat juist in die tijd het Fins-Zweedse staalconcern SSAB om de hoek kwam kijken.

 JV: Waarom was samenwerking zo belangrijk?
RB:
We waren als FNV niet opgewassen tegen de kennis die er op dit punt bestond in het bedrijf. We werden daarmee om de oren geslagen, en hebben toen begin vorig jaar 6 of 7 kaderleden die enige affiniteit hebben met het onderwerp, aan het werk gezet: vertel eens wat er allemaal te koop is, ga ook eens met de duurzaamheidsdirecteur praten, met de werkgroep Zeester en met Donald Pols van Milieudefensie.

JV: Zoals gezegd: Tata Steel lag van alle kanten onder vuur. Dat hebben jullie al met al aardig weten te pareren.
RB: Omstreeks april 2021 hebben we als tegenwicht op alle externe kritiek, een FNV werkgroep ‘Trots op Staal uit de IJmond’ gevormd, waarin ook COR leden als Cinta Groos zaten. Die werkgroep ging aan de slag met een petitie, en heeft 15.000 handtekeningen opgehaald, als deel van een campagne. We hebben het woord ‘Tata Steel’ niet gebruikt, ook omdat Tata India van het staalbedrijf in IJmuiden afwilde. De campagne  leidde tot enorme discussie, ook met de omgeving, want er waren krachten die in feite het bedrijf onderuit wilden halen.
Eerder al ben ik samen met Gerrit Idema tussen maart en september 2020 opiniestukken gaan schrijven, waarin we de kracht en betekenis van Tata Steel voor Nederland en de IJmond hebben benadrukt. Met wat prominenten van Zeester heb ik in het Financiële Dagblad de discussie over (gedeeltelijke) nationalisatie aangekaart. En midden 2021 hebben we aan alle gemeenteraden ons plan gestuurd, ter agendering. Dat is deels gebeurd. We hebben het ook bij Provinciale Staten ingesproken, en alle vaste kamercommissieleden van economische zaken en klimaat benaderd. Ook heb ik tussen mei en oktober 2020 enkele malen gesproken met Eric Wiebes, met FNV-voorzitter Han Busker, met Hans de Boer van VNO-NCW, en met zijn opvolger Ingrid Thijssen.
Diezelfde FNV werkgroep is ook in gesprek gegaan over het Plan Zeester. We hebben besloten een aantal bijeenkomsten te organiseren. Toen we half mei 2021 ons plan ‘Groen Staal’ naar buiten brachten, was het voor Cinta Groos een ‘piece of cake’ om het ook te laten omarmen door de COR.

JV: Soms denk ik dat medezeggenschapsorganen nogal juridisch met milieu omgaan?
RB: Welke artikelen uit de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) precies van toepassing zijn, is niet zo relevant. Kijk liever heel pragmatisch: wat staat ons te doen? Want het gaat over onze toekomst.
In die zin is ‘milieu’ geen – vaak vrijblijvend – ‘goed doel’ meer. Niet voor de vakbeweging of de cao, en ook niet voor de medezeggenschap. Milieu en CO2, dat zijn grote problemen waar ook werknemers niet omheen kunnen. Niet voor niets is het FNV-uitgangspunt ’there are no jobs on a dead planet’.
Op het moment dat CO2 en milieu ook bij jouw bedrijf aan de orde zijn, dan moet je er wat mee. Als werknemers, als vakbond, maar ook als Ondernemingsraad…
Er komen zulke fundamentele veranderingen aan, dat je wel moet meebewegen. En dat doe je het beste door er zelf een plan op te bedenken.

 JV: Het zat ook intern niet lekker bij Tata…moeizame verhoudingen binnen Tata Steel Europe, een eigenaar heel ver weg, die niet investeert, en jullie ook nog eens in de etalage zet…
RB: We hebben vanuit een ongemakkelijke situatie moeten werken. Toen ik aan mijn klus bij Tata Steel begon, had ik op een ochtend een afspraak met de directeur Europa. Daar kwam Theo Henrar achter, toen nog baas van Tata Steel Nederland. Die wilde gewoon  eerder met mij te praten dan ik met Henrik Adam, de Europese baas.
Dat is toen ook gebeurd. Op dat moment dacht ik: het zit helemaal fout tussen Tata Steel Nederland en Tata Steel Europa.
Mijn tweede observatie was een column van Peter de Waard, begin 2020, waarin hij Tata Steel IJmuiden vergeleek met het dorp van Asterix en Obelix. Dat was zo’n treffende column, hef gaf precies aan wat er aan de hand was: Asterix en Obelix, vechtend tegen de Romeinen, met een muur om hun dorp en een toverdrank, die soms wel, soms ook niet werkte.
De Waard vergeleek dat Gallische dorp met IJmuiden: wij tegen Mumbai, wij tegen de Engelsen, wij tegen die niet-empatische Europese directeur van het bedrijf…
Kortom, ik kreeg heel snel een beeld van een vijandige omgeving, en dan ben je als bedrijf geneigd een muur om jezelf heen te zetten. Dat is ook gebeurd, en dan is elke journalist een potentiële vijand, maar ook de omwonenden , de milieubeweging en lokale groepen, de politici enzovoorts.
Die ga je dan negeren of arrogant bejegenen en in zo’n klimaat gaat het bedrijf uiteindelijk gewoon ten onder.

...in actie

Ik kreeg ook te maken met een onafgemaakt actietraject. Want er stonden nog 5 punten in een ultimatum, dat Aad in t’ Veld in december had gesteld, waarop niet was gereageerd.
Ik heb dat ultimatum gecombineerd met nieuwe eisen, en daar hebben we een nieuw pakket van gemaakt.
Los van het feit dat de 1200 door Tata Steel Europa aangekondigde ontslagen er niet mochten komen, zaten er twee belangrijke andere eisen in:

  1. een zelfstandig, dus onafhankelijk staalbedrijf in IJmuiden
  2. een strategisch businessplan waar de kennis en kunde van de mensen en CO2-reductie de toekomst gaan bepalen.

Die eisen hebben we gesteld, en daar hebben we ook voor gestaakt.

JV: Toen je die Asterix-vergelijking maakte, moest ik onwillekeurig denken aan de brief uit 2019 die 17 Ondernemingsgraden, inclusief Frits van Wieringen van Tata Steel hebben ondertekend. Die brief was gericht tegen de plannen voor een CO2-belasting, en loog er niet om.
RB: Het paste wel in die Asterix-sfeer, was erg vanuit de verdediging geformuleerd. Ze hadden overigens wel gelijk, dat de overheid aan de verkeerde knoppen zat door én een nationale CO2-heffing in te voeren, en ook nog eens een Europese, terwijl je een gelijk speelveld moet hebben als het om concurrentie gaat. Gelijke spelregels voor iedereen in Europa.
Maar ook Tata Steel zelf kwam ook niet van de pot. In ons eisenpakket, waar we 24 dagen voor gestaakt hebben, eisten we een strategisch businessplan. Dat hadden ze ook toegezegd. Maar na maanden lag er nog niets. Door de verhoudingen in dat bedrijf kreeg je dat niet rond. ‘Wie gaat dat betalen’ blokkeerde alles.
In het Zeester-rapport wordt dit verhaal gekanteld. Het noodzakelijke level playing field staat er duidelijk in, maar de CO2-belasting ook. Men is niet tegen, alleen moet het worden ingebed in een aantal randvoorwaarden. Anders gezegd: maak CO2-belasting onderdeel van een integrale aanpak. Als je dat niet doet zet je het bedrijf alleen maar in de rode cijfers.

JV: Toch is het in 2021 gelukt met ‘Groen Staal’ de draai te maken van defensief naar offensief: een breed gedragen vakbonds- en werknemersplan werd agendasettend.
RB: Dat had een aantal oorzaken. Ons FNV-plan is gebaseerd op het strategische plan van Zeester, we hebben de zaak opengegooid, de kennis en kunde van externe mensen zijn we gaan betrekken bij het debat, ook om met een volwaardig verhaal te komen. We hebben in Groen Staal vooral een aantal technologische aspecten van het Zeester-rapport opgepakt. In dat rapport wordt CO2-opslag onder de Noordzee in lege gasvelden, als tijdelijke oplossing, afgewezen, ten gunste van een groen productieproces.
Hoewel geen ondertekenaar van het Klimaatakkoord, had de Milieubeweging via een ‘sideletter’ aangegeven onder voorwaarden wel akkoord te kunnen gaan met tijdelijke CO2-opslag onder zee, want sommige bedrijven kunnen niet zonder…tenzij er alternatieven zijn. Juist die alternatieven zijn we gaan invullen.
We hebben gezegd: overheid, jullie geven subsidie voor tijdelijke CO2 opslag onder de Noordzee. Die opslag hebben wij niet nodig. Maar dat subsidiegeld willen wij wel gebruiken voor een duurzame installatie. Eigenlijk een heel eenvoudig verhaal, en dat is ook nodig om goed over de bühne te komen

JV: Ik las een interview met jou in het Belgische blad Solidair, waarin je zei: “We kunnen geen staal blijven produceren zoals we dat vandaag doen, dat weet iedereen. We moeten met de vakbeweging het heft zelf in handen nemen. Als je je nek niet durft uit te steken, kom je gewoon geen stap verder. Elke vakorganisatie moet zich veel meer verdiepen in de toekomst van haar sector. Als je daar als vakbond geen visie over hebt, laat je het aan anderen over “ Dat vind je nog steeds?
RB: Het citaat past bij mij. Met ach en wee roepen, kom je er niet, dus je moet vernieuwende dingen bedenken en doen.

FNV op de Klimaatmars in Rotterdam 19 juni 2022

JV: Voor mijn gevoel zijn de bij Tata Steel opgedane ‘strategische’ inzichten ook voor de rest van de FNV van belang, zeker in de aanloop naar het congres van 2022?
RB: Wat geldt voor Tata Steel, geldt ook voor de FNV. Ik heb er als vakbondsbestuurder steeds voor gezorgd betrokken te zijn bij alle aspecten en plaatsen waar besluitvorming aan de orde was. Ik heb alle paadjes bewandeld, onze kaderleden aangesloten gehouden, en tegelijk ook daarmee geconfronteerd. ‘Groen Staal’ gaat niet alleen over hoe je waterstoftechnologie en dergelijke kunt gaan toepassen, maar ook over de vraag wat daarvoor nodig is – windmolens bijvoorbeeld – en welk bedrijf in de positie is om dat te gaan maken…Tata in IJmuiden. Dat toont de kansen van een offensieve manier van denken.

JV: Vanaf de jaren 70 gingen ondernemingsraden en vakbonden zich ook met ‘milieu’ bemoeien. Ondernemingsraden worstelden in die tijd met de vraag wat ze er mee moesten, anders dan op tijd de lichten uit en zo. De grote problemen lagen er al, de broeikasemissie van Tata werd in RIVM rapporten ook 10 jaar geleden al genoemd. Hoe bemoeiden FNV Bedrijfsafdeling  en OR van Tata Steel zich in die periode met deze materie?
RB: Hoe dat 10 jaar geleden zat, dat weet ik niet. In zijn algemeenheid zag ik de vakbeweging in die tijd niet veel verder denken dan de al genoemde ‘goede doelen’. Pas de afgelopen 2-3 jaar heeft het allemaal een grote vlucht genomen.

JV: Ik denk terug aan het FNV-congres 2017…Toen stond klimaat bij veel kaderleden behoorlijk bovenaan. Maar daar volgt een in mijn ogen defensieve koers op. Weliswaar onder het motto ’there are no jobs on a dead planet’, maar in de praktijk gaat het meer om directe werkgelegenheid dan om het tegengaan van een dode planeet. De vakbeweging praat mee aan de klimaattafels, maar vooral op direct merkbare sociale kanten, zoals een kolenfonds. Uitstekend dat het er is overigens, maar ik hoor weinig concreets over andere aspecten van de problematiek, buiten dat de FNV voorstander is van een CO2-taks. Herken je dat?
RB: Jazeker. Ik ben overigens zelf indertijd ook betrokken geweest bij gesprekken over het kolenfonds, en heb toen aan de Sectortafel  gevraagd uit te rekenen wat de effecten van sluiting van kolencentrales zijn in de hele keten. Dat is uitgezocht door de organisatieadviseurs van Basis en Beleid. Daarmee kwam in beeld wat het betekende voor de centrales, voor de keten en voor de overslagbedrijven. Zo is het toen gaan rollen.
Maar, om je vraag te beantwoorden, ik vind het ook wel een beetje defensief, ik denk dat je veel beter vanuit de toekomst van een bedrijf de noodzakelijke verduurzaming en de daarvoor benodigde werkgelegenheid kunt bekijken, ze al in het beginstadium aan elkaar koppelen, en te zorgen voor een zuivere toekomstagenda.

JV: Ik hoorde zeggen dat wat er nu gaande is onomkeerbaar is. Maar jullie staan in de etalage…hoe onomkeerbaar is het, die keuze voor Groen Staal…
RB: Niemand zou het accepteren als men het probeerde terug te draaien, er is geen weg terug. Als dit niet lukt…dan kun je ook het klimaatakkoord wel op je buik schrijven.

Juni 2022
Interviewer: Jan Verhagen


[1] Zie https://www.change.inc/industrie/plan-zeester-voor-groene-heropbouw-tata-steel-in-blauwdruk-37081