Het geheugen van de vakbeweging

Bericht uit Het Vrije Volk, 5 april 1982


Kees Marges – 18

Frans Swarttouw eist 1 miljoen gulden per stakingsdag

Op 31 maart 1982 liepen de cao-onderhandelingen met de organisatie van havenwerkgevers SVZ over de raam-cao vast. In de raam-cao werden de arbeidsvoorwaarden en andere regelingen voor werknemers in de hele Rotterdamse haven vastgelegd. De SVZ vertegenwoordigde alle stuwadoors en controlebedrijven in Rotterdam en omgeving. Met uitzondering van de olie-opslag, sleepboten en een aantal cao’s voor beambten. Het systeem van prijscompensatie, waarmee in de haven de salarissen werden aangepast aan de stijging van de prijzen, was in die raam-cao geregeld. Havenwerkers hechtten erg aan hun systeem van prijscompensatie. Elke keer dat de werkgevers probeerden er aan te morrelen, liepen die het risico dat de hele haven ‘in brand vloog’.

In 1982 wilden we via de raam-cao ook wat andere zaken voor de hele haven regelen: verkorting van de arbeidstijd en verlaging van de VUT-leeftijd. Het was wenselijk dat dit soort veranderingen in de hele haven gelijk waren en tegelijkertijd plaats vonden. Maar, 1982 bleek niet het jaar dat we daar makkelijk met de werkgevers overeenstemming over konden krijgen. Aan het eind van die gesprekken kondigden wij aan dat we zo nodig per sector acties zouden gaan voorbereiden. Op 2 april liepen ook de cao-onderhandelingen in de olie-opslag vast, dat wil zeggen, met Pakhoed en Van Ommeren, toen nog twee aparte bedrijven. Er was er nog één, Panocean, maar daar was nog niet mee onderhandeld. Die volgde meestal de twee andere cao’s. Bij Frans Swarttouw, kolenoverslag, leidde dat vastlopen tot bijzondere acties en een uitspraak van de rechter.

In het hele massagoed, ter onderscheiding van het stukgoed en de containers, nam de sociale onrust vanaf het eind van 1980 toe. Eerst in de droge bulk of het droge massagoed: kolen, ertsen, granen en tapioca; later ook in de natte bulk of het natte massagoed, de olie-opslag. In 1982 leidde dat tot stakingen bij Frans Swarttouw, EMO, EECV en GEM, maar ook bij ECT ontstond toen grote onrust. In de olie-opslag moesten we ook met stakingen dreigen, wat niet dikwijls gebeurde in die sector.

Opgebouwde frustraties bij Frans Swarttouw

Vooral bij Swarttouw liep de irritatie al in 1980 soms hoog op. Niet alleen vanwege de loonmaatregel van de regering, Minister Albeda. Die onvrede hield ook het volgende jaar aan. Op 16 maart 1981 legden 150 havenwerkers bij Frans Swarttouw spontaan het werk neer. Er waren verschillende aanleidingen voor die wilde staking. Ze wilden dat de 2% prijscompensatie, die volgens de loonmaatregel van Minister Albeda niet uitbetaald mocht worden, direct omgezet zou worden in verkorting van de arbeidstijd en daarmee in uitbreiding van de werkgelegenheid. De Minister wilde, had hij aanvankelijk gezegd, dat de werkgevers die ingehouden prijscompensatie zouden gebruiken om meer werkgelegenheid te creëren. Maar hij had ook al gewaarschuwd dat ons haven-brede voorstel voor een directe vorm van creatie van werkgelegenheid door de 2% om te zetten in atv en meer arbeidsplaatsen, niet aanvaardbaar was. Je zou verwachten dat hij deze directe bijdrage aan meer werkgelegenheid juist zou toejuichen, het tegendeel was het geval. De minister dreigde in te grijpen in cao’s waar atv was afgedwongen tijdens cao-onderhandelingen, al dan niet onder druk van acties. De werkgevers en hun organisatie SVZ, voelden zich gesteund door de Minister. Zij weigerden de 2% prijscompensatie om te zetten in arbeidstijdverkorting en de extra banen die daardoor zouden ontstaan, ter beschikking te stellen van stukgoedwerkers.

Verder stond de werkgelegenheid van een kleine groep, 25 werknemers werkzaam op een kleine locatie van Frans Swarttouw in de Waalhaven, Aegir, ter discussie. De wilde staking was er vooral op gericht dat deze werknemers in dienst van Frans Swarttouw zouden blijven en desnoods elders te werk gesteld zouden worden. De wilde staking werd beëindigd nadat de werkgever de verzekering gaf dat de Aegir-werknemers in het personeelsbestand van Frans Swarttouw zouden blijven, maar met korte prikacties lieten de havenwerkers blijken, dat ze ook nog steeds zeer ontevreden waren, met name over de cao-onderhandelingen.

Stiekeme overdracht eigendom van de terminal

In december 1981 ontstond er opnieuw een conflict. Deze keer tussen de OR samen met de Vervoersbond FNV enerzijds en de directie anderzijds. Eigenlijk, de directie plus aandeelhouders anderzijds. Oorzaak: de directie en de aandeelhouders wilden een scheiding aanbrengen tussen de functie van de werkgever en die van eigenaar van de onderneming. Daarvoor wilden zij een aparte onderneming oprichten. Die aparte NV of BV zou dus eigenaar van kranen en andere technologie op de kade moeten worden, zonder werknemers. Die grote aandeelhouders van heel Frans Swarttouw waren toen de beleggingsmaatschappij Thyssen-Bornemisza en Internatio-Müller. De laatste was inmiddels bij iedereen ook bekend als eigenaar van de stukgoedterminal MTR, één van de bedrijven, die stukgoedwerkers probeerden te ontslaan. De kade zelf is eigendom van de gemeente en werd voor een lange periode verhuurd aan de stuwadoor. De werknemers zouden dus in dienst komen van een onderneming zonder bezittingen. Daardoor zou de Ondernemingsraad namens de werknemers zelfs het kleine beetje invloed dat ze hadden op de investeringen en keuzes die daarbij gemaakt werden of zouden moeten worden, ook nog verliezen. Met name de invloed op een beslissing om niet te investeren in bijvoorbeeld de veiligheid op de terminal. Dat op die manier de medezeggenschap de nek werd omgedraaid was in onze ogen natuurlijk een grof schandaal.

Belastingtruc?

De door de OR ingehuurde deskundigen, voor de OR-rechten advocaat Sjef de Laat en voor de economische aspecten Pieter Lakeman, wezen er ook op dat in de door de directie en aandeelhouders gewenste constructie, alle winst zonder belastinginhoudingen naar de aandeelhouders zouden vloeien en niet meer gedeeltelijk ten behoeve van de werknemers aangewend zou kunnen worden. Een belastingtruc dus. De directie was niet vatbaar voor de argumenten van de OR en Vervoersbond. Sterker nog, terwijl de OR en wij deze zaak bij de President van de rechtbank aanhangig maakten voor een kort geding, voerden de directie en de aandeelhouders hun plannen stiekem en snel uit. Dat kan blijkbaar in Nederland. Juist daarom werd volgens ons dat kort geding nog noodzakelijker.

Advies President Rechtbank

Het speelde in Rotterdam bij de President van de Rechtbank, Mr. Frans Nivard, die bekend stond om zijn pogingen tussen partijen te bemiddelen. Dat lukte in dit geval niet. Uiteindelijk adviseerde hij het kort geding aan te houden, om het conflict zelf te kunnen voor leggen aan de Fusie Code Commissie van de SER en aan de Bedrijfscommissie voor de Haven, waar ik zelf in zat. Ik wist dat het daar niet op de agenda stond, maar de bedrijfscommissie zou daar, mits er eensgezindheid was tussen werkgevers en werknemers, inderdaad een beperkte maar zeker geen doorslaggevende rol in kunnen spelen. Dat zou dus niets worden.

Natuurlijk hadden we kunnen aandringen op een uitspraak van de rechter, maar gezien zijn advies hadden we niet veel kans op winst. Daarom hielden wij, de OR en de Vervoersbond FNV, het kort geding aan. Maar de feitelijke handeling, de overdracht van de aandelen en dus het eigendom van de terminal equipment (kranen, bulldozers, gebouwen etc.) was dankzij een sluwe manoeuvre van de directie al uitgevoerd en de zaak zelf was dus al verloren. Ook dit conflict droeg niet bij tot een betere verstandhouding.

Opnieuw wilde staking bij Frans Swarttouw

Op 4 mei 1982 brak er weer een wilde staking uit bij Frans Swarttouw. De inzet van de stakers was arbeidstijdverkorting en verlaging van de VUT. Dat was in een periode dat er in verschillende sectoren cao-onderhandelingen plaats vonden, bij ECT in de containersector, bij de EMO en EECV in de kolen en ertsen en bij de GEM en Grainwave in het graan en de tapioca. Maar ze schoten niet echt op. Cao-onderhandelaar Frank Kloosterman rapporteerde in de kantine over de trage gang van zaken bij Frans Swarttouw en ook over enkele van de voorstellen die hun werkgever had gedaan, zoals het beëindigen van de vuilwerktoeslag. Dat zorgde voor nog meer onrust in een bedrijf waar de relatie van de vakbondskaderleden en de hele OR met de directie, toch al slecht waren geworden. Die onrust leidde opnieuw tot een wilde staking. Alhoewel het overnemen van een wilde staking niet zonder risico’s is, met name als de cao-onderhandelingen nog plaats vinden ook al gaat dat traag, namen we staking toch over op basis van het vertrouwen dat we in de kaderleden hadden. En, we hadden de zekerheid dat er dit keer geen actiecomité met eigen politieke doeleinden achter zat.

Maar we namen de actie niet over dan nadat we eerst wat zorgvuldigheden richting werkgever in acht hadden genomen, hoewel we al medio april een ultimatum aan alle bulkstuwadoors hadden gestuurd, met de waarschuwing dat ze rekening moesten houden met stakingen. Dat ultimatum  liep op 15 april af, maar de uitvoering daarvan in de vorm van acties en stakingen, was nog niet begonnen. Op 14 april was er namelijk in een kadervergadering besloten, dat eventuele acties niet direct na aflopen van het ultimatum zouden beginnen. Niet wetende, dat we op 4 mei de kans kregen een wilde staking over te nemen.

Collega Frank Kloosterman nam contact op met de directie en maakte bekend, dat we overwogen de wilde staking als bond over te nemen. Zelfs de kleine kans dat we bij Frans Swarttouw met behulp van een overgenomen wilde staking het werkgeversfront zouden kunnen doorbreken, wilden we niet missen. Frans Swarttouw weigerde op korte termijn, onder druk van een wilde staking, met ons verder te onderhandelen. Maar in ieder geval hadden we het nogmaals aangeboden. Sterker, de SVZ verspreidde berichten dat wij door stakingen uit te lokken bij grote bedrijven in de bulk- en containersectoren, de acties in het stukgoed wilden verbreden om zo steun te geven aan de stukgoedwerkers. Op zich een waardevolle gedachte, maar die was toen niet gebaseerd op onze plannen. De ontwikkelingen in het stukgoed, die ik al voor een deel in mijn herinneringen heb beschreven en nog verder zal beschrijven, gingen ook in alle hevigheid door.

Kop uit Trouw, 7 mei 1982

Kop uit Algemeen Dagblad, 7 mei 1982

Frans Swarttouw naar de rechter

Misschien lag het aan de wijze waarop en de toon waarmee we ons aanbod deden om snel overleg te voeren en ook de cao-onderhandelingen af te ronden, de directie besloot van die kans tot snel overleg geen gebruik te maken. Ik kreeg het gevoel dat ze andere plannen hadden. Dat leek bevestigd te worden toen we 1 of 2 dagen later een oproep kregen om bij de rechter op het matje te komen omdat Frans Swarttouw, samen met de SVZ, ons wilde dwingen de staking onmiddellijk te beëindigen. Voor elke dag dat we de staking, na een veroordeling, zouden voortzetten eiste Frans Swarttouw, gesteund door de SVZ, niet minder dan 1 miljoen gulden per stakingsdag. Blijkbaar hadden ze de smaak te pakken gekregen door onze veroordeling vanwege die illegale vergadering in de graansector.

Stakers op de grond van de rechtszaal

Havenarbeiders in de rechtszaal, OR-secretaris Hans van der Linden (met shaggie) geeft uitleg

De werkgevers hadden met opzet het kort geding in Utrecht aangevraagd, omdat daar een President van de rechtbank zetelde, Van Dijk, die bekend (of berucht) was om zijn uitspraken tegen de vakbonden. Kort voor de zitting begon vroeg een journalist me wat ik van de uitspraak van deze President van de Rechtbank verwachtte. Ik antwoordde: “We hebben alles zeer zorgvuldig gedaan en ik verwacht dat we dit kort geding gaan winnen”. Toen ik dit nog eens in een krant las ter voorbereiding van het opschrijven van mijn herinneringen, schoot ik in de lach. Wel héél erg zelfverzekerd, om juist voor een kort geding bij rechtbankpresident Van Dijk, dit zo stellig te beweren.

Beraad tussen Mr. Steenberghe, Ger Ros en mij tijdens het kort geding

Het werd een levendige rechtszitting, waarvoor een buslading werknemers uit de bulksector, met name van Frans Swarttouw, naar de rechtbank in Utrecht was gekomen. Dat leidde tot een ongedwongen sfeer, waarbij havenwerkers zelfs gezellig op de grond gingen zitten in de rechtszaal. Dat mocht allemaal. Tijdens de rechtszaak mocht de Secretaris van de Ondernemingsraad, Hans van der Linden, een toelichting geven over de aanleiding van de staking, die wild was begonnen. En er was natuurlijk ook veelvuldig overleg tussen onze advocaat Mr. Steenberghe die ik al kende uit mijn tijd bij het wegvervoer, Ger Ros en mijzelf. Tijdens de dagen dat we moesten wachten op de uitspraak van de rechtbank, ging het Amsterdamse bulkoverslagbedrijf OBA, voor 24 uur in staking, uit solidariteit met de collega’s in Rotterdam.

Uitspraak rechter

Vier dagen na het kort geding, dus op 11 mei, konden we in Utrecht de uitspraak gaan aanhoren: de President van de rechtbank vond dat we niets fout hadden gedaan dus weigerde hij de staking te verbieden, vooral omdat werkgevers ten onrechte claimden dat ze waren overvallen door de staking. Hij verwees naar een ultimatum dat al in april was verstuurd door de Vervoersbond FNV en op 15 april was afgelopen. Vanaf dat moment had Frans Swarttouw acties kunnen verwachten. We hadden dus inderdaad gewonnen! De staking kon gewoon doorgaan. Zelfs de Telegraaf meldde dat de Vervoersbond FNV niets fout had gedaan. Hans van der Linden, voorzitter van de OR, was die ochtend als enige werknemer van Frans Swarttouw met ons meegegaan naar de rechtbank om de uitslag aan te horen. Daarna vertrok hij (en wij als bestuurders natuurlijk ook) snel naar de terminal, waar hij opgewacht werd door een grote groep stakers. Hij gaf zijn collega’s uitleg van het kort geding en van de uitslag. (Zie foto). Ergens aan de zijkant stonden Ger Ros, Frank Kloosterman en ik daarvan mee te genieten.

Hans van der Linden doet voor de poort van Frans Swarttouw verslag van gewonnen kort geding, bericht Het Vrije Volk, 12 mei 1982.

De SVZ en Frans Swarttouw waren daarna toch bereid de cao-onderhandelingen weer snel op te starten. Dat gebeurde de volgende ochtend al, maar het leverde helaas nauwelijks iets op.

Belangenbehartiging in rechtszalen

Werkgeversonderhandelaar Zeebregts van de SVZ, schudt Kees Marges de hand, Frank Kloosterman, eerste onderhandelaar in de bulksectoren, staat er bij en kijkt toe of het bij handen schudden blijft.

Deze ervaring maar niet alleen deze, duidde erop dat belangenbehartiging niet alleen plaats vindt in allerlei verschillende zaaltjes tijdens cao-onderhandelingen of onderhandelingen over de werkgelegenheid (stukgoed, later bij de GEM) waarbij we soms hele nachten doorvergaderden. Daar waren we in de jaren ‘80 trouwens behoorlijk ervaren in. Maar soms ging die belangenbehartiging door tot in de rechtszaal. Niet iedereen realiseert zich dat. In die tijd, en nu nog steeds, zag je internationaal een trend die er op duidde dat steeds meer arbeidsconflicten in de rechtszaal leken te worden uitgevochten. Maar dat is een ontwikkeling die aparte en serieuze aandacht en bezinning vereist. Veel jaren later, toen ik bij de ITF zat als secretaris Havens, maakte ik vanuit Londen een spectaculaire actie mee in de Australische havens: War on the Waterfront. Die wonnen we (de ITF maakte deel uit van die strijd) louter met rechtszaken, zelfs in Londen. Daarover later veel meer.

Kees Marges

Oktober 2021

Kees Marges, auteur van deze serie herinneringen

Dit is het achttiende verhaal in de serie Herinneringen van Kees Marges.
Eerdere verhalen zijn: