Het geheugen van de vakbeweging

Vorstverlet – Het is geen ijsvrij!


Gijs Wildeman neemt afscheid

Het houdt een keer op

Dit moet maar mijn laatste column worden voor de vrienden van de Vakbondshistorie. Dat heeft zo zijn reden. Een columnist moet in regelmatigheid publiceren. Dat werd bij mij steeds minder. Dat betekent ook dat je geen nieuws of historisch nieuws meer te vertellen hebt. Door corona vielen bijeenkomsten en ontmoetingen weg en daar deed ik nog wel eens inspiratie op. Een column voor de VHV schreef ik vaak uit het heden maar met een relatie naar het verleden. Dat word voor mij steeds lastiger.

Gijs Wildeman op een sneeuwscooter in de sneeuw van Finland, tijdens een studiereis van het Vakantie- Risico Fonds (VRF) – illustratie bij een vorige column

Oh ja, begin februari tijdens de strenge vorst had ik er nog wel één in mijn hoofd over het vorstverlet. Zo net voor eeuwwisseling hadden we in de bouw als FNV Bouw en Hout- en Bouwbond CNV forse discussies en onderhandelingen met de werkgevers over het doorbetalen tijdens vriesdagen. Het was zo dat er vanuit het Vakantie en Risicofonds vanaf dag één werd uit betaald als het min 6 graden was. Daarvoor was premie betaald. Miljoenen per dag werd er uitgekeerd en soms wel veertien dagen lang. Met name de grote aannemers wilden er van af. Zij lieten zo mogelijk de mensen doorwerken en hadden het idee dat ze premie betaalden voor de kleine en gespecialiseerde aannemers. Voor een deel klopte dat,  waar bij komt dat het systeem ook fraude gevoelig was. Uiteindelijk kwamen we terecht op negen dagen eigen risico voordat er uitgekeerd ging worden. Daar waren bijvoorbeeld de metselbedrijven niet blij mee en zeker de jongens niet die daar werkten.

Harkema

In Harkema, Friesland hadden we als Hout- en Bouwbond CNV een grote afdeling met veel metselaars. Jarenlang was ik daar een geliefd spreker. Maar toen ik het nieuwe vorstverlet kwam uitleggen kwamen ze in opstand en was de zaal te klein. Ze wilden vanaf de eerste dag kunnen schaatsen en nu bedacht de baas allerlei rotklusjes. Toen ik nog zei, ‘Jongens ijsvrij is voorbij bedankten er een aantal direct als lid. Thuis vertelde ik aan mijn vrouw als ze een pistool hadden gehad, hadden ze me doodgeschoten. Ik ben nooit meer in Harkema geweest.

Gijs Wildeman was sinds het begin van de website Het geheugen van de vakbeweging in 2012 vast columnist. Dit is zijn laatste bijdrage.

Dit schrijf ik nog zo uit mijn herinnering en losse pols. Maar als het een echte column over dat vorstverlet had moeten zijn  had ik meer research moeten doen over data , namen en feiten en ik zei het al, dat wordt steeds lastiger.

Nog meer reden om te stoppen is dat ik wat aan het tobben ben met mijn gezondheid. Het moet te genezen zijn maar daar gaat wel een halfjaar overheen. Verder word ik eind deze maand 76 jaar en wat later stap ik ook uit het bestuur van de VHV. Daar heb ik dan veertien jaar met plezier ingezeten. Mag er tussen de bonden onderling enige rivaliteit zijn in het bestuur zijn we er van doordrongen dat in de historie de gehele vakbeweging thuis hoort. Ik heb genoten van de onderlinge verhalen en anekdotes. Van het meehelpen bijeenkomsten te organiseren. Ik zal dat missen. De bijeenkomsten zal ik blijven bezoeken als tante Corona weg is. En misschien schrijf ik nog wel eens stukje voor de Nieuwsbrief maar niet meer als columnist. Dank voor het lezen van mijn verhaaltjes al die jaren. Het houdt een keer op.

Gijs Wildeman

Maart 2021.